Kamp Oranje: een mooi park.

Inleiding

Op onze tocht door Friesland en Drente was kamp Oranje één van de weinige kampen met een bewegwijzering. Een houten bordje wees ons in de goede richting. Kamp Oranje en het naastgelegen kamp Ybenheer zijn dan ook goed onderhouden en sinds kort voorzien van informatieborden, waarvan de feestelijke opening afgelopen 5 mei was.  Dorpsbelang Fochteloo en Natuurmonumenten spelen hier een grote rol in. En de lokale historicus Kees Timmerman schreef een boek over beide kampen dat op dezelfde dag uitkwam.

Het bezoek

BAT_Oranje_3_IMG_3005
De ingang van kamp Oranje.

De toegang tot kamp Oranje is uitnodigend met een klein parkeerplaatsje. Het informatiebord kan je niet ontgaan en deze zijn verspreid door het hele kamp. De borden geven informatie over alle gebruiksperioden en het is duidelijk dat het kamp veel verschillende bewoners heeft gehad. Het kamp werd in 1942 opgericht door de Nederlandse Arbeidsdienst voor vervangende dienstplicht. Na de oorlog werden er NSB-ers gevangen gezet, toen volgde de vrijwilligers die Indië wilden bevrijden. In 1950 kwamen de repatrianten uit voormalig Indië en daarna in 1951 kwamen de Molukse bewoners. Zij zouden het langste blijven tot 1962. Daarna kwam het terrein in handen van Natuurmonumenten.

BAT_Oranje_3_IMG_2945
Appèlplaats met rechts de vlaggenmast.

De appèlplaats is nog duidelijk te herkennen met de vlaggenmast. Het was warm weer en het veld lag te branden in de zon. Achter de appèlplaats ligt de brandvijver. Dit is nu een mooi stukje natuur met kikkers en libellen. Ernaast staat een bankje zodat je kunt genieten van de plek. Je voelt je dan ook meer in een parkomgeving dan in een voormalig kamp. Naast de paden is een bos met lage struiken en bramen en dus niet makkelijk toegankelijk. Gelukkig is er ook een kaart waarop de barakken staan afgebeeld. Want daar zie je niet zo snel iets van terug.

BAT_Oranje_3_IMG_2966
Bakstenen tussen de wortels van een omgevallen boom.

In de kluit van omgevallen bomen kun je de bouwresten nog terug zien.  De contouren van de barakken zijn echter niet terug te vinden. Kleine structuren zijn echter soms deels nog aanwezig, zoals de resten van waterputten.

BAT_Oranje_3_IMG_2991
Resten van een ronde waterput tussen de struiken.

Naast de plek waar de keukenbarak stond was een vierkante put te zien. Deze werd gebruikt om het vet van het afvalwater op te vangen.

BAT_Oranje_3_IMG_2998
Put om het vette afvalwater uit de keuken op te vangen.

In de boom achter op de foto hangt een stuk rails met een ijzeren staaf die gebruikt wordt om de bewoners er op te attenderen dat het eten klaar was. Of het de originele staaf betreft is niet duidelijk. Geluid maakte het in ieder geval wel.

Het mooie van kamp Oranje is dat het door de lokale gemeenschap wordt gesteund. Een naburige boer heeft zelfs een picknick bank geplaatst en nodigt de bezoeker langs op zijn bedrijf voor een glaasje melk. Nu ben ik allergisch voor melk dus dat hebben we maar even over geslagen. Het is een aangename plek geworden en ik denk dat er tussen al die bomen en struiken nog heel wat archeologische resten te vinden zijn.

BAT_Oranje_3_IMG_2940
Lokatie van een voormalige barak.

 

Wite Pael: een monument met een bankje.

Inleiding

Vorige week had ik een korte vakantie in het noorden van Nederland en dat is natuurlijk een uitgelezen kans om enkele kampen te bezoeken. In totaal heb ik samen met mijn vrouw line alle kampen in Friesland en Drente bezocht. In deze en de volgende blogs zal ik de individuele kampen bespreken.

Wite Pael monument en een PEN-huisje

IMG_4857
Het monument en het bijbehorende bankje.

Wite Pael ligt midden in het weidse landschap van Friesland. Je moet op de kaart weten waar je heen rijdt want het ligt ver buiten de bebouwde kom. En het monument rijd je zo voorbij. Op het monument staat in jaartallen de geschiedenis van het kamp. 1940-1941 werklozenkamp, 1942 kamp voor Joden, en 1951-1960 Ambonnezenkamp. Het bankje is geschonken door de lokale historische vereniging.

BAT_Wite_Pael_5_IMG_2777
Lokatie van voormalig kamp de Wite Pael.

Het is maar goed dat er een gedenkteken is want anders zou je het niet snel herkennen. De wegen lopen zelfs niet meer zoals zij vroeger liepen. Het kruispunt is verplaatst. en het kamp ligt niet meer in de bocht van de weg. Het asfalt wat je rechtsonder in beeld ziet is waarschijnlijk waar de oorspronkelijke weg heeft gelegen. Deze weg eindigt echter hier. Het huis is spiksplinternieuw en staat waar vroeger ongeveer de barakken, links na binnenkomst in het kamp, hebben gestaan. De schuur erachter staat dwars over het kamp. Rechts achter de haag is nog het dakje van een PEN-huisje te zien. Dit soort elektriciteitshuisjes zijn vaker te vinden bij de ingang van woonoorden. Het is echter niet duidelijk of deze daar toen ook al heeft gestaan. De topografische kaarten geven geen uitsluitsel want het huisje staat niet eens op de huidige kaart.

BAT_Wite_Pael_5_IMG_2775
PEN-huisje bij Wite Pael.

De foto doet echter vermoeden dat het huisje er langer staat dan de omgeving. Het zou onlogisch zijn om een dergelijk huisje midden tussen twee percelen in de bosjes te plaatsen. Wij hopen natuurlijk dat mensen die het kamp nog hebben gezien toen het in gebruik was, zich herinneren of dat PEN-huisje er toen al stond.

Vrienden opening van het Moluks Historisch Museum

Inleiding

Afgelopen zaterdag hadden de vrienden van het Moluks Historisch Museum de blijde eer om als eerste de openingsfestiviteiten te vieren. We werden warm onthaald met koffie en thee op deze mooie zomerse middag. Er werd meteen met genoegen gebruik gemaakt van de tuin. Maar al snel begon het programma binnen.

Het programma

IMG_4779
Esther-Clair  Sassabone die de middag presenteerde.

Esther-Clair Sassabone loodste ons met verve door de middag. Directeur Nanneke Wigard opende met  het welkomst woord waarin zij een korte geschiedenis van het museum gaf. Zij vertelde over de nieuwe partners voor het ‘Museum Sophiahof: Van Indië tot nu’ zoals het complex officieel heet en de plaats van het Moluks Historisch Museum hierin. Het moet vooral weer een plek worden waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Hierna begon het toneelstuk Westerling door DeltaDua speciaal aangepast voor de gelegenheid.

IMG_4806
De broers Josef en Aaron in het stuk Westerling.

Het stuk vertelt het verhaal van twee Molukse broers waarbij tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië de oudste broer, een KNIL-militair, de kant van Nederland kiest en de jongste broer de kant van Indonesië. Het stuk wordt vanuit verschillende perspectieven verteld en personages komen van alle kanten door de zaal, wat het stuk heel dynamisch maakt. De historicus, de broers, de moeder, de zangeres, de commentator, de Vlissingse voorman en Westerling komen allemaal aan het woord en reageren op elkaar. Hierdoor wordt duidelijk dat de geschiedenis niet eenduidig is en men beslissingen neemt die men niet altijd overziet.

Hierna nam Lydia Sahetapy Engel het woord en deed een oproep om zo veel mogelijk mensen tot vriend te maken. Ze streeft naar twintig procent van alle Molukkers in Nederland. Ik zou zeggen doe daar nog twee procent van alle Nederlanders bij en we komen ergens. Daarna was het tijd om de tentoonstelling te bezoeken. Omdat we met zovelen waren werden we in twee groepen gedeeld.

IMG_4823
Alle vrienden op weg naar de tentoonstelling: Helden van Verzet.

De tentoonstelling is bescheiden van formaat, maar levert veel informatie via persoonlijke verhalen over het niet-witte verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verhalen worden ondersteunt door voorwerpen, zoals drukpersen, persoonlijke eigendommen, maar ook kleine zelfgemaakte broches in de Nederlandse kleuren.

Nadat iedereen de tijd had gekregen om rond te kijken, kwamen we bij het meest indrukwekkende deel van de dag. Familieleden van mensen uit het verzet die in de tentoonstelling voorkwamen gaven hun persoonlijke verhaal.

Vooral de getuigenis van Oom Joop over zijn broer Joris Kaitjily ontroerde de hele zaal.

IMG_4840
Oom Joop vertelt over zijn broer Joris die de oorlog niet overleefde. Zijn document op de achtergrond is te zien in de tentoonstelling.

Eigenlijk waren alle verhalen indrukwekkend en iedereen was even stil.

Als laatste nam Peter Satumalaij het woord om iedereen te bedanken en zijn afscheid uit de programmaraad aan te kondigen.

IMG_4848
Peter bedankt Nanneke voor haar inzet als directeur.

 

Ten slotte.

Een feestelijke gelegenheid met Molukse vrienden kan natuurlijk niet zonder lekker eten. En wij genoten dan ook allemaal van de rijsttafel die aangeboden werd. Vanwege het mooie weer konden we die lekker buiten opeten, onder het ophalen van herinneringen. Maar er was ook nieuws. Ik sprak met Ghani van den Bergh en zijn vrouw Soer. Deze waren vorige week nog naar Wyldemerck geweest en konden me laten weten dat de moskee barak, waarover ik in een vorige blog schreef,  nog steeds bestaat en als tractorwerkplaats wordt gebruikt. Ik kon deze middag dan ook niet anders dan met een zeer goed gevoel verlaten. Ik hoop dat ik nog veel mensen zal ontmoeten bij het Moluks Historisch Museum op het Sophiahof.

Reünie van de kampen Breskens, Groede, Oostburg en Aardenburg

Inleiding

Afgelopen zaterdag was er in het Ledeltheater in Oostburg een reünie van de bewoners en nakomelingen van de kampen in West-Zeeuws Vlaanderen en Zeeuwse buren en vrienden. Er was twee jaar aan gewerkt door de commissie en de dag had een vol programma. Ik had gevraagd of ik als niet-bewoner, maar als onderzoeker van de Molukse woonoorden kon komen en daar werd positief op gereageerd. Een doel van de commissie was namelijk om hun geschiedenis niet te laten verdwijnen in de vergetelheid. In de foyer was een kleine tentoonstelling ingericht.

IMG_2733
De groep mensen die de reünie georganiseerd hebben.

 

Het programma

Iedereen was zo druk met het begroeten van elkaar dat het programma meteen later begon. Na het voorstellen van de werkgroep die de reünie heeft georganiseerd opende het programma met een muzikale one-man show van Zeth Mustamu, die verschillende instrumenten bespeelde. Zeer indrukwekkend was het geluid dat hij uit een grote schelp wist te blazen. En mooi was dat hij een foto van zijn ouders meegenomen had en dat zijn conga’s met zijn voorouders verbonden zijn.

Vervolgens was er een welkomstwoord door de wethouder en werd verteld dat er in augustus en september 2021 een tentoonstelling over de woonoorden in West-Zeeuws Vlaanderen plaats zal vinden in het Belfort van Sluis. Dit idee werd door het publiek met enthousiasme ontvangen Dat kan niet gezegd worden voor de daarop volgende lezing over museums in de gemeente Sluis, waar tegenwoordig de vier woonoorden onder vallen. Een presentatie die totaal niet aansloot op het publiek.

Vervolgens werd er gedanst door de jonge leden van dansgroep Menari Bunga Cengkeh begeleid door Joop and Friends. Hier leefde het publiek weer op.

IMG_2746
De dansgroep Menari Bunga Cengkeh.

Na de lunch was er een presentatie van Cadzandse klederdracht. Dit werd met veel humor gebracht en de zaal moest vaak hard lachen.

Daarna was het tijd voor een interview met oud-bewoners van kamp Aardenburg en Breskens en Zeeuwse buren.  Vooral herinneringen aan het buiten spelen werden opgehaald, maar men herinnerde zich toch ook de slagboom en het bord verboden toegang (dat enkele jaren geleden nog door een oud-bewoner uit de puinhopen was gered). Het was in Breskens dan ook niet mogelijk om Nederlandse vriendjes in het kamp te laten spelen. Ook mocht men in Breskens de kledingbonnen maar in één winkel besteden, waar de keuze beperkt was tot de verouderde collecties en schoenen zelden in dezelfde maat geleverd werden. Volgens de dorpsbewoners was dit sowieso de naarste winkel van het dorp waar niemand graag kwam. Het laat wel duidelijk zien hoe de kampbewoners, die afhankelijk waren van de beheerder, eigenlijk slecht behandeld werden als het ging om hun basisbehoefte zoals kleding. Natuurlijk ging het ook over eten en hoe een tante met behulp van beton, een waskom en een kindersok een vijzel had gemaakt. Daarnaast werden de foto’s waarvan men dacht dat ze van Breskens waren toch toegeschreven aan Wilgenhof. Want in Breskens zaten de ventilatiegaten bij de nissenloodsen aan de achterkant en niet de voorkant zoals op de foto. Zo zie je maar weer dat de herinnering niet altijd juist is.

IMG_2757
De bewoners van kamp Breskens en Aardenburg met hun Zeeuwse buren.

Er was een intermezzo door Joop and friends met pop-klassiekers, en dit werd ook gelijk de pauze, omdat het programma al aan het uitlopen was.

Hierna kwamen de bewoners van Oostburg en Groede en de dochter van de bakker aan het woord. De Wilgenhof was niet zo streng als het kamp in Breskens en er kwamen dan ook Nederlandse vriendjes over de vloer om te spelen. Ook daar werd veel buiten gespeeld. De sores van de ouders waren in het kamp minder duidelijk voor de kinderen en werden pas duidelijk in de woonwijken. In het kamp stonden verschillende fruitbomen met peren, appels en pruimen. Een meneer vertelde hoe hij dankzij zijn Nederlandse vriendje het erg goed deed op school. Dit werd ook gestimuleerd door zijn ouders. Toen hij en zijn zusje eens s’avonds nog moesten leren, wilde de kampbeheerder het licht uit doen. Zijn vader stak hier een stokje voor en om de beheerder een lesje te leren draaide hij een 100 Watt lamp erin. Wat dit voorval laat zien is dat de bewoners toch erg afhankelijk waren van de willekeur van de kampbeheerders die op alles geld wilden besparen. De dochter van de bakker kwam regelmatig in het kamp om dingen voor haar vader te bezorgen. Ook had ze Molukse jongens in de lager school klas en op de hogere school zat ze naast een Moluks meisje Julia. Uit de zaal werd geroepen dat Julia aanwezig was, maar hoe dat afgelopen is werd niet duidelijk.

Na het gesprek was er weer muziek van Trio Levantio.

Naar huis

Er was nog een gezamenlijke maaltijd en feestavond, maar ik was moe want ik had de dag daarvoor de vier kampen bezocht en moest nog naar huis rijden. Dus snel een frietje, waarbij ik nog een gesprek had met twee broers uit het kamp. Waarbij de een zich van alles herinnerde over het kamp en Oostburg, terwijl de ander te jong was geweest en op zijn tweede al verhuisd was naar de overkant, zoals ze dat hier noemen.

Als je op de hoogte wilt blijven van de West-Zeeuws Vlaamse kampen kun je lid worden van de facebook-groep Reünie kamp Oostburg, Groede, Breskens en Aerdenburg. Daar zal ook de informatie over de nog te maken tentoonstelling verschijnen.

 

De Schaffelaar, een bezoek

Alweer een jaar geleden waren Nanneke Wigard, Riemer Knoop en Jobbe en ik te gast bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om te spreken over hedendaags erfgoed en dan specifiek de Molukse sporen in het Nederlandse landschap. Wat we toen niet in de blog over het bezoek hadden geschreven is dat we daarna naar Barneveld afgereisd zijn om de woonoorden daar te bezoeken. Hier dan nu het verslag over het bezoek aan woonoord de Schaffelaar.

BAT_schaffelaar_IMG_1717
Het landgoed de Schaffelaar in Barneveld.

De Schaffelaar is tegenwoordig een mooi parklandschap, waar het landhuis gehuurd kan worden voor evenementen. Het park is vrij toegankelijk en er liepen dan ook verscheidene bezoekers. Toen wij er waren, was men bezig met het aanleggen van nieuwe paden en het afronden van een bezoekerscentrum. Alles zag er keurig uit, maar niets verwees naar het Molukse woonoord dat hier ooit gevestigd was. Naast het landhuis lag wel een monument voor de Joodse mensen die hier en in huis de Biezen gevangen hebben gezeten en in 1943 naar Westerbork werden afgevoerd.

Print
Links topografische kaart van 1953. Rechts GoogleMaps screendump uit mei 2018.

Het landhuis en de drie losse gebouwen linksonder zijn op de kaart en GoogleMaps goed te onderscheiden. Alle andere gebouwen zijn niet aan elkaar te relateren. We moeten er dan ook vanuit gaan dat de huidige gebouwen voor een groot deel niet overeenkomen met de situatie uit de tijd van het woonoord. De barakken waar de Molukkers in gewoond hebben zijn verdwenen. We konden dan ook geen directe sporen van de Molukse bewoning vinden. Terwijl er wel allemaal elementen zijn die tot de dagelijkse omgeving van de Molukse bewoners hebben gehoord.

BAT_schaffelaar_IMG_1724
Veld met wat struiken en jonge bomen aan de zijkant van het landhuis waar volgens de kaart uit 1953 allerlei gebouwen stonden.

Op de plek zelf is er dus niets wat aan de Molukse bewoning herinnert die van april 1951 tot 15 augustus 1955 heeft geduurd. De bewoners vertrokken naar kamp de Biezen, waar wij die dag ook een bezoek brachten en waar wij in een volgende blog over berichten. In het centrum van Barneveld is tegenwoordig wel een standbeeld dat de herinnert aan de Molukse bewoning, maar dit was nog net niet onthuld toen wij er waren.

Bovensmilde en de Punt revisited

Afgelopen 10 mei was ik (Jobbe) te gast bij de Rijksuniversiteit Groningen voor een gastcollege over de Molukse Acties en Erfgoed bij de opleiding Minorities and Multilingualism. Het was de tweede keer dat we dit college gaven. Hoewel we de laatste tijd (en dan vooral marjolijn) in ons project veel meer focussen op de sporen van de woonoorden en hoe daar op dit moment mee wordt omgegaan, gaat ook het werk over de Acties op een lager pitje door.

We denken als onderzoekers een beetje te weten hoe het zit: voor Molukkers zijn de Acties uit de jaren 70 een belangrijk deel van de geschiedenis, maar tegelijk liggen ze ook gevoelig. De media springen er altijd maar weer bovenop, alsof er niks anders te melden is over het Molukse leven in Nederland. Dat doet zeer. Toch blijft ook dit werk in ons idee nodig, want er zijn steeds meer mensen die dit lastige deel van de geschiedenis helemaal niet kennen. Als ik wel eens spreek over de treinkapingen, zijn mensen soms al verrast dat het er twee waren. Het verhaal van de school is bij mensen jonger dan 45 vaak helemaal niet bekend.

Voor het gastcollege gaven we eerst een lezing bij de universiteit in Groningen om wat te vertellen over de achtergrond van de acties en de vraag te introduceren of de plekken van de kapingen nu erfgoed zijn of niet. Daarna bezoeken we de locatie van de trein bij de Punt, maar dit jaar hadden we het genoegen dat onderweg Geert Kruit ook  iets wilde vertellen over zijn ervaringen als gegijzeld kind in 1977 in Bovensmilde. Vorig jaar was hij er ook al bij, maar dat was toen min of meer toevallig dat hij ons zag staan toen we met de studenten in het parkje bij de voormalige school De Meent stonden. Dit keer hadden we hem vooraf gevraagd en tot onze vreugde vond hij het prima naar Haren te komen om wat te vertellen.

Als Geert gaat praten wordt pas duidelijk hoe voorzichtig je als onderzoeker moet zijn iets te vertellen over zo’n geschiedenis. Mijn verhaal valt als het ware in het niet als je naast iemand staat die het heeft meegemaakt. Daarom is het ook zo belangrijk dat de studenten dat meekrijgen, dat ‘erfgoed’ niet iets is waar je afstandelijk, vanuit enkel een wetenschappelijke kijk op de zaak beslissingen over neemt.

Geert is overigens zelf heel duidelijk over zijn beweegredenen wel te spreken over die tijd: dat heeft te maken met dat hij verzoening tussen Molukkers en Nederlanders als de enige mogelijke oplossing ziet. Het gaat niet over de vraag wie er schuld heeft, het gaat over hoe je samen verder kan met respect voor elkaar. Daarom spreekt Geert met andere kinderen van toen uit de school en ook een van de Molukse gijzelnemers vaak op 23 mei om op die plek waar de school stond een herdenking te organiseren. 23 mei is dag dat de gijzeling in 1977 begon.

Na het gesprek met Geert fietsten de studenten door naar de Punt. Daar praten we over de beëindiging van de kaping en of die plek nu ook – net als Bovensmilde – een plaats van herdenking zou moeten zijn. En of de overheid juist wel, of niet daarin een rol zou moeten hebben. Ook vertellen we hoe ons project hierover een brief naar de minister schreef en wat dit voor gevolgen had. Dit zet de studenten meestal wel aan het denken. Ook dit jaar was er één student die daarna aangaf een vervolgstudie te willen doen naar dit onderwerp. Dat is natuurlijk alleen maar mooi.

Misschien wil ze daarna ook iets voor onze weblog schrijven en dan zullen we daar hier uiteraard verder over berichten.

IMG_20190510_143345.jpg
Studenten bij de Punt, op weg naar de locatie van de trein.

 

Wyldemerck

Nadat ik in de blog over de tentoonstelling ‘Mahina’ kamp Wyldemerck had genoemd, stuurde de heer Van den Bergh ons uitgebreide informatie over het kamp, waaronder het door hem geschreven boek Wyldemerck: kamp voor islamitische Molukkers. Hij heeft een groot archief over kamp Wyldemerck met plattegronden, bouwtekeningen, 1000 foto’s, archiefstukken, krantenartikelen en een maquette. Hier wil ik het echter vooral hebben over de foto’s die hij aan ons toestuurde.

Na het verhaal over de barak van kamp Nuis vielen deze foto’s meteen op. Het gaat namelijk om het hergebruik van een gewone barak en de moskee barak.

Digital Camera
De moskee barak uit kamp Wyldemerck in Haskerhorne enkele jaren geleden (foto: Ghani van den Bergh).

In zijn boek over Wyldemerck schreef van den Bergh dat de moskee bij het beëindigen van het kamp vernietigd was. Dit bleek echter niet juist; alleen de minaret was gesloopt, maar de moskee barak was wel hergebruikt als schuur. Zo wordt weer eens duidelijk dat verhalen niet altijd kloppend zijn of alleen deels juist. Het is de heer van den Bergh zelf die met deze foto’s helpt zijn eigen boek te verbeteren en het verhaal completer te maken.

MUMA_D0001_moskee_woonoord_wyldemerck
De moskee in kamp Wyldemerck (foto MHM D0001).

Als we de moskee bekijken zijn er veranderingen aangebracht om als schuur te functioneren, maar de meeste elementen zijn bewaard gebleven. De kleine vierkante raampjes zijn nog op dezelfde plaats, het plafond is nog origineel (zie foto’s hieronder) en het dak heeft dezelfde vorm gehouden.

Deze moskee gaat verder dan alleen maar een stukje Molukse geschiedenis, het was namelijk de tweede moskee in Nederland tijdens de bouw. Terugkijkend is het vreemd dat dit een schuur is geworden, maar in die tijd werden de kampen geheel ontmanteld en verkocht voor allerlei doeleinden. En ook tegenwoordig worden kerkgebouwen tot allerlei nieuwe bestemmingen omgebouwd.

moskee_plafond
Binnen is te zien dat de moskee barak beschadigingen heeft opgelopen links huidige situatie, rechts foto genomen in Wyldemerck met de heer Henalale (foto links Ghani van den Bergh, rechts Wyldemerck Herinnering in beeld, 2011, p.75 ).

De moskee heeft beschadigingen opgelopen door de tijd heen en is bewust veranderd voor het huidige gebruik. De vraag is, is de moskee barak daardoor van minder waarde geworden en/of geeft de manier waarop er met de moskee is omgegaan inzicht in de positie van de islamistische Molukkers in Nederland? Moeten we het beschouwen als erfgoed of is het hergebruik zo ingrijpend dat we dit gebouw als verloren moeten beschouwen? Om eerlijk te zijn weten wij en de heer Van den Bergh op dit moment niet of de moskee barak nog steeds bestaat. De foto’s zijn jaren geleden gemaakt en de toenmalige eigenaar wilde de schuur afbreken. Het is niet duidelijk wat de eigenaar heeft gedaan of wil doen. Er zou asbest in de voormalige moskee kunnen zitten wat moeilijkheden met zich meebrengt. Net als bij de barak uit Nuis zou de gemeenschap die betrokken was en is bij kamp Wyldemerck kunnen besluiten of hier eventueel behoud zou moeten plaatsvinden als dat nog mogelijk is.

De gewone barak heeft de heer van den Bergh teruggevonden in Harich waar deze dienst doet als stal. Ook deze foto is jaren geleden genomen.

Oude barak in Harich (16)
Oude woonbarak uit kamp Wyldemerck in gebruik als stal in Harich (foto Ghani van den Bergh)

Deze oude barak ziet er hier nog goed uit, maar is minder uniek dan de moskee. En zolang de barak in gebruik is, kan men er vooral naar kijken en in gesprek gaan met de boer.

Vervolg op de barak van kamp Nuis

Inleiding

In de vorige blog staat hoe wij benaderd werden door het gemeenteraadslid van’ t Land van Westerkwartier (de voormalige gemeente Marum valt hieronder) over een barak uit kamp Nuis en hoe hij op zoek was naar de stichting ‘behoud Moluks erfgoed’. Wij werden natuurlijk nieuwsgierig naar het verhaal van deze barak. Na wat speurwerk, mailen en bellen is er meer duidelijkheid over de barak van kamp Nuis. Ook is naar voren gekomen dat verwarring in berichtgeving een verkeerd beeld kan geven. maar eerst het goede nieuws: de juiste stichting met de naam ‘Moluks Kamp Nuis‘ is gevonden en zij gaan uit van een goede afloop.

De ontrafeling

Zeventien april vond het Raadsoverleg Westerkwartier plaats waarin de raadsleden vragen kunnen stellen en opmerkingen maken over ingediende stukken. Waaronder de vergunning Jonkersvaart 88A waar de barak uit Kamp Nuis wordt afgebroken wordt. Alles is online via de links te aanschouwen. Meerdere raadsleden van verschillende partijen stelden dat zij het belangrijk vinden dat de barak behouden blijft. Niemand had echter concrete informatie. Voor ons wordt echter duidelijk wat de juiste stichting is. Het gaat niet om de stichting ‘Behoud Moluks erfgoed’ (wat een beetje lijkt op de naam van ons project), maar om de stichting ‘Moluks Kamp Nuis’,  zoals mevrouw Gjaltema-Van der Laan in de het raadsoverleg liet weten. Nu werd het zoeken naar de juiste stichting een stuk makkelijker. Raar alleen dat haar collega raadslid Van ’t Land op zoek was naar een stichting met een andere naam en deze informatie niet wijd verspreidt was.

Verder wist mevrouw Gjaltema-Van der Laan te vermelden dat de gemeente Marum destijds €20.000 had vrijgemaakt voor de afbraak en herbouw van de barak. Dit moet dus in eerdere raadsstukken terug te vinden zijn. Zo zie je maar weer dat bij de herindeling van gemeenten lokale kennis kan verdwijnen. De herindeling heeft er sowieso toe geleid dat het proces van de vergunningen vertraagd is en de aanvraag voor de Jonkersvaart al in september 2018 was ingediend.

Harry Stomphorst wist te vermelden dat er duidelijke afspraken waren en de barak bij het Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) zou worden geplaatst. Alles leek dus in kannen en kruiken.

s ‘Avonds in de Raadsvergadering Westerkwartier zou de definitieve stemming over de vergunning en een toelichting plaatsvinden. De vergunning werd goedgekeurd. De voorzitter meneer Wiersma wist te melden dat hij de week ervoor overleg had gehad met de stichting en dat hij van hen had gehoord dat het NAD niet meer wilde meewerken, dat kwalificeerde hij als teleurstellend.

Die opmerking van Wiersma was voor ons reden om contact te zoeken met het NAD. Het project Moluks Erfgoed kijkt immers naar de archeologische kant van het Moluks erfgoed, dus hier wilde we het fijne van weten. We werden te woord gestaan door de heer Schokkers en de heer Rooke. Deze vonden het jammer dat het had geklonken alsof het NAD zich helemaal had teruggetrokken uit het proces. Zij gaven hun kant van het verhaal waaruit bleek dat het in eerste instantie om tijdelijke opslag van de barak zou gaan tot de barak in Museum ’t Rieuw, aan de overkant van de weg, permanent zou worden opgesteld. De barak zou alleen opgeknapt worden bij het depot. De plaatsing bij ’t Rieuw kon echter niet doorgaan vanwege bouwbeperkingen, die de de omgeving en boerderij ’t Rieuw heeft. Het is echter ook niet mogelijk om de barak permanent bij het NAD te plaatsen omdat op de plek die nu nog vrij is in de toekomst een nieuwe loods voor de uitbreiding van het depot komt. Men was echter bij het depot nog steeds bereid te helpen bij  een tijdelijke opslag en mee te helpen met zoeken naar een nieuwe locatie. Dit is dus een andere insteek dan zoals deze in de raadsvergadering werd neergezet, waarbij het leek of het depot zich volledig terugtrok.

Conclusie

Gelukkig hebben wij ondertussen ook contact gekregen met de stichting Moluks Kamp Nuis. Als je eenmaal de juiste naam hebt wordt zoeken een stuk makkelijker. En ook via facebook en comments op deze website werden we geholpen met het zoeken.  Wij hebben telefonisch gesproken met de voorzitter van de stichting Moluks Kamp Nuis de heer Soumokil. Hij was druk bezig met lesgeven maar maakte toch even tijd voor ons. De heer Soumokil vertelde ons dat ze al enkele jaren bezig waren met het veiligstellen van de barak. Het is een langzaam proces en binnenkort hopen ze een definitieve plaats voor de barak te hebben gevonden. Hij ging er van uit dat het allemaal ging lukken en dat de barak bewaard wordt zodat de geschiedenis van kamp Nuis doorverteld kan worden aan de volgende generaties.
Als je meer wilt lezen over de achtergrond van de ontdekking kun je het artikel hier over online lezen. Wij gaan de ontwikkelingen in elk geval volgen.

Een barak uit kamp Nuis.

Afgelopen zondag ontvingen wij een bericht van de heer van ’t Land uit de gemeente Westerkwartier, met de vraag of wij misschien op enige wijze verbonden waren met de Stichting behoud Moluks Erfgoed. De vraag verraste ons want dit is niet het geval. En jammer genoeg konden wij hem niet verder helpen. Als ik de ‘stichting behoud Moluks Erfgoed’ online probeer te vinden via Google krijg ik 13.500 hits die gaan over Moluks erfgoed. De ene na de andere website komt langs met allemaal aandacht voor het Moluks cultureel erfgoed. De gezochte stichting kwam ik echter niet tegen. Misschien is het een kleine lokale stichting zonder website, of is er een foutje in de naam gemaakt.

De reden waarom de heer van ’t Land in contact wilde komen met de stichting is echter ook voor ons interessant. De heer van ’t Land is raadslid in Westerkwartier, een gemeente die 1 januari van dit jaar is ontstaan door het samengaan van verschillende dorpen waaronder Marum. Het voormalige woonoord Nuis valt dan ook binnen de nieuwe gemeentegrenzen. Ongeveer twee kilometer ten zuidwesten van het voormalige kamp Nuis ligt het perceel Jonkersvaart 88A en hier wordt een omgevingsvergunning voor gevraagd waarbij uit het raadsvoorstel naar voren komt dat:

“Op het perceel staat een voormalige veestalling. Dit gebouw heeft jarenlang gefungeerd als huisvesting voor Ambonese (Molukse) gezinnen (Molukse Kamp te Nuis). De Stichting behoud Moluks Erfgoed wenst deze voormalige barak te herbouwen vanwege de historische waarde ervan. De eigenaar is bereid hieraan zijn medewerking te verlenen.”

nuis_jonkersvaart
Woonoord Nuis linksboven, Jonkersvaart 88A rechtsonder in de rode cirkels, GoogleMaps.

 

Er zijn meerdere redenen om optimistische te worden van dit raadsvoorstel en bijbehorende documentatie.

Ten eerste wordt er erkend dat iets wat de één als een oude veestalling ziet de ander kan ervaren als cultureel erfgoed vanwege eerdere functies die het gebouw heeft gehad.

Ten tweede is het duidelijk dat dit al vanaf het begin van het proces is meegenomen zoals blijkt uit de “Ruimtelijke Onderbouwing” die bij de aanvraag is meegeleverd. Het document begint met dezelfde vaststelling dat de veestalling als Molukse bewoning is gebruikt en dat men wil meewerken aan herbouw.

Ten derde is het mooi dat een particuliere eigenaar mee wil werken aan het behoud van een gebouw ook als is hij of zij daar niet wettelijk toe verplicht en zal dit waarschijnlijk extra werk/tijd opleveren. Deze veestalling/barak heeft namelijk geen monumenten status en zou zonder pardon gesloopt kunnen worden. Dit geldt trouwens voor alle voormalige Molukse woonbarakken die nog her en der verspreid in het land te vinden zijn. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wil steeds minder objecten een monument status geven en anders nadenken over hoe om te gaan met cultureel erfgoed (zie ook herinneren en herdenken). Als er niet toevallig lokale kennis is over deze barakken en lokale bereidheid om hier iets mee te doen, dan zullen de laatste resten van de Molukse woonoorden stilletjes verdwijnen.

Ten vierde is het mooi dat een raadslid actief over het proces nadenkt en er voor wil zorgen dat de planning van de afbraak en de nieuwe opbouw goed verlopen. Anders is de kans op verdwijnen toch nog aanwezig.

Nu maar hopen dat met van ’t Land lukt om met de Stichting behoud Moluks Erfgoed in contact te komen. En het zou nog mooier zijn als deze stichting ook gemakkelijk op het internet te vinden zou zijn. Zodat zij breed kunnen delen hoe het verhaal van de barak verder gaat en al het andere Molukse erfgoed dat zij willen behouden.