Rodanborg in Zeeuws-Vlaanderen

Kamp Rodanborg in Aardenburg is een van de weinige woonoorden waar archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. In 1982 en 1991 zijn hier opgravingen uitgevoerd door vrijwilligers onder leiding van de toenmalig provinciaal archeoloog Robert van Heeringen. Jammer genoeg had men geen oog voor de recente bewoningssporen en groef men meteen door naar de sporen uit de Middeleeuwen en de Romeinse tijd. Men was zich ervan bewust dat de opgravingen plaatsvonden op de locatie van het kamp, maar het historisch en archeologisch belang hiervan werd niet onderkend. Hier speelt natuurlijk ook mee dat in Aardenburg alle aandacht gaat naar het Romeinse verleden dat in deze plaats veel sporen heeft nagelaten. Nog steeds is het een probleem binnen de archeologie dat de sporen uit het recente verleden weinig tot geen aandacht krijgen in Nederland. Hierdoor is er een grote kans dat het erfgoed dat samenhangt met de Molukse woonoorden steeds meer verdwijnt.

Woonoord Rodanborg in het blauwe vierkant op de topografische kaart van 1960.

Kamp Rodanborg werd al vroeg in gebruik genomen. Volgens het boek Molukkers in Zeeland kwamen in april 1951 hier de eerste gezinnen die met de boot New Australia naar Nederland waren gekomen. In de lokale krant wordt echter vermeld dat de eerste 6 gezinnen op 8 mei aankomen en verwelkomd worden door de burgemeester. Wat heel sprekend is, is dat op diezelfde dag ook de laatste militair van Aardenburg uit Indonesië terugkeert naar het ouderlijk huis en eveneens hartelijk welkom wordt geheten. Allebei militairen uit het Nederlandse leger waarbij de een thuiskomt en de ander nooit meer zal terug naar huis keren.

Het woonoord bestaat uit houten barakken die in een U-vorm rond het binnenterrein liggen. Het kamp was eerder als werkkamp gebruikt. Daarna zijn er gerepatrieerde Nederlanders gehuisvest. Amper twee weken na de ingebruikneming van het kamp door de Molukse bewoners is er al een contactavond met muziek en een filmvertoning. Ondanks de goede banden met de lokale bevolking is er wel een duidelijk administratief verschil. Terwijl de gerepatrieerde mensen ingeschreven waren in het bevolkingsregister geld dit niet voor de Molukse bewoners. Bij de bevolkingstelling van 1952 is het aantal inwoners van Aardenburg dan ook terug gelopen omdat de dan 140 bewoners van kamp Rodanborg niet meegeteld worden. De aparte status van de Molukkers vanwege hun zogenaamd tijdelijk verblijf wordt zo bestuurlijk zichtbaar. In de zomer van 1953 vindt er in het kamp een tentoonstelling plaats van de textiele handwerken die de vrouwen hebben gemaakt op een cursus gegeven door lokale dames. Er worden bloemen opgespeld om de vriendschap te symboliseren. Nona Salakory die als kind in 1955 in Rodanborg kwam wonen spreekt ook vol warmte over dat zij hier op de kleuterschool zat en bij de oma van een vriendinnetje op bezoek ging. Jaren later heeft ze de kleuterjuf nog bezocht. Haar vader zorgde er echter voor dat het gezin vrij snel weer kon vertrekken naar het grotere Vossenbosch. In november 1959 wordt het woonoord opgeheven omdat er in de omgeving te weinig werk is voor de Molukse mannen.

Kamp Rodanborg zoals het er in 2019 bij ligt.

Nu ligt er op de plek van het kamp een luxe woonwijk met ruime tuinen. Van de oorspronkelijke vorm van het kamp is niets meer terug te vinden. De weg is kronkelend aangelegd terwijl het kamp een rechthoekige structuur had. Toen ik er bijna twee jaar geleden was, stond er nog wel een rijtje bomen die waarschijnlijk uit de tijd van het kamp kwamen. Nu is echter op Google satelliet foto te zien dat deze bomen ondertussen gesneuveld zijn. Er is nu niks op deze plek dat aan het woonoord herinnerd. Misschien tijd voor het lokale museum om hier eens aandacht aan te schenken.

Een nieuwe tv-serie over de Molukkers in Nederland

Het kan je niet ontgaan dat 70 jaar Molukkers in Nederland aankwamen, zelfs niet als je daar niks van weet. Na het vol geprogrammeerde weekend van 21 maart waar de aankomst van de eerste boot herdacht werd, is de aandacht nog niet verstild. Na de aandacht van vele burgemeesters op lokaal en nationaal niveau door onder andere het ondertekenen van de brief voor meer erkenning van de Molukse medeburgers is er nu een tv-serie op nationaal niveau op prime-time. Vier woensdagen lang is tussen half 9 en half 10 s’avonds de serie te zien met de titel Molukkers in Nederland – 70 jaar op weg naar huis.

De serie is gemaakt door Coen Verbraak voor BNNVARA. Verbraak is zelf niet in beeld te zien. We horen hem vragen stellen maar de camera is gericht op de Molukse deelnemers die hun verhaal vertellen. De deelnemers zijn: Ron Habiboe, Pieter Anthony, Frieda Tomasoa, Ben Manusama, Non Aponno, Frans Palyama, Sam Pormes, Frits Sahertian, Johnny Manuhutu, Dinah Marijanan, Noes Solisa, Emerson Terinathe, en Simon Tahamata. In de eerste aflevering vertellen zij allen hun eigen verhaal of familiegeschiedenis over de aankomst in Nederland en het wonen in de woonoorden.
Het is duidelijk dat dit na 70 jaar zeker geen oude geschiedenis is en de emoties nog diep gevoeld worden. Er komt een beeld naar voren van een harde ontvangst die niet meer goedgemaakt wordt. Het gevoel van gevangen te zijn in een situatie waar je geen controle over hebt en tegelijkertijd ook echt gevangen te zitten in woonoorden met slagbomen en prikkeldraad.

Screenshot uit de tv-serie van een wooneenheid in een barak.

Het trauma van de oud-KNILsoldaten in combinatie met slechte omstandigheden zorgt ervoor dat de kinderen streng en met fysiek geweld opgroeiden. Bij de een wat erger dan de ander, maar het is duidelijk dat als men er niet zelf onder leed men er wel getuige van was als het bij andere kinderen gebeurde. Daarnaast was er veel ziekte en een van de deelnemers vertelde dat al zijn zussen longaandoeningen hadden, waarschijnlijk opgelopen in de kampen met asbest in de behuizing. Die behuizing was ronduit erbarmelijk te noemen. En alhoewel ik natuurlijk al vele foto’s had gezien van de woonoorden en de verhalen had gelezen, vond ik de bewegende en ingekleurde beelden in deze serie van de binnenkanten van de barakken toch erg confronterend. Je ziet de vervallen staat van de muren en plafonds. Het sanitair is van een zeer slechte kwaliteit en ik snap wel dat men daar overdag al niet graag naar toeging, maar helemaal niet in het donker.
Ook de wat neutralere beelden van de aankomst en het transport naar de woonoorden die ingekleurd zijn geven een nieuwe dimensie aan het geheel. Het komt toch meer tot leven.

Ingekleurd beeld uit de tv-serie van de bustocht naar de woonoorden.

Wat de serie ook laat zien is dat de Nederlandse overheid niet echt zat te wachten op al die Molukkers en ook weinig aandacht aan hun welzijn besteedde. Het meest schrijnende is natuurlijk de opmerking van de burgemeester van Westkapelle die vindt dat de bewoners zich aanstellen nadat er op hun geschoten is. Hij bagatelliseert het politiegeweld en doet alsof er niet zoveel is gebeurd, terwijl er 9 gewonden zijn gevallen, waarvan één man permanent aan een oog blind is geworden. Het grote verdriet is vooral dat de KNIL-militairen trouw waren aan Nederland en het koningshuis, maar dat het bleek dat die trouw niet wederzijds was. Het was geen ontvangst van gelijkwaardigen het was een aankomst vol desillusies.

Ik denk dat de serie voor veel Nederlanders als een schok zal komen. Ik hoop wel dat men blijft kijken. Want ook al is het soms niet makkelijk om te zien. Het is wel iets waarvan we kennis moeten nemen om de situatie nu te begrijpen.

Breskens, De Haven: een driehoek in het land.

Het woonoord de Haven in Breskens ligt niet aan het water, als je de sloot niet meetelt. Het ligt 500 meter ten zuiden van de echte haven tussen de weilanden en een industrieterrein. Je nadert het kamp over het smalle Golepolderdijkje met aan beide kanten bomen. Het geeft het een landelijke uitstraling. Via Google streetview zie je het kamp nog liggen. Het is echter verdwenen want in de realiteit is het een klein woonwijkje geworden met de naam Landgoed de Lente. Gelukkig was ik er met mooi weer zodat het ook lente-achtig aanvoelde.

Woonoord De Haven op Google Streetview (12 mei 2021).

De Haven is een driehoekig kamp met nissenhutten. Parallel aan het dijkje lagen twee stenen barakken, die als kerk/kantine en beheerderswoning dienden. De schuine zijde werden gevormde door aan weerszijde twee blokken met elk vijf nissenhutten. In het puntje lag nog een losse nissenhut. Het woonoord werd in januari 1952 in gebruik genomen. In maart kwamen daar enkele families uit Grijpskerke bij dat opgeheven werd. Er werden cursussen aangeboden aan de mannen en de vrouwen. Vanaf het begin waren er taalcursussen voor analfabeten. Eind 1956 slaagde tien vrouwen voor de kookcursus, ondanks dat ze niet leerde wat ze het liefste wilden taarten bakken en lekkernijen maken. Het was vooral gericht op gezond eten, maar dan natuurlijk wel naar Nederlandse maatstaven van die tijd. Voor de mannen is er een opleiding om in de metaalsector te gaan werken in Oostburg. Volgens de ene krant (De Stem) is de cursus ook bedoeld om de mannen een Europees werktempo en orde en netheid aan te leren, terwijl de Provinciale Zeeuwsche Courant er juist op wijst dat het gaat om oud-militairen die ondanks hun leeftijd (rond de dertig jaar) de schoolbankjes weer opzoeken. Dit laat wederom zien hoe belerend sommige Nederlanders met de Molukse mensen omging. Voor de een zijn het oud-militairen die respect verdienen voor de ander zijn het luie inlanders. De mannen doen ook vaak schoonmaakwerk in de haven van Breskens in ruil voor vis.

Kamp De Haven nadat het al enige tijd in ongebruik was vervallen, MHM FF10498.

De schoolgaande jongeren waren lid van de Pelajar Pelajar Maluku Zeeland. Een vereniging voor jongeren uit verschillende kampen in Zeeland. Breskens heeft een pontje naar Vlissingen dus de afstand met de overkant was niet groot. 25 april 1952 werd er een feest gegeven ter ere van de tweede verjaardag van de proclamatie van een onafhankelijk Molukken. De band Suara Maluku en een kinderkoor traden op en er was een toneelstuk in vier akten dat de proclamatie verbeelden. Het zal een groot succes zijn geweest want een jaar later is er een zelfde feestavond met muziek en toneel.

In 1957 heerst er een ernstige Aziatische griep in Nederland die ook de woonoorden niet overslaat. In Breskens worden enkele mensen ziek, iedereen herstelt gelukkig snel. Zo zie je maar weer dat de situatie waarin we ons bevinden niet zo uniek is. Ook al waren de maatregelen toen minder streng, wereldwijd stierven er toch ruim een miljoen mensen. In 1958 begint men met het afbouwen van de woonoorden in Zeeuws-Vlaanderen en vele gezinnen verhuizen. Er is te weinig werk in het gebied. De Haven blijft echter buiten schot en er wonen op dat moment nog 101 mensen, een deel blijven daar nog tot eind 1964 wonen. Na het vertrek van de Molukse bewoners krijgt het kamp een recreatieve functie.

De Haven, nu een klein woonerfje.

Als je nu bij het woonoord De Haven komt is er niets van de oude nissenhutten terug te vinden en ook de toegang is volledig vernieuwd. Het heet nu Landgoed de Lente. Er zijn echte nog wel wat andere overblijfselen te vinden. De vorm van het wijkje volgt de oude driehoekige vorm. De perceelgrenzen zijn niet veranderd. Alleen het binnenterrein is nu volgebouwd met huisjes. De bomen aan de achterkant van het wijkje zijn blijven staan, waardoor de grens van het kamp visueel hetzelfde is. Het is nog steeds een eigen buurtje los van de bebouwde kom. Hoewel alles veranderd blijven sommigen dingen hetzelfde.

Kamp Conrad: een weiland en een monument.

Als je vanuit kamp Beugelen over de lange weg door Staphorst rijdt zie je aan beide kanten oude boerderijen liggen. Strak geschilderd, vaak nog met een klompenhok en melkbussen. Die laatste zijn voor de sier, want melkbussen worden als sinds het begin van de eeuw niet meer gebruikt. Tekenend is wel dat Staphorst en Rouveen tot het laatst de melkbus hebben gebruikt en er is in Rouveen zelfs een melkbussen monument. Aangezien ik allergisch ben voor melk en de geur al tot reacties lijdt hebben we dit toeristische punt maar overgeslagen. Als de weg een bocht maakt richting het dorp Rouveen is aan de rechterhand de Conradsweg met daar het kamp Conrad. Deze naam kan ik makkelijk onthouden want mijn broer heet ook Conrad.

Het monument bij Kamp Conrad. De barakken stonden in het weiland achter de bomen.

In Rouveen is niet alleen een monument voor de Melkbus er is ook een monument voor het aldaar gelegen woonoord. Dit is het grootste monument voor een Moluks woonoord dat ik tot nu gezien heb. Het kleine bordje langs de weg met de tekst “hier was kamp Conrad” valt erbij in het niet. Het monument ligt aan een doodlopend weggetje aan de overkant van het kanaal. En ook al ligt het naast een soort van depot voor bouwmateriaal, de plek zelf straalt een bepaalde rust uit. Er staat een informatiebordje en een bankje zodat je even kunt gaan zitten en de plek tot je kunt nemen. Op het informatiebord staat de geschiedenis van de kampen in de gemeente Staphorst. In 1928 is kamp Conrad gebouwd als arbeiderskamp. In de Tweede Wereldoorlog zaten er enige tijd Joodse mensen en na de oorlog heeft er een landbouwschool gezeten. Het monument is een initiatief van de Stichting Herinnering Kamp Conrad 1954-1966, die ook een website hebben ter herinnering aan het kamp. Van het kamp zelf is niets meer over, daar ligt nu een weiland.

Plattegrond van het kamp van de website Kamp Conrad. Op de website staan de familienamen die bij de barakken horen. E: kantoor, F: woning van de beheerder, G: Centrale keuken, H: kerk, I: kantine.

In mei 1954 kwamen er 23 Molukse gezinnen naar kamp Conrad. De mensen waren verdeeld over 4 barakken en hoopte na twee jaar in andere kampen een wat vastere plek om te wonen te krijgen. De mensen zouden er ruim tien jaar wonen.

In april 1955 was er een contactavond met de gereformeerde vrouwen vereniging Vollenhove-Cadoelen. Er werden liederen gezongen in het Maleis en het Nederlands. Taal was nog een probleem voor communicatie daarom zong men graag op dit soort avonden (ieder in de eigen taal). Ook werden er kledingpakketten uitgedeeld. Opmerkelijk is dat het gaat om de vrouwenvereniging uit Vollenhove dat bijna 20 kilometer naar het westen ligt. Je zou denken dat men toch dichterbij ook zulke verenigingen moet hebben gehad. Als in 1956 de zelfzorg regeling wordt ingesteld, wordt er niet geprotesteerd door de Molukker van de Crams en Kei-eilanden, waaronder die in kamp Conrad. De vrouwen zijn zelfs blij met de keuken ook al ziet men in dat door dit de teruggang naar een vrij Molukken nog verder weg zal zijn. In December 1959 woedt er een felle brand waarbij het kantoor en de woning van de beheerder totaal verwoest worden. Er kan wat administratie en inboedel gered worden. Gelukkig blijven de overige woonbarakken ongedeerd en vallen er geen slachtoffers.

In de begin jaren zestig wordt begonnen met het nadenken over andere behuizing voor de mensen uit kamp Conrad. Het kamp voldoet niet meer aan de eisen. De bewoners gingen verspreid door Nederland in de Molukse wijken van Delfzijl, Nijverdal en Eerbeek wonen. Een deel van de bewoners wilde echter in Rouveen blijven ondanks het over het algemeen geringe contact met de lokale bevolking en dat gebeurde ook. In 1965 heeft men het in de gemeenteraad over de bouw van enkele woningen voor de Molukse dorpsgenoten. Na al die jaren zijn er nog steeds mensen die de Molukse bewoners liever zien gaan. Een SGP-raadslid noemt de Molukse mensen agressief en hij begrijpt niet waarom ze naar Nederland gehaald zijn. Dit laat zien hoe weinig sommige mensen weten van de omstandigheden waaronder de woonoorden zijn ontstaan, terwijl zij al 10 jaar in de nabijheid daar van leven. Dit toont nogmaals de gescheiden werelden aan. De burgemeester is meer op de hoogte en zegt dat deze mensen veel voor de koningin en het vaderland hebben gedaan en een goede behuizing verdienen.

In 1989 werd er met steun van de gemeente een reünie georganiseerd op mede-initiatief van Erwin Talahatu. De burgemeester (een andere dan in 1965) vond dat de Nederlanders nog een ereschuld aan de Molukse mensen had. Volgens hem waren de overgebleven Molukse bewoners in Staphorst goed geïntegreerd en dit bleek uit het delen van het gebouw van de kerk en dit zonder dat men de eigen cultuur geheel moest opgeven. Er kwamen ongeveer 500 mensen naar de reünie, die bestond uit een kerkdienst, ballonnen, sport, en een feest. In 2007 vindt er opnieuw een reünie plaats, ditmaal in Nijverdal waar een deel van de voormalige bewoners naar toe is verhuisd. En uit de organisatie hiervan volgt de oprichting van de Stichting Herinnering Kamp Conrad 1954-1966.

Detail van het monument bij kamp Conrad.

In 2011 wordt door deze stichting het monument gerealiseerd. Het monument is op een vaste steiger in het water gebouwd. De pyramide-vormige houten opbouw symboliseert een Moluks dorpshuis met het glas als de kleurrijke gemeenschap. Onder het afdak is een vierkante vijver met in het midden een grote steen die staat voor de kracht van de Molukkers. Om de steen liggen kleinere stenen die de eilanden symboliseren. Op de rand van de vijver zijn op elke hoek de namen van de families per barak te lezen. Jammer genoeg ontbreken er enkele bordjes. Op de rand staat te lezen: Hier leefden zij met Ambon in hun hart, fier in hun aard en onafhankelijkheid, als vreemdelingen onder autochtonen, twee werelden in afgezonderdheid. Het is een eigenzinnig monument dat opvalt. Jammer genoeg heeft het monument de laatste tijd last van vandalisme vertelt de lokale beheerder Danny Talahatu in de lokale media. Dit is verergerd door de Corona-crisis waardoor jongeren zich vervelen. Hij is nog mild over de vandalen, maar het raakt hem wel. Hij leidt het gedrag terug tot onwetendheid over het belang voor deze plek voor de Molukse bewoners. Dat is toch een trieste conclusie: dat er nog steeds niet genoeg kennis is bij de lokale witte bevolking die deze plek nu toch al ruim 65 jaar met de Molukse mensen deelt.