Hallo, aangenaam kennis te maken. Mijn naam is Jobbe Wijnen.

Hallo, aangenaam kennis te maken. Mijn naam is Jobbe Wijnen en ik werk vanaf 2010 als archeoloog met de sporen van strijd en conflict. Meestal is mijn onderwerp de Tweede Wereldoorlog. In 2012 deed ik – met vele anderen – onderzoek in Kamp Westerbork. We onderzochten de resten van het Duitse doorvoerkamp voor Joden. We vonden er ook sporen van het Molukse woonoord Schattenberg.

Door de vondsten die we deden – meestal niet meer dan ogenschijnlijk betekenisloos afval –  ging ik me vragen stellen. Zo vroeg ik me ten eerste af wie er zich eigenlijk druk maakt over de archeologie van Molukkers in Nederland? Het antwoord daarop kwam heel snel: bijna niemand. Maar ik vroeg me daarbij ook af of er wel zoiets mogelijk als een archeologie van het Molukse volk in Nederland? Hebben de Molukkers wel sporen achtergelaten? Zonder sporen valt er voor archeologen natuurlijk niets te onderzoeken.

En stel, ik zou dat gaan onderzoeken, wat vinden de Molukse gemeenschappen daar dan eigenlijk van, als een ‘Hollandse archeoloog’ ineens op zoek gaat naar hun sporen? Want een Molukker ben ik zelf immers niet…

Je kunt er lang over nadenken, maar ik besloot gewoon te beginnen en ging het veld in. Omdat ik nu eenmaal werk met sporen van conflict, besloot ik ook in dit geval te beginnen met een zoektocht naar de sporen van het Molukse conflict met de Nederlandse Staat, met op de achtergrond een bredere blik op alle Molukse archeologie in Nederland. Al snel kwam ik tot twee conclusies:

  1. Er is veel meer te vinden dan je zou denken.
  2. De sporen die er zijn, zijn enorm kwetsbaar en worden niet beschermd.

Voorbeeld: De paal bij de Punt

De foto bovenaan deze tekst is daarvan misschien wel het beste voorbeeld. Het is geen grote ontdekking: bij velen in de Molukse gemeenschappen is deze plek goed bekend en die paal ook! Het is de plaats waar in 1977 de treinkaping plaatsvond bij de Punt. Deze paal met kogelgaten is een van de weinige zichtbare sporen op deze plek….maar hoe lang nog? Als de Nederlandse Spoorwegen en ProRail besluiten dat het spoor moet worden vernieuwd, kan ze zo verdwijnen zonder dat er een haan naar kraait…of toch niet? Een ding weet ik wel: er is geen enkele archeoloog die er naar heeft gekeken als spoor van een strijdtoneel dat mogelijk bescherming verdient! Die vraag moet dus maar eens hoognodig worden gesteld.

Met deze en andere vragen ben ik in 2016 door het land getrokken, heb veel plaatsen bezocht en flink wat mensen gesproken – maar helaas met veel te weinig Molukkers. Nu is het tijd die vragen hardop te gaan stellen en iedereen uit te nodigen te reageren als ze dat willen. Het project gaat ondertussen verder en via deze weblog houdt ik de lezers op de hoogte.

Wat is dit project wel..?

Dit onderzoek is op de eerste plaats een zoektocht naar hoe je een project als dit eigenlijk kunt aanpakken. Want even een stap terug: met archeologische onderzoek  naar zulke recente sporen van ons (post)koloniale verleden, daar hebben we in dit land nauwelijks ervaring mee. Het past niet goed in het paradigma van de Nederlandse archeologische tradities en ik heb daardoor geen Nederlands voorbeeld om te volgen, ondanks de goeie contacten die ik probeer te onderhouden met toonaangevende instituten.

  • Wat ik hoop is dat dit onderzoek een archeologisch onderzoek een heel eigen, niet historiserende en unieke bijdrage kan leveren door het doen van onderzoek naar de sporen van de Molukse strijd in Nederland. Archeologie is niet alleen maar een manier om de puzzelstukjes van de historische puzzel te vinden: het kan ook een methode zijn om een verhaal op een andere manier vanuit de materie te vertellen. Of een manier om opnieuw getuige te zijn van gebeurtenissen die maatschappelijk nog niet afgerond zijn.
  • Archeologie is daarmee ook een vorm van respectvol omgaan met de sporen van verleden in het landschap, in dit geval de sporen van de Molukse strijd in Nederland. Een doel van dit project is daarom ook een vorm van erkenning te genereren voor  die strijd van de Molukse gemeenschap. Zelfs als dit enkel gebeurt door het geven van meer bekendheid aa dit verhaal.
  • En laat ik zeker niet doen alsof ik nu alles al kan overzien. Dit onderzoek ik vooral ook een manier om vragen te stellen! Vragen, die leiden tot antwoorden, die weer leiden tot nieuwe vragen, om zo, in dialoog verder te komen en vorm te verkennen voor archeologisch onderzoek in Nederland.

…en wat is dit project niet?

Geen forensisch onderzoek

Iets wat heel belangrijk is om duidelijk aan te geven, is dat een archeologisch onderzoek zoals ik hier beoog, geen relatie heeft tot een feitenonderzoek in juridische zin van het woord. Bij sommigen zou de gedachten kunnen bestaan, dat archeologisch onderzoek bijdraagt aan de bewijsvoering in de nog altijd voortdurende juridische strijd van een deel van de Molukse gemeenschap tegen de Staat over de gewelddadige beëindiging van de treinkaping bij de Punt.  Dat is hier niet het doel en bovendien zou de kans van slagen van zoiets ook nihil zijn, omdat de belangrijkste ‘plaats delict’ zoals die wordt opgevat door de aanklagers – te weten het treinstel waarin de kaping plaats vond – met zekerheid niet meer bestaat.

Over het kiezen van kanten

Ook belangrijk om te noemen is hoe ik om wil gaan met subjectiviteit. Het gaat er in dit onderzoek niet om een kant te kiezen: het verhaal van de Molukse zijde of de Nederlandse overheid. Zoals ik het nu zie heeft de Molukse geschiedenis in Nederland voor een deel een tragische verloop dat waarschijnlijk breed erg slecht wordt begrepen. Ik geloof dat het streven naar een gezamenlijke oplossing voor alle partijen uiteindelijk meer oplevert, dan de vraag wie de winnaar en wie de verliezer is van een conflict. Maar ik wil me ook niet verschuilen achter valse wetenschappelijke neutraliteit: als ik met mijn onderzoek één kant moet kiezen, dan is het bovenal de kant van de menselijke waarden, zoals vrijheid, waardigheid en zelfrespect.

Daar zit echter wel een adder onder het gras. De reden waarom de sporen van Moluks conflict met de Nederlandse staat een belangrijk onderwerp zijn om archeologisch naar te kijken, is nu juist dat het niet (geheel) is afgesloten. Dat wijst er op dat er op het vlak van menselijke waarden juist flink wat zaken zijn mis gegaan en misschien nog altijd mis zijn. Ik vind dat de Nederlandse Overheid van beide partijen daarin de slechtste papieren heeft als het gaat om de manier waarop zij met de Molukse gemeenschap sinds 1950 is omgegaan. Mijn sympathie ligt daarom op dit moment meer bij de Molukkers. Dat is echter niet hetzelfde is als het recht praten van het leed dat ook de Molukse acties op hun beurt hebben veroorzaakt.

Dat alles gezegd hebbend, is het de uitdaging voor mij om de dilemma’s van dit onderzoek niet uit de weg te gaan, maar steeds bewust te zijn van,  en expliciet te over de wijze waarop mijn eigen opvattingen – of die van anderen – een rol spelen in het onderzoek.

Uiteindelijk gaat het er om hoe wij als Nederlandse bevolking, waar de Molukkers ook onderdeel van zijn, met deze kwestie willen omgaan. De Molukse zaak zou geen Molukse zaak moeten zijn, maar een zaak die ons uiteindelijk allemaal aangaat.

Tot slot

De teerling is hiermee geworpen. Deze tekst geeft slechts een handvol eerste gedachten en een schim van een kader. Het vragen stellen kan beginnen! In de komende weken en maanden zal steeds meer tekst op deze pagina’s verschijnen en ik hoop natuurlijk op vruchtbare discussie.Een discussie over de archeologie van de Molukse strijd in Nederland.