De barak in het Nederlands Openlucht Museum te Arnhem

Al heel lang had ik de wens om naar het openluchtmuseum in Arnhem te gaan. Ik was altijd al nieuwsgierig naar het museum op zich en aangezien daar een Molukse barak staat, kon een bezoek niet uitblijven. Dat het er echt van moest komen werd alleen maar duidelijker nadat we in Lage Mierde waren geweest waar de barak oorspronkelijk vandaan komt. We waren aan het kamperen in de buurt en hadden niet veel tijd in het museum dus liepen we rechtstreeks naar de barak. De rest zou later wel komen.

De Molukse barak uit Lage Mierde in het Nederlands Openlucht Museum.
De Molukse barak uit Lage Mierde in het Nederlands Openlucht Museum.

Tussen alle met riet bedekte boerderijen springt de barak er uit. Strak in de lak alsof de barak net nieuw is. Dit doet meteen een beetje af aan de sfeer, terwijl de boerderijen waar we langs liepen nog een rommelige indruk maken, lijken we hier wel in een aangeharkt parkje te stappen. Een zonnige opgeruimde plek met bloemetjes rondom. Ik kan de verhalen in mijn hoofd van tochtige slecht onderhouden barakken in de woonoorden niet goed rijmen met de glimmende barak waar ik naar sta te kijken.

De stapelpannen (rantang) waarmee men het eten uit de centrale keukens haalde in het woonoord.
De stapelpannen (rantang) waarmee men het eten uit de centrale keukens haalde in het woonoord.

Bij de ingang stonden enkele rantangs waar men in de woonoorden het eten voor de familie ophaalde uit de centrale keuken. Als je de barak instap sta je ook gelijk in die centrale keuken. Deze is ingericht met kasten en planken waarop de potten en pannen staan. Daarnaast staan er twee grote fornuizen. De barak is zo ingedeeld dat de bezoeker eigenlijk meteen uit de keuken geleid wordt naar een halletje waar een pop staat schoon te maken. Wat voor ruimte dit is, is niet echt duidelijk al heb je het idee dat het een douche of wc ruimte is. De plattegrond geeft geen uitsluitsel over de drie deuren die er zijn en blijkbaar nergens naar leiden. Het is ons eerste museumbezoek sinds corona en in de smalle gangetjes zijn veel bezoekers waardoor ik niet de neiging heb om lang te blijven staan. Vervolgens komen we bij de ruimte waar een Molukse woonruimte is nagemaakt.

De wooneenheid voor een Moluks gezin.
De wooneenheid voor een Moluks gezin.

Deze is vrij groot omdat er geen onderverdeling is gemaakt en deze daarom over de gehele breedte van de barak loopt. De deur naar buiten geeft de indruk dat iedereen een losse woonruimte had in plaats van kamers langs een centrale hal, zoals in veel barakken. Ook het ontbreken van een gezin met 6 kinderen geeft de ruimte iets kaals en afstandelijks. Naast de ruimte worden wel scenes nagespeeld door een Molukse toneelgroep (waarvan ik de naam jammer genoeg niet genoteerd heb) zodat je je voor kunt stellen hoe het was. Dit geeft het iets meer levendigheid, maar de schermpjes zijn klein en zwart wit. Het verbaasd me dat ze geen origineel beeldmateriaal hebben gebruikt. Dat moet toch te vinden zijn als je denkt aan een project als ‘Verloren Banden‘. We liepen door naar een klein filmzaaltje waar het verhaal van de treinkaping uit de doeken werd gedaan. Het was mij opgevallen dat het bordje bij de ingang hier ook al een opmerking over heeft. Nu is de treinkaping onderdeel van de Molukse geschiedenis en in dit blog schrijven wij daar ook over, maar ik vond het hier de aandacht wegnemen van de woonoorden zelf. Er is al niet veel ruimte om het Molukse verhaal te vertellen en ik vind dat terwijl we in een barak uit een woonoord staan dat verhaal eigenlijk niet goed naar voren komt.

We lopen verder terug door de keuken. Een vrouw zit sambal te maken in een vijzel, maar ook hier is het druk dus we lopen snel door. Aan de zijkant van een gangetje is een kelder met voorraad. Dat had ik niet gedacht, dat er kelders in de centrale barakken waren. Zo leer je toch nog wat. Het laatste deel is de beheerderswoning met het kantoor. Hier heet een sprekende pop, die de vrouw van de beheerder voorstelt, ons welkom. Het is een nette kamer, en het ziet er uit als een kamer van de middenklasse. Even later staan we weer buiten en lopen om de barak heen.

De Molukse barak met het naambord van kamp Lage Mierde.
De Molukse barak met het naambord van kamp Lage Mierde.

Zoals wel blijkt uit de tekst was ik een beetje teleurgesteld. De barak is te netjes en goed onderhouden. Daarnaast is de indeling zo anders dan ik opgemaakt heb uit de teksten die ik gelezen heb. Een collega die weet dat ik onderzoek doe naar de Molukse woonoorden en toevallig ook net het museum had bezocht, vroeg aan mij of de beheerder altijd in dezelfde barak als de Molukse bewoners gehuisvest was en dat de grootte van de Molukse woonruimte haar meeviel. Het publiek krijgt dus een verkeerde indruk van hoe het was. Daarnaast vind ik de nadruk op de treinkaping niet gepast. Men mist hier de kans om het onbekende verhaal van de woonoorden meer naar voren te brengen. Het is goed dat ik het gezien heb, maar ik had op een betere ervaring gehoopt.

Woonoord Onderlangs te Arnhem

Over sommige woonoorden is meer te vinden dan anderen. Onderlangs is er zo één waar je weinig van vindt. Online zoeken op het woord Onderlangs is bijna onmogelijk omdat er veel onderlangs gaat in het heuvelige Arnhem. Het kamp is ook maar kort in gebruik geweest voor Molukse bewoning. Tussen mei en september 1955 woonden hier vrijgezellen mannen. De lokatie is echter duidelijk omdat er wel foto’s zijn van het kamp. Herman Schonewille had mij er enkele gestuurd. De onderstaande foto is uit 1947 en laat het kamp goed zien.

Het kamp onderlangs in 1947 (foto via Herman Schonewille).
Het kamp onderlangs in 1947 (foto via Herman Schonewille).

Het gebouw rechtsboven staat er nog steeds, tijdens de Tweede Wereldoorlog zat daar de gevreesde Sicherheits Dienst. De bomen zijn echter flink gegroeid en alleen het puntje van de karakteristieke gevel is te zien. Het kamp heeft gediend als werkkamp van de DUW, voor gerepatrieerde mensen uit voormalig Nederlands Indië en Italiaanse gastarbeiders. In onze vorige blog over kamp Voorst, maakte we melding van studenten die daar woonde. Sommige van hen studeerden op de kunstacademie van Arnhem (toen op een andere lokatie) maar blijkbaar werd het kamp Onderlangs niet geschikt geacht voor deze studenten. Misschien dacht men dat de nabijheid van gezinnen hun beter zou helpen bij het houden van een geordend leven.

De lokatie van woonoord Onderlangs, nu kunstacademieArtez, met deels ondergrondse gebouwen
De lokatie van woonoord Onderlangs, nu kunstacademieArtez, met deels ondergrondse gebouwen

Wat de plek bijzonder maakt in Nederland is dat het onderaan een stuwwal ligt met de rivier de Rijn aan de andere kant. Het is de overgang van het ‘vlakke’ land naar de heuvels van de Veluwe. Op de lokatie van het woonoord staan nu de nieuwe gebouwen van de kunstacademie Artez die deels ondergronds gebouwd zijn. Zo zie je maar weer soms is de lokatie van een woonoord heel duidelijk ook al zijn er verder geen archeologische sporen, maar ontbreekt het aan aanvullende gegevens over het dagelijks leven in het kamp. Nu maar hopen dat de lezers van alles te vertellen hebben.

Er is al een eerste aanvulling gekomen door mevrouw Ellen Hitipeuw-Palyama. Zij heeft zelf als kind in Onderlangs gewoond met haar familie. Naast vrijgezellen woonden hier dus ook families.

Een Kamp in camouflage, Voorst te Teuge.

Inleiding

Na enkele weken pauze in de blog zijn we weer terug. In deze weken is er wel van alles gedaan en zijn er verschillende kampen in Gelderland bezocht. Nu is het weer tijd om verslag te doen. Kamp Voorst is een uniek kamp wat betreft huisvesting. De bebouwing lijkt op rustieke boerderijen, maar zijn eigenlijk bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. We konden jammer genoeg het terrein niet betreden. Een bordje met de naam Ambonstraat is nog een herinnering uit de tijd van het woonoord.

Het gebouw dat op een boerderij lijkt met de kantine en het ketelhuis in kamp Voorts te Teuge.
Het gebouw dat op een boerderij lijkt met de kantine en het ketelhuis in kamp Voorts te Teuge.

Het kamp

In 2003 verscheen er in de Kroniek van de Oudheidkundige Kring Voorst een artikel over de Molukse bewoning geschreven door H. Kleinjan, waarop een deel van dit artikel is gebaseerd. Op 10 mei 1951 kwamen er ongeveer 400 Molukkers aan in Teuge. Een deel van het complex was nog in gebruik door het Nederlandse leger, waardoor er nog de bekende sfeer van een kazerne hing. Het was dan ook een ordelijk kamp. Het kamp lag aan twee kanten van de Rijksstraatweg. De bewoning was aan de kant van de bunkerboerderijen er waren 11 barakken die om en nabij een voetbalveldje lagen. Aan de overkant langs de Fokkerstraat lagen het schooltje, de centrale keuken, de kliniek en in 1958 werd hier ook een kerk gebouwd. In de eerste jaren werden de kerkdiensten in het schooltje gehouden. De kerk was niet aangesloten op de verwarming en had enkele potkacheltjes. Langs de Fokkerstraat was nu een bouwterrein voor enkele huizen. De weg zal destijds minder druk zijn geweest, want nu moest je flink oppassen bij het oversteken. De paden op het kamp waren verhard en omringt door bomen. Er was sowieso veel groen in het kamp met struiken en fruitbomen, waarschijnlijk camouflage om de militaire activiteiten te verhullen.

Een bijeenkomst in het kamp Voorst. Achter de mevrouw rechts is duidelijk te zien hoe dik de muren van de hoofdgebouwen waren die als bunker ontworpen waren.
Een bijeenkomst in het kamp Voorst. Achter de mevrouw rechts is duidelijk te zien hoe dik de muren van de hoofdgebouwen waren die als bunker ontworpen waren (MHM F95-5078).

De barakken hadden twee verdiepingen en om iedereen te huisvesten werden ook delen van de tweede verdieping gebruikt. Deze waren echter niet geïsoleerd en daarom zeer koud s’winters. De meeste barakken hadden ingangen in de korte zijde en dan een lange gang met kamers aan weerszijde waar de gezinnen woonden. De kamers waren klein en hadden vaak dunne scheidingswandjes. In sommige barakken had men eigen toiletten, maar gewoonlijk ging het om gedeelde toiletten. De gemeenschappelijke wasruimte had alleen koud water. Er was een badgebouw met warm water, maar dat was alleen op donderdag en vrijdag open. Er was aan de buitenkant van dit gebouw wel een kraantje waar men warm water kon tappen. In het kamp was een centrale verwarming die vanuit het ketelhuis via ondergrondse buizen de rest van het kamp verwarmde. De beheerder woonde in een ruime woning met meerdere slaapkamers, warm water en een terras. Alles in het kamp werd door het Commissariaat AmbonezenZorg georganiseerd; wat er werd gegeten, wie er mocht werken of een cursus volgen, waar men kleren mocht kopen door middel van bonnen etc. en dit werd van alle bewoners bijgehouden. Er was dus grote controle waarbij veel dingen voor de Molukse bewoners bepaald werd. Men kreeg wel toestemming om kleine tuintjes aan te leggen om groente te verbouwen en kippen te houden.

Het straat bordje Ambonstraat bij de ingang van het kamp. De enige directe herinnering aan de Molukse bewoning.
Het straat bordje Ambonstraat bij de ingang van het kamp. De enige directe herinnering aan de Molukse bewoning.

Er werd veel gesport op het voetbalveldje en al snel ging men voetballen bij SC Teuge. Omdat men geen geld had, hoefde men geen contributie te betalen en deelde men schoenen die door het CAZ ter beschikking werden gesteld. In het eerste jaar dat de Molukse bewoners meevoetbalde werd SC Teuge meteen kampioen dat leidde tot verbroedering met de lokale bevolking. Daarnaast werd er veel kien gespeeld in het kamp met zelfgemaakte kaarten en steentjes of hoopjes zand om de nummers te bedekken. De nummers werden op muzikale en humoristische wijze afgeroepen wat voor veel hilariteit zorgde. De kinderen werden streng opgevoed met een militair karakter. Daarnaast hadden ze echter ook veel vrijheid en een groot terrein om te spelen. Ook al mocht het eigenlijk niet toch ging de kinderen vaak buiten het kamp de omgeving verkennen. Vanaf de derde klas lagere school ging men voor school naar Teuge waar men naar een openbare of christelijke school kon. De meeste kinderen gingen naar de christelijke school. De meeste kinderen kregen laag advies voor de middelbare school waarbij de meeste naar de huishoudschool of de Lagere Technische School gingen. De jongens eindigde veelal in de metaalindustrie en de meisjes werden ponstypisten bij de belastingdienst of Philips. Sommige lukte het echter om een hogere opleiding te voltooien en er woonde zelfs 11 studenten uit andere kampen die in de omgeving studeerden.

Het kamp bleef tot de begin jaren zeventig bewoond en de bewoners hadden gehoopt in Teuge te kunnen blijven. De meeste zouden echter naar Twello verhuizen. De bunkerboerderijen worden nu bewoond door de stichting Earth Awareness.