Koudekerke: zoek de verschillen

Enkele weken geleden schreef Jobbe een blog over onze presentatie op de Reuvensdagen (een congres voor Nederlandse archeologie). Wij benadrukten de urgentie van het onderzoek naar Molukse woonoorden, omdat de overblijfselen voor onze ogen verdwijnen. Nu was ik toevallig van de week op google earth aan het kijken omdat we wilden uitproberen hoe je een interactieve map kunt maken met je eigen locaties. En dan ga je naar de plaatsen die je het makkelijkst herkent omdat er nog duidelijke sporen zijn. Dus hup naar Koudekerke op de kaart. Tot mijn verbazing zag ik onderstaande.

Boven Koudekerke zoals het was toen we het bezochten, beneden Koudekerke nu.

De barak rechtsboven is met de grond gelijkgemaakt. Gelukkig waren we bij ons eerste veldwerk al in Koudekerke geweest. Toen sprak degene die ons rondleidde nog van renovatie en dachten wij dat, net als bij de andere barakken, de bestaande structuur zou blijven bestaan. Er is duidelijk gekozen voor een meer rigoreuze aanpak. We kunnen natuurlijk boos naar de eigenaar kijken, maar dat is niet eerlijk. Zij hebben de gebouwen al jaren in bezit en hebben het recht om te moderniseren. Zolang de overblijfselen van woonoorden geen status krijgen, kan de eigenaar er mee doen wat hij of zij wilt.

Ik denk niet dat we alles moeten willen bewaren, want we moeten nu ook leven. Maar het zou goed zijn als er in ieder geval een plicht tot documentatie komt. Het hoeft hier niet om dure opgravingen te gaan, een bouwhistorisch onderzoek is vaak genoeg. De resten kunnen fotografisch vastgelegd worden. De geschiedenis van de woonoorden is fragmentarisch vastgelegd en beschreven. Er komen steeds meer boeken uit met de herinneringen of fictieve verhalen over de Molukse woonoorden. De fysieke overblijfselen krijgen minder aandacht. Terwijl het juist nu lijkt dat er een hernieuwde belangstelling is voor deze geschiedenis. Volgend jaar is het zeventig jaar geleden dat de eerste Molukse woonoorden bewoond werden. Het is dan ook zonde als de laatste tastbare stukjes zonder documentatie zomaar verdwijnen.

Het meest zuidelijke kamp Eijsden Capucijnenklooster.

Inleiding

De dag voor de harde lockdown gingen wij naar zuid Limburg. De reis was al langer gepland en we hadden nu vrije dagen. We verbleven in Rijckholt (daar een volgende keer meer over) en wandelden op een zeer aangename middag naar Eijsden. De omgeving is een rare mix van natuurschoon, industrie, en snelweg. Via de Capucijnenstraat kwamen we Eijsden binnen en liepen we naar de straat die nu Bellefleur heet.

De straat Bellefleur met om de hoek de straat Loenen waar vroeger het Capucijnenklooster stond.

De plek van het klooster

Op deze plek stond vroeger het klooster, dat ongeveer in de achtertuinen zal hebben gelegen. De geschiedenis van het klooster en haar verbouwingen is lang en omvat een kasteel als voorloper. De plek moet echter niet verward worden met Huis Breust wat meer ten westen lag. Eind negentiende eeuw werd het gebouw een Capucijnenklooster. In april 1951 kwamen de Molukse bewoners in het klooster wonen. Terwijl zij daar zaten werd het klooster in 1955 overgenomen door het missiehuis Mariannhill zij zouden het grote gebouw niet gebruiken. De Molukse bewoners zouden er echter tot 1962 blijven wonen. Waarna in 1968 het gebouw werd verkocht en later gesloopt. Het enige fysieke overblijfsel van het klooster is een muurkruis dat enkele jaren geleden werd gerestaureerd en op de Loenen is neergezet, recht tegenover de locatie van het oude klooster.

Het muurkruis van het Capucijnenklooster geplaatst aan de Loenen.

Het kruis verwijst alleen naar de kerkelijke historie. Er is geen herdenkingsplaat of tekst voor de Molukse bewoning.

In verschillende bronnen is wel iets te vinden over de Molukse bewoners. Opvallend is hoe vaak Eijsden genoemd wordt voor hulpacties in het Gereformeerd Gezinsblad. Naast kleren en speelgoed wordt er ook geld ingezameld voor bijbels (sommige in Maleis) en andere godsdienstige literatuur en later zelfs muziekinstrumenten. Er is ook een uitwisseling tussen de mensen in het woonoord en de protestantse gemeente in Maastricht, waarbij men elkaar bezoekt. Sowieso gaat de berichtgeving vooral over de interacties met de lokale gemeenschap. Zo zijn de Molukse bewoners aanwezig bij herdenkingen in het dorp en helpt men bij de fruitpluk.

Die goede berichten lijken over een te komen met de herinneringen van mevrouw Hennie Nikijuluw die in een interview voor Zicht op Maastricht aangeeft dat schoolkinderen en vrienden van buiten graag naar het klooster komen om te spelen. Ook had men wat meer ruimte. De familie van mevr. Nikijuluw had in het klooster drie slaapkamers, een zitkamer en een keukentje. Men had in het begin eten gekregen via de centrale keuken in het klooster, maar kookte later zelf. De kinderen werden met de bus naar de Suringarschool gebracht net als de kinderen uit Rijckholt.

In 1962 verlaten de Molukse bewoners het klooster en gaan verspreid over Zuid-Limburg wonen. Vaak in speciaal daarvoor aangelegde straten. Enkele gezinnen gingen in ieder geval in de wijk Heer in Maastricht wonen.

Conclusie

Het contrast tussen dit woonoord in Eijsden en het vorige onderzochte woonoord Oude Zeug kan niet veel groter zijn. Dit laat zien dat er niet één verhaal te vertellen is over de Molukse woonoorden. Elk verhaal voegt iets toe aan ons beeld. Zo vlak voor de lockdown op een mooie decembermiddag was het in ieder geval een plezier om naar Eijsden te komen, ook al is het woonoord verdwenen.

Oude Zeug Strafkamp in de kop van Noord-Holland

Inleiding

Op een grijze gure dag, begin december bevonden wij ons in de kop van Noord-Holland vlak bij het IJsselmeer. De dijk blokkeerde het zicht terwijl alle andere kanten de kleivelden zich oneindig uitstrekte. Wij waren hier uit vrije wil op deze niet uitnodigende plek, dat kan niet gezegd worden van de Molukse bewoners van kamp Oude Zeug die hier voor straf geplaatst werden.

Kamp Oude Zeug ten noorden van de Zeugweg.

In januari 1955 werden drie gezinnen uit kamp de Beenderribben gedwongen verhuisd naar Oude Zeug na onenigheden over de uitkering van zakgeld en kledingbonnen. Zij waren onderdeel van een kleine politieke groepering de P.N.M.S. (Partai Nasional Maluku Selatan) onder leiding van de heer Siwaletti (Overijsels Dagblad). Twee ander gezinnen werden naar Heythuizen gestuurd. In oktober van datzelfde jaar werden drie gezinnen uit Middelburg ook naar Oude Zeug gestuurd, wederom in verband met het niet uitbetalen van zakgeld. Ook hier werden twee andere gezinnen naar Heythuizen gestuurd (De Maasbode en De Tijd). Deze mensen waren tevens lid van de P.N.M.S.. Dat het kamp Oude Zeug als een straf werd ervaren blijkt uit hetgeen dat volgde.

Een paar maanden later lieten de mensen die uit Middelburg kwamen al van zich horen. Volgens de website van Noordkop Centraal en de Telegraaf vond het volgende plaats: Enkele Ambonezen vonden het verblijf aldaar zo mensonwaardig dat ze besloten een brief te schrijven naar de burgemeester van Wieringermeer en de koningin. Ze schreven ”Wij verkiezen de dood boven de verkrachting van het recht en de tirannie van het Commissariaat Ambonezenzorg”. Ze verzochten samen met hun gezinnen gefusilleerd (doodgeschoten) te worden.

In augustus 1956 werde nog eens negen gezinnen van P.N.M.S. gedwongen naar Oude zeug te verhuizen. Zij kwamen uit Beenderribben (Latoepeirissa, Amapunja en Siwalletta), Middelburg en Burgsluis (Algemeen Handelsblad, Trouw). Een ander deel van de P.N.M.S. werd wederom naar Heythuizen gestuurd. Het blijft echter onrustig en in oktober worden de heren Amanopunja en Mariva (en Siwalette uit Westkapelle) naar de gevangenis in Den Haag gestuurd als ongewenste vreemdelingen omdat zij blijven protesteren tegen de zelfvoorzieningsregeling (Het Vaderland en Trouw). Het moeilijke bij deze berichten in de krant is dat de spelling van de namen steeds veranderd en het niet duidelijk is of bv Amapunja, Amapoenja en Amanopunja dezelfde persoon zijn. Het lijkt alsof men de namen fonetisch opschreef.

Kamp Oude Zeug met Nissenwoningen, foto: MHM F93_1114

Rustig bleef het niet in Oude Zeug want twee dagen later moest ene J.L. voor de politierechter verschijnen omdat hij de opperwachtmeester een smeerlap had genoemd en de Nederlandse regering vies. Hij zou ook andere aanzetten tot opstandig gedrag. Er werd een zware straf van vier maanden gevangenis geëist. Hier wordt nog eens duidelijk hoe hard er tegen de Molukse bewoners opgetreden werd, als zij ook maar het lef hadden om zich uit te spreken tegen de autoriteiten of zich weigerde neer te leggen bij de situatie.

Uit lezersbrieven van Het Vaderland twee weken later blijkt echter dat niet iedereen het eens is met de behandeling van de Molukkers. Vooral het bestempelen van hen als ongewenste vreemdelingen en de hardere aanpak in vergelijking met Nederlanders wordt bekritiseerd. Dit verhindert echter niet dat in december mensen uit de kampen Oude Zeug, Westkapelle en Beenderribben naar het voormalige rijksopvoedingsgesticht De Kruisberg te Doetinchem worden gebracht waar zij niet uit weg kunnen omdat zij wederom als vreemdelingen worden bestempeld.

Het verzet in de P.N.M.S. kampen gaat door, kinderen zijn al maanden niet naar school geweest en er is weinig eten. In februari worden er opnieuw 5 mensen uit Oude Zeug geïnterneerd in de gevangenis van Scheveningen. In maart 1957 geeft vanuit de gevangenis de leider Siwaletta per brief het advies om de strijd op te geven en zich neer te leggen bij de nieuwe regeling. Het verzet breekt en de gevangenen worden vrijgelaten en teruggestuurd naar hun eigen kampen. Men weigert echter te gaan werken omdat men het geld toch gedeeltelijk moet inleveren. De kinderen krijgen fietsen om naar school te gaan. In 1961 zal een deel van de bewoners als onderdeel van een grotere groep van ongeveer 250 mensen terug gaan naar Indonesië met als einddoel Ambon (Volkskrant) .

Oude Zeug nu.

Kamp Oude Zeug is nu een opslagterrein, de wal stamt nog uit de tijd van het kamp.

Een grijze dag is misschien wel de beste dag om een kamp als Oude Zeug te bezoeken. De wal om het terrein is nog over en biedt bescherming tegen de snerpende wind. Aan de achterkant is de wal deels verdwenen. Het terrein zelf is afgesloten met een hek en bevat enkele half ommuurde plaatsen die voor de opslag van materiaal dienen. Er is geen herinneringsbordje, maar dat verwacht je ook niet bij een strafkamp. Dit is wel een laatste restant uit een roerige tijd waar verzet tegen de Nederlandse regering tot uiting kwam. Misschien niet een plek van goede herinneringen, maar zeker een plek om niet te vergeten.

Binnenterrein van kamp Oude Zeug nu.