Gesprek bij de Rijksdienst – verslag

Met vier ondertekenaars van de brief aanwezig (Nanneke Wigard, marjolijn kok, Riemer Knoop en Jobbe Wijnen) hebben we 2 mei overleg gevoerd met Monique Eerden en Ben de Vries van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De verkenning herinneringserfgoed is immers gestart.

Onze insteek is om de locatie De Punt beschermd rijksmonument te maken, zodat de plek en de sporen van het verleden behouden blijven en een rol kunnen spelen bij de herinnering, of de maatschappelijke discussie over een lastig verleden.

De insteek van de rijksdienst is op dit moment nog anders, omdat het voor de verkenning er vooral om gaat te onderscheiden wat voor soorten herinneringserfgoed er zijn en hoe daar mee kan worden omgegaan. Eventueel aanwijzen komt later pas. Het gesprek bestond uit een openhartig uitwisselen van visies en dat was inspirerend. Vooral het gesprek over dat herinneringserfgoed en monumenten soms meer een platform vormen voor maatschappelijk debat dan dat het objecten zijn met eeuwigheidswaarde leverde een geanimeerd gesprek op. Wij gaan er als ondertekenaars voor staan dat dit onderwerp en de bescherming van De Punt als rijksmonument op de agenda blijft.

Verkenning bij de RCE is gestart

Goed nieuws! De monumentaanvraag voor de Punt die we vorig jaar hebben ingediend bij de minister krijgt nu opvolging bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
De contactpersoon heeft laten weten dat de verkenning ‘herdenkingserfgoed’ is gestart en we hebben een uitnodiging voor een gesprek in Amersfoort ontvangen. We gaan er heen samen met Museum Maluku, dat een van de mede-ondertekenaars was.
Dit is een begin. De uitkomst is er dan nog lang niet, maar we zullen de voortgang zeker hier vermelden.

Woonoord Serooskerke

Kamp Serooskerke ligt aan de Oostkapelseweg in Serooskerke, gemeente Veere en was één van de voormalige DUW kampen die in 1951 in Moluks gebruik kwam. Het kamp is al decennia een vakantiepark, nu onder de naam Stee aan Zee. De eigenaresse was zo vriendelijk ons toegang tot het terrein te verlenen. Ze vertelde dat er nog regelmatig Molukse families komen kijken naar hun oude woonoord.

P1050376_klAl snel blijkt uit het onderzoek twee dingen. Enerzijds zijn de originele barakken niet meer aanwezig. Anderzijds lijkt de opzet van kamp wel behouden. Het vakantiepark lijkt nog steeds in vorm op een woonoord, als lijkt het er op dat niet op alle plaatsen gebouwen terug gekomen zijn. Het zou kunnen dan voor een deel van de gebouwen die er nu staan de oude fundamenten zijn hergebruikt. Aan de noordzijde van de appelplaats – nu speeltuin en grasveld – staat een duidelijk oudere basis voor een vlaggenmast. Zou deze nog origineel kunnen zijn? De eigenaresse gaf aan dat toen zij op deze plek het vakantiepark overnamen, het al een vakantiepark was en er toen al geen originele barakken meer waren.

Van het woonoord hebben we een 360 tour gemaakt. Die kan je vinden onder deze link: https://roundme.com/tour/252373/view/744121

Serooskerke_Topotijdreis 1968
Kamp Serooskerke in 1968 (topotijdreis.nl)

P1050377_kl

Woonoord Kruiningen I en II

De meeste Molukse woonoorden in Zeeland zijn hergebruikte barakkenkampen van de DUW (Dienst Uitvoering van Werken), een dienst die werklozen inzette bij het herstellen van oorlogsschade. Woonoord Kruiningen I en II hebben echter een andere oorsprong: ze zijn na de watersnoodramp door het Zwitserse Rode Kruis aan Nederland geschonken voor de huisvesting van dijkwerkers.

De kampen liggen langs de Zouteweg (Kruiningen I) en de Wilgenweg (Kruiningen II), in de ruimte tussen de dorpskernen van Hansweert, Schore en Kruiningen, een paar honderd meter van elkaar vandaan net ten oosten van het toenmalige Kanaal door Zuid-Beveland. Nadat in de negentiger jaren dit kanaal werd verbreed en ter hoogte van Hansweert iets verlegd in oostelijke richting, werden hierbij de laatste barakken van Kruiningen II geofferd voor de aanleg van de Kanaaldijk. Een halve barak resteerde die door een boer in gebruik werd genomen.

De kampen waren van oktober 1954 tot respectievelijk maart 1960 en juli 1963 in gebruik en bestonden uit 11 of 12 barakken, waarvan in beide kampen eentje van steen en de rest van hout. Deze waren om een middenterrein gegroepeerd en bestonden uit gezinsbarakken en een aantal barakken voor gemeenschappelijke voorzieningen zoals de keuken, kerk, een schooltje en kantine.

Na sluiting van de kampen blijven de barakken tot 1971 zichtbaar op topografische kaarten. Dan worden de meeste barakken afgebroken. Van Kruiningen I resteert alleen de stenen keukenbarak, tot op de dag van vandaag. Van Kruiningen II blijven 7 barakken staan die op de topografische kaart van 1995 verdwenen blijken te zijn door de verlegging van het kanaal. Een halve barak resteert; in 1998 verdwijnt ook deze halve barak van de kaart.

mini-IMG_20180127_163959175_HDR
Restant van de barak in Kruiningen. De barak werd op dat moment gesloopt (foto Ivar Schute, januari 2018)

Bij onze veldinspectie op 27 januari 2017 blijkt dat laatste niet helemaal te kloppen. Die halve barak staat er deels nog. Deels, omdat op het moment van ons bezoek(!) deze barak gesloopt wordt (foto). Op het terrein huizen een zwart varken, kippen en schapen. De barak deed waarschijnlijk dienst als schuur, maar is mogelijk bij de laatste januaristorm beschadigd geraakt en wordt nu afgebroken. De betonnen grondplaat is goed zichtbaar, een wand staat nog overeind. Bijzonder is te zien dat de sloot langs de kanaaldijk de betonnen grondplaat letterlijk door midden snijdt. Bij de realisatie van het kanaal is zo een halve barak blijven staan.

In Kruiningen I, heden ten dage een boomgaard, staat de bakstenen keukenbarak nog steeds overeind, deels overwoekerd. Er ligt provisorisch een golfplaten dak over het originele(?) dak. Ook de goten lijken nieuw. Voor de rest is alles vervallen (foto). Het is een bakstenen structuur met aan een lange zijde drie deuren, waarvan eentje een schuurdeur. Binnen staat dan ook een kleine tractor. In de tweede kleinere ruimte, is weinig te zien, behalve graffiti. Onduidelijk wat precies. In de grotere kamer staan behalve de tractor wat stoelen, mogelijk wordt de oorspronkelijke keukenbarak gebruikt als kantine voor seizoenarbeiders.

Grijpskerke

 

Zaterdag 27 januari gingen we met ‘team woonoorden’ naar Zeeland. Onze eerste stop was de straat Garijp in Grijpskerke. Hier lag vroeger het Moluks woonoord Grijpskerke. De nabij woonachtige regio-archeoloog van Zeeuws Vlaanderen Nathalie Visser ontmoette ons bij de molen. Nathalie had wat geprinte foto’s van het woonoord meegenomen. Gezamenlijk liepen we naar het voormalige woonoord.

MUMA_F95_1701_RMS_herdenking_Grijpskerke_25_aug_1951

Foto MHM archiefnummer: F95_1701.

En om eerlijk te zijn, niets zag er nog uit zoals in de tijd van het woonoord, zelfs het uitzicht op de molen was veranderd. Waar de gebouwen van het kamp geheel verdwenen zijn onder luxe woonhuizen uit 1998, is ook de ernaast gelegen molen flink opgeknapt met nieuwe wieken en een nieuwe molenaarswoning.

BAT_1215

Alleen vanuit de lucht kun je er nog iets herkennen als je de juiste voorkennis hebt. Het middenterrein van het kamp is namelijk nog herkenbaar in het stratenpatroon van Garijp. Van de vlaggenmast die er ooit stond, is echter niets meer te zien. De zes huizen linksonder staan in ongeveer dezelfde formatie als de barakken van het woonoord. Aan de rechterzijde is het huis echter schuin geplaatst terwijl daar vroeger twee barakken hebben gestaan die de afsluiting van een rechthoek vormde.

Screen Shot 2018-02-03 at 21.37.13
Google maps januari 2018

Het woonoord Grijpskerke was net als andere kleine kampen nog geen jaar in gebruik van juni 1951 tot mei 1952. Er waren acht houten barakken met daarvoor bestrating rondom een grasveld met vlaggenmast. Het woonoord lag buiten het dorp. Er woonden 103 Molukkers met een protestantse achtergrond. Zij waren met andere Molukkers met de boot Kota Inten vanuit Tanjung Priok vertrokken. Alle passagiers van de boot werden in Walcheren in woonoorden geplaatst.¹

BAT_1199

Een lokale bewoner bij de molen, wist niet dat er een Moluks woonoord achter zijn huis was geweest. Wel kon hij vertellen dat er een houtfabriek had gestaan. Of dit bedrijf gevestigd was in de oude barakken, was niet bekend.

topotijdreis_1962_grijpskerke
Locatie woonoord Grijpskerke (midden in afbeelding) 1962.

Bron

¹ Smeets, H. en C. Nanuruw 2009. Molukkers in Zeeland 1951-2009, p.31.

Koudekerke

Op 27 januari bezocht het woonoorden team voormalig woonoord Koudekerke (1951-1962+). We willen  allereerst de eigenaresse hartelijk danken voor haar tijd en toestemming om foto’s te maken.

Eerste indrukken

Het voormalig woonoord Koudekerke is gelegen in de hoek van de Vlissingsestraat en de Koksweg, op 100 m afstand van de huidige bebouwingsgrens van het dorp. Op dit moment  zit er vakantiehuisjespark Broedershoek (Koksweg 1). De parkeerplaats van dit park is aan de westzijde, pal naast een aantal zeer nieuw uitziende vakantiehuisjes. De nieuwigheid spat er zo vanaf dat even de verwachting op kwam dat er van het woonoord nog weinig origineel was.

Koudekerke_Plattegrond
Woonoord Koudekerke, Google Earth 2018.

Maar bij het betreden van het oorspronkelijke woonoord verdween die gedachte direct. Snel is duidelijk dat van de 8 gebouwen rond een speeltuintje een groot deel wel origineel is. De barakken bestaan uit wanden van betonnen pijlers waar tussen betonplaten zijn geschoven met daarop een zadeldak bekleed met dakleer. Van de twee barakken in de noordwestelijke hoek (1 & 2) zijn de gevels gedeeltelijk recent betimmerd met planken afwerking, maar daaronder zit nog de originele betonnen wand. Barak nummer 3 lijkt zelfs geheel origineel met mogelijk originele klinkerbestrating er voor.

Daar tegenover aan de andere kant van de speeltuin staat een wat groter gemetseld bouwwerk (5). De barak aan de oostzijde , tegen de Vlissingsestraat, is niet meer aanwezig. Er staat een nieuw gebouw (4). Een blik door het raam van de beheerderswoning laat zien dat daar een kachel staat die zo uit de jaren 50 zou kunnen stammen. Dit geeft het vermoeden dat deze barak ook aan de binnenzijde nog deel in de toestand van 1951-1960 kan zijn.

Gesprek met de eigenaresse

Na een druk op de bel van de receptie komt de (vermoedelijke) eigenaresse van de Broedershoek naar ons toe en is zeer bereid uitleg te geven. Ze kent het woonoord al vanaf haar jeugd, omdat haar familie al drie generaties eigenaar is van het perceel, dus al lang voor dat de Molukkers arriveerden. “Zoals je het nu ziet, zie je het niet weer”, merkt ze op, “want dit jaar gaan we ook de laatste barak renoveren.” Mevrouw wijst daarbij op de barak 4 die volgens haar de voormalige woning van de beheerder was. De grotere gemetselde barak diende als kerkbarak. Mevrouw laat graag ook een van de huisjes in barak 1 zien, de langste barak op het terrein. “Het interieur is vernieuwd en er zijn wat muren weggebroken. Wat nu de badkamer is, was vroeger het keukentje. Dat zat er origineel niet in.” Mevrouw doelt op de keukentjes die bij de invoering van de zelfzorg aan de barakken zijn gebouwd. Mevrouw gaf aan het woonoord in haar jeugd goed te kennen en ook wel te komen, maar er niet bijzonder veel te spelen. Wel had ze Molukse kinderen op school en kent ze ook veel Molukkers nu nog. Er komen nog altijd mensen langs, of huren een huisje die haar vertellen dat het “hier in Nederland voor hen begonnen is”.  We vragen of we ook in de Kerkbarak kunnen kijken, maar dit gaat niet omdat deze die dag is verhuurd.

Verdere gedachten

Koudekerke_Topotijdreis_1963
Plattegrond op kaart van 1963

In bronnen is te vinden dat het kamp oorspronkelijk een kamp was van de Dienst Uitvoering Werken (DUW) kort na de Tweede Wereldoorlog aangelegd ten behoeve van de drooglegging van Walcheren. In 1951 kwamen de Molukse gezinnen.¹  Tien gezinnen weigerden in de jaren 60 nog lang te verhuizen naar Molukse wijken. Dit zou de reden zijn dat de Molukse wijk in Koudekerke een van de kleinste van Nederland is, omdat alleen die laatste tien gezinnen daar naar toe zijn verhuisd.² Afgaande op de keukentjes achter barak 1 en 2  rijst het vermoeden dat deze en de gesloopte barak 5 de bewoonde barakken waren. Barak 6 was de kerk en de functie van de huisjes 6 en 7 is dan niet duidelijk. Op de historische topografische kaart zijn in 1963 nog twee lange – vermoedelijk houten – barakken te zien. Deze zijn niet meer aanwezig. Na het vertrek van de Molukkers in 1962 en daarna, begon de eigenaar het vakantiepark Broedershoek. De laatste tien Molukse gezinnen verhuisden naar de Cittershillsingel in Koudekerke. De wijk kent nog steeds een actieve Molukse wijkraad.

Conclusie

Het kamp Koudekerke is nog zeer authentiek en heeft nog steeds de beleving van een woonoord. Wel gaat deze uitstraling op korte termijn weer veranderen omdat de nog zeer origineel ogende beheerderswoning dit jaar wordt gerenoveerd.

360-graden foto’s

Zien hoe het woonoord Koudekerke er uit zag in 2018? Kijk dan de 360-tour. (klik op de link)

screenshot-2018-1-31-home.jpg
Website ‘Broedershoek’ met luchtfoto. Op de achtergrond nog net het oorspronkelijke woonoord met barak 1. De huisjes op de voorgrond zijn recent.

 

Het veldbezoek vond plaats op 27 januari 2018
Met dank aan Marjolijn Kok en Ivar Schute voor het verzamelen van de historische data in deze tekst.

Voetnoten

¹ ‘Tijdelijk verblijf’ Smeets en Manuhutu, 1991
² https://www.koudekerke-dishoek.nl/organisatie/werk-groep-molukse-wijkraad-koudekerke/95/

Congres bij de UvA

Vorige week mocht ik het project presenteren op het congres ‘Materiality of Postcolonial Memory‘ bij de Universiteit van Amsterdam. Een congres dat primair ging over wat we aanmoeten met het erfgoed van ons koloniale verleden. De sporen van Molukkers in Nederland zou je in dit licht kunnen zien.

Het was spannend ons project in een wetenschappelijke setting te presenteren, je weet van tevoren niet hoe het gaat vallen. Gelukkig bleek de zaal zeer enthousiast. “Ga hier hoe dan ook mee door!”, was de kern van de opmerkingen. Dat ook andere presentaties op dit congres de Molukse geschiedenis aanhaalden, geeft aan dat het onderwerp absoluut aan belang wint in academische kringen.

Wat viel me verder op? Nou, vooral dat ik me daar een archeoloog omringd door antropologen voelde. Je zou zeggen ‘wetenschap is wetenschap’, maar toch zijn er echt grote verschillen in aanpak. De meest opvallende is dat antropologen op dit congres weliswaar over materialiteit spreken – oftewel ‘materiële dingen’ –  maar vervolgens hoofdzakelijk praten over de ‘betekenis’ van dat ding, kortom taal. Het besproken object kwam soms nauwelijks nog  in beeld. Als archeoloog doe je dat andersom, je begint altijd met uitvoerig stil te staan bij het object – in ons geval bijvoorbeeld de sporen van de woonoorden – en dan komt de betekenis. Een wezenlijk verschil, waar archeologen en antropologen elkaar al decennia over in de haren vliegen (zie Hamilakis, 2011).

Wat betreft die woonoorden: in januari hebben we met een clubje mensen afgesproken om wat woonoorden te gaan bekijken. Het resultaat wordt op deze site vermeld!

Oja, en de monumentenaanvraag? We hebben net bericht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed dat ze het een en ander in januari echt in gang gaan zetten.

Voor nu goede feestdagen.

 

 

Y. Hamilakis, 2011. Archaeological Ethnography: A Multitemporal Meeting Ground for Archaeology and Anthropology. Annu. Rev. Anthropol. 2011. 40:399–414

Woonoord Donzel

Langzaam maar zeker groeit het project. Steeds vaker krijgen we / krijg ik bericht van mensen die zich betrokken voelen, of samen op pad willen. In het najaar willen we met een stel archeologen de overblijfselen van voormalige woonoorden in Zeeland bekijken en ook afgelopen zaterdag gingen we op pad. Woonoord Lunetten (Vught) en Donzel (Nistelrode) stonden op het programma. Lunetten is natuurlijk nu een nog steeds bewoonde Molukse wijk, maar van Donzel zou niets meer te zien zijn. Het is vandaag de dag een golfbaan.

P1040651_crop
Een foto van woonoord Donzel met de haag in 1960.

Toch bleek dat niet geheel correct. Er was niet veel tijd voor nodig om te ontdekken dat er nog zeker één spoor van het voormalig woonoord aanwezig is, tenminste als onze informatie klopt: aan de westelijke rand van het golfterrein staat nog een beukenhaag waarachter eens de kerkbarak gestaan zou hebben. Direct daarachter staat nog één verloren betonnen paaltje van een oude nutsleiding. Het woonoord Donzel is dus niet helemaal weg! Wie er oog voor heeft kan het vinden!

Met dit bezoek aan Donzel lijkt het project Moluks Erfgoed een nieuwe richting in te slaan. Als conflictarcheoloog is mijn eerste focus de acties geweest, desondanks stond al vast dat deze alleen te begrijpen zijn in het licht van de hele Molukse geschiedenis in Nederland en dat dus ook de gehele materiële cultuur, van schip, naar woonoord, naar wijken, een rol speelt. Mede geïnspireerd door de titel van de lezing van Fridus Steijlen op de bijeenkomst vandaag van het Moluks Historisch Museum ‘Geluk, lot en vooral veerkracht‘  (Bronbeek – de week van het koloniale verleden – ik ga er zo naar toe) vraag ik me af voor WIE het erfgoed eigenlijk de grootste betekenis heeft? Het zijn misschien wel de ‘witte Hollanders’ voor wie het erfgoed van de acties het grootste belang heeft, want ‘wij’ als Nederlanders schieten generiek te kort de achtergrond van de acties de juiste betekenis toe te kennen, en te onderkennen dat eerdere keuzes van de Nederlandse overheid in directe relatie staan tot de gebeurtenissen van de jaren 70. Maar de Molukkers zelf? Welk archeologisch erfgoed is voor hen van belang? Tijd om dat eens te gaan vragen!

P1040662
Een laatste zichtbaar spoor van woonoord Donzel?
donzel_1960
Woonoord Donzel (midden in de afbeelding) op de topografische kaart van 1960.