Bezoek aan kamp Almere

Inleiding

Vanwege een familiebezoek was ik toevallig in de buurt van kamp Almere te Huizen (Noord-Holland). Het was een mooie winterse namiddag dus alle reden om te gaan kijken. En het was makkelijk te vinden, omdat Mevrouw J.C. Tomasilas-Snell ons foto’s had gestuurd van de huidige situatie. Het kamp ligt in een klein stukje natuur; bos en hei met grote grazers. Idyllisch voor een vrijdag middag, maar het is meteen duidelijk dat dit kamp ver van de bewoonde wereld lag met als dichts bijzijnde bewoning luxe villa’s.

Locatie

Kamp Almere ligt aan de Oud Bussummerweg en de Langerhuizerweg, zoals te zien op de topografische kaart uit 1964.

Screen Shot 2018-08-21 at 15.57.33
Topografische kaart uit 1964.

Het kamp is van maart 1951 tot 1972 in gebruik geweest als Moluks woonoord. Veel gezinnen in het kamp waren met de eerste aankomst van de Kota Inten in Nederland gekomen. Ron Sabandar vertelt in een interview op de website van Maluku Huizen  dat het kamp betond uit 13 barakken voor gezinnen en vrijgezellen, een beheerdersbarak bij de ingang, een kolen/turf barak, een kerk/ontspanningsruimte, een badhuis, een washok, en een centrale keuken. Van dit alles is niets meer te zien. Het enige wat er nog staat is het PEN-huisje dat uit de opsomming van Ron Sabandar ontbreekt omdat het waarschijnlijk geen belangrijke rol speelde in de ervaring/herinnering van het kamp.

IMG_2485

Echter het belang van een dergelijk restant op de plek van kamp Almere blijkt uit het feit dat mensen zich willen verbinden met de plek, zoals blijkt uit de graffiti op het PEN-huisje. De verschillende graffiti duidt op zowel een politieke (zie hierboven) als persoonlijke (zie hieronder) band met de plek van het voormalige kamp Almere.

IMG_2503

Maar ook het monument bij de ingang van het kamp laat de betrokkenheid met de plek zien, waar vele mensen een groot deel van hun leven gewoond hebben onder bijzondere omstandigheden, die tegelijk saamhorig en zwaar konden zijn.

IMG_2458

Van het kamp zelf is weinig overgebleven. Er staat nu een bos met smalle paadjes er doorheen. Als je goed kijkt zie je nog wel op verschillende plekken in het bos straat/bakstenen liggen. De opzet van het kamp is echter niet meer terug te zien, omdat overal bomen staan. Het wandelpad links van het PEN-huisje lijkt de begrenzing van het kamp aan te geven. Hier zijn ook nog een waterpunt en wat PWN paaltjes te zien.

De plek van het kamp Almere is vrij toegankelijk en wordt veel gebruikt door recreanten en bewoners uit de omliggende villawijken. De villa’s tonen wel een sterk contrast met de destijds schamele barakken. De rijken van Nederland woonde op een steenworp afstand van de Molukkers die hun land hadden verlaten voor een ongewisse toekomst en met hun gezin rond moesten komen van enkele guldens per week. Een deel van de kampbewoners heeft zich permanent in Huizen gevestigd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maquettes van Genapium

Als archeologen zijn we gewend naar de materiële resten te kijken en dan in ons hoofd een beeld te vormen van hoe het eruit zag. We zijn goed in het lezen van plattegronden en deze te vertalen naar verhalen over het verleden. Sinds het artikel van Jobbe in Marinjo en onze blogs hebben  verschillende mensen ons informatie toegestuurd. Daar zijn we dankbaar voor omdat het ons beeld van de Molukse woonoorden completer maakt. En in een enkel geval hoeven we helemaal geen vertaalslag te maken, want dan wordt het beeld in 3d gepresenteerd, zoals bij de foto’s die mevrouw J.C. Tomasila-Snell ons stuurde met daarop de Maquettes van Genapium, te Gennep, Limburg.

CCI14012019_0001
Het eerste kleine kamp Genapium, maquette gemaakt in 1991 door de heer M.O. Tomasila. (foto van J.C. Tomasila-Snell)

Genapium werd in mei 1951 in gebruik genomen als Moluks woonoord. Dit woonoord was lang in gebruik, tot 1979 maarliefst. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit woonoord twee fasen heeft gekend, waarbij in 1959 het nieuwe woonoord werd gebouwd. Eveneens met houten barakken.

Eerste fase Genapium

De maquette van het eerste kamp laat de karakteristieke schoorstenen goed zien die op veel barakken in Molukse woonoorden stonden. De symmetrische opzet van het kamp rond een open veld met vlaggenmast zien we ook terug in veel woonoorden. Ramen en deuren zijn op de gebouwen ingetekend wat het geheel afmaakt. Wat misschien wel heel tekenend is, is het hek dat om het kamp geplaatst is, dit is meestal afwezig bij plattegronden. Hierdoor wordt het afgeschermde en gesloten karakter inzichtelijk.

Tweede fase Genapium

De tweede fase van het woonoord Genapium heeft een andere opzet. De maquette laat een open kamp zien met bomen en beplanting, zonder hek. Ook als is er nog steeds een centraal veld met een vlaggenmast, de barakken zijn hier niet meer rondom geplaatst, maar liggen dwars op het veld. Dit geeft meer het idee van straten met huizen. Het wonen lijkt zo meer gescheiden van de andere kampactiviteiten. De hoge schoorstenen ontbreken op de barakken, maar er zal toch een afvoer van stookgassen geweest moeten zijn. Misschien is hier wat artistieke vrijheid genomen. Jammer genoeg kon ik geen foto vinden van de buitenkant van de gebouwen van het kamp om te kijken of de barakken inderdaad geen schoorstenen hadden. Het mooie aan deze maquette is dat ook het reliëf meegenomen is en duidelijk te zien is dat het gebouw achter in het kamp verhoogd ligt ten opzichte van de rest. De vorm van het gebouw doet vermoeden dat het in hier om een gezelschapsruimte/kerk gaat.

DSC_0008
Het tweede grotere kamp Genapium, maquette gemaakt in 2016, door de heer B. Lekatompessy. (foto van J.C. Tomasila-Snell)

De zorg en aandacht die beide heren hebben laten zien bij het maken van de maquettes geeft ons naast informatie ook plezier. Het is interessant om naar de maquettes te kijken en vanzelf ga je de mensen die er woonden er bij bedenken. Je ziet ze lopen over de paadjes en een praatje maken voor de barak.

 

Kruiningen in detail

Met behulp van de Molukse gemeenschap wordt het beeld van de woonoorden steeds completer. Dit keer was het de heer Max Surusiay die ons informatie stuurde over de woonoorden in Kruiningen en vooral Kruiningen II waar hij als kind gewoond heeft.

In een eerder post heeft Ivar al verteld over ons bezoek aan het woonoord vorig jaar, waar we nog de nodige overblijfselen tegenkwamen, maar waar ook de laatste barak  verdween. De heer Surusiay heeft onze kennis verdiept met gedetailleerde plattegronden en het verhaal dat hij heeft opgetekend over zijn verblijf in Kruiningen II.

4119D2D3CD9A4EDA9FEECFEA3E38D9A7
Luchtfoto van Kruiningen I (linksonder) en Kruiningen II (rechtsboven), foto Max Surusiay.

De luchtfoto laat de opzet van de kampen zien en hun positie ten opzichte van elkaar, maar de door de heer Surusiay getekende  kaarten geven een gedetailleerder beeld van de individuele kampen.

F37CE4205127461EB8D5CA4F3BE686B8

Plattegrond van Kruiningen I, uit het hoofd getekend door Max Surusiay, met de woonbarakken, de beheerders barak, een ontspanningslokaal annex kerk, een schuur, een doucheruimte en de keukenbarak, die wij in 2018 fotografeerden.

Als we de huidige Googlemaps vergelijken met de oude luchtfoto lijkt de locatie van de keukenbarak op de plattegrond het derde roze dak vanaf linksboven naar beneden te zijn. De omgeving is echter niet zo eenvoudig over te plaatsen omdat sloten en percelen veranderd zijn.

F5A9CC6F64074AC4BC6E23488C34F297
Plattegrond van Kruiningen II uit het hoofd getekend door Max Surusiay. De layout verschilt van Kruiningen I maar bevat dezelfde soort gebouwen. Onder is de beheerders barak, rechts daarboven  het ontspanningslokaal, annex kerk, daarboven het badhuis, dan de keuken en rechts daarvan de schuur.  De andere gebouwen zijn woonbarakken waarvan de twee kleine bovenin later zijn toegevoegd.

Een woonbarak in Kruiningen II gaf plaats aan vier gezinnen en bestond uit een voorkamer, slaapkamer, eethoek, keuken en toilet.

9F987CD40B8740E59632CC93FB67A880

De ruimtes werden gescheiden door houten wanden, maar in de keuken en de wc liepen die niet door tot het plafond. Dit leidde tot overlast van geluid en geur. Om het maar niet over hygiëne te hebben met de wc naast de keuken geplaatst. Een paar platen hout hadden hier het wooncomfort en de privacy enorm kunnen verbeteren. Maar volgens de heer Surusiay zat er ook een voordeel aan verbonden omdat hij zo mee kon luisteren met de oudere jongeren in de naastgelegen woningen. Hij kon zo kennismaken met de populaire muziek van die tijd.

Met de hygiëne in het kamp was het sowieso niet zo goed gesteld omdat het riool op de nabij gelegen sloot afwaterde. De heer Surusiay heeft hier onderzoek naar gedaan en kwam erachter dat er wel geadviseerd was om de kampen op het gemeentelijk riool aan te sluiten, maar dat dit nooit gebeurd is, waarschijnlijk vanwege het geld.

Voor ons als hedendaagse archeologen is dit soort informatie van groot belang omdat dit ons inzicht geeft in de gebouwde omgeving en infrastructuur. Hierdoor weten we wat voor sporen wij kunnen verwachten. We hoeven dus niet op zoek naar een aansluiting op het gemeenteriool.