Een monumentale leeftijd

Vandaag is het precies veertig jaar geleden. Op het tijdstip dat ik dit typ zaten de passagiers van trein 747 bij de Punt, en de school in Bovensmilde, al drie uur in gijzeling en waren politie en defensie zich aan het installeren langs de snelweg, de spoorwegovergangen en de golfclub. De afloop die deze kaping  19 dagen later zou krijgen, behoeft geen toelichting. In de documentaire ‘Wij willen leven’ van Coen Verbraak. die gisteren werd uitgezonden op NPO1, gebruikten meerdere mensen het woord ‘oorlog’ voor die afloop. Locatie de Punt is in dat licht een slagveld.

De afgelopen maanden heb ik anderen en mezelf de vraag gesteld of de sporen van de Molukse Acties erfgoed zijn en hoe je ze dan als archeoloog zou moeten benaderen. De vragen die ik stelde waren informeel, maar nu het werkelijk veertig jaar geleden is, wordt het ook tijd die vraag eens te formaliseren. En dit te doen vóór het -zoals vaak gebeurt bij nog niet erkend erfgoed – te laat is, als (bijvoorbeeld) ProRail in een vlaag van functionalistisch denken de beschadigde paal vervangt voor een ‘betere’, zonder de vraag te stellen of hij waarde heeft voor de toekomst.

_mg_6550Is de paal van de bovenleiding met kogelgaten een Rijksmonument? Ik denk van wel. Niet als monument voor de heldendaden van, of bewijs van de misdaden van de ene of andere partij, maar wel als herinnering aan de onfortuinlijke gezamelijke geschiedenis van Molukkers en Nederlanders in ons land en te werken aan een betere gezamelijke toekomst . De paal met kogelgaten, die daar kwamen bij de beschieting van de trein bij de Punt, is een iconisch fysiek spoor van hoe het conflict rond de afwikkeling van het Nederlandse koloniale verleden uit de hand liep en aan beide zijden slachtoffers maakte. Dit is een betekenisvolle geschiedenis – ook voor het Nederland van nu -, en de sporen ervan vragen om respectvolle omgang en bescherming.

Aanvraag tot aanwijzing rijksmonument

Ik wil nu eerst de paal van de Punt dus inzetten als een voorbeeld voor al het mogelijke Moluks Erfgoed en een aanvraag doen tot aanwijzing rijksmonument. Het mooie van ons land is dat de procedure daarvoor eenvoudig te vinden is. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) hanteert -gemandateerd door de minister – aanwijzingsprogramma’s waarmee zij rijksmonumenten aan- of afvoert van de monumentenlijst. Op dit moment lopen er geen (relevante) aanwijzingsprogramma’s, maar er vindt wel een verkenning plaats van erfgoed jonger dan 1965, van militair- of herinneringserfgoed en archeologisch erfgoed! Op alle drie de verkenningen zouden we dus kunnen aansluiten en op zijn minst de vraag stellen. De betekenis van deze paal is enerzijds  symbolische cultureel, een waarde zoals die voorheen werd beschreven in de Wet op behoud van Cultuurbezit (inmiddels overgegaan in de Erfgoedwet). Maar er zijn ook wel aanleidingen om te spreken van onroerend erfgoed, of – maar dit is binnen de Nederlandse wet nog minder gebruikelijk – van een belangrijke contemporain archeologische vindplaats bestaande uit ondergrondse en bovengrondse elementen en sporen. Echter, zoals iemand me al mailde:  de symbolische betekenis ligt het meest voor de hand wat betreft deze paal, maar laten we niet vergeten dat er ook nog andere sporen zijn.

Buiten de aanwijzingsprogramma’s  mag een burger als natuurlijk persoon ook zelf een aanvraag doen. Daarbij kan de minister dan – bij hoge uitzondering weliswaar – nieuwe monumenten aanwijzen. Ook dat kunnen we proberen, maar zoiets slaagt natuurlijk alleen als je het zeer stevig onderbouwt en dat vraagt tijd.

Aan de slag!

De komende dagen ga ik om te beginnen eens wat informeren bij mijn contacten.

“Zouden we een petitie moeten starten”, vroeg ik me ineens af? Het lijkt met alle moderne middelen zo gedaan… “Maar brengt wel ook risico met zich mee“, gaf een ervaren activist me vandaag al terug. “Een petitie werkt alleen als je eerst zorgvuldig werkt aan het informeren van  je achterban en als je in staat bent hen ook werkelijk te mobiliseren om ook echt te tekenen als het er op aan komt. Doe je dat niet goed, dan wordt zo’n petitie achteraf tegen je gebruikt als er weinig reacties zijn. Dan mislukt je plan, maar vooral omdat je zelf je zaakjes niet voor elkaar hebt.

Daar zit wat in. Daarom wil ik graag weten of zo’n paal met kogelgaten nu iets met mensen doet, of niet… Laat het me weten!!!

Mena Muria in de Balie

Twee dagen geleden vond in De Balie in Amsterdam een avond plaats met de titel ‘Mena Muria, een treinkaping in de Polder‘. Gasten waren o.a. Sylvia Pessireron, Frank Westerman en Francis Janssen. Abé Sahetapy, destijds betrokken bij de kaping in Wijster, was helaas verhinderd.

Ik was erg blij dat iemand me op het laatste moment op deze avond had getipt. Voor mij  een uitgelezen kans eens te voelen hoe het onderwerp leeft onder de vele aanwezige Molukkers. Na al het gediscussieer met witte mensen, keek ik daar wel naar uit!

Wat viel me op? Ten eerste dat de historie van de Molukkers in Nederland inmiddels een goed beschreven geschiedenis mag heten. Sylvia Pessireron opende de avond met een prachtige inhoudelijke introductie, waarin ik -tot mijn opluchting- veel bekende dingen in hoorde. Dat is belangrijk voor me: een van mijn angsten is niet goed op de hoogte te zijn van de grote lijnen van de Molukse geschiedenis en dan de plank mis te slaan. Daar ben ik nu zekerder over. Ook was het fijn te horen welke zaken Pessireron de nadruk gaf. De executie van Chris Soumokil in 1966, bijvoorbeeld, kwam naar voren als een belangrijk factor voor de latere acties.

De meest pakkende opmerking kwam van Frank Westerman deze avond: “De Punt was een stukje koloniale oorlog in Nederland.” Juist gezegd en daarmee hier door mij ook met graagte herhaald! Het is niet voor niks dat ik in dit project De Punt een ‘slagveld’ noem en ‘plaats delict’ minder passend vind.

Ook zeer interessant was de  discussie met de zaal. Ik had meer felheid verwacht in die discussie, omdat me was verteld dat ook tussen de Molukse gemeenschappen grote verschillen in opvatting bestaan. Tot echt felle discussie kwam het deze keer niet. Voor mij is het interessant te weten of dit nu kwam door de opzet van deze sessie, door de samenstelling van het publiek, of doordat er over de betekenis van de acties gewoon niet zoveel discussie meer is… Het was jammer dat ik direct na het programma alweer weg moest, anders had ik graag nog wat Molukkers gesproken. Tot slot viel me op dat naast de sprekers vooral de vrouwen in de zaal zich in de discussie strijdbaar roerden.

De hele sessie is terug te kijken via De Balie TV.

Voor wie het nog niet wist, het is een spannend jaar, want de kaping bij De Punt is deze maand 40 jaar geleden. Wat dat betreft hoop ik dat we dit archeologische project komende maanden meer vaart kunnen geven. Ik kan inmiddels ook al met meer recht van ‘we’ spreken, want achter de schermen zijn verschillende mensen zich aan het beraden over een bijdrage en collega Ivar Schute heeft net aangeboden de redactie van de teksten voorlopig op zich te nemen. En daar ben ik heel blij mee (!), want hoe stom het ook mag zijn, het verschil tussen ‘geweldadige-‘ en ‘gewelddadige acties’ ziet mijn dyslectische brein helaas echt, echt niet. Dank alvast Ivar!

 

De treinen

m1oxg07abv2l_wd1280
Treinstel 747 bij De Punt (foto anp)

“Hoe is het afgelopen met de treinen?” Het was een van de vragen die al snel bij me op kwam toen ik nadacht over archeologische overblijfselen van de gijzelingsacties uit de jaren 70. Maar wacht, treinen, meervoud: hier viel me iets op toen ik informeerde naar wat mensen nog wisten van de Molukse treinkapingen. “Oh ja, dat weet ik nog wel, dat was bij Wijster, toch?” Zelfs bij mensen die oud genoeg zijn om de kapingen bewust te hebben meegemaakt, zijn de kapingen in de herinnering soms versmolten tot één gebeurtenis.

Dus toch even voor de goede orde:  het waren er twee. De eerste gijzeling vond plaats van 2 tot en met 19 december 1975 nabij het dorp Wijster. Het is een – ook naar huidige maatstaven – zeer gewelddadige actie te noemen, waarbij de Molukse gijzelnemers de machinist van de trein direct doodschoten en daarna – om druk te zetten op de overheid – nog 3 passagiers probeerden te executeren. Dit lukte uiteindelijk in twee gevallen. Na twee weken gijzeling en bemiddeling door mevrouw Soumokil en de heren Kuhuwael, de Lima en  Manusama gaven de kapers de gijzeling op en zichzelf over. De meesten kregen 14 jaar gevangenisstraf.

De tweede kaping vond anderhalf jaar na de eerste plaats en wel van 23 mei  tot en met 11 juni 1977 ter hoogte van het dorp De Punt. Deze treinkaping werd simultaan uitgevoerd met de gijzeling van de lagere school in het dorp Bovensmilde. Ook deze actie bij de Punt had een gewelddadig verloop, maar om een geheel andere reden. De kapers – onder leiding van Max Papilaya – hadden zich deze keer strikt voorgenomen geen slachtoffers te maken. Zij redeneerden dat juist het executeren van gijzelaars de hoofdreden was geweest dat de actie van 75 was mislukt. Desondanks voerden zij wel steeds dreigementen op dat ze mensen zouden executeren als de overheid hen niet tegemoet kwam. Het boek van Peter Bootsma lezend, lijkt het er op dat de strategie van de kaper zichzelf hier in de staart bijt, omdat die overheid met de ervaring van Wijster nog vers in het geheugen onder geen voorwaarde wilde riskeren dat er opnieuw burgerslachtoffers zouden vallen. De Landelijk Coördinator Terrorismebestrijding in het coördinatiecentrum in Assen wist van het voornemen van de kapers natuurlijk niets af. Hoewel ook in de trein bij de Punt de spanning enkele malen sterk opliep, werd deze gijzeling pas gewelddadig toen militairen van de Bijzondere Bijstands Eenheid op 11 juni het vuur openden. Terwijl schutters vanaf de oostzijde de trein volgens een strikt afgesproken vuurplan grootschalig onder vuur namen, naderden Mariniers van de BBE de trein vanaf het noorden op de kop, bliezen de deuren op en overmeesteren de gijzelnemers, waarbij de meesten van hen en twee burgers de dood vonden.

De geschiedenis van deze gijzelingen is natuurlijk gecompliceerder dan ik hier beschrijf. Deze tekst is alleen een opfrisser voor hen die de twee gijzelingen aan elkaar hebben geplakt. Voor een completer overzicht verwijs ik graag naar het boek van Peter Bootsma.

Een mobiele vindplaats

Vanuit een archeologisch perspectief doet zich hier iets bijzonders voor. Normaal doen archeologen  onderzoek naar de sporen van mensen op de plek waar iets werkelijk heeft plaatsgevonden en kijken zij in (en steeds vaker ook op of boven) de grond wat er nog van te vinden is. In dit geval is het belangrijkste stukje van zo’n plaats de trein zelf! Oftewel, in archeologische termen gezegd: de vindplaats was hier mobiel! In beide gevallen is de vindplaats dus na afloop van de gijzelingen zelfstandig weggereden dan wel gesleept.

Maar wat gebeurde er daarna?

De treinstellen van de kapingen in 75 en 77 behoorden beiden tot het ‘Materieel 54’, beter bekend als de ‘Hondekoppen’ van het model dat in de jaren 50 voor het eerst werd ingevoerd. Hoewel ze geen dienst meer doen als Intercity, kan men ook vandaag nog af en toe een Hondekop tegenkomen op een lokaal boemeltracé. Met schok vroeg ik me vorig jaar daarom ineens af of ze nog reden, de Hondekoppen van de kapingen, en hoe vaak ik zonder het te weten in een van deze treinen zou hebben gezeten. Zou het kunnen? En zou het mogelijk zijn anno 2017 alsnog onderzoek te doen aan deze mobiele vindplaats, mobiel slagveld, plaats delict of hoe je het ook wilt noemen?

Hoe het afliep met het Mat. 54

Nu ben ik natuurlijk niet de eerste die zich dat afvraagt. Het Materieel 54, vaker afgekort tot Mat. 54 heeft zijn eigen fanclub, die de historie van alle Hondekoppen uitvoerig  heeft beschreven. Zo ook de biografie van de treinstellen die betrokken waren bij de kapingen.

De trein bij Wijster bestond uit twee treinstellen met de nummers 328 en 378, aangeschaft en operationeel op de Nederlandse spoorwegen vanaf respectievelijk 1957 en 1962. Hoewel ik er zo snel geen vermelding van heb gevonden, is het vrij duidelijk dat er na de gijzeling van 1975 geen schade was aan deze treinstellen en dat zij waarschijnlijk al snel weer zijn ingezet. Treinstel 328 zou nog rijden tot en met 1993 en 378 zelfs tot 1995 voor zij uiteindelijk werden afgeschreven en gesloopt.

De levensloop van de trein bij de Punt is in dit opzicht bijzonderder. De trein – aanschaf 1957- was immers grootschalig onder vuur genomen door de BBE in 1977. Er zat geen ruit meer in, op enkele plaatsen geen lak meer op en de deuren waren opgeblazen. Beelden van de doorzeefde locomotief 747 gingen de hele wereld over. Einde verhaal?   Niks daarvan. Op 11 juni 1977, de dag van de ontzetting, werd de trein naar Zwolle gesleept voor onderzoek en op 22 juni naar Haarlem. Daar werd met hulp van een aantal Mariniers de bestorming van de trein opnieuw in scene gezet en gedocumenteerd. Op 14 juli was al het onderzoek afgerond en begonnen monteurs van de NS elk van de duizenden kogelgaten putje voor putje dicht te lassen, plamuren, schuren en spuiten. Op 28 november kwam de trein weer in dienst alsof er niets is gebeurd, al werd om de aandacht af te leiden het stel wel omgenummerd tot nummer 758. Hoe bijzonder het mij nu ook mag toeschijnen, het treinstel 747/758 blijft in dienst en vervoert nog vele duizenden mensen tot het in 1993 wordt gesloopt.

Mobiel Erfgoed?

Erfgoed kent vele vormen: er is gebouwd erfgoed, er is archeologisch erfgoed, er is immaterieel erfgoed en er is mobiel erfgoed, om even enkele categorieën te noemen.  Voor de laatste, het mobiel erfgoed, is ook vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vooral de laatste jaren een groeiende aandacht. Uitgebreide ‘beschermingsplannen’ lijken vooralsnog te ontbreken, maar sinds een paar jaar is het boek ‘Erfgoed dat beweegt! Handboek culturele waardering Mobiel Erfgoed‘ voorhanden, dat bovendien recent nog een grondige update heeft gekregen.

Voor de treinen van Wijster en de Punt komt deze ontwikkeling te laat, maar toch, hè, je vraagt je af, heeft er nu niemand in 1993 en 1995 geaarzeld toen hij of zij (waarschijnlijk een ‘hij’) een pennenstreek zette en het lot van dit materieel definitief bezegelde?  De Mariniers wisten het al in 1977; zij namen direct na de actie het bordje met de bestemming ‘Groningen’, doorzeefd met kogelgaten, van de locomotief en het hangt nu in de Marinierskazerne op Texel. Één uur na het gevecht was een stukje van de trein al erfgoed, geen twijfel mogelijk! Heeft later niemand bij de NS die vraag gesteld, en zo ja, staat er iets van op papier?

Op papier…hmm….Alas, ik ben maar een archeoloog. Dit lijkt me typisch een vraag voor een historicus.

<>

Bron: Stichting Mat’54 Hondekop-vier. 2007. ‘Op dood spoor. Feitenrelaas van de Molukse treinkapingen’ met artikelen van o.a. Rob Neutelings en Sander Wegereef.