70 jaar Molukkers in Nederland

Afgelopen weekend (21 maart) was het precies 70 jaar geleden dat de Kota Inten in Rotterdam aanlag en de eerste groep Molukkers naar Nederland bracht. Er zouden nog elf vaarten volgen en uiteindelijk werden er in totaal 12.500 mensen hierheen vervoerd en ondergebracht in woonoorden. Met ons onderzoek naar woonoorden kunnen wij natuurlijk niet voorbijgaan aan deze speciale dag, die veel emoties los maakt. Vanwege de Corona maatregelen heb ik de gebeurtenissen vanuit mijn stoel gevolgd. En er was heel wat te kijken.

Verleden Tijd

Sreenshot van Verleden Tijd.

Donderdag 18 maart begon het al bij Tijd voor Max, daar was een voorbespreking van de korte documentaire serie Verleden Tijd. De maakster Nira Kakerissa en deelnemer Rocky Tuhuteru werden geïnterviewd. De documentaire gaat over de zoektocht van Nira naar haar eigen verleden via het verhaal van haar opa en vader. Er werd in het gezin altijd gezwegen over het verleden en dat wil zij doorbreken nu zij zelf een kind krijgt. In de voorbeschouwing werd meteen duidelijk dat dit een verhaal is, waarvan de makers zelf geëmotioneerder raakte dan verwacht. Ik keek de eerste aflevering via Limburg1 waar de documentaire reeks ook wordt uitgezonden. Gelukkig hebben ze het emotionele aspect er ingelaten en hierdoor wordt het een mooi persoonlijk verhaal dat een inkijk geeft in een breder gedragen gevoel. Ik wist al van de maak van dit programma omdat Nira via deze website naar de exacte locatie van kamp Mantinge vroeg waar haar familie kort verbleef. Zo laat het weer zien dat de exacte plek van woonoorden onze aandacht verdient. Ik kijk uit naar deel 2 en 3.

Aan de andere kant: Buitenspel

De hoofdrolspelers uit Buitenspel

Zaterdag keek ik naar Aan de Andere Kant: Buitenspel gespeeld door ADAK-theater op RTVDrenthe. Dit is deel twee in een triologie. Deel 1, een tijdelijk verblijf had ik in de Schouwburg in Rotterdam gezien. Het is heel knap theater waarbij we een familie volgen die de gevolgen van oorlogstrauma’s en verraad proberen te verwerken. Door het gebruik van muziek en humor weten ze ook het tweede deel lucht te geven. Dit deel gaat over de woonwijken en de Molukse acties in de jaren zeventig. De spanning tussen een generatieconflict en trouw aan de ouders wordt getoond, terwijl er op doeken nagespeelde demonstraties worden geprojecteerd. Interessant aan de invalshoek is dat het vrouwelijke perspectief een belangrijke plaats krijgt zodat duidelijk wordt hoe zij de gezinnen zoveel mogelijk bijeen hielden en de brug tussen de generaties waren. Ik hoop dat ik deel 3 in Schattenberg live kan zien.

Brief van de burgemeesters

Op zaterdag werd ook bekend dat de burgemeesters van 11 gemeenten met een grootte Molukse bevolking de regering vragen om eindelijk het leed van de Molukkers te erkennen. De ontvangst en opvang in Nederland was onwaardig. Daarnaast willen ze dat er geïnvesteerd wordt in de huidige Molukse gemeenschap omdat de gevolgen nog steeds gevoeld worden. Het bleek dat dit voorstel veel bijval krijgt van burgemeesters uit andere gemeenten waar ook veel Molukkers wonen. Het is ook niet helemaal duidelijk waarom deze niet gevraagd zijn de brief ook te ondertekenen. Typerend vind ik dat het de burgemeesters zijn die dit verzoek doen en dat er niet vanuit de landelijke overheid wordt nagedacht hierover. Keer op keer blijken de lokale bestuurders de Molukse bevolking bij te staan en worden zij door het Rijk opzij geschoven.

Beta Disini, Livestream Moluks Historisch Museum

Herdenking op de Lloydkade in Rotterdam

Zondag was er een liveprogramma van ruim anderhalf uur georganiseerd door het Moluks Historisch Museum met medewerking uit het hele land en ruim 3400 kijkers. Na de openingswoorden van de directeur Henry Timisela, gingen we meteen naar de Lloydkade in Rotterdam waar het 70 jaar geleden allemaal is begonnen. Via een estafette loop brachten bewoners uit de lokale Molukse wijken een voorwerp mee die in een reiskist werden gedaan. Hiermee wilden men tegelijk aandacht vragen voor een landelijk Moluks monument op deze plaats. Natuurlijk was er ook muziek. Rocky Hehakaija en Jeftha Pattikawa presenteerde de rest van het programma. Staatssecretaris Paul Blokhuis gaf een korte toespraak waarin hij de kille ontvangst betreurde, maar waarin hij nog steeds koele beleidsmatige taal gebruikte. Daarna schakelde we over naar kamp Vught waar drie meiden weer wat vuur brachten door krachtig te trommelen op de Tifa. Daarna volgde een gesprek in het museum met drie jonge Molukkers: Milko Hitijahubessy, Jazzy Taihutu, en Joaniek Vreeswijk die elk vertelde hoe zij de Molukse cultuur en geschiedenis levend proberen te houden, via actievoeren, educatie en onderzoek. Er was een muzikaal intermezzo met een gelegenheidsband. Jammer genoeg kon ik de namen van de muzikanten niet goed horen. Henry ging over op een live gesprek met Jacky Manuputty, een vredesactivist in Ambon. Daarna volgde een spoken word video vanuit Ambon door Echo Saputra-Posuratu (ik hoop dat ik zijn naam goed typ). Ik hou van poëzie en dit was ook nog eens vanuit de mooie natuur. En er moet ook gegeten worden, anders is het geen Moluks event. Dicky Wattimena had voor de presentatoren papeda gekookt, wat op traditionele wijze gegeten werd. Henry wist ons nog te vertellen dat zijn moeder aangaf dat daardoor Molukkers zo goed kunnen zoenen. Er werd vanuit het land een Tjakalele dans opgevoerd die spannend in beeld werd gebracht. We gingen vervolgens naar Laarbrug waar oud bewoners vertelde over hun ervaring. Een woonoord dat wij nog moeten bezoeken. Daarna was Ridderkerk aan de buurt waar naast kamp Q ook een gemengde Molukse gemeenschap leeft met islamitische en christelijke achtergrond. Daar is ook de Coosje Ayalstraat, vernoemd naar een vrouwelijke Molukse verzetsstrijder, haar kleindochter kwam ook aan het woord. We vervolgde met een bezoek aan Vaassen waar stil gestaan werd bij de gewelddadige ontruiming van het woonoord op 14 oktober 1976, maar waar ook naar de toekomst werd gekeken. En natuurlijk weer muziek, gevolgd door een item over de Moluccan Moods avonden in Paradiso. We gingen terug naar het Museum waar een gesprek plaats vond met Tamara Soukotta, die het belang van het helen van de wonden van het verleden benadrukten zonder deze wonden te vergeten. Er werd afgesloten met een heel bijzonder moment. Er werd bekend gemaakt dat de graven van oud-KNIL-militairen in Tiel een historisch beschermde status krijgen. En ik denk dat de meeste kijkers even een traantje moesten wegpinken toen oma Tien Leatemia een krans legde. Zij was als zestienjarige naar Nederland gekomen. Al met al een hele bijzonder middag waarbij het verleden herdacht werd, maar er zeker ook naar de toekomst gekeken werd wat benadrukt werd door de vele jonge deelnemers.

Ikat, een online expostie.

Een screenshot van de online tentoonstelling IKAT.

In het Moluks Historisch Museum is vanaf dit weekend ook een online tentoonstelling te zien. In totaal zullen 21 kunstenaars in 7 blokken te zien zijn. De aftrap wordt gegeven door Ed Leatemia die 70 succesvolle Molukkers heeft geportretteerd. Het verhaal van Ed zelf is ook indrukwekkend. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het nog moeilijk vind om door de tentoonstelling heen te navigeren, maar het is zeker de moeite waard om door te zetten. En je kunt een beetje smokkelen door op exposities te klikken, waar je naar elk individueel kunstwerk kunt gaan. Door op portretten te klikken krijg je een uitvergroting en meer informatie over de persoon. En het zijn heel verschillende mensen van antropoloog tot voetballer. Dit laat de breedte van de Molukse gemeenschap zien. Er is ook een boek uitgekomen dat we ongetwijfeld in de museumshop kunnen kopen als de corona-maatregelen dat weer toelaten anders kun je het online bestellen. Het is onder deze omstandigheden in ieder geval een mooi alternatief om toch het werk van kunstenaars te kunnen laten zien.

Conclusie

Al met al is het een enerverend weekend geweest, waarbij mooie en traumatische herinneringen in balans langskwamen. Wat het vooral liet zien is dat de Molukse gemeenschap veerkrachtig is en er een jonge generatie opstaat die meer wil weten over hun verleden om een betere toekomst te maken.

Brijdorpe, woonoord langs de trambaan.

Brijdorpe is zo’n typisch Schouwens woonoord in Zeeland. Kort in gebruik en niks van terug te vinden. Het kamp was van juni 1951 tot en met september 1952 bewoond. De bewoners waren acht gezinnen die met de Goya naar Nederland waren gekomen. Na hun vertrek werd het kamp direct afgebroken.

Topografische kaart met woonoord Brijdorpe ten noordoosten van het dorp bij de trambaan.

Bijzonder is dat langs dit kamp een stoomtramlijn liep. Deze tramlijn was in 1915 geopend en liep tussen Burgh en Brouwershaven. De tramlijn was door de Rotterdamsche Tram Maatschappij aangelegd om Zeeland en Rotterdam te ontsluiten. Tussen de eindhaltes vaarden pontjes om het water te overbruggen. Door de inundatie (bewust onder water zetten van land als verdediging) tijdens de Tweede Wereldoorlog had de tramlijn het zwaar te verduren gehad, maar het lijntje werd na de oorlog weer in gebruik genomen. De watersnoodramp van 1953 zorgde voor de nekslag. De Molukse bewoners waren toen gelukkig al vertrokken. De heer Schonewille stuurde mij een foto van Molukse bewoners in de sneeuw bij station Brijdorpe die ik u niet wil onthouden.

Station Brijdorpe met Molukse kampbewoners (foto via de heer Schonewille).

Veel informatie over het woonoord kon ik niet vinden. Er was wel een krantenbericht uit 1952 in de Provinciaalse Zeeuwse Courant. Op 4 juni was er bij het landgoed Heesterlust in Schuddebeurs een zendingsdag waar de kampleider van Brijdorpe de heer G.M. de Bouville een toespraak hield. Hij was daar samen met andere bewoners van het woonoord die speciaal welkom werden geheten. De Molukse bewoners brachten ook enkele liederen ten gehore. We weten ook dat de koks van het kamp de heren Pattinasarany en Sapuletej waren. Het kamp werd tegen de wil van de lokale bevolking en de kampbewoners opgeheven in 1952. Bij het afscheid kregen de Molukse bewoners van de burgemeester een lepeltje met het wapen van Duivendijke, de gemeente waaronder Brijdorpe viel. De Zeeuwen die bekend waren met gedwongen verhuizingen door de inundatie, waren meevoelend met de gedwongen verhuizingen van de Molukse bewoners.

Panoramafoto van Brijdorpe nu, een groot landbouw gebied. De onderstaande foto is hier aan de rechtkant.

Op de locatie van het kamp is echt helemaal niets overgebleven. Zelfs de trambaan is totaal uit het beeld verdwenen door ingrijpende ruilverkaveling. Waarbij het hele landschap aangepast is, inclusief sloten. Als archeoloog ben je gewend in slootkanten te kijken omdat daar het iets diepere landschap nog zichtbaar is. Vaak zie je nog oude lagen of verstoringen die samenhangen met oude wegen of bewoning. Ook zijn geploegde akkers favoriet omdat deze verborgen vondsten omhoog halen. Hier was dat niet het geval. De omzet van het land is totaal geweest. Geen spoor te zien in deze geploegde vlakte. Geen scherf te bekennen. Alleen aan de rand bij een oprit lag wat materiaal, maar dit was duidelijk uit de originele context gehaald en kan overal vandaan komen.

Wat puin bij de oprit naar het land, maar dit kan overal vandaan komen.

Kerkwerve, een kort maar warm welkom.

Op een mooie vrijdag reden wij naar Kerkwerve. Hier had een klein kamp aan de Zandweg gelegen, vlak bij de hoek met de kerkstraat. De lokatie staat op een foto uit 1953. De foto is genomen net na de watersnoodramp. De Molukse bewoners waren al lang vertrokken, maar hun barak komt nog net boven het water uit. De barak zou de watersnoodramp echter niet overleven. En de resten van het kamp werden verwijderd. Kerkwerve was zwaar getroffen door de watersnoodramp en de meeste van de huidige bebouwing vlak bij het woonoord is van na 1953.

De barak steekt nog net boven het water uit bij de rode pijl.

In juli 1951 werd Kerkwerve door een kleine groep Molukkers bewoond, die met de tweede Kota Inten op 21 juni in Rotterdam waren aangekomen. Het kamp is maar kort in gebruik genomen want de DUW (Dienst Uitvoerende Werken) wilde het kamp terug. En juist die korte bewoning laat iets moois zien. Er was direct contact met de lokale bevolking. Op 20 juli helpt een vertegenwoordiger uit het Moluks kamp met de voorbereiding van de grootse ontvangst van de Commissaris der Koningin van Zeeland in Kerkwerve (Zierikzeesche Nieuwsbode). De Molukse bewoners zijn dan pas hooguit enkele weken in Kerkwerve en nog geen maand in Nederland. Die goede band zorgt ervoor dat de Molukse bewoners en de lokale gemeente niet wilde dat het woonoord weg moest. De burgemeester had bij verschillende instanties waaronder het ministerie van Binnenlandse Zaken gepleit voor behoud van het woonoord voor de Molukkers. De communicatie met de bevoegde instanties liep rommelig. En de bewoners werden met tegenzin in november 1951 naar Barneveld verhuisd. Voor hun vertrek werd er een afscheidsavond georganiseerd met toespraken, zang en koffie. Volgens de lokale Assistent kampleider van Wijk bleef er nog lang na de verhuizing contact tussen de mensen uit Kerkwerve en Barneveld.

Van het kamp is nu weinig meer over. Het kamp bestond uit twee woonbarakken met haaks daarop een kantinegebouw dat ook dienst deed als kerk. Alleen de resten van de kantinevloer liggen nog achter transport bedrijf Gebr. Hendrikse. Jammer genoeg was er niemand aanwezig bij het transportbedrijf zodat we hier geen vragen over konden stellen.

Restanten van de betonnen vloerplaat van de kantine.

Het is fijn om te merken dat op sommige plekken de lokale bevolking en de Molukse bewoners zo’n goede relatie hadden. Het laat ook zien dat de gedwongen verhuizingen deze goede banden onder druk zetten. Van een vriendelijk paar dat net in Kerkwerve was komen wonen mochten we vanuit de achtertuin foto’s nemen van de lokatie van het woonoord. De Zeeuwse gastvrijheid duurt hier voort.

De lokatie van kamp Kerkwerve, de kantine stond direct achter het gebouw met het grote dak. De woonbarakken lagen in het (gras)veld (samengestelde foto).

Veel van de informatie voor deze blog komt uit het boek “Molukkers in Zeeland: 1951-2009” van Henk Smeets en Corzas Nanuruw uit 2009.

Medemblik: kamp van de terugkeer.

Een doorsnee jaren zestig woonwijkje ligt nu op de plek van woonoord Medemblik. Dit wijkje is direct na het verlaten van het woonoord gebouwd. Er is niets terug te vinden van het oorspronkelijke kamp en er is ook geen gedenkteken voor de Molukse bewoning. Maar dat is misschien niet zo vreemd als we de geschiedenis van het kamp bekijken.

De locatie van het woonoord Medemblik in December 2020, hoek Koggenlaan, Wijmersplantsoen.

Medemblik was eerst een DUW kamp. Vervolgens kwamen er Molukse bewoners. Uit die eerste periode van de bewoning door Molukkers is weinig bekend. Na hun vertrek kwamen er Hongaarse arbeiders wonen die later weer vervangen werden door repatrierende Nederlanders. In 1958 wordt er in de krant (het Algemeen Dagblad) bericht over de spartaanse toestanden in het woonoord. En vooral hoe de overheid weigert deze omstandigheden te verbeteren en zelfs hulp vanuit Medemblik verbiedt. Dit terwijl er op dat moment gerepatrieerde Nederlanders uit Indonesië wonen die extra zorg nodig hebben.

In 1959 komen er weer Molukkers wonen in Medemblik, waaronder gezinnen uit kamp de Beenderribben. In 1959 is de overheid al in gesprek met de gemeente Wormerveer om daar een Molukse wijk te bouwen met 50 woningen en een kerkje omdat het kamp in Medemblik opgeheven gaat worden. Wormerveer wordt als een industrie-gemeente omschreven en men verwacht dat de Molukkers daar aan werk kunnen komen (Volkskrant). Het is duidelijk dat men de Molukkers als arbeiders beschouwt en zij eigenlijk alleen voor de laag niveau banen in aanmerking komen. Het is niet duidelijk hoeveel Molukkers uit Medemblik daadwerkelijk in Wormerveer zijn gaan wonen.

Woonoord Medemblik, foto van het MHM (F95-2046).

Medemblik is namelijk vooral het kamp van de Molukkers die terug willen keren. Eind 1959 heeft de vereniging “Gabungan Organisasi Suku Maluku” in Medemblik een strijdprogramma gepresenteerd waarbij haar leden terug willen naar Indonesië als volledige burgers en zij willen strijden voor de inlijving van West-Papoea (Algemeen Dagblad, Volkskrant). De organisatie zou ongeveer 1100 leden hebben, dat is iets meer dan 5 procent van de toenmalige Molukse bevolking in Nederland. In september 1960 biedt Indonesië aan dat men op kosten van de republiek terug kan komen om onder leiding van Soekarno te werken aan de wederopbouw van het land. De Usdek (waar drie verenigingen in zijn opgegaan waaronder Gabungan) reageert positief. De meeste leden van deze vereniging wonen in Medemblik en Arnhem en worden apart gehouden van de overige Molukkers die niet terugwillen zonder een vrije Molukse staat. In oktober vliegt S. Siwalette uit woonoord Medemblik op goed geluk naar Rome en ontmoet daar president Soekarno om over terugkeer te praten. Ook al zijn de verhoudingen tussen Indonesië en Nederland niet goed, men is in Nederland bereid de terugreis te betalen (De Tijd). En uiteindelijk betaald Nederland daadwerkelijk de kosten van de reis en de eerste twee maanden van verblijf. Op 11 mei vertrekt dan eindelijk de eerste groep via Genua. De groep bestaat uit 6 gezinnen en 1 alleenstaande uit Medemblik, in totaal 41 personen. De heer Siwalette reist niet mee met deze groep omdat hij er voor wil zorgen dat iedereen die wil terug kan keren naar Indonesië. In september weet men dat er in ieder geval 3 gezinnen doorgereisd zijn naar Ambon en dat een deel van de groep vrijwillig in Jakarta blijft. Ondanks de magere berichtgeving gaan de terugkeer reizen door en in februari 1962 zijn er in totaal ruim 600 Molukkers teruggekeerd. Het woonoord Medemblik is dan al enkele maanden opgeheven (september 1961).

De heer Siwalette met gezin in woonoord Medemblik (Beeldbank Nationaal Archief).

Als je na gaat dat de meeste Molukse bewoners van het woonoord terug zijn gekeerd naar Indonesië is het natuurlijk ook niet zo verwonderlijk dat er geen gedenkteken of herinneringsmonument is. Dit soort monumenten worden meestal gedragen door de betrokkenen. In de kranten wordt ook alleen bericht over de wens tot het teruggaan. Waarom zou je een gedenkteken inrichten voor een plek waar je alleen weg van wilt zijn.