Kamp Duinoord in Zeeuws-Vlaanderen

Al weer bijna twee jaar geleden was ik op de reünie van de vier kampen in Zeeuws-Vlaanderen. De dag voor de reünie had ik deze vier kampen bezocht. Daar had ik echter nog geen verslag van gedaan, dus nu ga ik daar eens aan beginnen. Kamp Duinoord ligt in Groede aan de Woordweg en is tegenwoordig een grootgraanhandel.

De lokatie van Duinoord aan de Woordweg in Groede nu.

Twee jaar geleden stond op Google maps nog de oude schuren, maar toen ik er was waren deze al verdwenen. Ik sprak met de eigenaar van het bedrijf. Hij vertelde mij dat ze ongeveer een jaar daarvoor de laatste oude muren hadden afgebroken en dat er geen resten van het oude kamp meer zichtbaar waren in de nieuwe muren. Ik dacht nog wat sporen te ontwaren in de oude vloeren buiten, maar dit waren ontluchtingskanalen van de graanschuren die daar gestaan hadden. De eigenaar had als klein kind naast het kamp gewoond, maar wist weinig van die tijd te vertellen, omdat hij een peuter was. Hij wist echter wel dat er na de sluiting van het kamp nog een Moluks gezin enige jaren in Groede was blijven wonen. Zij huurde een huisje ter hoogte van waar nu ongeveer Groede B&B op de luchtfoto staat. Het Moluks Historisch Museum heeft enkele mooie oude foto’s waarop nog te zien is hoe de oude barakken vroeger in de schuren van het bedrijf opgenomen waren.

Oude barak opgenomen in de schuur van de graangroothandel, MHM FF10941.

Groede was een DUW-kamp voor de Molukkers kwamen. In de jaren dertig was het echter een vakantieoord geweest. Dit is niet verwonderlijk als je bedenkt dat het net 2 kilometer van het strand af ligt. Het kamp had aan de wegkant een barak voor de beheerder, haaks daarop stonden twee rijen nissenhutten en de ruimte werd afgesloten met een kantinebarak. Op het rechthoekige binnenterrein stond een vlaggenmast. Volgens het boek Molukkers in Zeeland werd het kamp in mei 1954 in gebruik genomen om de bewoners uit andere Zeeuwse kampen die opgeheven werden, te huisvesten. Men wilde in Zeeland blijven en sommige zaten op de machinisten-opleiding van de zeevaartschool in Vlissingen. Met het pontje van Breskens is Vlissingen goed te bereiken. Het kamp moet echter al enkele jaren eerder in gebruik zijn genomen want in de Provinciaalse Zeeuwse Courant van 25 september 1952 wordt Duinoord al als Ambonezenkamp benoemd. Een man bevindt zich illegaal in het kamp en wordt door de beheerder verzocht te vertrekken. Dit weigert hij en de politie moet er bij komen, de man krijgt een boete of celstraf. Jammer genoeg staat er in het artikel niet wie die man is en of hij ook Moluks is. En in februari 1953 bij de watersnoodramp helpen 22 Molukkers uit Groede bij de dijkwerkzaamheden in Breskens. Daarna is er weinig berichtgeving. Het kamp komt pas weer in het nieuws als alle vier de woonoorden in Zeeuws-Vlaanderen worden opgeheven in 1958 in verband met een gebrek aan werkgelegenheid. In December 1958 vertrekken de laatste bewoners.

Het woonoord is nu een graanopslag.

Burghsluis, rebels woonoord aan de zee.

In verschillende nationale en regionale kranten werd bericht dat op 11 november 1955, 9 gezinnen (57 personen) overgebracht worden naar het nieuwe woonoord Burghsluis na verzet tegen de bouw van eigen keukens. Alle gezinnen zijn lid van de Partai Nasional Maluku Selatan (PNMS) Zij protesteren tegen de zelfzorg-maatregels en saboteerde de aanbouw van de keukens in woonoord Havendorp te Vlissingen. De andere bewoners van Havendorp hadden de overheid gevraagd op te treden tegen de onrust stokers. De gedwongen verhuizing verliep zonder incidenten. Om dezelfde reden waren er ook al PNMS aanhangers uit Middelburg naar Burghsluis verhuisd. Het woonoord bestond uit 1 barak en er zitten ongeveer 20 gezinnen in Burghsluis.

De lokatie van woonoord Burghsluis is nu een parkeerterrein.

In het boek ‘Molukkers in Zeeland 1951-2009’ vertelt Emile Hitijahubessy, die er als kind woonde, dat men bij eb mosselen en zeekraal verzamelde als aanvulling op het weinige voedsel. Men was net begonnen aan de Deltawerken dus Burghsluis lag toen nog aan zee. Ook fietste men naar de visafslag bij Brouwershaven voor gratis vis (horsmakreel). Men reed ook mee met de vuilniswagen om te kijken of er nog iets bruikbaars was op de vuilnisbelt. Duidelijk is dat de mensen op allerlei manieren hun bestaan wilde verbeteren. Opmerkelijk is dat hij vertelt dat men niet naar school hoefde, dat was zeker niet de gewoonte in andere woonoorden.

In augustus 1956 is er onrust in Burghsluis, ditmaal halen de vrouwen en kinderen aardappelen en groente van de velden van omringende boeren. Dit is niet verwonderlijk als we het verhaal van Emile beschouwen. De politie grijpt in en het eten moet worden terug gegeven. Er wordt een avondklok ingesteld en de politie blijft aanwezig bij het kamp. Volgens het Algemeen Dagblad is er weinig waardering voor de mannen van het kamp omdat deze vinden dat de vrouwen maar voor het eten moeten zorgen en hun dus eigenlijk tot roof aanzetten terwijl zij zelf in het kamp bleven. Dit kunnen we ook lezen als het niet mee willen werken met de politie want uit het verhaal van Emile komt naar voren dat niet alleen de vrouwen voor aanvullingen op het eten zorgden. De krant beschrijft de mannelijke bewoners als de ‘ergste belhamels’. Oud-militairen als belhamels karakteriseren heeft een denigrerende kant. Men wordt zo niet als volwassen mannen neergezet. De politieke kant van de zaak wordt op deze manier totaal over het hoofd gezien. Enkele dagen later worden enkele gezinnen die als hoofdaanstichters worden gezien naar het strafkamp Oude Zeug in de kop van Noord-Holland en Heythuizen in Limburg verplaatst. Enkele maanden later in november wordt het woonoord Burghsluis opgeheven.

Woonoord Burghsluis is nu een kale vlakte. Aan de daken kun je zien hoe hoog het ligt ten opzichte van de omgeving.

Van het Molukse woonoord zijn geen sporen terug te vinden. Het is een kale vlakte die enkele meters hoger ligt dan de omgeving. Ongeveer ten hoogte van het linker dak bevind zich onderstaande foto. Dit lijken de resten van de infrastructuur van de vlakte en geeft de impressie dat er mogelijk onder de grond nog installaties zijn. De functie van deze structuren is minder duidelijk, mogelijk zijn ze deel van een watervoorziening.

Wat mysterieuze objecten, een betonnen plaat met een uitstekend pijpje en een u-buis met kraan die aan beide kanten de grond ingaat.

Ondanks de vele informatiebordjes aan de havenkant wordt er nergens verwezen naar het Molukse woonoord. Dit deel van de geschiedenis wil men zich blijkbaar niet herinneren.

Noordwelle, een klein woonoord in een klein dorp.

Vaak heb ik al geschreven over hoe moeilijk het is om de exacte lokatie van woonoorden te bepalen vanwege een tekort aan informatie. Soms heb je ook teveel informatie en lijkt het alsof men over verschillende plekken praat. Dit is het geval met het woonoord Noordwelle. In het boek Molukkers in Zeeland werd vermeld dat het woonoord achter de boerderij van de familie Moermond aan de Dorpsring lag. Op een andere plaats had ik gelezen dat het kamp nu een speeltuintje is en Mevr. Annemarie Priemis had het over de Smidseweg. Via online zoeken kwam ik de zoon van de familie Moermond tegen en ik besloot hem op te bellen. Gelukkig kon hij het goed uitleggen en wat bleek alle drie de aanwijzingen waren juist. Het weiland achter de boerderij liep namelijk door tot de Smidseweg en het is later een speeltuintje geworden.

De rode cirkel is de lokatie van het woonoord, linksboven is de boerderij van Moermond te zien.

Meneer Moermond was zelf nog een klein kind toen het kamp in gebruik was, maar zijn wat oudere zus zat met Molukse kinderen in de klas. Zij had ook een Moluks vriendinnetje: Mientje. Zij bleven enige tijd contact houden nadat het kamp werd opgeheven. Noordwelle was een klein kamp en de bewoners waren met de Goya naar Nederland gekomen. Er stonden drie barakken in een U-vorm. Dit kamp was maar kort in gebruik van juni 1951 tot september 1952. Voor de kinderen was dit toch een heel schooljaar. De bewoners hadden graag willen blijven, maar de Dienst Uitvoerende Werken wilde het kamp terug. De meeste zagen op tegen de verhuizing naar het veel grootschaliger Schattenberg. Daarnaast lag Schattenberg ver buiten de bewoonde wereld terwijl men hier bij de dorpskern had gewoond. Wat men niet had kunnen voorzien was dat het kamp in Noordwelle een paar maanden later bij de watersnoodramp vernietigd zou worden. Dus een geluk bij een ongeluk dat men verhuisd was.

Het speeltuintje op de lokatie van het woonoord.

Het dorp Noordwelle is pittoreske met oude huisjes rond een kerk en er zijn vele bordjes die informatie geven over de bezienswaardigheden. Ik geef toe het speeltuintje is niet een echte bezienswaardigheid, maar een klein bordje om te herinneren aan de Molukse geschiedenis zou wat mij betreft hier op zijn plaats zijn.