Op de Loop verplaatst.

Het fijne aan een blog in plaats van een boek is dat mensen heel direct kunnen reageren. En gelukkig gebeurd dit ook veelvuldig. Je kunt op twee manieren reageren. Als je op een specifieke blog klikt kun je onderaan de pagina direct een openbare reactie geven. Soms moeten wij die goedkeuren, wat wij meestal doen, behalve als er persoonlijke adresgegevens of telefoonnummers in staan. Die gegevens halen wij eruit. Een andere manier is om via de knop ‘contact’ een bericht naar ons te sturen. Deze berichten zijn niet openbaar en die beantwoorden we per mail. De informatie uit deze berichten worden wel gebruikt in ons onderzoek en in deze blog.

Samen weten we meer dan alleen zo wordt de informatie op onze website steeds beter. Zoals ook na de post over woonoord Op de Loop. Bij het onderzoek naar dit woonoord was ik al opgelopen tegen allerlei moeilijkheden door gebrek aan informatie. Dan ga je af op wat je tegenkomt, zoals de naam De Loop op een kaart. Wij werden er echter op gewezen dat ik waarschijnlijk een foute inschatting heb gemaakt van de locatie. Herman Schonewille had in het verleden contact gehad met mevr A. Lasomer. Mevr. Lasomer had hem kunnen vertellen dat het woonoord achter de huidige Gamma lag. In de buurt van de Palmburgweg en de Trambaan. Natuurlijk zou ik meteen in de auto willen springen, maar Echt is echt ver van Rotterdam dus dat moet nog even wachten.

Lokatie van het woonoord Op de Loop boven de bocht in de weg naar aanleiding van de informatie van Mevr. Lasomer

Online is ook van alles te onderzoeken en nu ik beter wist waar te kijken, ben ik erover verbaasd dat ik dit niet eerder gezien heb. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat op de kaart het kamp er uit ziet als wat schuren bij stenen huizen. De zwarte gebouwen zouden barakken zijn, hier kom ik later nog op terug. Mevr. Lasomer had daarnaast verteld wat voor gebouwen er hadden gestaan. Het ging om: een grote barak voor de gezinnen, een vrijgezellen barak, een barak voor de beheerder en de protestante kerk, een barak voor de kantine die ook dienst deed als katholieke kerk, en een centrale keuken. Opvallend is dat er voor zo’n klein kamp twee kerken waren. Vooral omdat de CAZ in Limburg in het begin vaak gezinnen verhuisden om te zorgen voor meer gelijkgezinde samenstelling van de kampen.

De plek in het huidige landschap wordt er niet beter op. Ik dacht dat de snelweg al iets treurigs had, maar als ik via Street view naar de locatie van het kamp kijk wordt ik niet echt blijer. Wat ik zie is een bedrijfspand of beter gezegd, de achterkant van een bedrijfspand.

Google streetview van de locatie van woonoord Op de Loop

Dan blijft er nog het mysterie van de kaart. Want als ik op de topografische kaart naar 1967 ga, twee jaar na de sluiting van het kamp, dan is daar opeens een helder afgebakende locatie met duidelijke barakkken. Op onderstaande afbeelding staat 1970, dit is de kaart die al in 1967 bestaat. Het kan zijn dat die late aanwezigheid van het woonoord komt door de vertraging bij het maken van de kaarten. Dat is een veel voorkomend probleem bij het gebruik van kaarten. Of gaat het hier (ook) om een later gebruik? Als het mogelijk wordt om meer archiefwerk te doen, wordt dit misschien nog duidelijk. Als U als lezer het antwoord weet horen we dat ook graag.

De Topografisch kaart uit 1967, het kamp Op de Loop is dan al twee jaar niet bewoond.

Verloren Banden: een belangrijk project

Op deze website geven we graag aandacht aan andere projecten die het Molukse Erfgoed onder de aandacht brengen. Hier wil ik het hebben over het project Verloren Banden van Jeftha Pattikawa. Ik las voor het eerst over het bestaan van de videobanden in 2018 terwijl ik informatie aan het zoeken was over de individuele woonoorden. Ik kwam bij een krantenartikel van het NRC uit 2015 waar Jeftha zijn verhaal doet. Het verhaal was weer een beetje op de achtergrond geraakt omdat toevallig andere woonoorden eerst bezocht werden. Maar de afgelopen tijd kwam het project twee keer langs via verschillende kanalen en daarom deze blog.

De banden die nu worden beheerd door het Gelders Archief; foto Jeftha Pattikawa.

De aandacht voor het Molukse erfgoed groeit in de afgelopen jaren en nu langzamerhand komt dit op allerlei plekken tot uiting. In december ontving ik de bundel Inward/Outward: Critical Archival Engagements with Sounds and Films of Coloniality. Dit is de neerslag van een tweedaags congres over archieven en hoe om te gaan met beeld en geluid betreffende de koloniale tijd. Aangezien ik werk als archivaris van Kunstinstituut Melly te Rotterdam dat op dat moment in het proces van een naamsverandering zat vanwege de oude koloniale naam en mijn onderzoek naar de Molukse woonoorden was ik naar het congres afgereisd. Niet wetende dat dit het laatste congres was dat ik zou bezoeken voordat de eerste lockdown inging. Op het congres had ik vanwege omstandigheden een deel van de lezing gemist en ik was dan ook blij dat het boekje kwam.

Het is een mooi verhaal dat Jeftha vertelt van, hoe hij via een foto in een familiealbum op een zolder terecht komt waar 300 videobanden liggen, gefilmd in Vaassen. Vanwege de vele economische, sociale en specifiek drugs-problemen in de Molukse gemeenschap van Vaassen was de stichting Waspada (alert zijn) opgericht, die jongeren kansen moest bieden om op het rechte pad te blijven. Waspada ontwikkelde allerlei activiteiten waaronder een videoclub; toen een gloednieuwe techniek. Bijna twintig jaar (1979-1995) zou de videoclub het dagelijks leven in Vaassen vastleggen. Een unieke verzameling niet alleen vanwege het Molukse perspectief, maar ook omdat er denk ik geen enkele wijk in Nederland is waar gewone dingen zo langdurig gefilmd zijn.

Wat meteen opvalt is dat het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, die het congres organiseerde de banden niet wilde hebben omdat zij al genoeg materiaal over de Molukkers in Nederland heeft. Er zal vast ook een kostenplaatje bij zijn komen kijken, want 300 banden goed opslaan is niet een simpele of goedkope klus. Maar toch, dit is uniek materiaal doordat het door de Molukse gemeenschap zelf is gemaakt. Je kunt je voorstellen dat daar materiaal in zit voor menig documentaire, maar ook illustratie materiaal voor kortere items in het nieuws en dergelijke. Vooral omdat het nu eens niet om de grote kampen Lunetten en Schattenberg gaat, maar om een relatief onbekend kamp en woonwijk in Vaassen.

Het verhaal loopt echter goed af want het Gelders Archief gaat de banden bewaren. Dit werd uitgelicht in de laatste editie van het tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, gratis down te loaden. Verloren Banden wordt samen met drie andere projecten uitgelicht vanwege de verbindende waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving. Het belang is dat de videobanden ook een andere kant van de Molukkers laten zien dan wat er meestal in de media verschijnt. De betrokkenheid van de gemeenschap komt ook aan bod waarbij, door middel van een wandeling, de videobanden symbolisch thuis werden gebracht.

Die betrokkenheid van de gemeenschap blijft bestaan omdat zij gaan helpen de metadata en omschrijvingen van de videobanden in het Gelders Archief te maken. Op deze manier blijft kennis vanuit de gemeenschap bewaard en wordt het openbaar toegankelijk. Voorheen werden archieven vooral vanuit de overheid gevuld en bevatte vooral gegevens die vanuit het belang van de overheid werden beschreven. De laatste jaren begint men zich steeds meer bewust te worden dat de archieven daardoor eenzijdig zijn. Als verschillende groepen gegevens kunnen toevoegen wordt hun erfgoed vanuit een eigen perspectief bewaard. Wat mij betreft is het project Verloren Banden een mooie verrijking van het Nederlands en Moluks erfgoed.

Tussen de huizen; woonoord Montfort

Woonoord Montfort is een klein kamp aan de Bosweg aan de noordoostkant van het dorp. Het kamp heeft een karakteristieke driehoekige vorm. Hoewel de meeste kampen in relatief lege gebieden zijn gebouwd lijkt het hier wel of de omgeving voor de vorm heeft gezorgd. Aan de lange zijden van het kamp was namelijk al bewoning die in een scherpe punt toeliep.

Op de topografische kaart uit 1936 is de bewoning al aanwezig, maar nog geen kamp.

Het vreemde is dat het woonoord pas in 1958 op de kaart verschijnt terwijl er in 1953 al een update was van de kaart uit 1936. En het kamp in 1946 is aangelegd voor de wederopbouw (DUW-kamp). De barakken waren uit Diever in Drente overgebracht en hergebruikt in Montfort. Het kamp is ook enige tijd gebruikt als vakantieoord voor kinderen die in de oorlog gewond waren geraakt. En daarna was het een douaneschool. Mogelijk werden het niet als permanente structuren beschouwd en verschenen ze daarom niet op de kaart. Het woonoord zou dertien jaar in gebruik blijven tot en met 1965. En de barakken werden pas twintig jaar na de aanleg in 1966 afgebroken.

Topografische kaart uit 1958 waar het kamp voor het eerst zichtbaar is.
Foto uit de tijd dat het woonoord nog als douaneschool fungeerde.

Van de kaart is duidelijk te zien dat het om een heel klein kamp gaat met de lange barakken voor de huisvestingen en de twee korte barakken aan de noordzijde voor de algemene voorzieningen. Uit de lijst van de Rijksbegroting over 1953 weten we dat op 1 december 1952 er 7 gezinnen met 43 personen in Montfort woonden. Dit waren Keiëzen. Het is een van de weinige kampen die zo dicht in de normale bebouwing is opgenomen. Het was misschien wel op enige afstand van de dorpskern, maar zeker niet zo’n ver verlaten gebied als andere kampen. De Molukse bewoners zaten letterlijk aan de rand van de achtertuinen van hun Limburgse buren.

Kinderen met vogelhuisjes in het woonoord Montfort, foto Moluks Historisch Museum: D0030.

De enige foto die ik kon vinden van het woonoord ten tijden van de Molukse bewoning doet vermoeden dat het er gezellig was. Het gebrek aan informatie uit andere bronnen zoals kranten lijkt er op te duiden dat er verder weinig spannends gebeurde. Er is alleen een bericht als het kamp gaat sluiten en de Molukse inwoners naar de Bomenbuurt (Eikstraat en Beukstraat) in Echt verhuizen, waaronder de familie Jejanan en Sarkol. Nu is het terrein een bouwput met een rijtje kleine woningen.

De locatie van het woonoord in december 2020.

Er is misschien niet veel te vinden over de bewoning van Montfort, maar het moet toch een indruk hebben achtergelaten bij de bewoners. In 2019 werdt de Tenggara Cup namelijk in Montfort georganiseerd. Dit evenement is een combinatie van voetbaltoernooi, sport, eten en cultuur georganiseerd voor de Nederlandse Zuidoost-Molukse gemeenschap. Eigenlijk een hele grote reünie. Die op steeds een andere locatie plaatsvindt. Een belangrijk aspect van de Tenggara Cup is dat het gevoel van verbondenheid wordt doorgegeven aan de vierde generatie kinderen.

Lilbosch, het andere woonoord in Echt.

In de vorige blog schreven we over het woonoord Op de Loop aan de west kant van Echt. Enkele kilometeres ten oosten van Echt lag nog een woonoord met een heel ander karakter; Lilbosch. In plaats van een barakkenkamp tussen de fabrieken ging het hier om een oud-internaat, het Sint Bernarduscollege, tussen de velden naast het klooster Lilbosch. Nu hebben we al vele soorten kampen bezocht; in woonwijken, weilanden, bossen, steden, klooster en kazernes, maar hier was toch iets wat ik niet eerder gezien had, een bunkerkapel. En het is precies zoals het klinkt een bunker met daarin een kapel. In de bunker is nog de ingang te zien van een onderaardse gang die leidde naar het woonoord.

De onderaardse gang die vanuit de bunkerkapel richting het woonoord leidt.

Deze tunnel en de bunkerkapel zijn restanten uit de Tweede Wereldoorlog, toen het internaat gebruikt werd voor kinderen verbonden aan Duitse scholen. De bunker diende niet als gevechtseenheid, maar als schuilkelder en de tunnel zorgde ervoor dat de kinderen uit het internaat veilig naar hun schuilplek konden. Het kapelletje dateert pas uit 2009 en is aangebracht na de vrijlegging van de bunker die onder puin begraven was.

Het college werd na de oorlog niet meer gebruikt voor scholing. Eerst werden er SS-ers en NSB-ers gedetineerd. Vervolgens kwamen er gastarbeiders voor de staatsmijnen uit Italië, Hongarije en Polen.

In maart 1951 worden in Lilbosch al voorbereidingen getroffen om 44 Molukse gezinnen op te vangen zodra die in Nederland aankomen. In 1952 gingen 28 gezinnen, die voor de eerste opvang in Lilbosch waren geplaatst, naar woonoord Oude Molen in Well. Wat er met de overige 16 gezinnen gebeurd is, of dat zij überhaupt wel in Lilbosch zijn geweest is niet duidelijk. Mevrouw Olga Talapessy verteld in Buun 14 (2012) dat zij als dertienjarige samen met 30 gezinnen aankwam in Lilbosch. Dit lijkt een beter getal. Zij vertelt ook dat zij een Christelijke achtergond hadden en het daarom een geschikte plek vonden. Volgens haar werden er veel activiteiten georganiseerd voor vrouwen. Zij wist minder wat de mannen deden. Er is verder weinig te vinden over de Molukse bewoning hier, maar dit komt misschien omdat dit van de relatieve korte duur is geweest van iets meer dan een jaar.

Van het Sint Bernarduscollege zelf is weinig over. In 1965 werd het getroffen door een brand die de bovenste verdieping vernietigde. Het pand werd nog wel hersteld en gebruikt door de de huidige stichting Pergamijn. Maar in 1994 is het pand vanwege de slechte staat afgebroken. Niet alles is echter verloren gegaan. De trappilaar is blijven staan en dient nu als herinneringsplek. De inscriptie op de pilaar luidt: Sint Bernardus college 1906-1942. De overige geschiedenis van het gebouw wordt niet vermeld. Het doet een beetje surrealistisch aan een enkele zuil met een achtergrond van bamboe in een netjes parkje.

Herdenkingspilaar in Lilbosch met inscriptie.

Historisch informatie over het internaat komt uit de publicatie van R.J.M. Rutten uit 2010.