Reünie van de kampen Breskens, Groede, Oostburg en Aardenburg

Inleiding

Afgelopen zaterdag was er in het Ledeltheater in Oostburg een reünie van de bewoners en nakomelingen van de kampen in West-Zeeuws Vlaanderen en Zeeuwse buren en vrienden. Er was twee jaar aan gewerkt door de commissie en de dag had een vol programma. Ik had gevraagd of ik als niet-bewoner, maar als onderzoeker van de Molukse woonoorden kon komen en daar werd positief op gereageerd. Een doel van de commissie was namelijk om hun geschiedenis niet te laten verdwijnen in de vergetelheid. In de foyer was een kleine tentoonstelling ingericht.

IMG_2733
De groep mensen die de reünie georganiseerd hebben.

 

Het programma

Iedereen was zo druk met het begroeten van elkaar dat het programma meteen later begon. Na het voorstellen van de werkgroep die de reünie heeft georganiseerd opende het programma met een muzikale one-man show van Zeth Mustamu, die verschillende instrumenten bespeelde. Zeer indrukwekkend was het geluid dat hij uit een grote schelp wist te blazen. En mooi was dat hij een foto van zijn ouders meegenomen had en dat zijn conga’s met zijn voorouders verbonden zijn.

Vervolgens was er een welkomstwoord door de wethouder en werd verteld dat er in augustus en september 2021 een tentoonstelling over de woonoorden in West-Zeeuws Vlaanderen plaats zal vinden in het Belfort van Sluis. Dit idee werd door het publiek met enthousiasme ontvangen Dat kan niet gezegd worden voor de daarop volgende lezing over museums in de gemeente Sluis, waar tegenwoordig de vier woonoorden onder vallen. Een presentatie die totaal niet aansloot op het publiek.

Vervolgens werd er gedanst door de jonge leden van dansgroep Menari Bunga Cengkeh begeleid door Joop and Friends. Hier leefde het publiek weer op.

IMG_2746
De dansgroep Menari Bunga Cengkeh.

Na de lunch was er een presentatie van Cadzandse klederdracht. Dit werd met veel humor gebracht en de zaal moest vaak hard lachen.

Daarna was het tijd voor een interview met oud-bewoners van kamp Aardenburg en Breskens en Zeeuwse buren.  Vooral herinneringen aan het buiten spelen werden opgehaald, maar men herinnerde zich toch ook de slagboom en het bord verboden toegang (dat enkele jaren geleden nog door een oud-bewoner uit de puinhopen was gered). Het was in Breskens dan ook niet mogelijk om Nederlandse vriendjes in het kamp te laten spelen. Ook mocht men in Breskens de kledingbonnen maar in één winkel besteden, waar de keuze beperkt was tot de verouderde collecties en schoenen zelden in dezelfde maat geleverd werden. Volgens de dorpsbewoners was dit sowieso de naarste winkel van het dorp waar niemand graag kwam. Het laat wel duidelijk zien hoe de kampbewoners, die afhankelijk waren van de beheerder, eigenlijk slecht behandeld werden als het ging om hun basisbehoefte zoals kleding. Natuurlijk ging het ook over eten en hoe een tante met behulp van beton, een waskom en een kindersok een vijzel had gemaakt. Daarnaast werden de foto’s waarvan men dacht dat ze van Breskens waren toch toegeschreven aan Wilgenhof. Want in Breskens zaten de ventilatiegaten bij de nissenloodsen aan de achterkant en niet de voorkant zoals op de foto. Zo zie je maar weer dat de herinnering niet altijd juist is.

IMG_2757
De bewoners van kamp Breskens en Aardenburg met hun Zeeuwse buren.

Er was een intermezzo door Joop and friends met pop-klassiekers, en dit werd ook gelijk de pauze, omdat het programma al aan het uitlopen was.

Hierna kwamen de bewoners van Oostburg en Groede en de dochter van de bakker aan het woord. De Wilgenhof was niet zo streng als het kamp in Breskens en er kwamen dan ook Nederlandse vriendjes over de vloer om te spelen. Ook daar werd veel buiten gespeeld. De sores van de ouders waren in het kamp minder duidelijk voor de kinderen en werden pas duidelijk in de woonwijken. In het kamp stonden verschillende fruitbomen met peren, appels en pruimen. Een meneer vertelde hoe hij dankzij zijn Nederlandse vriendje het erg goed deed op school. Dit werd ook gestimuleerd door zijn ouders. Toen hij en zijn zusje eens s’avonds nog moesten leren, wilde de kampbeheerder het licht uit doen. Zijn vader stak hier een stokje voor en om de beheerder een lesje te leren draaide hij een 100 Watt lamp erin. Wat dit voorval laat zien is dat de bewoners toch erg afhankelijk waren van de willekeur van de kampbeheerders die op alles geld wilden besparen. De dochter van de bakker kwam regelmatig in het kamp om dingen voor haar vader te bezorgen. Ook had ze Molukse jongens in de lager school klas en op de hogere school zat ze naast een Moluks meisje Julia. Uit de zaal werd geroepen dat Julia aanwezig was, maar hoe dat afgelopen is werd niet duidelijk.

Na het gesprek was er weer muziek van Trio Levantio.

Naar huis

Er was nog een gezamenlijke maaltijd en feestavond, maar ik was moe want ik had de dag daarvoor de vier kampen bezocht en moest nog naar huis rijden. Dus snel een frietje, waarbij ik nog een gesprek had met twee broers uit het kamp. Waarbij de een zich van alles herinnerde over het kamp en Oostburg, terwijl de ander te jong was geweest en op zijn tweede al verhuisd was naar de overkant, zoals ze dat hier noemen.

Als je op de hoogte wilt blijven van de West-Zeeuws Vlaamse kampen kun je lid worden van de facebook-groep Reünie kamp Oostburg, Groede, Breskens en Aerdenburg. Daar zal ook de informatie over de nog te maken tentoonstelling verschijnen.

 

De Schaffelaar, een bezoek

Alweer een jaar geleden waren Nanneke Wigard, Riemer Knoop en Jobbe en ik te gast bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om te spreken over hedendaags erfgoed en dan specifiek de Molukse sporen in het Nederlandse landschap. Wat we toen niet in de blog over het bezoek hadden geschreven is dat we daarna naar Barneveld afgereisd zijn om de woonoorden daar te bezoeken. Hier dan nu het verslag over het bezoek aan woonoord de Schaffelaar.

BAT_schaffelaar_IMG_1717
Het landgoed de Schaffelaar in Barneveld.

De Schaffelaar is tegenwoordig een mooi parklandschap, waar het landhuis gehuurd kan worden voor evenementen. Het park is vrij toegankelijk en er liepen dan ook verscheidene bezoekers. Toen wij er waren, was men bezig met het aanleggen van nieuwe paden en het afronden van een bezoekerscentrum. Alles zag er keurig uit, maar niets verwees naar het Molukse woonoord dat hier ooit gevestigd was. Naast het landhuis lag wel een monument voor de Joodse mensen die hier en in huis de Biezen gevangen hebben gezeten en in 1943 naar Westerbork werden afgevoerd.

Print
Links topografische kaart van 1953. Rechts GoogleMaps screendump uit mei 2018.

Het landhuis en de drie losse gebouwen linksonder zijn op de kaart en GoogleMaps goed te onderscheiden. Alle andere gebouwen zijn niet aan elkaar te relateren. We moeten er dan ook vanuit gaan dat de huidige gebouwen voor een groot deel niet overeenkomen met de situatie uit de tijd van het woonoord. De barakken waar de Molukkers in gewoond hebben zijn verdwenen. We konden dan ook geen directe sporen van de Molukse bewoning vinden. Terwijl er wel allemaal elementen zijn die tot de dagelijkse omgeving van de Molukse bewoners hebben gehoord.

BAT_schaffelaar_IMG_1724
Veld met wat struiken en jonge bomen aan de zijkant van het landhuis waar volgens de kaart uit 1953 allerlei gebouwen stonden.

Op de plek zelf is er dus niets wat aan de Molukse bewoning herinnert die van april 1951 tot 15 augustus 1955 heeft geduurd. De bewoners vertrokken naar kamp de Biezen, waar wij die dag ook een bezoek brachten en waar wij in een volgende blog over berichten. In het centrum van Barneveld is tegenwoordig wel een standbeeld dat de herinnert aan de Molukse bewoning, maar dit was nog net niet onthuld toen wij er waren.

Bovensmilde en de Punt revisited

Afgelopen 10 mei was ik (Jobbe) te gast bij de Rijksuniversiteit Groningen voor een gastcollege over de Molukse Acties en Erfgoed bij de opleiding Minorities and Multilingualism. Het was de tweede keer dat we dit college gaven. Hoewel we de laatste tijd (en dan vooral marjolijn) in ons project veel meer focussen op de sporen van de woonoorden en hoe daar op dit moment mee wordt omgegaan, gaat ook het werk over de Acties op een lager pitje door.

We denken als onderzoekers een beetje te weten hoe het zit: voor Molukkers zijn de Acties uit de jaren 70 een belangrijk deel van de geschiedenis, maar tegelijk liggen ze ook gevoelig. De media springen er altijd maar weer bovenop, alsof er niks anders te melden is over het Molukse leven in Nederland. Dat doet zeer. Toch blijft ook dit werk in ons idee nodig, want er zijn steeds meer mensen die dit lastige deel van de geschiedenis helemaal niet kennen. Als ik wel eens spreek over de treinkapingen, zijn mensen soms al verrast dat het er twee waren. Het verhaal van de school is bij mensen jonger dan 45 vaak helemaal niet bekend.

Voor het gastcollege gaven we eerst een lezing bij de universiteit in Groningen om wat te vertellen over de achtergrond van de acties en de vraag te introduceren of de plekken van de kapingen nu erfgoed zijn of niet. Daarna bezoeken we de locatie van de trein bij de Punt, maar dit jaar hadden we het genoegen dat onderweg Geert Kruit ook  iets wilde vertellen over zijn ervaringen als gegijzeld kind in 1977 in Bovensmilde. Vorig jaar was hij er ook al bij, maar dat was toen min of meer toevallig dat hij ons zag staan toen we met de studenten in het parkje bij de voormalige school De Meent stonden. Dit keer hadden we hem vooraf gevraagd en tot onze vreugde vond hij het prima naar Haren te komen om wat te vertellen.

Als Geert gaat praten wordt pas duidelijk hoe voorzichtig je als onderzoeker moet zijn iets te vertellen over zo’n geschiedenis. Mijn verhaal valt als het ware in het niet als je naast iemand staat die het heeft meegemaakt. Daarom is het ook zo belangrijk dat de studenten dat meekrijgen, dat ‘erfgoed’ niet iets is waar je afstandelijk, vanuit enkel een wetenschappelijke kijk op de zaak beslissingen over neemt.

Geert is overigens zelf heel duidelijk over zijn beweegredenen wel te spreken over die tijd: dat heeft te maken met dat hij verzoening tussen Molukkers en Nederlanders als de enige mogelijke oplossing ziet. Het gaat niet over de vraag wie er schuld heeft, het gaat over hoe je samen verder kan met respect voor elkaar. Daarom spreekt Geert met andere kinderen van toen uit de school en ook een van de Molukse gijzelnemers vaak op 23 mei om op die plek waar de school stond een herdenking te organiseren. 23 mei is dag dat de gijzeling in 1977 begon.

Na het gesprek met Geert fietsten de studenten door naar de Punt. Daar praten we over de beëindiging van de kaping en of die plek nu ook – net als Bovensmilde – een plaats van herdenking zou moeten zijn. En of de overheid juist wel, of niet daarin een rol zou moeten hebben. Ook vertellen we hoe ons project hierover een brief naar de minister schreef en wat dit voor gevolgen had. Dit zet de studenten meestal wel aan het denken. Ook dit jaar was er één student die daarna aangaf een vervolgstudie te willen doen naar dit onderwerp. Dat is natuurlijk alleen maar mooi.

Misschien wil ze daarna ook iets voor onze weblog schrijven en dan zullen we daar hier uiteraard verder over berichten.

IMG_20190510_143345.jpg
Studenten bij de Punt, op weg naar de locatie van de trein.

 

Wyldemerck

Nadat ik in de blog over de tentoonstelling ‘Mahina’ kamp Wyldemerck had genoemd, stuurde de heer Van den Bergh ons uitgebreide informatie over het kamp, waaronder het door hem geschreven boek Wyldemerck: kamp voor islamitische Molukkers. Hij heeft een groot archief over kamp Wyldemerck met plattegronden, bouwtekeningen, 1000 foto’s, archiefstukken, krantenartikelen en een maquette. Hier wil ik het echter vooral hebben over de foto’s die hij aan ons toestuurde.

Na het verhaal over de barak van kamp Nuis vielen deze foto’s meteen op. Het gaat namelijk om het hergebruik van een gewone barak en de moskee barak.

Digital Camera
De moskee barak uit kamp Wyldemerck in Haskerhorne enkele jaren geleden (foto: Ghani van den Bergh).

In zijn boek over Wyldemerck schreef van den Bergh dat de moskee bij het beëindigen van het kamp vernietigd was. Dit bleek echter niet juist; alleen de minaret was gesloopt, maar de moskee barak was wel hergebruikt als schuur. Zo wordt weer eens duidelijk dat verhalen niet altijd kloppend zijn of alleen deels juist. Het is de heer van den Bergh zelf die met deze foto’s helpt zijn eigen boek te verbeteren en het verhaal completer te maken.

MUMA_D0001_moskee_woonoord_wyldemerck
De moskee in kamp Wyldemerck (foto MHM D0001).

Als we de moskee bekijken zijn er veranderingen aangebracht om als schuur te functioneren, maar de meeste elementen zijn bewaard gebleven. De kleine vierkante raampjes zijn nog op dezelfde plaats, het plafond is nog origineel (zie foto’s hieronder) en het dak heeft dezelfde vorm gehouden.

Deze moskee gaat verder dan alleen maar een stukje Molukse geschiedenis, het was namelijk de tweede moskee in Nederland tijdens de bouw. Terugkijkend is het vreemd dat dit een schuur is geworden, maar in die tijd werden de kampen geheel ontmanteld en verkocht voor allerlei doeleinden. En ook tegenwoordig worden kerkgebouwen tot allerlei nieuwe bestemmingen omgebouwd.

moskee_plafond
Binnen is te zien dat de moskee barak beschadigingen heeft opgelopen links huidige situatie, rechts foto genomen in Wyldemerck met de heer Henalale (foto links Ghani van den Bergh, rechts Wyldemerck Herinnering in beeld, 2011, p.75 ).

De moskee heeft beschadigingen opgelopen door de tijd heen en is bewust veranderd voor het huidige gebruik. De vraag is, is de moskee barak daardoor van minder waarde geworden en/of geeft de manier waarop er met de moskee is omgegaan inzicht in de positie van de islamistische Molukkers in Nederland? Moeten we het beschouwen als erfgoed of is het hergebruik zo ingrijpend dat we dit gebouw als verloren moeten beschouwen? Om eerlijk te zijn weten wij en de heer Van den Bergh op dit moment niet of de moskee barak nog steeds bestaat. De foto’s zijn jaren geleden gemaakt en de toenmalige eigenaar wilde de schuur afbreken. Het is niet duidelijk wat de eigenaar heeft gedaan of wil doen. Er zou asbest in de voormalige moskee kunnen zitten wat moeilijkheden met zich meebrengt. Net als bij de barak uit Nuis zou de gemeenschap die betrokken was en is bij kamp Wyldemerck kunnen besluiten of hier eventueel behoud zou moeten plaatsvinden als dat nog mogelijk is.

De gewone barak heeft de heer van den Bergh teruggevonden in Harich waar deze dienst doet als stal. Ook deze foto is jaren geleden genomen.

Oude barak in Harich (16)
Oude woonbarak uit kamp Wyldemerck in gebruik als stal in Harich (foto Ghani van den Bergh)

Deze oude barak ziet er hier nog goed uit, maar is minder uniek dan de moskee. En zolang de barak in gebruik is, kan men er vooral naar kijken en in gesprek gaan met de boer.

Vervolg op de barak van kamp Nuis

Inleiding

In de vorige blog staat hoe wij benaderd werden door het gemeenteraadslid van’ t Land van Westerkwartier (de voormalige gemeente Marum valt hieronder) over een barak uit kamp Nuis en hoe hij op zoek was naar de stichting ‘behoud Moluks erfgoed’. Wij werden natuurlijk nieuwsgierig naar het verhaal van deze barak. Na wat speurwerk, mailen en bellen is er meer duidelijkheid over de barak van kamp Nuis. Ook is naar voren gekomen dat verwarring in berichtgeving een verkeerd beeld kan geven. maar eerst het goede nieuws: de juiste stichting met de naam ‘Moluks Kamp Nuis‘ is gevonden en zij gaan uit van een goede afloop.

De ontrafeling

Zeventien april vond het Raadsoverleg Westerkwartier plaats waarin de raadsleden vragen kunnen stellen en opmerkingen maken over ingediende stukken. Waaronder de vergunning Jonkersvaart 88A waar de barak uit Kamp Nuis wordt afgebroken wordt. Alles is online via de links te aanschouwen. Meerdere raadsleden van verschillende partijen stelden dat zij het belangrijk vinden dat de barak behouden blijft. Niemand had echter concrete informatie. Voor ons wordt echter duidelijk wat de juiste stichting is. Het gaat niet om de stichting ‘Behoud Moluks erfgoed’ (wat een beetje lijkt op de naam van ons project), maar om de stichting ‘Moluks Kamp Nuis’,  zoals mevrouw Gjaltema-Van der Laan in de het raadsoverleg liet weten. Nu werd het zoeken naar de juiste stichting een stuk makkelijker. Raar alleen dat haar collega raadslid Van ’t Land op zoek was naar een stichting met een andere naam en deze informatie niet wijd verspreidt was.

Verder wist mevrouw Gjaltema-Van der Laan te vermelden dat de gemeente Marum destijds €20.000 had vrijgemaakt voor de afbraak en herbouw van de barak. Dit moet dus in eerdere raadsstukken terug te vinden zijn. Zo zie je maar weer dat bij de herindeling van gemeenten lokale kennis kan verdwijnen. De herindeling heeft er sowieso toe geleid dat het proces van de vergunningen vertraagd is en de aanvraag voor de Jonkersvaart al in september 2018 was ingediend.

Harry Stomphorst wist te vermelden dat er duidelijke afspraken waren en de barak bij het Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) zou worden geplaatst. Alles leek dus in kannen en kruiken.

s ‘Avonds in de Raadsvergadering Westerkwartier zou de definitieve stemming over de vergunning en een toelichting plaatsvinden. De vergunning werd goedgekeurd. De voorzitter meneer Wiersma wist te melden dat hij de week ervoor overleg had gehad met de stichting en dat hij van hen had gehoord dat het NAD niet meer wilde meewerken, dat kwalificeerde hij als teleurstellend.

Die opmerking van Wiersma was voor ons reden om contact te zoeken met het NAD. Het project Moluks Erfgoed kijkt immers naar de archeologische kant van het Moluks erfgoed, dus hier wilde we het fijne van weten. We werden te woord gestaan door de heer Schokkers en de heer Rooke. Deze vonden het jammer dat het had geklonken alsof het NAD zich helemaal had teruggetrokken uit het proces. Zij gaven hun kant van het verhaal waaruit bleek dat het in eerste instantie om tijdelijke opslag van de barak zou gaan tot de barak in Museum ’t Rieuw, aan de overkant van de weg, permanent zou worden opgesteld. De barak zou alleen opgeknapt worden bij het depot. De plaatsing bij ’t Rieuw kon echter niet doorgaan vanwege bouwbeperkingen, die de de omgeving en boerderij ’t Rieuw heeft. Het is echter ook niet mogelijk om de barak permanent bij het NAD te plaatsen omdat op de plek die nu nog vrij is in de toekomst een nieuwe loods voor de uitbreiding van het depot komt. Men was echter bij het depot nog steeds bereid te helpen bij  een tijdelijke opslag en mee te helpen met zoeken naar een nieuwe locatie. Dit is dus een andere insteek dan zoals deze in de raadsvergadering werd neergezet, waarbij het leek of het depot zich volledig terugtrok.

Conclusie

Gelukkig hebben wij ondertussen ook contact gekregen met de stichting Moluks Kamp Nuis. Als je eenmaal de juiste naam hebt wordt zoeken een stuk makkelijker. En ook via facebook en comments op deze website werden we geholpen met het zoeken.  Wij hebben telefonisch gesproken met de voorzitter van de stichting Moluks Kamp Nuis de heer Soumokil. Hij was druk bezig met lesgeven maar maakte toch even tijd voor ons. De heer Soumokil vertelde ons dat ze al enkele jaren bezig waren met het veiligstellen van de barak. Het is een langzaam proces en binnenkort hopen ze een definitieve plaats voor de barak te hebben gevonden. Hij ging er van uit dat het allemaal ging lukken en dat de barak bewaard wordt zodat de geschiedenis van kamp Nuis doorverteld kan worden aan de volgende generaties.
Als je meer wilt lezen over de achtergrond van de ontdekking kun je het artikel hier over online lezen. Wij gaan de ontwikkelingen in elk geval volgen.

Een barak uit kamp Nuis.

Afgelopen zondag ontvingen wij een bericht van de heer van ’t Land uit de gemeente Westerkwartier, met de vraag of wij misschien op enige wijze verbonden waren met de Stichting behoud Moluks Erfgoed. De vraag verraste ons want dit is niet het geval. En jammer genoeg konden wij hem niet verder helpen. Als ik de ‘stichting behoud Moluks Erfgoed’ online probeer te vinden via Google krijg ik 13.500 hits die gaan over Moluks erfgoed. De ene na de andere website komt langs met allemaal aandacht voor het Moluks cultureel erfgoed. De gezochte stichting kwam ik echter niet tegen. Misschien is het een kleine lokale stichting zonder website, of is er een foutje in de naam gemaakt.

De reden waarom de heer van ’t Land in contact wilde komen met de stichting is echter ook voor ons interessant. De heer van ’t Land is raadslid in Westerkwartier, een gemeente die 1 januari van dit jaar is ontstaan door het samengaan van verschillende dorpen waaronder Marum. Het voormalige woonoord Nuis valt dan ook binnen de nieuwe gemeentegrenzen. Ongeveer twee kilometer ten zuidwesten van het voormalige kamp Nuis ligt het perceel Jonkersvaart 88A en hier wordt een omgevingsvergunning voor gevraagd waarbij uit het raadsvoorstel naar voren komt dat:

“Op het perceel staat een voormalige veestalling. Dit gebouw heeft jarenlang gefungeerd als huisvesting voor Ambonese (Molukse) gezinnen (Molukse Kamp te Nuis). De Stichting behoud Moluks Erfgoed wenst deze voormalige barak te herbouwen vanwege de historische waarde ervan. De eigenaar is bereid hieraan zijn medewerking te verlenen.”

nuis_jonkersvaart
Woonoord Nuis linksboven, Jonkersvaart 88A rechtsonder in de rode cirkels, GoogleMaps.

 

Er zijn meerdere redenen om optimistische te worden van dit raadsvoorstel en bijbehorende documentatie.

Ten eerste wordt er erkend dat iets wat de één als een oude veestalling ziet de ander kan ervaren als cultureel erfgoed vanwege eerdere functies die het gebouw heeft gehad.

Ten tweede is het duidelijk dat dit al vanaf het begin van het proces is meegenomen zoals blijkt uit de “Ruimtelijke Onderbouwing” die bij de aanvraag is meegeleverd. Het document begint met dezelfde vaststelling dat de veestalling als Molukse bewoning is gebruikt en dat men wil meewerken aan herbouw.

Ten derde is het mooi dat een particuliere eigenaar mee wil werken aan het behoud van een gebouw ook als is hij of zij daar niet wettelijk toe verplicht en zal dit waarschijnlijk extra werk/tijd opleveren. Deze veestalling/barak heeft namelijk geen monumenten status en zou zonder pardon gesloopt kunnen worden. Dit geldt trouwens voor alle voormalige Molukse woonbarakken die nog her en der verspreid in het land te vinden zijn. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wil steeds minder objecten een monument status geven en anders nadenken over hoe om te gaan met cultureel erfgoed (zie ook herinneren en herdenken). Als er niet toevallig lokale kennis is over deze barakken en lokale bereidheid om hier iets mee te doen, dan zullen de laatste resten van de Molukse woonoorden stilletjes verdwijnen.

Ten vierde is het mooi dat een raadslid actief over het proces nadenkt en er voor wil zorgen dat de planning van de afbraak en de nieuwe opbouw goed verlopen. Anders is de kans op verdwijnen toch nog aanwezig.

Nu maar hopen dat met van ’t Land lukt om met de Stichting behoud Moluks Erfgoed in contact te komen. En het zou nog mooier zijn als deze stichting ook gemakkelijk op het internet te vinden zou zijn. Zodat zij breed kunnen delen hoe het verhaal van de barak verder gaat en al het andere Molukse erfgoed dat zij willen behouden.

De schoorstenen van Genapium en de bomen van Almere

De schoorstenen

Onze lezers helpen elke keer weer om het beeld van de Molukse woonoorden completer te maken. In de blog over de maquettes van Genapium  viel mij het ontbreken van schoorstenen op bij de gebouwen uit de tweede fase. Ik vroeg mij af of dit artistieke vrijheid was geweest. En nu weten we dat dit inderdaad zo is.

Mevrouw Tomasila-Snell stuurde ons foto’s van de barakken van Genapium in de tweede fase waarop de schoorstenen duidelijk te zien zijn.

Gennep 2e kamp .
De schoorstenen steken af tegen de lucht in het midden van de foto (foto Mevr. J. Tomasila-Snell)

Het ziet er op de foto ook net zo schoon en strak uit als op de maquette.

Gennep 2e kamp
Nog een blik op de schoorstenen (foto Mevr. J. Tomasila-Snell)

Dat de schoorstenen ver uit elkaar staan geeft aan dat de ruimtes per gezin een wat ruimer karakter hadden. Ook is duidelijk te zien dat de ramen veel groter zijn geworden. Wat het licht in de huizen zeker ten goede is gekomen.

De bomen

Het belang van foto’s uit de tijd van de bewoning is een belangrijke bron van kennis. Vooral omdat niet alleen de meeste woonoorden zijn verdwenen, maar ook de omgeving waarin zij stonden veranderd is. Mevrouw Tomasila-Snel was namelijk zo aardig om ook nog twee foto’s van kamp Almere bij te voegen.

Tijdens mijn bezoek was de plek waar het kamp lag een bos. Ik wist natuurlijk wel dat er toen minder bomen waren, maar was toch nog verbaasd toen ik de foto’s zag. Volgens de topografische kaart van toen ligt het kamp ook in het bos (zie blog over kamp Almere). Aan de hand van de foto van de centrale plaats zou je echter gemakkelijk kunnen denken dat het kamp in een weiland heeft gelegen.

Plein Almere
Centrale plaats woonoord Almere (foto Mevr. J. Tomasila-Snell).

Rechts achter op de foto zijn wel wat bomen en struiken te zien, maar het lijkt meer op bossage dan bos. De geplaveide plaats zorgt ervoor dat het beeld van natuur ver weg is. Dus ook al lag het kamp buiten de bebouwde kom op een afgelegen plek omgeven door bos en hei, in het kamp was de natuur zorgvuldig buiten de poort gehouden.

Je zou willen dat je als archeoloog ook de geur van een plek kon vinden. Want misschien rook het in het kamp naast de rook van de kachels ook wel naar heidebloemen of een frisse boslucht. En zag je in het kamp de natuur niet, maar rook je het wel.

Rotterdam Mahina: Een ode aan de (Molukse) vrouw.

Zondag 31 maart vond in Belvédère, Verhalenhuis de feestelijke opening plaats van de tentoonstelling Rotterdam Mahina: een ode aan de (Molukse) vrouw. Er was een middag en een avondprogramma en ik had mij aangemeld voor de middag.

De tentoonstelling was al eerder te zien in Den Haag, Vught, Arnhem, Assen, Tiel, en Palermo (Italië) en wordt hierna nog getoond in Amsterdam en Frankfurt. De tentoonstelling is gemaakt door het collectief Teru bestaande uit Atêf Sitanala, Jaïr Pattipeilohy en Lesli Taihuttu.

De middag werd ingeleid door Linda Malherbe die een korte geschiedenis gaf van het gebouw. Daarna interviewde Rocky Tuhuteru de drie makers van de tentoonstelling.

IMG_3777

De makers vertelde dat ze deze tentoonstelling gemaakt hadden omdat als het over de Molukkers gaat men het meestal heeft over de mannen, de KNIL-militairen, maar binnen de Molukse cultuur worden de vrouwen gezien als de dragers van de cultuur. Zij wilde daarom de Molukse vrouw centraal stellen en fotografeerde vier generaties vrouwen. In totaal werden honderd vrouwen gefotografeerd uit heel Nederland met verschillende achtergronden. Allemaal werden ze met blote schouders gefotografeerd.

Vervolgens werd er een kort filmpje getoond van een fotoshoot. Op de foto deed een vrouw in traditionele dracht met ontbloot bovenlijf een dans. Toen de makers door Rocky werden bevraagd over hoe zij tegen dit bloot aankijken gaven zij een mooi antwoord. Zij vonden dat dit bloot bij hun cultuur hoorde en dat je er dan ook niet met een westerse geseksualiseerde blik naar moest kijken. Het ging om respect en om vrouwen zo krachtig mogelijk te fotograferen.

IMG_3786

Vervolgens werden twee van de gefotografeerde vrouwen (Fitrah Umarella en Danny Kolanus) geïnterviewd. Zij hadden meegedaan om dat ze de Molukse cultuur willen doorgeven. Beiden hadden de fotosessie dan ook positief ervaren. Danny die dansend was afgebeeld zei dat ze zich kwetsbaar en sterk voelde door deze foto. Haar zoontje in het publiek bevestigde dit door te zeggen dat zij er krachtig uitziet en ik denk dat de meeste mensen het met hem eens waren.

Daarna kregen we de korte documentaire Lau Kopot O (vuurvliegjes) te zien. Hierin werd her doorgeven van een lied binnen een familie verteld. Waarbij oma de tradities binnen de familie wilde bewaren en de jongere generaties dit als vanzelfsprekend deden. Kijk een stukje van de documentaire op de website van het collectief Teru.

silent_disco
Luisteren naar de verhalen via de silent disco, foto van facebook pagina Mahina (Lesli Taihuttu).

Omdat Mahina nu in het verhalenhuis wordt gepresenteerd is er een speciale Rotterdamse editie met verhalen uit Rotterdam en omstreken. Een mobiele studio heeft de verhalen opgenomen die verteld werden over Molukse vrouwen door hun familieleden. Vijftien uur aan verhalen is omgezet tot een luisterwerk van een uur. De verhalen worden in hun geheel bewaard in het stadsarchief van Rotterdam, zodat ze voor iedereen beschikbaar zijn. Via silent disco, waarbij ieder zijn eigen koptelefoons krijgt werd er tien minuten gezamenlijk naar deze verhalen geluisterd. Daarna gingen we gezamenlijk de tentoonstelling bekijken op de tweede verdieping, terwijl we onze koptelefoons ophielden en verder luisterden.

IMG_3792

Boven, waar de tentoonstelling is, hangt bij de ingang een bord met 10 verhalen en een grote foto van kamp Wyldemerck. De impact van een tentoonstelling als deze werd meteen duidelijk omdat de meeste niet verder kwamen dan die plek en meteen familieleden herkenden en verhalen met elkaar gingen uitwisselen. Wyldemerk wordt nog veel bezocht door oud-bewoners en hun nakomelingen. In de zaal hangen alle portretten en hier was het ook een feest van herkenning voor familieleden en vrienden. Jammer genoeg hangt alleen de naam van de gefotografeerde vrouw erbij en sporadisch een kort verhaal. Nu ik al deze vrouwen zag wilde ik ook al hun verhalen weten. De foto’s zijn namelijk met groot respect en inleving gemaakt en zorgen ervoor dat je meer wilt weten over die specifieke persoon. Het is een kleine tentoonstelling en er stonden ook nog hedendaagse beelden en museale objecten. Voor mij had dit niet gehoeven. Ik had me meer willen verdiepen in al die vrouwen die mij aankeken.

IMG_3803

Misschien lag het aan de lokatie in het verhalenhuis, maar ik zou willen dat de stem van al deze vrouwen te horen zou zijn. Het was zeker een geslaagde middag, met de interviews, films en silent disco. En ik hoop dat dit de aanzet is om nog meer verhalen vast te leggen. Als je in de buurt van Rotterdam bent en een uurtje aangenaam wilt besteden zou ik zeker langs gaan en de portretten van deze vrouwen gaan bekijken.

De tentoonstelling is open van vrijdag t/m zondag tussen 11 en 6 uur (behalve feestdagen) tot en met 20 mei 2019. Adres Rechthuislaan 1, Rotterdam-Katendrecht.

Herinneren en Herdenken

Inleiding

Vorige week is het rapport “Herinneringen om door te geven: Resultaten enquête herinneringserfgoed” van de Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) uitgekomen. Aan deze enquete hebben ook Jobbe en ikzelf mee gedaan. En in begin mei zijn we samen met Nanneke Wigard en Riemer Knoop bij de RCE op gesprek geweest als onderdeel van de verkenning over herinneren en herdenken (zie blogpost Gesprek bij de rijksdienst). We waren uitgenodigd naar aanleiding van onze aanvraag voor monument status van ‘de Punt’. Hier wil ik een korte samenvatting geven van het rapport en de aanleiding hiertoe.

Herinneringserfgoed

In april 2018 kwam het startdocument Erfgoed om bij stil te staan: Achtergronden bij Verkenning Herinneringserfgoed uit bij de RCE.  Het doel van de verkenning wordt omschreven als: De verkenning Herinneringserfgoed brengt de herdenkingscultuur in Nederland in beeld, in relatie tot het fysieke (onroerende) erfgoeddomein en het herinneringserfgoed, en geeft aan wat de mogelijke rol is van de minister van OCW t.a.v. het behoud en de zichtbaarheid van dit erfgoed.

Deze verkenning is van invloed op het toekomstig beleid van de minister en alhoewel er geen harde uitspraken of beloftes worden gedaan is het van belang het Moluks erfgoed op de kaart te zetten. Want alles wat nu niet belicht wordt, wordt in de toekomst sneller vergeten of buiten beschouwing gelaten. Daarom is het goed dat in dit zeven pagina’s tellende document het Moluks erfgoed drie keer specifiek genoemd wordt en dat twee van de negen afbeeldingen over Moluks erfgoed gaan.

Er wordt in het document onderscheidt gemaakt tussen herinneren en herdenken. Men volgt Frijhoff die herinnering omschrijft als: een vorm waarin individuele personen afzonderlijke groepen en welomschreven gemeenschappen zich de sporen van het verleden als op henzelf betrokken toe-eigenen en ze zo tot hun eigen, geleefde geschiedenis maken’. Terwijl herdenken wordt omschreven als een verbijzondering van herinneren. Herdenken betreft een beperkt gedeelte van wat wij ons (willen) herinneren. Ook is er een hechte relatie tussen herdenken en de tastbare en fysieke plekken in onze leefomgeving. Daarnaast wordt herinneren in verband gebracht met een verlangen naar saamhorigheid rond een gedeelde identiteit. Er wordt erkend dat erfgoedzorg tot nu toe weinig oog voor de emotionele kant had en vooral over bescherming van gebouwde monumenten ging. Er zal meer plaats moeten komen voor de verhalen. De overheid wil volgen op maatschappelijke en wetenschappelijke debatten en niet zelf herdenkingen en herdenkingsmonumenten aandragen.

Een opmerkelijk punt is wel dat de koloniale geschiedenis in het document wordt gezien als verder weg in de geschiedenis liggend dan de Tweede Wereldoorlog. Men vergeet dan dat het Moluks erfgoed onderdeel is van die koloniale geschiedenis en dat bijvoorbeeld Nieuw Guinea in 1962 en Suriname pas in 1975 onafhankelijk zijn geworden en de Antillen nog steeds onder het Nederlands koninkrijk vallen.

Uitslag van de enquete.

De enquete is door 176 mensen ingevuld, die voornamelijk uit de erfgoedsector komen of er aan verbonden zijn. Deze groep wordt dan ook niet als representatief maar wel als verrijkend gezien.

Het thema koloniaal verleden (waaronder het Moluks erfgoed valt) staat op de vierde plaats als het om regionale thema’s gaat en op de derder plaats als het om nationale thema’s gaat. De komst van de Molukkers wordt bij het regionale thema specifiek genoemd. Op nationaal niveau wordt er wel gerefereerd naar oorlogskampen, maar dit lijkt geen betrekking te hebben op de vaak latere omvorming tot Molukse woonoorden. De foto van de Molukse kerk in Appingedam die ook in het vorige document staat is wederom afgedrukt.

99 procent van de deelnemers vindt dat historische plekken een meerwaarde hebben vanwege de invoelbaarheid en de verhalende kwaliteiten, maar ook van belang is dat dit plekken van samenkomst zijn. 89 procent vindt wel dat er extra aandacht nodig is om deze meerwaarde tot uiting te brengen. En 93 procent vindt dan ook dat deze plekken beschermd moeten worden.

Iets meer dan de helft vindt dat de overheid een actieve rol moet spelen bij het herdenken, vooral om de ondergrens en minderheden te beschermen. Andere willen juist dat de geschiedenis niet beïnvloed mag worden door nieuwkomers. Terughoudendheid van de overheid wordt juist bepleit door mensen die vinden dat herdenkingen vanuit de samenleving gevoed moeten worden. De overheid zou dan een meer ondersteunende rol moeten krijgen. 83 procent vindt wel dat de overheid moet stimuleren dat het verhaal van een plek verteld wordt en dan het liefst vanuit verschillende perspectieven, maar wel wetenschappelijk gebaseerd. Een klein deel (16%) wil echter maar één perspectief en dan met name dat van de slachtoffers tijdens de Tweede Wereldoorlog of de succesverhalen van de witte Nederlandse geschiedenis.

Conclusie

Het startdocument en de enquete laten zien dat er een verandering aan het optreden is in de erfgoed sector. Niet alleen de tastbare monumenten, maar ook de verhalen worden steeds belangrijker in de zorg voor het erfgoed. Dit is dan ook een goed moment om het Molukse verhaal meer naar de voorgrond te brengen als onderdeel van het Nederlands erfgoed. Waarbij niet alleen de verhalen worden doorverteld en bij een breder publiek onder de aandacht worden gebracht, maar ook fysieke plekken worden bewaard of nieuw gecreëerd worden met behulp van lokale monumenten.

Westkapelle, woonoord achter de zeedijk.

Inleiding

In de blogs van vorig jaar heb je al kunnen lezen over een deel van ons veldwerk in de woonoorden van Zeeland, zoals die van Kruiningen , Serooskerke, Grijpskerke en Koudekerke. Hier ontbrak echter nog één woonoord dat wij die dag ook bezochten, namelijk Westkapelle.

Screen Shot 2018-08-24 at 17.36.21
Woonoord Westkapelle op de topografische kaart van 1964

Het woonoord ten tijden van de bewoning

Westkapelle is van september 1951 tot en met april 1960 door Molukkers bewoond geweest. In eerste instantie was het een Budjangkamp voor vrijgezellen.Later kwamen hier ook gezinnen bij, zoals de 16 PNMS gezinnen die oorspronkelijk in Woerden hadden gewoond, maar gedwongen werden te verhuizen. Het kamp had op het hoogtepunt ongeveer 230 bewoners. De PNMS ging uit van het standpunt dat de Nederlandse regering zorg moet dragen voor de Molukkers totdat zij terug kunnen keren naar een vrij (Zuid-)Molukken. Dat grote aandeel PNMS-gezinnen zorgde in 1956 voor sterk verzet tegen de Zelfzorgregeling, waardoor Molukse bewoners opeens zelf in hun onderhoud moesten voorzien. Wegens honger gingen 28 mannen het dorp in om voedsel te halen uit de winkels zonder te betalen. Daarna werd door de gemeente een avondklok werd ingesteld en in stand gehouden door het gewapende Harde Bijstand-detachement van de Rijkspolitie. De volgende dag toen enkele Molukkers uit Middelburg op het randje van de avondklok nog naar huis wilde en met de fiets tegen een agent op botste, werd er geschoten met scherp. Er waren negen gewonden en één iemand verloor zijn oog. Andere mannen werden gearresteerd, waarop de vrouwen het protest overnamen. Uiteindelijk zou echter de overheid aan het langste eind trekken en werden de PNMS-gezinnen verspreid over verschillende woonoorden (het boek Molukkers in Zeeland van Henk Smeets en Corzas Nanuruw geeft meer gedetailleerde informatie over het conflict).

Westkapelle nu

Van het kamp is helaas niets meer over. Een beeld gemaakt door Trinette Ledelay op de dijk herinnert aan het woonoord. Gemalen steen van de barakken is verwerkt in de sokkel. En het beeld bevat de tekst ‘Perdjalan kami membuat kerinduan ke Asai kami’ of te wel ‘Onze reis doet ons verlangen naar huis’. (vertaling Wandel APP no16)

BAT_1255
Beeld van Trinette Ledelay ter herinnering aan het Molukse woonoord Westkapelle op de Zeedijk.

Toen wij het beeld bezochten begon het gruis van de barakken jammer genoeg uit de sokkel te vallen, waarschijnlijk door vorstwerking (zie de lichte letters op de foto).

Als je bij het monument landinwaarts draait zie je de locatie van het kamp liggen.

BAT_1258
Locatie woonoord, waar rechtsachter de grijze loods is.

De weilanden aan de linkerkant laten zien hoe afgelegen het kamp lag. De gebouwen links waren toen nog niet aanwezig en het kamp lag gescheiden van het dorp.

Van het kamp zelf is niets meer aanwezig er staat nu een grote winkel voor agrarische- en tuingereedschappen en machines. Er is niets meer te zien dat op de plek zelf herinnert aan het woonoord. Zelfs de vorm van het kamp kan niet meer afgeleidt worden uit de bestrating of de positie van de gebouwen.

BAT_1262
De huidige situatie van het woonoord.

Ten slotte

Ik was hier zelfs al een paar jaar geleden op fietsvakantie langsgekomen. Toen wist ik echter nog weinig van de Molukse geschiedenis in ons land. En wat je niet weet zie je niet. Dit laat zien dat veranderingen in het landschap in combinatie met gebrek aan kennis (in dit geval mijn eigen kennis) leidt tot plekken waar de historie vergeten wordt.

Hoe snel dit kan gaan blijkt uit het feit dat in 2006 nog een voorstelling plaatsvond in het kamp door de Molukse theatergroep Delta. In 2009 bij het verschijnen van het boek Molukkers in Zeeland wist men nog niet of de barakken behouden konden worden. En toen wij de plek in begin 2018 bezochten was er al helemaal niets meer van terug te vinden. De restanten van Molukse woonoorden zijn voor het overgrote deel in handen van particulieren en er wordt geen beleid gevoerd op het behoud van deze overblijfselen. Als er niets gebeurd is de kans groot dat dit deel van de Molukse geschiedenis voorgoed uit het Nederlandse landschap verdwijnt.