Kamp Beugelen te Staphorst

Afgelopen weekend gingen we voor een onderzoek naar de geschiedenis van ons huis naar het waterloopkundig bos bij Marknesse waar het Noordereiland in Rotterdam is nagemaakt op schaal. Nu we toch al onderweg waren konden we ook wel even doorrijden naar de woonoorden Beugelen en Conrad. Hier het verslag van het bezoek aan kamp Beugelen. Kamp Conrad komt een volgende keer aan de beurt.

Kamp Beugelen op de topografische kaart van 1958.

Kamp Beugelen ligt ten noordoosten van Staphorst ter hoogte van de Gemeenteweg 383. Naast de weg staat een klein bordje met als enige informatie: Hier was Kamp Beugelen. Het is nu een klein woonerfje met 30 huizen. Van het oorspronkelijke woonoord is weinig terug te vinden. Het lijkt erop dat de perseelgrenzen niet zijn veranderd. Daarnaast is er nog steeds een driehoekige open ruimte waar vroeger de blusvijver lag. Dit is nu een speelveldje met wat bomen.

Het huidige speelveldje in kamp Beugelen.

Op woensdag 25 april 1951 kwamen er 21 gezinnen naar Staphorst die enkele dagen later door nog eens 63 gezinnen gevolgd werden. In totaal woonden er 400 mensen in het woonoord dat bestond uit zeven groen geschilderde barakken en twee plaatijzeren loodsen van het Amerikaanse leger (canon van Nederland). Vier maanden later speelt men al een vriendschappelijke voetbalwedstrijd met de lokale bevolking.

Het is een tijdje rustig in het kamp maar er ontstaan toch wrijvingen en vechtpartijtjes tussen de BPRMS (de meerderheid) en de CRAMS in oktober 1952. De meest vijf invloedrijke CRAMS mannen zouden per bus overgeplaatst worden naar Woerden en Heythuizen, maar toen wilde 30 anderen CRAMS families ook mee. De overige mannen stapten in de bus die voor de vijf gezinnen was bedoeld en weigerde uit te stappen. Zij bleven ruim 10 dagen in de bus terwijl de vrouwen regelmatig eten en waswater kwamen brengen. Ondertussen was er een flinke politiemacht aangetreden om de boel te controleren en vond er overleg plaats tussen de gemeente, de kampleiding en een vertegenwoordiger uit Den Haag. Op zich bleef het verder rustig in het kamp en het conflict escaleerde niet. Uiteindelijk wordt de groep na bijna twee weken protest naar een ander kamp verhuisd. Servaas Maturbongs heeft aangegeven dat de families (inclusief zijn eigen familie) naar Rijckholt zijn verhuisd. De rust keerde terug, maar als 9 maanden later een nieuwe inwoner (J. Kajadoe) verdacht wordt van anti-BPRMS sympathieën moet hij het ontgelden en wordt met steekwonden opgenomen in het ziekenhuis. Gelukkig vallen de verwondingen mee. De dader J.P. wordt later tot een week gevangenisstraf veroordeeld. De dader gaat zijn straf willig ten onder met de woorden dat het slachtoffer bij terugkomst in een vrij Ambon zal boeten voor zijn onvaderlandslievend gedrag. Dit laat zien hoe men er nog vanuit ging dat men naar een vrije Molukse staat zou terugkeren. Het slachtoffer is na het incident naar een ander kamp verhuisd.

De bus bij kamp Beugelen met protesterende CRAMS leden (foto uit Trouw).

In oktober 1954 vind er een tragedie plaats in Beugelen. Terwijl enkele kinderen spelen op het zware ijzeren toegangshek tot het kamp breekt een scharnier af en het hek valt op de kinderen. Een vijf- en zevenjarig kind overlijden aan hun verwondingen, terwijl een derde kind zwaargewond raakt. Vele kranten doen verslag van dit treurige ongeval.

Kamp Beugelen komt vaak negatief in het nieuws en in september 1957 wordt een man uit het kamp aangehouden nadat hij 1200 gulden heeft gestolen uit een afgelegen boerderij. Voor die tijd was dat zeer veel geld. Enkele jaren later zou de kantine van het kamp zelf slachtoffer worden van een inbraak waarbij 300 gulden en eten en drinken wordt buitgemaakt.

Kamp Beugelen op een mooie lentedag, foto Moluks Historisch Museum F95_1873.

Gelukkig gebeuren er ook mooie dingen zoals in 1960 het huwelijk tussen Petrus Tuasaum en Augustina Sahepaty dat ook in de krant verschijnt. Hun namen kunnen ook verkeerd geschreven zijn in de krant, mogelijk heten zij Petrus Tuasuun en Augustinus Sahetapy (met dank aan Ellen Hitipeuw-Palyama)

Ergens tussen 1963 en 1965 moeten de Molukse bewoners het kamp hebben verlaten want in 1965 is het kamp in gebruik als vakantieoord voor West-Duitse kinderen en hebben er in totaal 14.000 overnachtingen plaatsgevonden. Na de sluiting van het vakantieoord wordt het kamp afgebroken..

Boekpresentatie: Banda

Inleiding

Deze week kwam het boek ‘Banda. De genocide van Jan Pieterszoon Coen’ geschreven door Marjolein van Pagee uit bij uitgeverij Omniboek. Ter ere hiervan zijn er artikelen verschenen en was er dinsdag een discussieavond bij Pakhuis de Zwijger. Ik heb het boek nog niet gelezen, maar de aandacht eromheen geeft al genoeg stof tot nadenken. Er komen twee aspecten aan beurt die interessant zijn: hoe Nederland omgaat met de koloniale geschiedenis en hoe het boek in samenwerking met Molukse vertellers deze geschiednis op zijn kop zet.

De kaft van het boek.

Feesten voor de VOC

Feesten voor de VOC is de ironische titel van het artikel dat van Pagee schreef voor Historiek. In dit artikel legt van Pagee uit hoe bij het maken van een nationaal zelfbeeld in de negentiende eeuw de koloniën van belang waren om de ‘grootsheid’ van Nederland vorm te geven. In die tijd waren er al protesten te horen, vooral door het Boek Max Havelaar van Multatuli. Maar juist die protesten kunnen de noodzaak voor uiterlijk vertoon hebben versterkt. In 1876 in Batavia en 1893 in Hoorn werden standbeelden van J.P. Coen geplaatst. En door de jaren heen zou zijn afbeelding op vele gebouwen in vooral Amsterdam prijken zoals bij de Beurs van Berlage. Van Pagee laat ook zien hoe de koninklijke familie meehielp aan de verering. Bij de opening van de Beurs van Berlage prijsde Wilhelmina hoe Coen goederen uit de koloniën naar Nederland verscheepte. Vervolgens opende ze nog de Coenhaven. En Juliana opende in 1966 de Coentunnel.

Daarnaast werd de geboortedag van Coen meermalen gevierd zoals in 1987 (400 jaar). En in 2002 werd er nog vanuit de Tweede Kamer een stichting opgericht voor de Viering van 400 jaar VOC. Na protesten van Molukkers en Indonesiërs veranderde viering in een herdenking. Maar het evenement werd toch feestelijk gevierd met talloze ministers, ambassadeurs en leden van de koninklijke familie. Alleen de Indonesische minister Kwik Kian Gie sprak een kritische noot. Die in een volgende toespraak werd geminimaliseerd door te zeggen dat er altijd wel protest was, maar dat je daar blijkbaar niet naar hoeft te luisteren. En dat er niet geluisterd werd, blijkt uit de inmiddels beruchte uitspraak van premier Balkende in 2006 over het omarmen van de VOC-mentaliteit. Nu klonk er al meer weerspraak. Maar zoals van Pagee aantoont, duidt dit op de witte onschuld die veel Nederlanders voelen waarbij de gedachte overheerst dat we toch niet echt fout geweest hebben kunnen zijn. Aan dit beeld van witte onschuld wordt steeds meer van alle kanten afgeknabbeld, maar we zijn er nog lang niet.

Emancipating Histories

Dat wil niet zeggen dat we hopeloos moeten worden. De serie gesprekken Emancipating Histories van Pakhuis de Zwijger in Amsterdam laat het tegenwoord zien ten opzichte van de dominante geschiedschrijving. Ik denk dat de jongere generatie zich steeds meer bewust wordt van de eigen geschiedenis en zich niet zomaar meer laten wegzetten. Dit besef steunt wel op de protesten en het verzet van oudere generaties. Het laten zien van de continuïteit van de emancipatie geeft een dieper en waardevol beeld.

Het gesprek begon dan ook met de oude generatie, de 95-jarige mevrouw Francisca Pattipilohy las een verkorte versie van het door haar geschreven voorwoord voor het boek Banda. Zij bracht haar persoonlijke familie verhaal in verband met de grotere geschiedenis. Alleen dit voorwoord nodigt al uit tot nieuwsgierigheid. Daarna vertelde Marjolein van Pagee over hoe zij aan dit boek was begonnen. Wat haar het meeste had verbaasd in haar onderzoek was het soort koloniale leugen dat al eeuwen verteld werd. Daarbij ging het niet om de leugen dat het allemaal wel meeviel en dat we veel goeds brachten, maar om de leugen dat er niets was voor wij kwamen. Ook al was Banda ver weg voor de Europeanen, Banda was zeker geen afgelegen eiland. Het was onderdeel van een goed werkend uitgebreid handelsnetwerk. De VOC had gewoon op normale wijze mee kunnen doen aan dit handelsnetwerk, maar koos ervoor dat het niet de daar geldende regels wilde volgen. Waarop men met extreem geweld en genocide op Banda een handelsmonopolie op nootmuskaat en foelie afdwong. Het was dus toen der tijd niet normaal om met geweld goederen toe te eigenen, alleen kozen de Europese kolonisten het op die manier te doen. En de mensen op Banda waren dus geen wilden of onontwikkelde mensen, maar waren onderdeel van een uitgebreid handelsnetwerk.

Vervolgens kwamen er drie Molukse mannen (Lukas Eleuwarin, Marcel Matulessy en Ridhwan Ohorella) aan het woord, die als nazaten van Banda de geschiedenis niet meer willen overlaten aan de koloniale overheersers. Zij spraken over hoe hun geschiedenis altijd teniet wordt gedaan terwijl er ook geschreven bronnen en liederen zijn binnen de vijf families die de grondleggers waren van Banda. Zij willen deze verhalen binnen de eigen gemeenschap maar ook aan een breder publiek vertellen. En dat doen ze waar ze kunnen, van podcast tot huiskamergesprek. In dit alles plegen ze ook overleg met de huidige mensen op Banda zelf. Voor hen zelf is het ook een zoektocht naar hun roots. Ridhwan vertelde heel mooi hoe iedereen zijn eigen tempo moet vinden bij het zoeken naar roots of de eigen geschiedenis en dat de snelheid waarmee je dat doet niet van belang is, zolang je maar onderweg bent.

Vooral dat laatste geeft een mooi beeld. Niet iedereen is even ver in het dekoloniseren van de geschiedenis, maar we zijn samen onderweg.

Kamp Duinoord in Zeeuws-Vlaanderen

Al weer bijna twee jaar geleden was ik op de reünie van de vier kampen in Zeeuws-Vlaanderen. De dag voor de reünie had ik deze vier kampen bezocht. Daar had ik echter nog geen verslag van gedaan, dus nu ga ik daar eens aan beginnen. Kamp Duinoord ligt in Groede aan de Woordweg en is tegenwoordig een grootgraanhandel.

De lokatie van Duinoord aan de Woordweg in Groede nu.

Twee jaar geleden stond op Google maps nog de oude schuren, maar toen ik er was waren deze al verdwenen. Ik sprak met de eigenaar van het bedrijf. Hij vertelde mij dat ze ongeveer een jaar daarvoor de laatste oude muren hadden afgebroken en dat er geen resten van het oude kamp meer zichtbaar waren in de nieuwe muren. Ik dacht nog wat sporen te ontwaren in de oude vloeren buiten, maar dit waren ontluchtingskanalen van de graanschuren die daar gestaan hadden. De eigenaar had als klein kind naast het kamp gewoond, maar wist weinig van die tijd te vertellen, omdat hij een peuter was. Hij wist echter wel dat er na de sluiting van het kamp nog een Moluks gezin enige jaren in Groede was blijven wonen. Zij huurde een huisje ter hoogte van waar nu ongeveer Groede B&B op de luchtfoto staat. Het Moluks Historisch Museum heeft enkele mooie oude foto’s waarop nog te zien is hoe de oude barakken vroeger in de schuren van het bedrijf opgenomen waren.

Oude barak opgenomen in de schuur van de graangroothandel, MHM FF10941.

Groede was een DUW-kamp voor de Molukkers kwamen. In de jaren dertig was het echter een vakantieoord geweest. Dit is niet verwonderlijk als je bedenkt dat het net 2 kilometer van het strand af ligt. Het kamp had aan de wegkant een barak voor de beheerder, haaks daarop stonden twee rijen nissenhutten en de ruimte werd afgesloten met een kantinebarak. Op het rechthoekige binnenterrein stond een vlaggenmast. Volgens het boek Molukkers in Zeeland werd het kamp in mei 1954 in gebruik genomen om de bewoners uit andere Zeeuwse kampen die opgeheven werden, te huisvesten. Men wilde in Zeeland blijven en sommige zaten op de machinisten-opleiding van de zeevaartschool in Vlissingen. Met het pontje van Breskens is Vlissingen goed te bereiken. Het kamp moet echter al enkele jaren eerder in gebruik zijn genomen want in de Provinciaalse Zeeuwse Courant van 25 september 1952 wordt Duinoord al als Ambonezenkamp benoemd. Een man bevindt zich illegaal in het kamp en wordt door de beheerder verzocht te vertrekken. Dit weigert hij en de politie moet er bij komen, de man krijgt een boete of celstraf. Jammer genoeg staat er in het artikel niet wie die man is en of hij ook Moluks is. En in februari 1953 bij de watersnoodramp helpen 22 Molukkers uit Groede bij de dijkwerkzaamheden in Breskens. Daarna is er weinig berichtgeving. Het kamp komt pas weer in het nieuws als alle vier de woonoorden in Zeeuws-Vlaanderen worden opgeheven in 1958 in verband met een gebrek aan werkgelegenheid. In December 1958 vertrekken de laatste bewoners.

Het woonoord is nu een graanopslag.

Burghsluis, rebels woonoord aan de zee.

In verschillende nationale en regionale kranten werd bericht dat op 11 november 1955, 9 gezinnen (57 personen) overgebracht worden naar het nieuwe woonoord Burghsluis na verzet tegen de bouw van eigen keukens. Alle gezinnen zijn lid van de Partai Nasional Maluku Selatan (PNMS) Zij protesteren tegen de zelfzorg-maatregels en saboteerde de aanbouw van de keukens in woonoord Havendorp te Vlissingen. De andere bewoners van Havendorp hadden de overheid gevraagd op te treden tegen de onrust stokers. De gedwongen verhuizing verliep zonder incidenten. Om dezelfde reden waren er ook al PNMS aanhangers uit Middelburg naar Burghsluis verhuisd. Het woonoord bestond uit 1 barak en er zitten ongeveer 20 gezinnen in Burghsluis.

De lokatie van woonoord Burghsluis is nu een parkeerterrein.

In het boek ‘Molukkers in Zeeland 1951-2009’ vertelt Emile Hitijahubessy, die er als kind woonde, dat men bij eb mosselen en zeekraal verzamelde als aanvulling op het weinige voedsel. Men was net begonnen aan de Deltawerken dus Burghsluis lag toen nog aan zee. Ook fietste men naar de visafslag bij Brouwershaven voor gratis vis (horsmakreel). Men reed ook mee met de vuilniswagen om te kijken of er nog iets bruikbaars was op de vuilnisbelt. Duidelijk is dat de mensen op allerlei manieren hun bestaan wilde verbeteren. Opmerkelijk is dat hij vertelt dat men niet naar school hoefde, dat was zeker niet de gewoonte in andere woonoorden.

In augustus 1956 is er onrust in Burghsluis, ditmaal halen de vrouwen en kinderen aardappelen en groente van de velden van omringende boeren. Dit is niet verwonderlijk als we het verhaal van Emile beschouwen. De politie grijpt in en het eten moet worden terug gegeven. Er wordt een avondklok ingesteld en de politie blijft aanwezig bij het kamp. Volgens het Algemeen Dagblad is er weinig waardering voor de mannen van het kamp omdat deze vinden dat de vrouwen maar voor het eten moeten zorgen en hun dus eigenlijk tot roof aanzetten terwijl zij zelf in het kamp bleven. Dit kunnen we ook lezen als het niet mee willen werken met de politie want uit het verhaal van Emile komt naar voren dat niet alleen de vrouwen voor aanvullingen op het eten zorgden. De krant beschrijft de mannelijke bewoners als de ‘ergste belhamels’. Oud-militairen als belhamels karakteriseren heeft een denigrerende kant. Men wordt zo niet als volwassen mannen neergezet. De politieke kant van de zaak wordt op deze manier totaal over het hoofd gezien. Enkele dagen later worden enkele gezinnen die als hoofdaanstichters worden gezien naar het strafkamp Oude Zeug in de kop van Noord-Holland en Heythuizen in Limburg verplaatst. Enkele maanden later in november wordt het woonoord Burghsluis opgeheven.

Woonoord Burghsluis is nu een kale vlakte. Aan de daken kun je zien hoe hoog het ligt ten opzichte van de omgeving.

Van het Molukse woonoord zijn geen sporen terug te vinden. Het is een kale vlakte die enkele meters hoger ligt dan de omgeving. Ongeveer ten hoogte van het linker dak bevind zich onderstaande foto. Dit lijken de resten van de infrastructuur van de vlakte en geeft de impressie dat er mogelijk onder de grond nog installaties zijn. De functie van deze structuren is minder duidelijk, mogelijk zijn ze deel van een watervoorziening.

Wat mysterieuze objecten, een betonnen plaat met een uitstekend pijpje en een u-buis met kraan die aan beide kanten de grond ingaat.

Ondanks de vele informatiebordjes aan de havenkant wordt er nergens verwezen naar het Molukse woonoord. Dit deel van de geschiedenis wil men zich blijkbaar niet herinneren.

Noordwelle, een klein woonoord in een klein dorp.

Vaak heb ik al geschreven over hoe moeilijk het is om de exacte lokatie van woonoorden te bepalen vanwege een tekort aan informatie. Soms heb je ook teveel informatie en lijkt het alsof men over verschillende plekken praat. Dit is het geval met het woonoord Noordwelle. In het boek Molukkers in Zeeland werd vermeld dat het woonoord achter de boerderij van de familie Moermond aan de Dorpsring lag. Op een andere plaats had ik gelezen dat het kamp nu een speeltuintje is en Mevr. Annemarie Priemis had het over de Smidseweg. Via online zoeken kwam ik de zoon van de familie Moermond tegen en ik besloot hem op te bellen. Gelukkig kon hij het goed uitleggen en wat bleek alle drie de aanwijzingen waren juist. Het weiland achter de boerderij liep namelijk door tot de Smidseweg en het is later een speeltuintje geworden.

De rode cirkel is de lokatie van het woonoord, linksboven is de boerderij van Moermond te zien.

Meneer Moermond was zelf nog een klein kind toen het kamp in gebruik was, maar zijn wat oudere zus zat met Molukse kinderen in de klas. Zij had ook een Moluks vriendinnetje: Mientje. Zij bleven enige tijd contact houden nadat het kamp werd opgeheven. Noordwelle was een klein kamp en de bewoners waren met de Goya naar Nederland gekomen. Er stonden drie barakken in een U-vorm. Dit kamp was maar kort in gebruik van juni 1951 tot september 1952. Voor de kinderen was dit toch een heel schooljaar. De bewoners hadden graag willen blijven, maar de Dienst Uitvoerende Werken wilde het kamp terug. De meeste zagen op tegen de verhuizing naar het veel grootschaliger Schattenberg. Daarnaast lag Schattenberg ver buiten de bewoonde wereld terwijl men hier bij de dorpskern had gewoond. Wat men niet had kunnen voorzien was dat het kamp in Noordwelle een paar maanden later bij de watersnoodramp vernietigd zou worden. Dus een geluk bij een ongeluk dat men verhuisd was.

Het speeltuintje op de lokatie van het woonoord.

Het dorp Noordwelle is pittoreske met oude huisjes rond een kerk en er zijn vele bordjes die informatie geven over de bezienswaardigheden. Ik geef toe het speeltuintje is niet een echte bezienswaardigheid, maar een klein bordje om te herinneren aan de Molukse geschiedenis zou wat mij betreft hier op zijn plaats zijn.