Maquettes van Genapium

Als archeologen zijn we gewend naar de materiële resten te kijken en dan in ons hoofd een beeld te vormen van hoe het eruit zag. We zijn goed in het lezen van plattegronden en deze te vertalen naar verhalen over het verleden. Sinds het artikel van Jobbe in Marinjo en onze blogs hebben  verschillende mensen ons informatie toegestuurd. Daar zijn we dankbaar voor omdat het ons beeld van de Molukse woonoorden completer maakt. En in een enkel geval hoeven we helemaal geen vertaalslag te maken, want dan wordt het beeld in 3d gepresenteerd, zoals bij de foto’s die mevrouw J.C. Tomasila-Snell ons stuurde met daarop de Maquettes van Genapium, te Gennep, Limburg.

CCI14012019_0001
Het eerste kleine kamp Genapium, maquette gemaakt in 1991 door de heer M.O. Tomasila. (foto van J.C. Tomasila-Snell)

Genapium werd in mei 1951 in gebruik genomen als Moluks woonoord. Dit woonoord was lang in gebruik, tot 1979 maarliefst. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit woonoord twee fasen heeft gekend, waarbij in 1959 het nieuwe woonoord werd gebouwd. Eveneens met houten barakken.

Eerste fase Genapium

De maquette van het eerste kamp laat de karakteristieke schoorstenen goed zien die op veel barakken in Molukse woonoorden stonden. De symmetrische opzet van het kamp rond een open veld met vlaggenmast zien we ook terug in veel woonoorden. Ramen en deuren zijn op de gebouwen ingetekend wat het geheel afmaakt. Wat misschien wel heel tekenend is, is het hek dat om het kamp geplaatst is, dit is meestal afwezig bij plattegronden. Hierdoor wordt het afgeschermde en gesloten karakter inzichtelijk.

Tweede fase Genapium

De tweede fase van het woonoord Genapium heeft een andere opzet. De maquette laat een open kamp zien met bomen en beplanting, zonder hek. Ook als is er nog steeds een centraal veld met een vlaggenmast, de barakken zijn hier niet meer rondom geplaatst, maar liggen dwars op het veld. Dit geeft meer het idee van straten met huizen. Het wonen lijkt zo meer gescheiden van de andere kampactiviteiten. De hoge schoorstenen ontbreken op de barakken, maar er zal toch een afvoer van stookgassen geweest moeten zijn. Misschien is hier wat artistieke vrijheid genomen. Jammer genoeg kon ik geen foto vinden van de buitenkant van de gebouwen van het kamp om te kijken of de barakken inderdaad geen schoorstenen hadden. Het mooie aan deze maquette is dat ook het reliëf meegenomen is en duidelijk te zien is dat het gebouw achter in het kamp verhoogd ligt ten opzichte van de rest. De vorm van het gebouw doet vermoeden dat het in hier om een gezelschapsruimte/kerk gaat.

DSC_0008
Het tweede grotere kamp Genapium, maquette gemaakt in 2016, door de heer B. Lekatompessy. (foto van J.C. Tomasila-Snell)

De zorg en aandacht die beide heren hebben laten zien bij het maken van de maquettes geeft ons naast informatie ook plezier. Het is interessant om naar de maquettes te kijken en vanzelf ga je de mensen die er woonden er bij bedenken. Je ziet ze lopen over de paadjes en een praatje maken voor de barak.

 

Kruiningen in detail

Met behulp van de Molukse gemeenschap wordt het beeld van de woonoorden steeds completer. Dit keer was het de heer Max Surusiay die ons informatie stuurde over de woonoorden in Kruiningen en vooral Kruiningen II waar hij als kind gewoond heeft.

In een eerder post heeft Ivar al verteld over ons bezoek aan het woonoord vorig jaar, waar we nog de nodige overblijfselen tegenkwamen, maar waar ook de laatste barak  verdween. De heer Surusiay heeft onze kennis verdiept met gedetailleerde plattegronden en het verhaal dat hij heeft opgetekend over zijn verblijf in Kruiningen II.

4119D2D3CD9A4EDA9FEECFEA3E38D9A7
Luchtfoto van Kruiningen I (linksonder) en Kruiningen II (rechtsboven), foto Max Surusiay.

De luchtfoto laat de opzet van de kampen zien en hun positie ten opzichte van elkaar, maar de door de heer Surusiay getekende  kaarten geven een gedetailleerder beeld van de individuele kampen.

F37CE4205127461EB8D5CA4F3BE686B8

Plattegrond van Kruiningen I, uit het hoofd getekend door Max Surusiay, met de woonbarakken, de beheerders barak, een ontspanningslokaal annex kerk, een schuur, een doucheruimte en de keukenbarak, die wij in 2018 fotografeerden.

Als we de huidige Googlemaps vergelijken met de oude luchtfoto lijkt de locatie van de keukenbarak op de plattegrond het derde roze dak vanaf linksboven naar beneden te zijn. De omgeving is echter niet zo eenvoudig over te plaatsen omdat sloten en percelen veranderd zijn.

F5A9CC6F64074AC4BC6E23488C34F297
Plattegrond van Kruiningen II uit het hoofd getekend door Max Surusiay. De layout verschilt van Kruiningen I maar bevat dezelfde soort gebouwen. Onder is de beheerders barak, rechts daarboven  het ontspanningslokaal, annex kerk, daarboven het badhuis, dan de keuken en rechts daarvan de schuur.  De andere gebouwen zijn woonbarakken waarvan de twee kleine bovenin later zijn toegevoegd.

Een woonbarak in Kruiningen II gaf plaats aan vier gezinnen en bestond uit een voorkamer, slaapkamer, eethoek, keuken en toilet.

9F987CD40B8740E59632CC93FB67A880

De ruimtes werden gescheiden door houten wanden, maar in de keuken en de wc liepen die niet door tot het plafond. Dit leidde tot overlast van geluid en geur. Om het maar niet over hygiëne te hebben met de wc naast de keuken geplaatst. Een paar platen hout hadden hier het wooncomfort en de privacy enorm kunnen verbeteren. Maar volgens de heer Surusiay zat er ook een voordeel aan verbonden omdat hij zo mee kon luisteren met de oudere jongeren in de naastgelegen woningen. Hij kon zo kennismaken met de populaire muziek van die tijd.

Met de hygiëne in het kamp was het sowieso niet zo goed gesteld omdat het riool op de nabij gelegen sloot afwaterde. De heer Surusiay heeft hier onderzoek naar gedaan en kwam erachter dat er wel geadviseerd was om de kampen op het gemeentelijk riool aan te sluiten, maar dat dit nooit gebeurd is, waarschijnlijk vanwege het geld.

Voor ons als hedendaagse archeologen is dit soort informatie van groot belang omdat dit ons inzicht geeft in de gebouwde omgeving en infrastructuur. Hierdoor weten we wat voor sporen wij kunnen verwachten. We hoeven dus niet op zoek naar een aansluiting op het gemeenteriool.

 

 

 

 

 

 

 

 

Van Eind van ’t Diep naar Wouw

De zoektocht naar Eind van ’t Diep kreeg een zijspoor toen we er door Evert Solisa op werden gewezen dat kamp Wouw in Noord-Brabant ook zo’n woonoord is waar bijna niets over te vinden is als je krantenonderzoek doet. Wij hadden dat ook al ondervonden en waren dus erg blij dat Evert de tijd heeft genomen om met marjolijn in gesprek te gaan. Evert had ons al eerder foto’s gestuurd maar die waren op de plank blijven liggen omdat we nog geen goede plek hadden gevonden om ze in een verhaal te plaatsen.  Na een hartelijke ontvangst door Evert en zijn vrouw Tuty in januari dit jaar is er genoeg om te schrijven.

Kamp Wouw

De locatie van Kamp Wouw was ons al bekend, door middel van onderzoek naar topografische kaarten. Op de kaart van 1962 is het kamp duidelijk is ingetekend (ongeveer midden kaart, links van de Hilsestraat, later Plantagebaan genoemd).

screen shot 2018-08-29 at 10.55.06

Evert kon ons echter een veel meer gedetailleerde kaart van het kamp geven met bijbehorende foto’s zodat je tegelijk een indruk krijgt van de indeling van het woonoord en hoe het eruit zag qua gebouwen (zie hieronder, tekeningen en foto’s via Evert Solisa).

00b_indeling kamp wpuw in de ambonezen periode_4

Wat echter veel indrukwekkender is, is de levendige herinnering die Evert nog van het kamp heeft. Moeiteloos kon hij nog de namen noemen van de negen gezinnen die in het kamp woonden. Ook al waren er kleine veranderingen in bewoners, de meeste woonden er vele jaren. Er was dan ook een goede sfeer in dit kleinschalige kamp, dat dertien jaar bewoond werd.

De familie Solisa kwam in het kamp vanuit Vught, waar ze zich niet thuis gevoeld hadden. Na een jaar in het kamp Lunetten was de familie blij dat ze in dit kleine kamp kwamen waar misschien minder algemene voorzieningen waren, maar de persoonlijke voorzieningen een stuk beter. Al moeten we eerlijk zeggen dat het nog steeds niet ideaal was om met een gezin met meerdere kinderen in een woning met minimale afscheidingen te wonen.  De familie Solisa woonde in een van de nissenhutten, of eigenlijk anderhalve hut.

05a_rarak sèng = nissenbarak

De nissenhutten in Wouw zien er bijzonder uit met hun kleine geveltjes alsof het om reguliere huisjes gaat (foto Evert Solisa, hij staat zelf voor de deur van hun woning).

Het kamp lag redelijk ver van het dorp en de kinderen in het kamp vermaakten zich met spelletjes zoals knikkeren, kastibal en patulele.  Volgens Evert speelde de Molukse kinderen echter wel fanatieker dan de Nederlandse kinderen, zoals later bleek op het schoolplein.

Toen Evert wat ouder was, kwam ander vertier voort uit het maken van muziek en al jong speelde hij in bandjes. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de foto van zijn eerste optreden in Wouw hieronder (foto Evert Solisa).

1ste optreden voor wouwsw publiek 1960

Het leven in Wouw was beter, maar dit wil niet zeggen dat het comfortabel of zonder spanning was. Het kamp werd ’s winter geteisterd door knaagdierplagen, waarbij de muizen gewoon over de bedden liepen. Nadat een keer zelfs een rat door de keukenafvoer naar binnen was gekomen, werden er roosters over de afvoeren geplaatst want een rat in huis ging toch echt te ver.

Nadat het kamp verlaten was, is het afgebroken en het is nu een boomkwekerij. Tegenwoordig is er in Wouw niets meer wat aan de Molukse bewoning herinnert. Zelfs de drie kindergraven, waaronder het graf van het broertje van Evert, zijn verplaatst vanwege infrastructurele projecten.

Natuurlijk is er nog veel meer te vertellen over kamp Wouw want Evert heeft meerdere uren gepraat. Daarnaast heeft hij me in contact gebracht met Jan de Bont die een boekje heeft gemaakt over kamp Wouw. Deze informatie moet echter nog verwerkt worden. Deze tekst was alvast een tipje van de sluier gelicht.

Eind van ’t Diep: de locatie

In een vorige blogpost over krantenonderzoek lieten we weten dat we de locatie van het woonoord Eind van “t Diep niet hadden gevonden. Volgens ons onderzoek moesten de barakken van het kamp in ieder geval tot 1962 bestaan hebben, maar we konden het niet vinden op oude kaarten. Gelukkig zijn er actieve lezers van ons blog die meer weten en dat ook delen.

De lezer helpt ons verder

Onze blogpost was gedeeld in de facebook groep Oude Foto’s van “Het Kampleven & Het Wijkgebeuren” Der Suku Malukuwaar. En gelukkig reageerde de heer Daniel Hiariej met de volgende tekst:

Kamp Eind van ’t Diep ligt namelijk in het verlengde van kamp Beenderibben. Daar werden uitsluitend de Molukse vrijgezellen mannen in gehuisvest en iets verder van Eind van ’t Diep lag toen ook het kamp De Kikkerij waar ook door uitsluitend Molukse vrijgezellen mannen bewoond werd. Deze kampen liggen hemelsbreed tussen Steenwijk en Blokzijl. Deze 3 genoemde kampen waren destijds de zogenaamde DUW-kampen (Dienst Uitvoerend Werken) waar na de oorlog de vele werkloze mannen werden ondergebracht om bijvoorbeeld heidevelden in cultuur te brengen voor de landbouw.

Door het opnieuw bekijken van de oude kaarten blijkt dat we het kamp wel al gezien hadden, maar niet herkend. Omdat kamp de Weerribben genoemd wordt, terwijl bij kamp Eind van ’t Diep alleen de plaatsnaam staat en het kamp zelf niet genoemd wordt.

screen shot 2018-08-11 at 17.31.56
Topografische kaart 1960

Dit werd bevestigd door de heer Herman Schonewille die ons een kaart stuurde  met de verschillende kampen ingetekend. Hierdoor was er geen twijfel meer mogelijk waar het kamp Eind van ’t Diep gesitueerd was.

locatie (4)
Kaart van de heer Herman Schonewille met de verschillende kampen benoemd.

Hij stuurde ons tevens twee foto’s van het kamp.  Onderstaand is een foto uit 1939 dat de een idee geeft van de indeling van het kamp.

eind van t'diep 1939

De heer Schonewille stuurde ook nog een pdf met een overzicht van de geschiedenis van het kamp, zodat we nu meer gedetailleerde kennis van het kamp hebben. Een kamp dat al sinds 1939 door verschillende groepen bewoond werd, niet altijd vrijwillig. In de tekst staat dat het kamp van 1951 tot en met 1956  bewoond door Molukse vrijgezellen. Terwijl in andere bronnen altijd een kortere duur wordt aangehouden van enkele maanden in 1951.

Nieuwe vragen

Dankzij de lezer zijn wij dus weer een stukje verder in ons onderzoek. Maar hun antwoord roept ook weer nieuwe vragen op. Want kamp De Kikkerij is volgens de officiële lijsten geen Moluks woonoord. Is dit kamp tussen de mazen van de bureaucratie geschoten? Was het zo kort in gebruik dat er geen melding van gemaakt is? En is kamp Eind van ’t Diep langer in gebruik geweest dan meestal wordt aangenomen?

Zo zie je maar weer als één puzzelstukje is opgelost, blijkt de puzzel alleen maar groter en moeten we op zoek gaan naar informatie over Moluks woonoord nummer 91 De Kikkerij.

 

 

 

 

Krantenonderzoek: Eind van ’t Diep als bijvangst.

Inleiding

Het onderzoek naar de Molukse woonoorden wordt op verschillende manieren gedaan, waarbij het bezoek aan de locaties van de woonoorden het meest tot de verbeelding spreekt. Maar er vindt ook ander onderzoek plaats dat minder zichtbaar is, zoals het doorzoeken van oude krantenberichten met behulp van de website Delpher. Hier kun je verschillende regionale en nationale dagbladen raadplegen met behulp van zoektermen. Dit geeft een beeld van hoe de woonoorden in de media besproken werden. Dit zal voor de meeste Nederlanders destijds de hoofdbron van informatie zijn geweest met betrekking tot de Molukse woonoorden. Daarnaast geven de krantenartikelen inzicht in het ontstaan, het gebruik en de ontmanteling van de woonoorden.

Zoektermen

Bij dit soort onderzoek is het belangrijk dat je de juiste zoektermen weet want als je op Moluks zoekt zal je weinig over de woonoorden vinden, omdat ten tijde van hun gebruik de term Ambonees gebruikt werd. Daarnaast zijn sommige namen van woonoorden makkelijker te onderzoeken dan anderen. Het woonoord Eind van ’t Diep is zo’n moeilijk te vinden woonoord, waar sowieso weinig informatie over beschikbaar is waardoor je soms denkt: ‘heeft het wel bestaan?’ Het is zoeken naar een naald in de hooiberg. De naam Eind van ’t Diep geeft bij een zoekopdracht namelijk enorm veel artikelen die niet op het woonoord slaan maar over zaken gaan die ‘op het eind lopen’ of ‘diep gaan’, om maar wat voorbeelden te noemen.

krantenonderzoek_62_08_27_friese_koerier

artikel uit de Friese Koerier

Gelukkige vondst

Gelukkig doen wij onderzoek naar alle woonoorden en dan blijkt informatie over Eind van ’t Diep bijvangst te zijn bij het zoeken naar andere makkelijker te vinden woonoorden zoals Beenderribben. Hierdoor weten we dat Eind van ’t Diep echt bestaan heeft. En het frappante is uit Het Parool en de Friese Koerier van 27 augustus 1962 weten we dat de barakken van het kamp Eind van ’t Diep in 1962 nog bestonden terwijl die van de Beenderribben al gesloopt waren. Zo wordt met elke stap in het onderzoek weer een klein stukje kennis toegevoegd zodat we een beter beeld krijgen van alle Molukse woonoorden in Nederland. De exacte locatie van Eind van ’t Diep is ons nog niet bekend. Als U het weet, laat het ons horen.

Voor dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van http://www.delpher.nl

 

CHAT Workshop

IMG_2828

Eind oktober vond in Aarhus, Denemarken het congres CHAT plaats. Dit is een congres speciaal over theorie in contemporaine en historische archeologie. Dit jaar werden er voor het eerst workshops gegeven en Jobbe en ik organiseerden er een workshop over het dekolonisatie debat.

achtergrond

Vanwege ons onderzoek naar Moluks erfgoed komen wij in aanraking met het dekolonisatie debat. Je kunt geen onderzoek doen naar de Molukse woonoorden zonder de koloniale geschiedenis en de afhandeling van deze geschiedenis erbij te betrekken. Daarnaast werk ik als archivaris bij ‘Witte de With Centrum Hedendaagse Kunst’ waar het dekolonisatie debat vorm krijgt, omdat de naam Witte de With niet meer als gepast wordt gezien voor een kritische culturele instelling. Alle reden dus om een workshop te organiseren waar we met mensen uit verschillende landen in algemene zin konden discussiëren over dekolonisatie en onze plaats daarin.

workshop

Er waren 14 deelnemers uit 9 landen aanwezig. De workshop startte met een korte toelichting van de begrippen ‘witte onschuld’ en het ‘culturele archief’, zoals die worden uitgelegd in het gelijknamige boek van Gloria Wekker. Het cultureel archief is geen papieren archief, maar meer de verzameling beelden en betekenissen die in een maatschappij bewust of onbewust aanwezig zijn. Het cultureel archief betreft dus ook niet zozeer je persoonlijke herinneringen, maar meer hoe in het algemeen over deze tijd gesproken wordt bijvoorbeeld in de media of in het onderwijs. Volgens Wekker kenmerkt in Nederland dit archief zich als onschuldig en los van de uitwassen tijdens de koloniale periode. Bekende voorbeelden in Nederland zijn het idee dat we een vrij en tolerant land zijn en de uitspraak van toenmalig minister-president Balkenende  in de Tweede Kamer over de ‘VOC-mentaliteit’ als positieve herinnering aan de 17e eeuw. Deze laatste uitspraak laat zien dat de meeste Nederlanders de VOC niet zien als de koloniale overheerser die het was, maar als een handelsmaatschappij en weinig tot geen kennis hebben over de gevolgen voor de lokale bevolking.

De eerste opdracht voor de deelnemers was om aan de hand van steekwoorden hun eigen nationale culturele archief te beschrijven, oftewel hoe er over de koloniale tijd wordt gesproken in hun land. De inventarisatie gaf een divers beeld (zie foto). Bewoordingen waarmee de koloniale periode wordt aangeduid varieerden tussen de deelnemers (en dus landen) van trotse bewoordingen zoals ‘ontdekking’, ‘civilisatie’ en ‘handel’ (Nederland & UK) tot ‘slachtofferschap door overheersing’ , en ‘het gemis van de verloren koloniën’. Het slachtofferschap als associatie met kolonialisme  is kenmerkend voor landen zoals Schotland en (Noord-)Ierland die in vorige eeuwen overheerst werden door buurtland Engeland, maar waaruit tegelijkertijd mensen vroeger wel naar de koloniën gingen en daar juist de rol van overheerser op zich namen.

IMG_2839_bewerkt

De discussie was zo levendig dat de tijd voorbij vloog en we een tweede opdracht met kritiek op dit culturele archief moesten laten vallen (ook omdat deze kritiek al deels besproken was). Want tijdens het debat was al duidelijk geworden dat de meeste deelnemers dit algemene beeld nuanceerde en  dit zagen als een tekortkoming in hoe er om gegaan wordt met het koloniale verleden. Bij de eindopdracht werd de deelnemers gevraagd wat zij zelf gaan bijdragen aan het dekolonisatie debat. Wij wilden namelijk dat de deelnemers ook echt iets zouden gaan doen. Het nadeel van een wetenschappelijk congres is nog wel eens dat het bij praten blijft, wij wilden juist dat mensen in actie komen het dekolonisatie debat meer vorm te geven in eigen land.

Hierbij dachten we meer aan kleine dingen, die haalbaar zijn,  meer dan aan grote idealen. Als voorbeeld gaven wij dat we een blog zouden schrijven over de workshop (zie hier).  De deelnemers hadden verschillende ideeën zoals, het posten op sociale media over niet-westerse onderzoekers, het veranderen van boekenlijsten voor onderwijs waarbij ook niet-westerse auteurs aan bod komen en het aannemen van indigenous people bij instituten. Dit laatste kun je natuurlijk alleen doen als je ook in de positie bent om mensen aan te nemen.  Daarnaast gaven we aan dat we de deelnemers over twee maanden zullen vragen wat ze bereikt hebben. Deze informatie wordt gedeeld op Facebook en de website van CHAT.

Het was een succesvolle workshop, die misschien niet direct over Moluks erfgoed ging, maar wel geïnspireerd is door ons onderzoek hiernaar.

_ marjolijn kok

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grijpskerke

 

Zaterdag 27 januari gingen we met ‘team woonoorden’ naar Zeeland. Onze eerste stop was de straat Garijp in Grijpskerke. Hier lag vroeger het Moluks woonoord Grijpskerke. De nabij woonachtige regio-archeoloog van Zeeuws Vlaanderen Nathalie Visser ontmoette ons bij de molen. Nathalie had wat geprinte foto’s van het woonoord meegenomen. Gezamenlijk liepen we naar het voormalige woonoord.

MUMA_F95_1701_RMS_herdenking_Grijpskerke_25_aug_1951

Foto MHM archiefnummer: F95_1701.

En om eerlijk te zijn, niets zag er nog uit zoals in de tijd van het woonoord, zelfs het uitzicht op de molen was veranderd. Waar de gebouwen van het kamp geheel verdwenen zijn onder luxe woonhuizen uit 1998, is ook de ernaast gelegen molen flink opgeknapt met nieuwe wieken en een nieuwe molenaarswoning.

BAT_1215

Alleen vanuit de lucht kun je er nog iets herkennen als je de juiste voorkennis hebt. Het middenterrein van het kamp is namelijk nog herkenbaar in het stratenpatroon van Garijp. Van de vlaggenmast die er ooit stond, is echter niets meer te zien. De zes huizen linksonder staan in ongeveer dezelfde formatie als de barakken van het woonoord. Aan de rechterzijde is het huis echter schuin geplaatst terwijl daar vroeger twee barakken hebben gestaan die de afsluiting van een rechthoek vormde.

Screen Shot 2018-02-03 at 21.37.13
Google maps januari 2018

Het woonoord Grijpskerke was net als andere kleine kampen nog geen jaar in gebruik van juni 1951 tot mei 1952. Er waren acht houten barakken met daarvoor bestrating rondom een grasveld met vlaggenmast. Het woonoord lag buiten het dorp. Er woonden 103 Molukkers met een protestantse achtergrond. Zij waren met andere Molukkers met de boot Kota Inten vanuit Tanjung Priok vertrokken. Alle passagiers van de boot werden in Walcheren in woonoorden geplaatst.¹

BAT_1199

Een lokale bewoner bij de molen, wist niet dat er een Moluks woonoord achter zijn huis was geweest. Wel kon hij vertellen dat er een houtfabriek had gestaan. Of dit bedrijf gevestigd was in de oude barakken, was niet bekend.

topotijdreis_1962_grijpskerke
Locatie woonoord Grijpskerke (midden in afbeelding) 1962.

Bron

¹ Smeets, H. en C. Nanuruw 2009. Molukkers in Zeeland 1951-2009, p.31.