Eind van ’t Diep: de locatie

In een vorige blogpost over krantenonderzoek lieten we weten dat we de locatie van het woonoord Eind van “t Diep niet hadden gevonden. Volgens ons onderzoek moesten de barakken van het kamp in ieder geval tot 1962 bestaan hebben, maar we konden het niet vinden op oude kaarten. Gelukkig zijn er actieve lezers van ons blog die meer weten en dat ook delen.

De lezer helpt ons verder

Onze blogpost was gedeeld in de facebook groep Oude Foto’s van “”Het Kampleven & Het Wijkgebeuren”” Der Suku Malukuwaar. En gelukkig reageerde de heer Daniel Hiariej met de volgende tekst:

Kamp Eind van ’t Diep ligt namelijk in het verlengde van kamp Beenderibben. Daar werden uitsluitend de Molukse vrijgezellen mannen in gehuisvest en iets verder van Eind van ’t Diep lag toen ook het kamp De Kikkerij waar ook door uitsluitend Molukse vrijgezellen mannen bewoond werd. Deze kampen liggen hemelsbreed tussen Steenwijk en Blokzijl. Deze 3 genoemde kampen waren destijds de zogenaamde DUW-kampen(Dienst Uitvoerend Werken) waar na de oorlog de vele werkloze mannen werden ondergebracht om bijvoorbeeld heidevelden in cultuur te brengen voor de landbouw.

Door het opnieuw bekijken van de oude kaarten blijkt dat we het kamp wel al gezien hadden, maar niet herkend. Omdat kamp de Weerribben genoemd wordt, terwijl bij kamp Eind van ’t Diep alleen de plaatsnaam staat en het kamp zelf niet genoemd wordt.

screen shot 2018-08-11 at 17.31.56

Topografische kaart 1960

Dit werd bevestigd door de heer Herman Schonewille die ons een kaart stuurde  met de verschillende kampen ingetekend. Hierdoor was er geen twijfel meer mogelijk waar het kamp Eind van ’t Diep gesitueerd was.

locatie (4)

Kaart van de heer Herman Schonewille met de verschillende kampen benoemd.

Hij stuurde ons tevens twee fotos van het kamp.  Onderstaand is een foto uit 1939 dat de een idee geeft van de indeling van het kamp.

eind van t'diep 1939

De heer Schonewille stuurde ook nog een pdf met een overzicht van de geschiedenis van het kamp, zodat we nu meer gedetailleerde kennis van het kamp hebben. Een kamp dat al sinds 1939 door verschillende groepen bewoond werd, niet altijd vrijwillig. In de tekst staat dat het kamp van 1951 tot en met 1956  bewoond door Molukse vrijgezellen. Terwijl in andere bronnen altijd een kortere duur wordt aangehouden van enkele maanden in 1951.

Nieuwe vragen

Dankzij de lezer zijn wij dus weer een stukje verder in ons onderzoek. Maar hun antwoord roept ook weer nieuwe vragen op. Want kamp De Kikkerij is volgens de officiële lijsten geen Moluks woonoord. Is dit kamp tussen de mazen van de bureaucratie geschoten? Was het zo kort in gebruik dat er geen melding van gemaakt is? En is kamp Eind van ’t Diep langer in gebruik geweest dan meestal wordt aangenomen?

Zo zie je maar weer als één puzzelstukje is opgelost, blijkt de puzzel alleen maar groter en moeten we op zoek gaan naar informatie over Moluks woonoord nummer 91 De Kikkerij.

 

 

 

 

Krantenonderzoek: Eind van ’t Diep als bijvangst.

Inleiding

Het onderzoek naar de Molukse woonoorden wordt op verschillende manieren gedaan, waarbij het bezoek aan de locaties van de woonoorden het meest tot de verbeelding spreekt. Maar er vindt ook ander onderzoek plaats dat minder zichtbaar is, zoals het doorzoeken van oude krantenberichten met behulp van de website Delpher. Hier kun je verschillende regionale en nationale dagbladen raadplegen met behulp van zoektermen. Dit geeft een beeld van hoe de woonoorden in de media besproken werden. Dit zal voor de meeste Nederlanders destijds de hoofdbron van informatie zijn geweest met betrekking tot de Molukse woonoorden. Daarnaast geven de krantenartikelen inzicht in het ontstaan, het gebruik en de ontmanteling van de woonoorden.

Zoektermen

Bij dit soort onderzoek is het belangrijk dat je de juiste zoektermen weet want als je op Moluks zoekt zal je weinig over de woonoorden vinden, omdat ten tijde van hun gebruik de term Ambonees gebruikt werd. Daarnaast zijn sommige namen van woonoorden makkelijker te onderzoeken dan anderen. Het woonoord Eind van ’t Diep is zo’n moeilijk te vinden woonoord, waar sowieso weinig informatie over beschikbaar is waardoor je soms denkt: ‘heeft het wel bestaan?’ Het is zoeken naar een naald in de hooiberg. De naam Eind van ’t Diep geeft bij een zoekopdracht namelijk enorm veel artikelen die niet op het woonoord slaan maar over zaken gaan die ‘op het eind lopen’ of ‘diep gaan’, om maar wat voorbeelden te noemen.

krantenonderzoek_62_08_27_friese_koerier

artikel uit de Friese Koerier

Gelukkige vondst

Gelukkig doen wij onderzoek naar alle woonoorden en dan blijkt informatie over Eind van ’t Diep bijvangst te zijn bij het zoeken naar andere makkelijker te vinden woonoorden zoals Beenderribben. Hierdoor weten we dat Eind van ’t Diep echt bestaan heeft. En het frappante is uit Het Parool en de Friese Koerier van 27 augustus 1962 weten we dat de barakken van het kamp Eind van ’t Diep in 1962 nog bestonden terwijl die van de Beenderribben al gesloopt waren. Zo wordt met elke stap in het onderzoek weer een klein stukje kennis toegevoegd zodat we een beter beeld krijgen van alle Molukse woonoorden in Nederland. De exacte locatie van Eind van ’t Diep is ons nog niet bekend. Als U het weet, laat het ons horen.

Voor dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van http://www.delpher.nl

 

CHAT Workshop

IMG_2828

Eind oktober vond in Aarhus, Denemarken het congres CHAT plaats. Dit is een congres speciaal over theorie in contemporaine en historische archeologie. Dit jaar werden er voor het eerst workshops gegeven en Jobbe en ik organiseerden er een workshop over het dekolonisatie debat.

achtergrond

Vanwege ons onderzoek naar Moluks erfgoed komen wij in aanraking met het dekolonisatie debat. Je kunt geen onderzoek doen naar de Molukse woonoorden zonder de koloniale geschiedenis en de afhandeling van deze geschiedenis erbij te betrekken. Daarnaast werk ik als archivaris bij ‘Witte de With Centrum Hedendaagse Kunst’ waar het dekolonisatie debat vorm krijgt, omdat de naam Witte de With niet meer als gepast wordt gezien voor een kritische culturele instelling. Alle reden dus om een workshop te organiseren waar we met mensen uit verschillende landen in algemene zin konden discussiëren over dekolonisatie en onze plaats daarin.

workshop

Er waren 14 deelnemers uit 9 landen aanwezig. De workshop startte met een korte toelichting van de begrippen ‘witte onschuld’ en het ‘culturele archief’, zoals die worden uitgelegd in het gelijknamige boek van Gloria Wekker. Het cultureel archief is geen papieren archief, maar meer de verzameling beelden en betekenissen die in een maatschappij bewust of onbewust aanwezig zijn. Het cultureel archief betreft dus ook niet zozeer je persoonlijke herinneringen, maar meer hoe in het algemeen over deze tijd gesproken wordt bijvoorbeeld in de media of in het onderwijs. Volgens Wekker kenmerkt in Nederland dit archief zich als onschuldig en los van de uitwassen tijdens de koloniale periode. Bekende voorbeelden in Nederland zijn het idee dat we een vrij en tolerant land zijn en de uitspraak van toenmalig minister-president Balkenende  in de Tweede Kamer over de ‘VOC-mentaliteit’ als positieve herinnering aan de 17e eeuw. Deze laatste uitspraak laat zien dat de meeste Nederlanders de VOC niet zien als de koloniale overheerser die het was, maar als een handelsmaatschappij en weinig tot geen kennis hebben over de gevolgen voor de lokale bevolking.

De eerste opdracht voor de deelnemers was om aan de hand van steekwoorden hun eigen nationale culturele archief te beschrijven, oftewel hoe er over de koloniale tijd wordt gesproken in hun land. De inventarisatie gaf een divers beeld (zie foto). Bewoordingen waarmee de koloniale periode wordt aangeduid varieerden tussen de deelnemers (en dus landen) van trotse bewoordingen zoals ‘ontdekking’, ‘civilisatie’ en ‘handel’ (Nederland & UK) tot ‘slachtofferschap door overheersing’ , en ‘het gemis van de verloren koloniën’. Het slachtofferschap als associatie met kolonialisme  is kenmerkend voor landen zoals Schotland en (Noord-)Ierland die in vorige eeuwen overheerst werden door buurtland Engeland, maar waaruit tegelijkertijd mensen vroeger wel naar de koloniën gingen en daar juist de rol van overheerser op zich namen.

IMG_2839_bewerkt

De discussie was zo levendig dat de tijd voorbij vloog en we een tweede opdracht met kritiek op dit culturele archief moesten laten vallen (ook omdat deze kritiek al deels besproken was). Want tijdens het debat was al duidelijk geworden dat de meeste deelnemers dit algemene beeld nuanceerde en  dit zagen als een tekortkoming in hoe er om gegaan wordt met het koloniale verleden. Bij de eindopdracht werd de deelnemers gevraagd wat zij zelf gaan bijdragen aan het dekolonisatie debat. Wij wilden namelijk dat de deelnemers ook echt iets zouden gaan doen. Het nadeel van een wetenschappelijk congres is nog wel eens dat het bij praten blijft, wij wilden juist dat mensen in actie komen het dekolonisatie debat meer vorm te geven in eigen land.

Hierbij dachten we meer aan kleine dingen, die haalbaar zijn,  meer dan aan grote idealen. Als voorbeeld gaven wij dat we een blog zouden schrijven over de workshop (zie hier).  De deelnemers hadden verschillende ideeën zoals, het posten op sociale media over niet-westerse onderzoekers, het veranderen van boekenlijsten voor onderwijs waarbij ook niet-westerse auteurs aan bod komen en het aannemen van indigenous people bij instituten. Dit laatste kun je natuurlijk alleen doen als je ook in de positie bent om mensen aan te nemen.  Daarnaast gaven we aan dat we de deelnemers over twee maanden zullen vragen wat ze bereikt hebben. Deze informatie wordt gedeeld op Facebook en de website van CHAT.

Het was een succesvolle workshop, die misschien niet direct over Moluks erfgoed ging, maar wel geïnspireerd is door ons onderzoek hiernaar.

_ marjolijn kok

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel in Marinjo

Eindelijk is het dan verschenen, ons artikel over archeologie van de woonoorden in de Marinjo, door Wim Manuhutu. We zijn er erg blij mee. Zelf waren Marjolijn en ik even in het buitenland, dus we vroegen ons al af waarom we ineens zoveel mail hadden! 😉
We vragen in dit artikel aan mensen recente foto’s van hun voormalige woonoord toe te sturen. En een paar mensen hebben dat ook direct gedaan en daar zijn we erg blij mee!

 

P1060797

Gesprek bij de Rijksdienst – verslag

Met vier ondertekenaars van de brief aanwezig (Nanneke Wigard, marjolijn kok, Riemer Knoop en Jobbe Wijnen) hebben we 2 mei overleg gevoerd met Monique Eerden en Ben de Vries van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De verkenning herinneringserfgoed is immers gestart.

Onze insteek is om de locatie De Punt beschermd rijksmonument te maken, zodat de plek en de sporen van het verleden behouden blijven en een rol kunnen spelen bij de herinnering, of de maatschappelijke discussie over een lastig verleden.

De insteek van de rijksdienst is op dit moment nog anders, omdat het voor de verkenning er vooral om gaat te onderscheiden wat voor soorten herinneringserfgoed er zijn en hoe daar mee kan worden omgegaan. Eventueel aanwijzen komt later pas. Het gesprek bestond uit een openhartig uitwisselen van visies en dat was inspirerend. Vooral het gesprek over dat herinneringserfgoed en monumenten soms meer een platform vormen voor maatschappelijk debat dan dat het objecten zijn met eeuwigheidswaarde leverde een geanimeerd gesprek op. Wij gaan er als ondertekenaars voor staan dat dit onderwerp en de bescherming van De Punt als rijksmonument op de agenda blijft.

Verkenning bij de RCE is gestart

Goed nieuws! De monumentaanvraag voor de Punt die we vorig jaar hebben ingediend bij de minister krijgt nu opvolging bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
De contactpersoon heeft laten weten dat de verkenning ‘herdenkingserfgoed’ is gestart en we hebben een uitnodiging voor een gesprek in Amersfoort ontvangen. We gaan er heen samen met Museum Maluku, dat een van de mede-ondertekenaars was.
Dit is een begin. De uitkomst is er dan nog lang niet, maar we zullen de voortgang zeker hier vermelden.

Woonoord Serooskerke

Kamp Serooskerke ligt aan de Oostkapelseweg in Serooskerke, gemeente Veere en was één van de voormalige DUW kampen die in 1951 in Moluks gebruik kwam. Het kamp is al decennia een vakantiepark, nu onder de naam Stee aan Zee. De eigenaresse was zo vriendelijk ons toegang tot het terrein te verlenen. Ze vertelde dat er nog regelmatig Molukse families komen kijken naar hun oude woonoord.

P1050376_klAl snel blijkt uit het onderzoek twee dingen. Enerzijds zijn de originele barakken niet meer aanwezig. Anderzijds lijkt de opzet van kamp wel behouden. Het vakantiepark lijkt nog steeds in vorm op een woonoord, als lijkt het er op dat niet op alle plaatsen gebouwen terug gekomen zijn. Het zou kunnen dan voor een deel van de gebouwen die er nu staan de oude fundamenten zijn hergebruikt. Aan de noordzijde van de appelplaats – nu speeltuin en grasveld – staat een duidelijk oudere basis voor een vlaggenmast. Zou deze nog origineel kunnen zijn? De eigenaresse gaf aan dat toen zij op deze plek het vakantiepark overnamen, het al een vakantiepark was en er toen al geen originele barakken meer waren.

Van het woonoord hebben we een 360 tour gemaakt. Die kan je vinden onder deze link: https://roundme.com/tour/252373/view/744121

Serooskerke_Topotijdreis 1968
Kamp Serooskerke in 1968 (topotijdreis.nl)

P1050377_kl

Woonoord Kruiningen I en II

De meeste Molukse woonoorden in Zeeland zijn hergebruikte barakkenkampen van de DUW (Dienst Uitvoering van Werken), een dienst die werklozen inzette bij het herstellen van oorlogsschade. Woonoord Kruiningen I en II hebben echter een andere oorsprong: ze zijn na de watersnoodramp door het Zwitserse Rode Kruis aan Nederland geschonken voor de huisvesting van dijkwerkers.

De kampen liggen langs de Zouteweg (Kruiningen I) en de Wilgenweg (Kruiningen II), in de ruimte tussen de dorpskernen van Hansweert, Schore en Kruiningen, een paar honderd meter van elkaar vandaan net ten oosten van het toenmalige Kanaal door Zuid-Beveland. Nadat in de negentiger jaren dit kanaal werd verbreed en ter hoogte van Hansweert iets verlegd in oostelijke richting, werden hierbij de laatste barakken van Kruiningen II geofferd voor de aanleg van de Kanaaldijk. Een halve barak resteerde die door een boer in gebruik werd genomen.

De kampen waren van oktober 1954 tot respectievelijk maart 1960 en juli 1963 in gebruik en bestonden uit 11 of 12 barakken, waarvan in beide kampen eentje van steen en de rest van hout. Deze waren om een middenterrein gegroepeerd en bestonden uit gezinsbarakken en een aantal barakken voor gemeenschappelijke voorzieningen zoals de keuken, kerk, een schooltje en kantine.

Na sluiting van de kampen blijven de barakken tot 1971 zichtbaar op topografische kaarten. Dan worden de meeste barakken afgebroken. Van Kruiningen I resteert alleen de stenen keukenbarak, tot op de dag van vandaag. Van Kruiningen II blijven 7 barakken staan die op de topografische kaart van 1995 verdwenen blijken te zijn door de verlegging van het kanaal. Een halve barak resteert; in 1998 verdwijnt ook deze halve barak van de kaart.

mini-IMG_20180127_163959175_HDR
Restant van de barak in Kruiningen. De barak werd op dat moment gesloopt (foto Ivar Schute, januari 2018)

Bij onze veldinspectie op 27 januari 2017 blijkt dat laatste niet helemaal te kloppen. Die halve barak staat er deels nog. Deels, omdat op het moment van ons bezoek(!) deze barak gesloopt wordt (foto). Op het terrein huizen een zwart varken, kippen en schapen. De barak deed waarschijnlijk dienst als schuur, maar is mogelijk bij de laatste januaristorm beschadigd geraakt en wordt nu afgebroken. De betonnen grondplaat is goed zichtbaar, een wand staat nog overeind. Bijzonder is te zien dat de sloot langs de kanaaldijk de betonnen grondplaat letterlijk door midden snijdt. Bij de realisatie van het kanaal is zo een halve barak blijven staan.

In Kruiningen I, heden ten dage een boomgaard, staat de bakstenen keukenbarak nog steeds overeind, deels overwoekerd. Er ligt provisorisch een golfplaten dak over het originele(?) dak. Ook de goten lijken nieuw. Voor de rest is alles vervallen (foto). Het is een bakstenen structuur met aan een lange zijde drie deuren, waarvan eentje een schuurdeur. Binnen staat dan ook een kleine tractor. In de tweede kleinere ruimte, is weinig te zien, behalve graffiti. Onduidelijk wat precies. In de grotere kamer staan behalve de tractor wat stoelen, mogelijk wordt de oorspronkelijke keukenbarak gebruikt als kantine voor seizoenarbeiders.

Grijpskerke

 

Zaterdag 27 januari gingen we met ‘team woonoorden’ naar Zeeland. Onze eerste stop was de straat Garijp in Grijpskerke. Hier lag vroeger het Moluks woonoord Grijpskerke. De nabij woonachtige regio-archeoloog van Zeeuws Vlaanderen Nathalie Visser ontmoette ons bij de molen. Nathalie had wat geprinte foto’s van het woonoord meegenomen. Gezamenlijk liepen we naar het voormalige woonoord.

MUMA_F95_1701_RMS_herdenking_Grijpskerke_25_aug_1951

Foto MHM archiefnummer: F95_1701.

En om eerlijk te zijn, niets zag er nog uit zoals in de tijd van het woonoord, zelfs het uitzicht op de molen was veranderd. Waar de gebouwen van het kamp geheel verdwenen zijn onder luxe woonhuizen uit 1998, is ook de ernaast gelegen molen flink opgeknapt met nieuwe wieken en een nieuwe molenaarswoning.

BAT_1215

Alleen vanuit de lucht kun je er nog iets herkennen als je de juiste voorkennis hebt. Het middenterrein van het kamp is namelijk nog herkenbaar in het stratenpatroon van Garijp. Van de vlaggenmast die er ooit stond, is echter niets meer te zien. De zes huizen linksonder staan in ongeveer dezelfde formatie als de barakken van het woonoord. Aan de rechterzijde is het huis echter schuin geplaatst terwijl daar vroeger twee barakken hebben gestaan die de afsluiting van een rechthoek vormde.

Screen Shot 2018-02-03 at 21.37.13
Google maps januari 2018

Het woonoord Grijpskerke was net als andere kleine kampen nog geen jaar in gebruik van juni 1951 tot mei 1952. Er waren acht houten barakken met daarvoor bestrating rondom een grasveld met vlaggenmast. Het woonoord lag buiten het dorp. Er woonden 103 Molukkers met een protestantse achtergrond. Zij waren met andere Molukkers met de boot Kota Inten vanuit Tanjung Priok vertrokken. Alle passagiers van de boot werden in Walcheren in woonoorden geplaatst.¹

BAT_1199

Een lokale bewoner bij de molen, wist niet dat er een Moluks woonoord achter zijn huis was geweest. Wel kon hij vertellen dat er een houtfabriek had gestaan. Of dit bedrijf gevestigd was in de oude barakken, was niet bekend.

topotijdreis_1962_grijpskerke
Locatie woonoord Grijpskerke (midden in afbeelding) 1962.

Bron

¹ Smeets, H. en C. Nanuruw 2009. Molukkers in Zeeland 1951-2009, p.31.