Vervolg op de barak van kamp Nuis

Inleiding

In de vorige blog staat hoe wij benaderd werden door het gemeenteraadslid van’ t Land van Westerkwartier (de voormalige gemeente Marum valt hieronder) over een barak uit kamp Nuis en hoe hij op zoek was naar de stichting ‘behoud Moluks erfgoed’. Wij werden natuurlijk nieuwsgierig naar het verhaal van deze barak. Na wat speurwerk, mailen en bellen is er meer duidelijkheid over de barak van kamp Nuis. Ook is naar voren gekomen dat verwarring in berichtgeving een verkeerd beeld kan geven. maar eerst het goede nieuws: de juiste stichting met de naam ‘Moluks Kamp Nuis‘ is gevonden en zij gaan uit van een goede afloop.

De ontrafeling

Zeventien april vond het Raadsoverleg Westerkwartier plaats waarin de raadsleden vragen kunnen stellen en opmerkingen maken over ingediende stukken. Waaronder de vergunning Jonkersvaart 88A waar de barak uit Kamp Nuis wordt afgebroken wordt. Alles is online via de links te aanschouwen. Meerdere raadsleden van verschillende partijen stelden dat zij het belangrijk vinden dat de barak behouden blijft. Niemand had echter concrete informatie. Voor ons wordt echter duidelijk wat de juiste stichting is. Het gaat niet om de stichting ‘Behoud Moluks erfgoed’ (wat een beetje lijkt op de naam van ons project), maar om de stichting ‘Moluks Kamp Nuis’,  zoals mevrouw Gjaltema-Van der Laan in de het raadsoverleg liet weten. Nu werd het zoeken naar de juiste stichting een stuk makkelijker. Raar alleen dat haar collega raadslid Van ’t Land op zoek was naar een stichting met een andere naam en deze informatie niet wijd verspreidt was.

Verder wist mevrouw Gjaltema-Van der Laan te vermelden dat de gemeente Marum destijds €20.000 had vrijgemaakt voor de afbraak en herbouw van de barak. Dit moet dus in eerdere raadsstukken terug te vinden zijn. Zo zie je maar weer dat bij de herindeling van gemeenten lokale kennis kan verdwijnen. De herindeling heeft er sowieso toe geleid dat het proces van de vergunningen vertraagd is en de aanvraag voor de Jonkersvaart al in september 2018 was ingediend.

Harry Stomphorst wist te vermelden dat er duidelijke afspraken waren en de barak bij het Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) zou worden geplaatst. Alles leek dus in kannen en kruiken.

s ‘Avonds in de Raadsvergadering Westerkwartier zou de definitieve stemming over de vergunning en een toelichting plaatsvinden. De vergunning werd goedgekeurd. De voorzitter meneer Wiersma wist te melden dat hij de week ervoor overleg had gehad met de stichting en dat hij van hen had gehoord dat het NAD niet meer wilde meewerken, dat kwalificeerde hij als teleurstellend.

Die opmerking van Wiersma was voor ons reden om contact te zoeken met het NAD. Het project Moluks Erfgoed kijkt immers naar de archeologische kant van het Moluks erfgoed, dus hier wilde we het fijne van weten. We werden te woord gestaan door de heer Schokkers en de heer Rooke. Deze vonden het jammer dat het had geklonken alsof het NAD zich helemaal had teruggetrokken uit het proces. Zij gaven hun kant van het verhaal waaruit bleek dat het in eerste instantie om tijdelijke opslag van de barak zou gaan tot de barak in Museum ’t Rieuw, aan de overkant van de weg, permanent zou worden opgesteld. De barak zou alleen opgeknapt worden bij het depot. De plaatsing bij ’t Rieuw kon echter niet doorgaan vanwege bouwbeperkingen, die de de omgeving en boerderij ’t Rieuw heeft. Het is echter ook niet mogelijk om de barak permanent bij het NAD te plaatsen omdat op de plek die nu nog vrij is in de toekomst een nieuwe loods voor de uitbreiding van het depot komt. Men was echter bij het depot nog steeds bereid te helpen bij  een tijdelijke opslag en mee te helpen met zoeken naar een nieuwe locatie. Dit is dus een andere insteek dan zoals deze in de raadsvergadering werd neergezet, waarbij het leek of het depot zich volledig terugtrok.

Conclusie

Gelukkig hebben wij ondertussen ook contact gekregen met de stichting Moluks Kamp Nuis. Als je eenmaal de juiste naam hebt wordt zoeken een stuk makkelijker. En ook via facebook en comments op deze website werden we geholpen met het zoeken.  Wij hebben telefonisch gesproken met de voorzitter van de stichting Moluks Kamp Nuis de heer Soumokil. Hij was druk bezig met lesgeven maar maakte toch even tijd voor ons. De heer Soumokil vertelde ons dat ze al enkele jaren bezig waren met het veiligstellen van de barak. Het is een langzaam proces en binnenkort hopen ze een definitieve plaats voor de barak te hebben gevonden. Hij ging er van uit dat het allemaal ging lukken en dat de barak bewaard wordt zodat de geschiedenis van kamp Nuis doorverteld kan worden aan de volgende generaties.
Als je meer wilt lezen over de achtergrond van de ontdekking kun je het artikel hier over online lezen. Wij gaan de ontwikkelingen in elk geval volgen.

Een barak uit kamp Nuis.

Afgelopen zondag ontvingen wij een bericht van de heer van ’t Land uit de gemeente Westerkwartier, met de vraag of wij misschien op enige wijze verbonden waren met de Stichting behoud Moluks Erfgoed. De vraag verraste ons want dit is niet het geval. En jammer genoeg konden wij hem niet verder helpen. Als ik de ‘stichting behoud Moluks Erfgoed’ online probeer te vinden via Google krijg ik 13.500 hits die gaan over Moluks erfgoed. De ene na de andere website komt langs met allemaal aandacht voor het Moluks cultureel erfgoed. De gezochte stichting kwam ik echter niet tegen. Misschien is het een kleine lokale stichting zonder website, of is er een foutje in de naam gemaakt.

De reden waarom de heer van ’t Land in contact wilde komen met de stichting is echter ook voor ons interessant. De heer van ’t Land is raadslid in Westerkwartier, een gemeente die 1 januari van dit jaar is ontstaan door het samengaan van verschillende dorpen waaronder Marum. Het voormalige woonoord Nuis valt dan ook binnen de nieuwe gemeentegrenzen. Ongeveer twee kilometer ten zuidwesten van het voormalige kamp Nuis ligt het perceel Jonkersvaart 88A en hier wordt een omgevingsvergunning voor gevraagd waarbij uit het raadsvoorstel naar voren komt dat:

“Op het perceel staat een voormalige veestalling. Dit gebouw heeft jarenlang gefungeerd als huisvesting voor Ambonese (Molukse) gezinnen (Molukse Kamp te Nuis). De Stichting behoud Moluks Erfgoed wenst deze voormalige barak te herbouwen vanwege de historische waarde ervan. De eigenaar is bereid hieraan zijn medewerking te verlenen.”

nuis_jonkersvaart
Woonoord Nuis linksboven, Jonkersvaart 88A rechtsonder in de rode cirkels, GoogleMaps.

 

Er zijn meerdere redenen om optimistische te worden van dit raadsvoorstel en bijbehorende documentatie.

Ten eerste wordt er erkend dat iets wat de één als een oude veestalling ziet de ander kan ervaren als cultureel erfgoed vanwege eerdere functies die het gebouw heeft gehad.

Ten tweede is het duidelijk dat dit al vanaf het begin van het proces is meegenomen zoals blijkt uit de “Ruimtelijke Onderbouwing” die bij de aanvraag is meegeleverd. Het document begint met dezelfde vaststelling dat de veestalling als Molukse bewoning is gebruikt en dat men wil meewerken aan herbouw.

Ten derde is het mooi dat een particuliere eigenaar mee wil werken aan het behoud van een gebouw ook als is hij of zij daar niet wettelijk toe verplicht en zal dit waarschijnlijk extra werk/tijd opleveren. Deze veestalling/barak heeft namelijk geen monumenten status en zou zonder pardon gesloopt kunnen worden. Dit geldt trouwens voor alle voormalige Molukse woonbarakken die nog her en der verspreid in het land te vinden zijn. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wil steeds minder objecten een monument status geven en anders nadenken over hoe om te gaan met cultureel erfgoed (zie ook herinneren en herdenken). Als er niet toevallig lokale kennis is over deze barakken en lokale bereidheid om hier iets mee te doen, dan zullen de laatste resten van de Molukse woonoorden stilletjes verdwijnen.

Ten vierde is het mooi dat een raadslid actief over het proces nadenkt en er voor wil zorgen dat de planning van de afbraak en de nieuwe opbouw goed verlopen. Anders is de kans op verdwijnen toch nog aanwezig.

Nu maar hopen dat met van ’t Land lukt om met de Stichting behoud Moluks Erfgoed in contact te komen. En het zou nog mooier zijn als deze stichting ook gemakkelijk op het internet te vinden zou zijn. Zodat zij breed kunnen delen hoe het verhaal van de barak verder gaat en al het andere Molukse erfgoed dat zij willen behouden.

De schoorstenen van Genapium en de bomen van Almere

De schoorstenen

Onze lezers helpen elke keer weer om het beeld van de Molukse woonoorden completer te maken. In de blog over de maquettes van Genapium  viel mij het ontbreken van schoorstenen op bij de gebouwen uit de tweede fase. Ik vroeg mij af of dit artistieke vrijheid was geweest. En nu weten we dat dit inderdaad zo is.

Mevrouw Tomasila-Snell stuurde ons foto’s van de barakken van Genapium in de tweede fase waarop de schoorstenen duidelijk te zien zijn.

Gennep 2e kamp .
De schoorstenen steken af tegen de lucht in het midden van de foto (foto Mevr. J. Tomasila-Snell)

Het ziet er op de foto ook net zo schoon en strak uit als op de maquette.

Gennep 2e kamp
Nog een blik op de schoorstenen (foto Mevr. J. Tomasila-Snell)

Dat de schoorstenen ver uit elkaar staan geeft aan dat de ruimtes per gezin een wat ruimer karakter hadden. Ook is duidelijk te zien dat de ramen veel groter zijn geworden. Wat het licht in de huizen zeker ten goede is gekomen.

De bomen

Het belang van foto’s uit de tijd van de bewoning is een belangrijke bron van kennis. Vooral omdat niet alleen de meeste woonoorden zijn verdwenen, maar ook de omgeving waarin zij stonden veranderd is. Mevrouw Tomasila-Snel was namelijk zo aardig om ook nog twee foto’s van kamp Almere bij te voegen.

Tijdens mijn bezoek was de plek waar het kamp lag een bos. Ik wist natuurlijk wel dat er toen minder bomen waren, maar was toch nog verbaasd toen ik de foto’s zag. Volgens de topografische kaart van toen ligt het kamp ook in het bos (zie blog over kamp Almere). Aan de hand van de foto van de centrale plaats zou je echter gemakkelijk kunnen denken dat het kamp in een weiland heeft gelegen.

Plein Almere
Centrale plaats woonoord Almere (foto Mevr. J. Tomasila-Snell).

Rechts achter op de foto zijn wel wat bomen en struiken te zien, maar het lijkt meer op bossage dan bos. De geplaveide plaats zorgt ervoor dat het beeld van natuur ver weg is. Dus ook al lag het kamp buiten de bebouwde kom op een afgelegen plek omgeven door bos en hei, in het kamp was de natuur zorgvuldig buiten de poort gehouden.

Je zou willen dat je als archeoloog ook de geur van een plek kon vinden. Want misschien rook het in het kamp naast de rook van de kachels ook wel naar heidebloemen of een frisse boslucht. En zag je in het kamp de natuur niet, maar rook je het wel.

Rotterdam Mahina: Een ode aan de (Molukse) vrouw.

Zondag 31 maart vond in Belvédère, Verhalenhuis de feestelijke opening plaats van de tentoonstelling Rotterdam Mahina: een ode aan de (Molukse) vrouw. Er was een middag en een avondprogramma en ik had mij aangemeld voor de middag.

De tentoonstelling was al eerder te zien in Den Haag, Vught, Arnhem, Assen, Tiel, en Palermo (Italië) en wordt hierna nog getoond in Amsterdam en Frankfurt. De tentoonstelling is gemaakt door het collectief Teru bestaande uit Atêf Sitanala, Jaïr Pattipeilohy en Lesli Taihuttu.

De middag werd ingeleid door Linda Malherbe die een korte geschiedenis gaf van het gebouw. Daarna interviewde Rocky Tuhuteru de drie makers van de tentoonstelling.

IMG_3777

De makers vertelde dat ze deze tentoonstelling gemaakt hadden omdat als het over de Molukkers gaat men het meestal heeft over de mannen, de KNIL-militairen, maar binnen de Molukse cultuur worden de vrouwen gezien als de dragers van de cultuur. Zij wilde daarom de Molukse vrouw centraal stellen en fotografeerde vier generaties vrouwen. In totaal werden honderd vrouwen gefotografeerd uit heel Nederland met verschillende achtergronden. Allemaal werden ze met blote schouders gefotografeerd.

Vervolgens werd er een kort filmpje getoond van een fotoshoot. Op de foto deed een vrouw in traditionele dracht met ontbloot bovenlijf een dans. Toen de makers door Rocky werden bevraagd over hoe zij tegen dit bloot aankijken gaven zij een mooi antwoord. Zij vonden dat dit bloot bij hun cultuur hoorde en dat je er dan ook niet met een westerse geseksualiseerde blik naar moest kijken. Het ging om respect en om vrouwen zo krachtig mogelijk te fotograferen.

IMG_3786

Vervolgens werden twee van de gefotografeerde vrouwen (Fitrah Umarella en Danny Kolanus) geïnterviewd. Zij hadden meegedaan om dat ze de Molukse cultuur willen doorgeven. Beiden hadden de fotosessie dan ook positief ervaren. Danny die dansend was afgebeeld zei dat ze zich kwetsbaar en sterk voelde door deze foto. Haar zoontje in het publiek bevestigde dit door te zeggen dat zij er krachtig uitziet en ik denk dat de meeste mensen het met hem eens waren.

Daarna kregen we de korte documentaire Lau Kopot O (vuurvliegjes) te zien. Hierin werd her doorgeven van een lied binnen een familie verteld. Waarbij oma de tradities binnen de familie wilde bewaren en de jongere generaties dit als vanzelfsprekend deden. Kijk een stukje van de documentaire op de website van het collectief Teru.

silent_disco
Luisteren naar de verhalen via de silent disco, foto van facebook pagina Mahina (Lesli Taihuttu).

Omdat Mahina nu in het verhalenhuis wordt gepresenteerd is er een speciale Rotterdamse editie met verhalen uit Rotterdam en omstreken. Een mobiele studio heeft de verhalen opgenomen die verteld werden over Molukse vrouwen door hun familieleden. Vijftien uur aan verhalen is omgezet tot een luisterwerk van een uur. De verhalen worden in hun geheel bewaard in het stadsarchief van Rotterdam, zodat ze voor iedereen beschikbaar zijn. Via silent disco, waarbij ieder zijn eigen koptelefoons krijgt werd er tien minuten gezamenlijk naar deze verhalen geluisterd. Daarna gingen we gezamenlijk de tentoonstelling bekijken op de tweede verdieping, terwijl we onze koptelefoons ophielden en verder luisterden.

IMG_3792

Boven, waar de tentoonstelling is, hangt bij de ingang een bord met 10 verhalen en een grote foto van kamp Wyldemerck. De impact van een tentoonstelling als deze werd meteen duidelijk omdat de meeste niet verder kwamen dan die plek en meteen familieleden herkenden en verhalen met elkaar gingen uitwisselen. Wyldemerk wordt nog veel bezocht door oud-bewoners en hun nakomelingen. In de zaal hangen alle portretten en hier was het ook een feest van herkenning voor familieleden en vrienden. Jammer genoeg hangt alleen de naam van de gefotografeerde vrouw erbij en sporadisch een kort verhaal. Nu ik al deze vrouwen zag wilde ik ook al hun verhalen weten. De foto’s zijn namelijk met groot respect en inleving gemaakt en zorgen ervoor dat je meer wilt weten over die specifieke persoon. Het is een kleine tentoonstelling en er stonden ook nog hedendaagse beelden en museale objecten. Voor mij had dit niet gehoeven. Ik had me meer willen verdiepen in al die vrouwen die mij aankeken.

IMG_3803

Misschien lag het aan de lokatie in het verhalenhuis, maar ik zou willen dat de stem van al deze vrouwen te horen zou zijn. Het was zeker een geslaagde middag, met de interviews, films en silent disco. En ik hoop dat dit de aanzet is om nog meer verhalen vast te leggen. Als je in de buurt van Rotterdam bent en een uurtje aangenaam wilt besteden zou ik zeker langs gaan en de portretten van deze vrouwen gaan bekijken.

De tentoonstelling is open van vrijdag t/m zondag tussen 11 en 6 uur (behalve feestdagen) tot en met 20 mei 2019. Adres Rechthuislaan 1, Rotterdam-Katendrecht.

Herinneren en Herdenken

Inleiding

Vorige week is het rapport “Herinneringen om door te geven: Resultaten enquête herinneringserfgoed” van de Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) uitgekomen. Aan deze enquete hebben ook Jobbe en ikzelf mee gedaan. En in begin mei zijn we samen met Nanneke Wigard en Riemer Knoop bij de RCE op gesprek geweest als onderdeel van de verkenning over herinneren en herdenken (zie blogpost Gesprek bij de rijksdienst). We waren uitgenodigd naar aanleiding van onze aanvraag voor monument status van ‘de Punt’. Hier wil ik een korte samenvatting geven van het rapport en de aanleiding hiertoe.

Herinneringserfgoed

In april 2018 kwam het startdocument Erfgoed om bij stil te staan: Achtergronden bij Verkenning Herinneringserfgoed uit bij de RCE.  Het doel van de verkenning wordt omschreven als: De verkenning Herinneringserfgoed brengt de herdenkingscultuur in Nederland in beeld, in relatie tot het fysieke (onroerende) erfgoeddomein en het herinneringserfgoed, en geeft aan wat de mogelijke rol is van de minister van OCW t.a.v. het behoud en de zichtbaarheid van dit erfgoed.

Deze verkenning is van invloed op het toekomstig beleid van de minister en alhoewel er geen harde uitspraken of beloftes worden gedaan is het van belang het Moluks erfgoed op de kaart te zetten. Want alles wat nu niet belicht wordt, wordt in de toekomst sneller vergeten of buiten beschouwing gelaten. Daarom is het goed dat in dit zeven pagina’s tellende document het Moluks erfgoed drie keer specifiek genoemd wordt en dat twee van de negen afbeeldingen over Moluks erfgoed gaan.

Er wordt in het document onderscheidt gemaakt tussen herinneren en herdenken. Men volgt Frijhoff die herinnering omschrijft als: een vorm waarin individuele personen afzonderlijke groepen en welomschreven gemeenschappen zich de sporen van het verleden als op henzelf betrokken toe-eigenen en ze zo tot hun eigen, geleefde geschiedenis maken’. Terwijl herdenken wordt omschreven als een verbijzondering van herinneren. Herdenken betreft een beperkt gedeelte van wat wij ons (willen) herinneren. Ook is er een hechte relatie tussen herdenken en de tastbare en fysieke plekken in onze leefomgeving. Daarnaast wordt herinneren in verband gebracht met een verlangen naar saamhorigheid rond een gedeelde identiteit. Er wordt erkend dat erfgoedzorg tot nu toe weinig oog voor de emotionele kant had en vooral over bescherming van gebouwde monumenten ging. Er zal meer plaats moeten komen voor de verhalen. De overheid wil volgen op maatschappelijke en wetenschappelijke debatten en niet zelf herdenkingen en herdenkingsmonumenten aandragen.

Een opmerkelijk punt is wel dat de koloniale geschiedenis in het document wordt gezien als verder weg in de geschiedenis liggend dan de Tweede Wereldoorlog. Men vergeet dan dat het Moluks erfgoed onderdeel is van die koloniale geschiedenis en dat bijvoorbeeld Nieuw Guinea in 1962 en Suriname pas in 1975 onafhankelijk zijn geworden en de Antillen nog steeds onder het Nederlands koninkrijk vallen.

Uitslag van de enquete.

De enquete is door 176 mensen ingevuld, die voornamelijk uit de erfgoedsector komen of er aan verbonden zijn. Deze groep wordt dan ook niet als representatief maar wel als verrijkend gezien.

Het thema koloniaal verleden (waaronder het Moluks erfgoed valt) staat op de vierde plaats als het om regionale thema’s gaat en op de derder plaats als het om nationale thema’s gaat. De komst van de Molukkers wordt bij het regionale thema specifiek genoemd. Op nationaal niveau wordt er wel gerefereerd naar oorlogskampen, maar dit lijkt geen betrekking te hebben op de vaak latere omvorming tot Molukse woonoorden. De foto van de Molukse kerk in Appingedam die ook in het vorige document staat is wederom afgedrukt.

99 procent van de deelnemers vindt dat historische plekken een meerwaarde hebben vanwege de invoelbaarheid en de verhalende kwaliteiten, maar ook van belang is dat dit plekken van samenkomst zijn. 89 procent vindt wel dat er extra aandacht nodig is om deze meerwaarde tot uiting te brengen. En 93 procent vindt dan ook dat deze plekken beschermd moeten worden.

Iets meer dan de helft vindt dat de overheid een actieve rol moet spelen bij het herdenken, vooral om de ondergrens en minderheden te beschermen. Andere willen juist dat de geschiedenis niet beïnvloed mag worden door nieuwkomers. Terughoudendheid van de overheid wordt juist bepleit door mensen die vinden dat herdenkingen vanuit de samenleving gevoed moeten worden. De overheid zou dan een meer ondersteunende rol moeten krijgen. 83 procent vindt wel dat de overheid moet stimuleren dat het verhaal van een plek verteld wordt en dan het liefst vanuit verschillende perspectieven, maar wel wetenschappelijk gebaseerd. Een klein deel (16%) wil echter maar één perspectief en dan met name dat van de slachtoffers tijdens de Tweede Wereldoorlog of de succesverhalen van de witte Nederlandse geschiedenis.

Conclusie

Het startdocument en de enquete laten zien dat er een verandering aan het optreden is in de erfgoed sector. Niet alleen de tastbare monumenten, maar ook de verhalen worden steeds belangrijker in de zorg voor het erfgoed. Dit is dan ook een goed moment om het Molukse verhaal meer naar de voorgrond te brengen als onderdeel van het Nederlands erfgoed. Waarbij niet alleen de verhalen worden doorverteld en bij een breder publiek onder de aandacht worden gebracht, maar ook fysieke plekken worden bewaard of nieuw gecreëerd worden met behulp van lokale monumenten.

Westkapelle, woonoord achter de zeedijk.

Inleiding

In de blogs van vorig jaar heb je al kunnen lezen over een deel van ons veldwerk in de woonoorden van Zeeland, zoals die van Kruiningen , Serooskerke, Grijpskerke en Koudekerke. Hier ontbrak echter nog één woonoord dat wij die dag ook bezochten, namelijk Westkapelle.

Screen Shot 2018-08-24 at 17.36.21
Woonoord Westkapelle op de topografische kaart van 1964

Het woonoord ten tijden van de bewoning

Westkapelle is van september 1951 tot en met april 1960 door Molukkers bewoond geweest. In eerste instantie was het een Budjangkamp voor vrijgezellen.Later kwamen hier ook gezinnen bij, zoals de 16 PNMS gezinnen die oorspronkelijk in Woerden hadden gewoond, maar gedwongen werden te verhuizen. Het kamp had op het hoogtepunt ongeveer 230 bewoners. De PNMS ging uit van het standpunt dat de Nederlandse regering zorg moet dragen voor de Molukkers totdat zij terug kunnen keren naar een vrij (Zuid-)Molukken. Dat grote aandeel PNMS-gezinnen zorgde in 1956 voor sterk verzet tegen de Zelfzorgregeling, waardoor Molukse bewoners opeens zelf in hun onderhoud moesten voorzien. Wegens honger gingen 28 mannen het dorp in om voedsel te halen uit de winkels zonder te betalen. Daarna werd door de gemeente een avondklok werd ingesteld en in stand gehouden door het gewapende Harde Bijstand-detachement van de Rijkspolitie. De volgende dag toen enkele Molukkers uit Middelburg op het randje van de avondklok nog naar huis wilde en met de fiets tegen een agent op botste, werd er geschoten met scherp. Er waren negen gewonden en één iemand verloor zijn oog. Andere mannen werden gearresteerd, waarop de vrouwen het protest overnamen. Uiteindelijk zou echter de overheid aan het langste eind trekken en werden de PNMS-gezinnen verspreid over verschillende woonoorden (het boek Molukkers in Zeeland van Henk Smeets en Corzas Nanuruw geeft meer gedetailleerde informatie over het conflict).

Westkapelle nu

Van het kamp is helaas niets meer over. Een beeld gemaakt door Trinette Ledelay op de dijk herinnert aan het woonoord. Gemalen steen van de barakken is verwerkt in de sokkel. En het beeld bevat de tekst ‘Perdjalan kami membuat kerinduan ke Asai kami’ of te wel ‘Onze reis doet ons verlangen naar huis’. (vertaling Wandel APP no16)

BAT_1255
Beeld van Trinette Ledelay ter herinnering aan het Molukse woonoord Westkapelle op de Zeedijk.

Toen wij het beeld bezochten begon het gruis van de barakken jammer genoeg uit de sokkel te vallen, waarschijnlijk door vorstwerking (zie de lichte letters op de foto).

Als je bij het monument landinwaarts draait zie je de locatie van het kamp liggen.

BAT_1258
Locatie woonoord, waar rechtsachter de grijze loods is.

De weilanden aan de linkerkant laten zien hoe afgelegen het kamp lag. De gebouwen links waren toen nog niet aanwezig en het kamp lag gescheiden van het dorp.

Van het kamp zelf is niets meer aanwezig er staat nu een grote winkel voor agrarische- en tuingereedschappen en machines. Er is niets meer te zien dat op de plek zelf herinnert aan het woonoord. Zelfs de vorm van het kamp kan niet meer afgeleidt worden uit de bestrating of de positie van de gebouwen.

BAT_1262
De huidige situatie van het woonoord.

Ten slotte

Ik was hier zelfs al een paar jaar geleden op fietsvakantie langsgekomen. Toen wist ik echter nog weinig van de Molukse geschiedenis in ons land. En wat je niet weet zie je niet. Dit laat zien dat veranderingen in het landschap in combinatie met gebrek aan kennis (in dit geval mijn eigen kennis) leidt tot plekken waar de historie vergeten wordt.

Hoe snel dit kan gaan blijkt uit het feit dat in 2006 nog een voorstelling plaatsvond in het kamp door de Molukse theatergroep Delta. In 2009 bij het verschijnen van het boek Molukkers in Zeeland wist men nog niet of de barakken behouden konden worden. En toen wij de plek in begin 2018 bezochten was er al helemaal niets meer van terug te vinden. De restanten van Molukse woonoorden zijn voor het overgrote deel in handen van particulieren en er wordt geen beleid gevoerd op het behoud van deze overblijfselen. Als er niets gebeurd is de kans groot dat dit deel van de Molukse geschiedenis voorgoed uit het Nederlandse landschap verdwijnt.

IJsseloord, woonoord achter de dijk.

Inleiding

Nu het weer zo onstuimig is, kan ik mij al bijna niet meer voorstellen dat drie weken geleden op 17 februari het zo zonnig en mooi was dat we (ik en mijn vrouw line) besloten als zondagmiddag wandeling naar IJsseloord te gaan. Vanuit Rotterdam is het een korte metrorit naar de Terp in Capelle a/d IJssel, waar vandaan je zonder moeite naar het voormalige Molukse woonoord kunt lopen. Nu ligt er de wijk Paradijsselpark.

De wijk en het woonoord

Als je vanuit het centrum komt aanlopen is er nog steeds een duidelijke scheidslijn tussen voormalig kampterrein en de rest van Capelle in de vorm van een sloot.

IMG_3214

Deze panorama-foto is gemaakt nadat je de sloot bent overgestoken, je ziet de rietkragen links en rechts. Er is eerst een grasveld en verderop liggen de nieuwe huizen. Niets herinnert hier aan het voormalige woonoord. Als je naar rechts loopt, de dijk op, staat daar een herinneringsbord (geplaatst in 2006).

IMG_2532
Herinneringsbord uit 2006.

In het Nederlands en Maleis wordt uitleg gegeven over het woonoord IJsseloord dat zich hier bevond. Op de plattegrond herken je nog goed de dijk die er nog steeds ligt en de toegangsweg aan de linkerkant. Op het bord valt te lezen dat de Molukkers er woonden van 1958 tot en met 1972. En dat er in totaal 190 woningen waren, nog wel in barakvorm, maar speciaal gebouwd voor de Molukse bewoners. Dus anders dan in de meeste woonoorden is dit kamp gebouwd met het doel Molukkers te huisvesten. Hierdoor waren er ook meer faciliteiten in het kamp, zoals een kerkgebouw, een polikliniek en school. De aanwezigheid van een badhuis laat zien dat sommige basisbehoefte nog steeds gemeenschappelijk gedeeld moesten worden.

MUMA_D0061_woonoord_IJsseloord
Foto van IJsseloord ten tijde van de bewoning (Moluks Historisch Museum, D0061)

Al snel na de komst van de Molukse bewoners wilde de gemeente dat zij in ‘gewone’ huizen gevestigd zouden worden. Uniek is dat dit vanuit de gemeente in samenspraak met belangengroepen gebeurd en niet door de Rijksgebouwendienst, zoals elders in Nederland. Het zou nog ruim tien jaar duren voor er daadwerkelijk gebouwd werd. De nieuwe huizen (228) staan in de wijk Oostgaarde. Hier wonen nog steeds veel Molukkers.

Ten slotte

IJsseloord kent een roerige geschiedenis en speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de Molukse gemeenschap in Nederland. Op een later moment zullen we wat dieper ingaan op die geschiedenis. Het bord op de dijk is redelijk neutraal en zegt niets over de schermutselingen. Er wordt echter wel aan gememoreerd dat de Molukkers op bevel naar Nederland zijn gekomen. Als je nu door de wijk loopt kan die geschiedenis je makkelijk ontgaan omdat niets in de structuur van de wijk aan het woonoord herinnert. Er staan luxe woningen die optimaal gebruik maken van het uitzicht over de dijk, terwijl het kamp beschut lag achter de dijk.

IMG_2540

 

 

 

 

 

 

Aan de andere kant

Inleiding

Zaterdag 2 maart ging ik in de Rotterdamse Schouwburg naar het toneelstuk ‘Aan de andere kant; een tijdelijk verblijf’ van theatergroep Adat. Het leek even of ik stiekem een familiefeestje was binnengeslopen want ik heb nog nooit in de schouwburg meegemaakt dat bijna iedereen in het publiek elkaar groet en omhelst.

De opstelling was anders dan normaal in de kleine zaal, er waren twee tribunes tegenover elkaar en de spelers stonden in het midden met decorstukken aan de zijkant. Een orkestje van vijf man/vrouw zat naast de kleinste tribune. Er werd verzocht geen foto’s te maken dus U moet het doen met de voorkant van de folder.

img_3725

Het toneelstuk

Het stuk begon met de projectie van het lied Toma Maju Trus (aan de andere kant) featuring Tangarine. Muziek zou door de hele voorstelling een belangrijke rol spelen net als de Molukse taal. Het meeste Moluks werd vertaald, maar de grapjes soms niet. Daardoor was ik soms wat laat met de lach of begreep ik het fijne er niet van. Toch is de voorstelling zeker een aanrader ook als je geen Moluks spreekt.

Het verhaal speelt zich af zestien jaar nadat Theus Melanesy (Roger Goudsmit) en Gabriela Melanesy (Nynke Heeg) in Nederland zijn aangekomen. Ze hebben al die tijd in een woonoord gewoond, het wordt niet expliciet gezegd, maar het lijkt te gaan om Schattenberg, en staan nu op het punt een eigen huis in een Molukse wijk te krijgen. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Gabriela die dingen uitlegt, terwijl Theus vooral het leed wat hij ervaart verbeeld. Theus wordt rauw gespeeld en het is dan ook niet altijd makkelijk om ernaar te kijken. Vooral de scene waarin hij nachtmerries heeft is zeer indrukwekkend, met zes personen die in een strak ritme met stokken op de grond slaan. Het uitbeelden van onmacht en geweld wordt niet geschuwd. En er wordt mooi gebruik gemaakt van het koor en kleine groepjes mensen die het stuk met hun commentaar verlichten. Er is ook plek voor humor zodat je af en toe als publiek even op adem kunt komen.  Het stuk eindigt als ze uiteindelijk naar hun nieuwe huis vertrekken.

Ten slotte

Na de voorstelling werd verteld dat het stuk opgedragen was aan Tommy Ferdinandus die steel gitaar speelde. Twee weken ervoor tijdens de voorstelling was hij onwel geworden en overleden aan een hartstilstand. Het was voor de crew de eerste keer dat ze weer optraden na dit grote verlies. Het was dus zeer emotioneel, speciaal voor de vrouw van Tommy, Mina die het koor begeleiden. Misschien dat hierdoor de emoties zo van het spel af spatten. Ik wens hun allen sterkte met het verlies en speciaal Mevrouw Mina Ferdinandus. Al met al een indrukwekkende voorstelling door een indrukwekkende groep mensen.

En nog snel een luchtfoto van Genapium

Naar aanleiding van onze blog over Genapium kregen we van de heer Herman Schonewille nog een foto toegestuurd. Deze willen wij U natuurlijk niet onthouden.

1974 Gennep vogelbuurt Nieuw 1

Wat bijzonder is aan de foto is dat het heel goed laat zien dat het woonoord anders gestructureerd is dan de omliggende bebouwing. Het kamp Genapium wordt omringd door bomenrijen. Genapium ligt midden in een woonwijk, maar is ook duidelijk afgeschermd en niet van alle kanten toegankelijk zoals de gewone straten. Daarnaast is het belang van het centrale veld goed zichtbaar. De foto laat zien dat er een aparte gemeenschap binnen de gemeenschap is.

 

Bezoek aan kamp Almere

Inleiding

Vanwege een familiebezoek was ik toevallig in de buurt van kamp Almere te Huizen (Noord-Holland). Het was een mooie winterse namiddag dus alle reden om te gaan kijken. En het was makkelijk te vinden, omdat Mevrouw J.C. Tomasilas-Snell ons foto’s had gestuurd van de huidige situatie. Het kamp ligt in een klein stukje natuur; bos en hei met grote grazers. Idyllisch voor een vrijdag middag, maar het is meteen duidelijk dat dit kamp ver van de bewoonde wereld lag met als dichts bijzijnde bewoning luxe villa’s.

Locatie

Kamp Almere ligt aan de Oud Bussummerweg en de Langerhuizerweg, zoals te zien op de topografische kaart uit 1964.

Screen Shot 2018-08-21 at 15.57.33
Topografische kaart uit 1964.

Het kamp is van maart 1951 tot 1972 in gebruik geweest als Moluks woonoord. Veel gezinnen in het kamp waren met de eerste aankomst van de Kota Inten in Nederland gekomen. Ron Sabandar vertelt in een interview op de website van Maluku Huizen  dat het kamp betond uit 13 barakken voor gezinnen en vrijgezellen, een beheerdersbarak bij de ingang, een kolen/turf barak, een kerk/ontspanningsruimte, een badhuis, een washok, en een centrale keuken. Van dit alles is niets meer te zien. Het enige wat er nog staat is het PEN-huisje dat uit de opsomming van Ron Sabandar ontbreekt omdat het waarschijnlijk geen belangrijke rol speelde in de ervaring/herinnering van het kamp.

IMG_2485

Echter het belang van een dergelijk restant op de plek van kamp Almere blijkt uit het feit dat mensen zich willen verbinden met de plek, zoals blijkt uit de graffiti op het PEN-huisje. De verschillende graffiti duidt op zowel een politieke (zie hierboven) als persoonlijke (zie hieronder) band met de plek van het voormalige kamp Almere.

IMG_2503

Maar ook het monument bij de ingang van het kamp laat de betrokkenheid met de plek zien, waar vele mensen een groot deel van hun leven gewoond hebben onder bijzondere omstandigheden, die tegelijk saamhorig en zwaar konden zijn.

IMG_2458

Van het kamp zelf is weinig overgebleven. Er staat nu een bos met smalle paadjes er doorheen. Als je goed kijkt zie je nog wel op verschillende plekken in het bos straat/bakstenen liggen. De opzet van het kamp is echter niet meer terug te zien, omdat overal bomen staan. Het wandelpad links van het PEN-huisje lijkt de begrenzing van het kamp aan te geven. Hier zijn ook nog een waterpunt en wat PWN paaltjes te zien.

De plek van het kamp Almere is vrij toegankelijk en wordt veel gebruikt door recreanten en bewoners uit de omliggende villawijken. De villa’s tonen wel een sterk contrast met de destijds schamele barakken. De rijken van Nederland woonde op een steenworp afstand van de Molukkers die hun land hadden verlaten voor een ongewisse toekomst en met hun gezin rond moesten komen van enkele guldens per week. Een deel van de kampbewoners heeft zich permanent in Huizen gevestigd.