Carel Coenraad polder, een kamp aan de rand van Nederland

Inleiding

Begin oktober gingen we dan eindelijk een paar dagen op vakantie. En dan ga je lekker ver weg in eigen land. Dit keer zouden we in een trekkershut aan de rand van Groningen slapen, nog voorbij Hongerige Wolf, direct naast de dijk met uitzicht over de kwelders van de Dollard. De natuur is mooi met vele soorten vogels die langs je huisje vliegen, maar de eigenlijke aantrekkingskracht van de plek is natuurlijk het naastgelegen Ambonezen bosje oftewel kamp Carel Coenraad polder. Nog nooit heb ik zo dicht bij een Moluks woonoord geslapen. Dit zou een mooie vakantie worden.

Kamp Carel Coenraad Polder, nu een bosje naast de dijk.

Het woonoord

Het woonoord ligt in een particulier bosje dat niet vrij toegankelijk in het broedseizoen. Het is een mooi stukje natuur geworden, met vele dieren en vogels. Het is dan ook het enige bosje in de wijde omtrek en de bomen bestonden nog niet ten tijden van het woonoord. Er werd alleen een houtsingel aangelegd die natuurlijk niet meteen volgroeid was. En wijds is het hier. Dit is wel één van de meest afgelegen kampen die we tot nu toe bezocht hebben. Grote boerderijen ver van elkaar gelegen en een tussendijk geven je het gevoel helemaal afgesloten te zijn van de gewone wereld. Ideaal voor vakantie, minder ideaal lijkt me als je hier moet wonen. De oudere kinderen moesten met een speciale bus naar school en de winkels kwamen met bezorgwagens langs. Maar misschien vonden de bewoners deze afstand juist fijn omdat zij niet wilde assimileren in de Nederlandse samenleving maar terugkeren naar een vrij RMS. In september 1953 kwamen er 59 gezinnen en 18 alleenstaanden (311 mensen) in het kamp, voornamelijk uit Schattenberg en allen leden van de CRAMS Commissie Rechtspositie Ambonese Militairen en Schepelingen (info uit Noorderbreedte 97/5).

De borden bij de ingang van het Ambonezen bosje. Met rechts de plattegrond van het kamp.

Ik kon vooral de verhalen van ouderen vinden die terugkijken op een onbezorgde jeugd in het woonoord waar men vrij kon spelen in de omgeving. Hoe de volwassenen het kamp beleefden is minder goed terug te vinden. Het is in ieder geval duidelijk dat een groot deel van de bewoners er wilde blijven toen besloten werd het woonoord op te heffen in december 1961. Een deel was al naar Appingedam verhuisd maar 100 mensen verzetten zich hevig tegen de verhuizing. Dit leidde tot een uitzonderlijk protest van de vrouwen om nog in ieder geval een telegram naar de koningin te mogen versturen. De reden om te willen blijven was in de eerste plaats niet het woonoord zelf, maar de angst dat als men eenmaal in huizen woonde de terugkeer naar een vrij RMS wel vergeten kon worden. Ze wilden ook geen huur of belasting betalen. De bewoners hadden zich verschanst in de kerk. De huisraad werd al verhuisd terwijl de mensen nog in de kerk zaten. Uiteindelijk moesten tussen de 30 en de 50 man politie gewapend met sabel en karabijnen er aan te pas komen om het kamp te ontruimen. Met bussen werden de bewoners zonder verdere ongeregeldheden naar Foxhol verhuisd. Een deel van hen zou later naar de Indonesië terugkeren, door omstandigheden zou niet iedereen het tot de Molukken brengen.

Een blik in het kamp Carel Coenraadpolder.

Het Ambonezen bosje zelf geeft geen sporen vrij van het woonoord dat hier geweest is. Ook al wordt er in bronnen vermeld dat de funderingen van de barakken aanwezig moeten zijn. Ik kon niets terugvinden door alleen maar te kijken. Nergens zag ik een steen of een stuk beton uit de grond steken. De herinnering aan het kamp is echter levend vanwege de naam van het bosje en het bord bij de ingang. Op een wandeling langs de dijk richting Duitsland kwamen we ook andere toeristische borden tegen die verwijzen naar het Ambonezen bosje. Het bosje is ook een blikvanger dat tot in de wijde omgeving te zien is. De verwijzing naar het overige verleden van deze plek als DUW-kamp, Duitse geschutstelling Dollard Süd tijdens WWII en gevangenis voor NSB-ers erna, wordt af en toe aangehaald maar krijgt niet dezelfde aandacht.

Conclusie

Woonoord Carel Coenraadpolder is nu een prettige plek om te ontspannen in een mooie omgeving met veel natuur. Ook al zijn er weinig fysieke herinneringen uit de tijd van het kamp, de herinnering aan het woonoord wordt levendig gehouden. De bewoners waren zo lijkt het redelijk tevreden, maar er moet ook verdriet zijn geweest. Vooral als je bedenkt dat op het kerkhof van Finsterwolde negen Molukse kinderen (de meeste gestorven bij de geboorte) en één volwassene liggen begraven. Deze graven zijn in 2014 door lokale vrijwilligers opgeknapt. Ik ben altijd geroerd door de verhalen van de vele Molukse kindergraven in de buurt van woonoorden. Er zou nog eens onderzoek gedaan moeten worden naar hoe de verhouding lag qua kindersterfte in de toenmalige Nederlandse bevolking. Dit persoonlijk verdriet moet toch diepe sporen nagelaten hebben, vooral als je na een dergelijk verlies gedwongen wordt te verhuizen ver weg van het graf van je kind, broer, zus of ander familieleden en vrienden.

Kamp Q

Inleiding

Het is een tijd stil geweest op deze site. Soms neemt het werk waar je voor betaald krijgt meer tijd in dan anders. Daarnaast kwamen er ook nog reisbeperkingen door het coronavirus. Een paar weken geleden gingen we voor het eerst weer eens wat verder van huis. Nog wel op wandelafstand, maar de terugreis kon met de waterbus. Op een mooie maar niet al te warme dag in augustus gingen wij (ik en mijn vrouw) op weg naar kamp Q. Wandelend langs de Nieuwe Maas is het kamp net meer dan twaalf kilometer van ons huis gelegen. En zoals met de meeste dingen die dichtbij zijn, waren we er nog niet aan toe gekomen om eens langs te gaan.

Kaart zoals gestuurd door Herman Schonewille.

Kamp Q, de locatie.

De plek van kamp Q was mij lange tijd niet geheel duidelijk tot Meneer Schonewille mij de bovenstaande kaart stuurde. Kamp Q ligt in Slikkerveer aan de Emmastraat, onderdeel van Ridderkerk. Die kaart was ook echt nodig want op de plek zelf is weinig tot niets te zien. De wijk is flink verbouwd en er is dan ook geen makkelijk herkenningspunt. Niets aan de omgeving laat zien dat hier ooit een kamp is geweest. Dit komt deels door het bijzondere karakter van dit kamp. Kamp Q is uniek in dat hier geen oud KNIL militairen met hun gezinnen woonden maar politiemannen die als verstekelingen mee aan boord waren gekomen. Geholpen door luitenant Veltman werd deze groep mannen bij elkaar gehouden. Velen van hen vonden werk in de scheepswerven die aan de andere kant van de dijk lagen. Het kamp werd vanaf januari 1952 tot en met september 1958 door de Molukse mannen bewoond. Zover als ik kan nagaan waren er geen speciale barakken, maar woonde men in al bestaande gebouwen in een klein straatje.

Een blik vanaf de dijk op de Emmastraat in 2020.

Als we dit vergelijken met een oude foto wordt het duidelijk dat er weinig terug te vinden is van de oude structuren.

Kamp Q, foto van facebookpagina Oud Ridderkerk.

De grote schuur en het rijtje huizen is verdwenen. En het hek is ook niet meer terug te vinden. Aan het eind van het straatje lijkt nog een poort te staan waar ook geen resten van zijn. Ik heb nog gekeken naar wat oude schuren die rechts op de foto van nu staan, want misschien is de locatie iets verschoven, maar daar kwamen de raampartijen niet overeen met de oude foto’s.

Conclusie

De plek is een anoniem straatje geworden waar het verhaal van de Molukse geschiedenis niet naar voren komt. Dit terwijl er wel een grote gemeenschap Molukse bewoners in Ridderkerk is te vinden. Deze komen deels uit kamp Q en zij hebben een christelijke achtergrond en zijn vaak gemengd met de lokale bevolking of zij zijn later naar Nederland gekomen. Het andere deel zijn Molukkers met een Islamitische achtergrond uit kamp Wyldemerck in Friesland.