Klein Baal te Haalderen.

Niet vaak rij ik naar het eind van een snelweg. In mijn gedachten zijn snelwegen eindeloos maar bij Bemmel stopt de snelweg. Via kleine landweggetjes kom je bij een grote S-bocht nabij Haalderen. Hier lag kamp Klein Baal, nu een braakliggend terrein waar lange tijd kassen hadden gestaan. Klein Baal doet zijn eer aan en is een klein kamp dat in 1952 in gebruik wordt genomen. Veel info in deze blog komt uit een door Joop Verburg geschreven artikel in het Kringblad jaargang 13 nr. 1 van de Historische Kring Bemmel. Oorspronkelijk was het een DUW-kamp voor de wederopbouw van na de oorlog. De vloeren waren van beton en de opbouw kwam in onderdelen uit Zwitserland. De houten muren waren dubbelwandig met isolatiemateriaal, maar de daken waren niet geïsoleerd.

Luchtfoto van het Moluks woonoord Klein Baal te Haalderen (fotograaf onbekend).
Luchtfoto van het Moluks woonoord Klein Baal te Haalderen (fotograaf onbekend).

Bij de ingang van het kamp was de beheerderswoning met daarachter de centrale keuken en een kolenhok. De twee kleinere gebouwtjes daarachter zijn de wasruimtes waar douches in zaten. In de rechterbarakken woonden 2 gezinnen per gebouw. in de linkerbarakken een gezin en alleenstaanden. De woningen hadden een keukentje, toilet woonkamer en twee slaapkamers. Het lijkt erop dat men dus iets meer eigen ruimte had. De temperatuur binnen was echter moeilijk te regelen vanwege het dunne houten dak. Helemaal achter in het kamp was de kantine die ook dienst deed als kerk.

Een deel van de bewoners had eerst in andere kampen gezeten en waren vanwege drukte overgeplaatst naar Klein Baal. Er was ook een groep die pas laat naar Nederland waren gekomen. Zij hadden met Westerling gevochten en hadden als straf eerst in strafkamp Onrust bij Jakarta gezeten en daarna in Nieuw-Guinea voordat zij met een vliegtuig naar Nederland werden overgeplaatst.

Appel bij de RMS vlag in kamp Kleine Baal (foto: MHM F95-4206).
Appel bij de RMS vlag in kamp Klein Baal (foto: MHM F95-4206).

Veel van de mannen in het kamp werkte bij de Nederlandse Staalindustrie. Het was zwaar werk in ploegendienst waarbij het niet eenvoudig was om overdag te slapen in de barakken met kinderen en dunne tussenwandjes. Als in 1956 de zelfzorgmaatregel wordt aangekondigd gaan 60 tot 70 mannen uit het kamp staken. Dit nieuws haalt vele regionale en landelijke kranten na twee dagen keren zij weer terug aan naar het werk. De hoeveelheid mannen die staakte laat zien dat waarschijnlijk de meeste mannen op dat moment al buiten het kamp werkten.

Haalderen is een katholiek dorp en in het kamp was maar één katholiek gezin. Dit gezin ging in het dorp naar de kerk en school. De andere bewoners waren protestant en de kinderen werden per bus naar school gebracht in Bemmel.

Grada Hendriks verteld in het Kringblad dat zij als jong meisje van 14 regelmatig in het kamp kwam en daar de 13 jaar oudere Pieter Wattilete ontmoette. Zij was toen nog jong maar door de jaren bleven ze elkaar zien en toen in 1963 woningen voor de Molukse bewoners kwamen in Bemmel, trouwden zij. Grada was niet de enige Nederlandse vrouw die met een Molukse man trouwde. Ook Mientje Indenbosch ontmoette in Nijmegen op een muziekavond de muzikant Julianus Molle. Deze relatie had wat meer voeten in de aarde omdat Mientje katholiek was en Julianus protestants. De ouders van Mientje waren dan ook niet blij, maar zij zette door en trouwden in het kamp, waar zij ook gingen wonen.

De lokatie van het Molukse woonoord Kleine Baal te Haalderen in de zomer van 2021.
De lokatie van het Molukse woonoord Kleine Baal te Haalderen in de zomer van 2021.

In drie straten in Bemmel werden huizen voor de bewoners uit Klein Baal gebouwd. De meeste bewoners verhuisden hierna en in 1964 is het kamp gesloten. Op het moment van ons bezoek was Klein Baal een braak liggend terrein, waar net de sloopwerkzaamheden, van de kassen die daar enkele jaren hadden gestaan, afgerond waren. Zo te zien was er grondig opgeruimd en het leek dan ook niet dat er nog enige sporen van het oude kamp zichtbaar waren. Het kamp is verdwenen, maar de oud-bewoners zijn niet ver weg.

Blog nr 100: Snodenhoek te Elst

Dit is alweer blog nummer honderd op de website Moluks Erfgoed. We zijn blij dat onze blog zo gegroeid is in de jaren en dat vele lezers ons weten te vinden en de website verrijken met hun commentaar en vragen. Dit keer gaat het over een plek die nu een milieupark is. Vroeger was dit kamp Snodenhoek in Elst.

Man met kinderen in een tuin in woonoord Snodenhoek te Elst.
Man met kinderen in een tuin in woonoord Snodenhoek te Elst.

Het kamp was eerst als werkkamp en voor gerepatrieerde Indische mensen gebruikt. In 1951 kwamen hier 13 Molukse gezinnen wonen. Het kamp was voor hen ruim met 10 houten barakken. Later zouden er nog 11 gezinnen bijkomen en 27 alleenstaanden. De eerste berichten in verschillende kranten komen in september 1951. Er is dan van hogere hand besloten dat de mensen in de kampen zelf in de centrale keuken moeten gaan koken. De kok en een dienstmeisje worden ontslagen. De bewoners van Snodenhoek zijn het niet eens met de nieuwe regel. Zij willen best per gezin zelf koken, maar weigeren verplicht in de centrale keuken te werken. Zij voeren daar het mooie argument voor aan dat zij als Nederlandse burgers niet zomaar aangewezen kunnen worden voor gezamenlijk werk. Er wordt door de kampraad met de burgemeester gesproken die hun meedeelt dat zij zich aan de regels moeten houden en anders zelf de consequenties moeten dragen. Waarom men per se in de centrale keuken gezamenlijke maaltijden moet bereiden wordt niet duidelijk. Daarover schrijft men dat het om economische of andere redenen kan gaan. Kort gezegd, het is niet duidelijk waarom. Er wordt nog eens benadrukt dat de Molukse bewoners geen onbehoorlijk gedrag wordt toegeschreven. Toch wordt er één gezin gedwongen verhuisd. Men legt zich er bij neer. Dit moet een moeilijk moment zijn geweest omdat nu heel duidelijk is gemaakt dat men eigenlijk geen zeggenschap heeft over het eigen leven en hoe dit wordt ingericht.

De ingang van het woonoord Snodenhoek te Elst (foto: MHM FF0106).
De ingang van het woonoord Snodenhoek te Elst (foto: MHM FF0106).

In november 1953 komt de heer Manusama van de Molukse regering in ballingschap met enkele gediende naar Snodenhoek voor een bezoek. De RMS-vlag wappert. De bewoners wordt gevraagd als strijdmiddel vooral het gebed te gebruiken en zich voor de rest als een nette gast te gedragen zodat men respect verdient. Op deze manier hopen ze dat de Nederlandse regering hun bijstaat in de strijd voor een vrij Molukken. Er is een kerkdienst, dansvoorstelling en natuurlijk een feestelijk maal. De afvaardiging gaat daarna nog naar het nabijgelegen kamp Kleine Baal.

Over het algemeen is het rustig in kamp Snodenhoek, maar dat wil niet zeggen dat men alles maar over zich heen laat komen. Men is bereid actie te voeren als men dat nodig vindt. In 1956 als de zelfzorgregeling wordt ingevoerd, waarbij men verplicht een deel van het loon moet afstaan en men niet automatisch meer door de staat wordt onderhouden, wordt er dan ook door de mannen die in Arnhem werken gestaakt. Ook dit verzet zal niets opleveren. Het tijdelijk verblijf wordt steeds meer omgevormd tot een permanent verblijf en in november 1958 worden de 400 bewoners van Snodenhoek ingeschreven in de burgelijke stand van Elst. Administratief vallen zij nu onder de gemeentelijke bewoners. Het verlangen naar een eigen onafhankelijk Maluku blijft bestaan en in april van 1959 viert men dan ook grootst de proclamatie dag van een vrije Molukken.

Molukse kinderen in het woonoord Snodenhoek te Elst(foto: MHM F95-4415)
Molukse kinderen in het woonoord Snodenhoek te Elst(foto: MHM F95-4415)

In 1960 verlaat de beheerder Kalfsbeek en zijn vrouw het woonoord. Er vindt een ontroerend afscheid plaats waarbij duidelijk wordt dat de relatie tussen de bewoners en de beheerde in dit kamp zeer goed was. Het krantenbericht laat wel duidelijk zien hoe de verhoudingen gezien worden want de beheerder wordt omschreven als een vader die goed voor zijn kinderen heeft gezorgd. Men kan dit als een beleefdheidsvorm zien, maar ik vindt dat toch wat vreemd als men bedenkt dat de bewoners volwassen ex-KNIL militairen zijn met hun gezinnen. De koloniale paternalistische houding van de Nederlanders komt hier wel heel letterlijk naar voren. Tijdens het afscheid wordt er al melding gemaakt van de bouw van dertig woningen voor Molukse gezinnen in Elst. In 1963 zal men werkelijk beginnen met het verhuizen naar deze Molukse wijk in Elst. Het kamp lijkt dan leeg te zijn, maar in 1970 staat er toch nog een bericht in de krant die doet vermoeden dat het kamp dan nog steeds in gebruik is. Het politiebureau in Elst wordt in brand gestoken en getuigen hebben bruine mensen zien weglopen. De politie zegt echter altijd een goede verstandhouding te hebben gehad met de bewoners en gelooft niet dat zij dit gedaan hebben. Op het moment van de brand was er wel een Molukse bruiloft gaande in Snodenhoek waarbij 400 gasten ook van buiten Elst aanwezig waren. Blijkbaar werd het kamp dus nog gebruikt. Wie de brand gesticht heeft wordt niet duidelijk.

De huidige lokatie van woonoord Snodenhoek te Elst, waar nu gemeentewerf is.
De huidige lokatie van woonoord Snodenhoek te Elst, waar nu een gemeentewerf is.

Zo als in veel gevallen is het einde van het kamp dus niet zo duidelijk. Wat wel duidelijk is is dat er nu niets meer van over is. In de regen, achter gesloten hekken was het een beetje trieste plek. En dan te bedenken dat hier vele jaren mensen hebben gewoond en dat hier eens grote feesten hebben plaatsgevonden.

De barak in het Nederlands Openlucht Museum te Arnhem

Al heel lang had ik de wens om naar het openluchtmuseum in Arnhem te gaan. Ik was altijd al nieuwsgierig naar het museum op zich en aangezien daar een Molukse barak staat, kon een bezoek niet uitblijven. Dat het er echt van moest komen werd alleen maar duidelijker nadat we in Lage Mierde waren geweest waar de barak oorspronkelijk vandaan komt. We waren aan het kamperen in de buurt en hadden niet veel tijd in het museum dus liepen we rechtstreeks naar de barak. De rest zou later wel komen.

De Molukse barak uit Lage Mierde in het Nederlands Openlucht Museum.
De Molukse barak uit Lage Mierde in het Nederlands Openlucht Museum.

Tussen alle met riet bedekte boerderijen springt de barak er uit. Strak in de lak alsof de barak net nieuw is. Dit doet meteen een beetje af aan de sfeer, terwijl de boerderijen waar we langs liepen nog een rommelige indruk maken, lijken we hier wel in een aangeharkt parkje te stappen. Een zonnige opgeruimde plek met bloemetjes rondom. Ik kan de verhalen in mijn hoofd van tochtige slecht onderhouden barakken in de woonoorden niet goed rijmen met de glimmende barak waar ik naar sta te kijken.

De stapelpannen (rantang) waarmee men het eten uit de centrale keukens haalde in het woonoord.
De stapelpannen (rantang) waarmee men het eten uit de centrale keukens haalde in het woonoord.

Bij de ingang stonden enkele rantangs waar men in de woonoorden het eten voor de familie ophaalde uit de centrale keuken. Als je de barak instap sta je ook gelijk in die centrale keuken. Deze is ingericht met kasten en planken waarop de potten en pannen staan. Daarnaast staan er twee grote fornuizen. De barak is zo ingedeeld dat de bezoeker eigenlijk meteen uit de keuken geleid wordt naar een halletje waar een pop staat schoon te maken. Wat voor ruimte dit is, is niet echt duidelijk al heb je het idee dat het een douche of wc ruimte is. De plattegrond geeft geen uitsluitsel over de drie deuren die er zijn en blijkbaar nergens naar leiden. Het is ons eerste museumbezoek sinds corona en in de smalle gangetjes zijn veel bezoekers waardoor ik niet de neiging heb om lang te blijven staan. Vervolgens komen we bij de ruimte waar een Molukse woonruimte is nagemaakt.

De wooneenheid voor een Moluks gezin.
De wooneenheid voor een Moluks gezin.

Deze is vrij groot omdat er geen onderverdeling is gemaakt en deze daarom over de gehele breedte van de barak loopt. De deur naar buiten geeft de indruk dat iedereen een losse woonruimte had in plaats van kamers langs een centrale hal, zoals in veel barakken. Ook het ontbreken van een gezin met 6 kinderen geeft de ruimte iets kaals en afstandelijks. Naast de ruimte worden wel scenes nagespeeld door een Molukse toneelgroep (waarvan ik de naam jammer genoeg niet genoteerd heb) zodat je je voor kunt stellen hoe het was. Dit geeft het iets meer levendigheid, maar de schermpjes zijn klein en zwart wit. Het verbaasd me dat ze geen origineel beeldmateriaal hebben gebruikt. Dat moet toch te vinden zijn als je denkt aan een project als ‘Verloren Banden‘. We liepen door naar een klein filmzaaltje waar het verhaal van de treinkaping uit de doeken werd gedaan. Het was mij opgevallen dat het bordje bij de ingang hier ook al een opmerking over heeft. Nu is de treinkaping onderdeel van de Molukse geschiedenis en in dit blog schrijven wij daar ook over, maar ik vond het hier de aandacht wegnemen van de woonoorden zelf. Er is al niet veel ruimte om het Molukse verhaal te vertellen en ik vind dat terwijl we in een barak uit een woonoord staan dat verhaal eigenlijk niet goed naar voren komt.

We lopen verder terug door de keuken. Een vrouw zit sambal te maken in een vijzel, maar ook hier is het druk dus we lopen snel door. Aan de zijkant van een gangetje is een kelder met voorraad. Dat had ik niet gedacht, dat er kelders in de centrale barakken waren. Zo leer je toch nog wat. Het laatste deel is de beheerderswoning met het kantoor. Hier heet een sprekende pop, die de vrouw van de beheerder voorstelt, ons welkom. Het is een nette kamer, en het ziet er uit als een kamer van de middenklasse. Even later staan we weer buiten en lopen om de barak heen.

De Molukse barak met het naambord van kamp Lage Mierde.
De Molukse barak met het naambord van kamp Lage Mierde.

Zoals wel blijkt uit de tekst was ik een beetje teleurgesteld. De barak is te netjes en goed onderhouden. Daarnaast is de indeling zo anders dan ik opgemaakt heb uit de teksten die ik gelezen heb. Een collega die weet dat ik onderzoek doe naar de Molukse woonoorden en toevallig ook net het museum had bezocht, vroeg aan mij of de beheerder altijd in dezelfde barak als de Molukse bewoners gehuisvest was en dat de grootte van de Molukse woonruimte haar meeviel. Het publiek krijgt dus een verkeerde indruk van hoe het was. Daarnaast vind ik de nadruk op de treinkaping niet gepast. Men mist hier de kans om het onbekende verhaal van de woonoorden meer naar voren te brengen. Het is goed dat ik het gezien heb, maar ik had op een betere ervaring gehoopt.

Woonoord Onderlangs te Arnhem

Over sommige woonoorden is meer te vinden dan anderen. Onderlangs is er zo één waar je weinig van vindt. Online zoeken op het woord Onderlangs is bijna onmogelijk omdat er veel onderlangs gaat in het heuvelige Arnhem. Het kamp is ook maar kort in gebruik geweest voor Molukse bewoning. Tussen mei en september 1955 woonden hier vrijgezellen mannen. De lokatie is echter duidelijk omdat er wel foto’s zijn van het kamp. Herman Schonewille had mij er enkele gestuurd. De onderstaande foto is uit 1947 en laat het kamp goed zien.

Het kamp onderlangs in 1947 (foto via Herman Schonewille).
Het kamp onderlangs in 1947 (foto via Herman Schonewille).

Het gebouw rechtsboven staat er nog steeds, tijdens de Tweede Wereldoorlog zat daar de gevreesde Sicherheits Dienst. De bomen zijn echter flink gegroeid en alleen het puntje van de karakteristieke gevel is te zien. Het kamp heeft gediend als werkkamp van de DUW, voor gerepatrieerde mensen uit voormalig Nederlands Indië en Italiaanse gastarbeiders. In onze vorige blog over kamp Voorst, maakte we melding van studenten die daar woonde. Sommige van hen studeerden op de kunstacademie van Arnhem (toen op een andere lokatie) maar blijkbaar werd het kamp Onderlangs niet geschikt geacht voor deze studenten. Misschien dacht men dat de nabijheid van gezinnen hun beter zou helpen bij het houden van een geordend leven.

De lokatie van woonoord Onderlangs, nu kunstacademieArtez, met deels ondergrondse gebouwen
De lokatie van woonoord Onderlangs, nu kunstacademieArtez, met deels ondergrondse gebouwen

Wat de plek bijzonder maakt in Nederland is dat het onderaan een stuwwal ligt met de rivier de Rijn aan de andere kant. Het is de overgang van het ‘vlakke’ land naar de heuvels van de Veluwe. Op de lokatie van het woonoord staan nu de nieuwe gebouwen van de kunstacademie Artez die deels ondergronds gebouwd zijn. Zo zie je maar weer soms is de lokatie van een woonoord heel duidelijk ook al zijn er verder geen archeologische sporen, maar ontbreekt het aan aanvullende gegevens over het dagelijks leven in het kamp. Nu maar hopen dat de lezers van alles te vertellen hebben.

Er is al een eerste aanvulling gekomen door mevrouw Ellen Hitipeuw-Palyama. Zij heeft zelf als kind in Onderlangs gewoond met haar familie. Naast vrijgezellen woonden hier dus ook families.

Een Kamp in camouflage, Voorst te Teuge.

Inleiding

Na enkele weken pauze in de blog zijn we weer terug. In deze weken is er wel van alles gedaan en zijn er verschillende kampen in Gelderland bezocht. Nu is het weer tijd om verslag te doen. Kamp Voorst is een uniek kamp wat betreft huisvesting. De bebouwing lijkt op rustieke boerderijen, maar zijn eigenlijk bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. We konden jammer genoeg het terrein niet betreden. Een bordje met de naam Ambonstraat is nog een herinnering uit de tijd van het woonoord.

Het gebouw dat op een boerderij lijkt met de kantine en het ketelhuis in kamp Voorts te Teuge.
Het gebouw dat op een boerderij lijkt met de kantine en het ketelhuis in kamp Voorts te Teuge.

Het kamp

In 2003 verscheen er in de Kroniek van de Oudheidkundige Kring Voorst een artikel over de Molukse bewoning geschreven door H. Kleinjan, waarop een deel van dit artikel is gebaseerd. Op 10 mei 1951 kwamen er ongeveer 400 Molukkers aan in Teuge. Een deel van het complex was nog in gebruik door het Nederlandse leger, waardoor er nog de bekende sfeer van een kazerne hing. Het was dan ook een ordelijk kamp. Het kamp lag aan twee kanten van de Rijksstraatweg. De bewoning was aan de kant van de bunkerboerderijen er waren 11 barakken die om en nabij een voetbalveldje lagen. Aan de overkant langs de Fokkerstraat lagen het schooltje, de centrale keuken, de kliniek en in 1958 werd hier ook een kerk gebouwd. In de eerste jaren werden de kerkdiensten in het schooltje gehouden. De kerk was niet aangesloten op de verwarming en had enkele potkacheltjes. Langs de Fokkerstraat was nu een bouwterrein voor enkele huizen. De weg zal destijds minder druk zijn geweest, want nu moest je flink oppassen bij het oversteken. De paden op het kamp waren verhard en omringt door bomen. Er was sowieso veel groen in het kamp met struiken en fruitbomen, waarschijnlijk camouflage om de militaire activiteiten te verhullen.

Een bijeenkomst in het kamp Voorst. Achter de mevrouw rechts is duidelijk te zien hoe dik de muren van de hoofdgebouwen waren die als bunker ontworpen waren.
Een bijeenkomst in het kamp Voorst. Achter de mevrouw rechts is duidelijk te zien hoe dik de muren van de hoofdgebouwen waren die als bunker ontworpen waren (MHM F95-5078).

De barakken hadden twee verdiepingen en om iedereen te huisvesten werden ook delen van de tweede verdieping gebruikt. Deze waren echter niet geïsoleerd en daarom zeer koud s’winters. De meeste barakken hadden ingangen in de korte zijde en dan een lange gang met kamers aan weerszijde waar de gezinnen woonden. De kamers waren klein en hadden vaak dunne scheidingswandjes. In sommige barakken had men eigen toiletten, maar gewoonlijk ging het om gedeelde toiletten. De gemeenschappelijke wasruimte had alleen koud water. Er was een badgebouw met warm water, maar dat was alleen op donderdag en vrijdag open. Er was aan de buitenkant van dit gebouw wel een kraantje waar men warm water kon tappen. In het kamp was een centrale verwarming die vanuit het ketelhuis via ondergrondse buizen de rest van het kamp verwarmde. De beheerder woonde in een ruime woning met meerdere slaapkamers, warm water en een terras. Alles in het kamp werd door het Commissariaat AmbonezenZorg georganiseerd; wat er werd gegeten, wie er mocht werken of een cursus volgen, waar men kleren mocht kopen door middel van bonnen etc. en dit werd van alle bewoners bijgehouden. Er was dus grote controle waarbij veel dingen voor de Molukse bewoners bepaald werd. Men kreeg wel toestemming om kleine tuintjes aan te leggen om groente te verbouwen en kippen te houden.

Het straat bordje Ambonstraat bij de ingang van het kamp. De enige directe herinnering aan de Molukse bewoning.
Het straat bordje Ambonstraat bij de ingang van het kamp. De enige directe herinnering aan de Molukse bewoning.

Er werd veel gesport op het voetbalveldje en al snel ging men voetballen bij SC Teuge. Omdat men geen geld had, hoefde men geen contributie te betalen en deelde men schoenen die door het CAZ ter beschikking werden gesteld. In het eerste jaar dat de Molukse bewoners meevoetbalde werd SC Teuge meteen kampioen dat leidde tot verbroedering met de lokale bevolking. Daarnaast werd er veel kien gespeeld in het kamp met zelfgemaakte kaarten en steentjes of hoopjes zand om de nummers te bedekken. De nummers werden op muzikale en humoristische wijze afgeroepen wat voor veel hilariteit zorgde. De kinderen werden streng opgevoed met een militair karakter. Daarnaast hadden ze echter ook veel vrijheid en een groot terrein om te spelen. Ook al mocht het eigenlijk niet toch ging de kinderen vaak buiten het kamp de omgeving verkennen. Vanaf de derde klas lagere school ging men voor school naar Teuge waar men naar een openbare of christelijke school kon. De meeste kinderen gingen naar de christelijke school. De meeste kinderen kregen laag advies voor de middelbare school waarbij de meeste naar de huishoudschool of de Lagere Technische School gingen. De jongens eindigde veelal in de metaalindustrie en de meisjes werden ponstypisten bij de belastingdienst of Philips. Sommige lukte het echter om een hogere opleiding te voltooien en er woonde zelfs 11 studenten uit andere kampen die in de omgeving studeerden.

Het kamp bleef tot de begin jaren zeventig bewoond en de bewoners hadden gehoopt in Teuge te kunnen blijven. De meeste zouden echter naar Twello verhuizen. De bunkerboerderijen worden nu bewoond door de stichting Earth Awareness.