Woonoord Op de Loop te Echt

Als er één woonoord moeilijk te onderzoeken is dan is het Op de Loop te Echt (de locatie is in een volgende blog aangepast). Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste is de kampnaam en de plaatsnaam onbruikbaar als zoekterm. Of je krijgt geen vondsten of je krijgt er hopeloos veel. Want het blijkt dat er veel mensen echt voor iets op de loop zijn. En dit in vele combinaties door hele teksten waar een keertje het woord echt, op, de, en loop in verschijnt. Het toevoegen van het woord Ambonees reduceert het aantal berichten niet noemenswaardig. Ten Tweede is er van het woonoord niets meer over vanwege de snelweg A2 die er dwars overheen is aangelegd. Je zou er als onderzoeker bijna moedeloos van worden.

De locatie van woonoord Op de Loop, Google Maps.

In totaal heb ik twee krantenartikelen kunnen vinden over Op de Loop. Het ene artikel uit oktober 1952 gaat over vechtpartijen van Keiëzen op de kermis in Echt. Natuurlijk was de aanleiding een meisje. Het andere artikel uit 1954 gaat over een tragisch ongeval waarbij een zes-jarig jongetje levensgevaarlijk gewond raakte bij het spelen op een kleitrammetje van de nabijgelegen dakpannenfabriek. Hoe het met hem is afgelopen werd niet vermeld.

Er gebeurde niet alleen vervelende dingen in Op de Loop zoals blijkt uit een oude foto uit 1959 die ik kon vinden via het Moluks Historisch Museum. Bewoners zitten in een carnavalswagen die een prauw lijkt voor te stellen. Een mooie vermenging van Molukse en lokale cultuur.

Bewoners van Op de Loop in een carnavalswagen MHM F97_7133.

Er is ook nog een groepsfoto te vinden van een communiefeest van Dina Teljoarubun en Ria Vinck in 1953. Ria was de dochter van de beheerder.

Communifeest in Op de Loop MHM F 95.5269.

Dank zij deze foto zijn de namen van veel bewoners en vrienden bekend. Het bijschrift luidt namelijk:

Voorste rij
v.l.n.r.: Piet Vinck, Emile Setitit, Clara Lasomer, Willie Vinck, Albertina Teljoarubun,
Augustina Teljoarubun, Theo Vinck, dhr. Selitubun, dhr. Renhungan, dhr.
Selitubun, dhr. Pius Heatubun, dhr. Djirlau. Tweede rij v.l.n.r.: dhr. Benny
Refualu, dhr. Jan Rahangmetan, dhr. Albert Kadmaerubun, dhr. Jaftoran,
beheerder Vinck, mevr. Vinck, de communicantjes Ria Vinck en Sukandina (Dina)
Teljoarubun, twee onbekende Nederlandse mannen, mevr. Tien Sarkol,
onbekende Nederlandse man, mevr. Teljoarubun, mevr. Liesbeth Teniwut, dhr.
Kerubun, dhr. Jamlean, dhr. Jo Rejaan, dhr. Foe, dhr. Jacob Ngamelubun, dhr.
Kurmasela, dhr. Bennie Ohoiwirin. Achterste rij v.l.n.r.: dhr. Watty, dhr. Tanlain,
dhr. Teniwut, Theo Janssen, Lena Janssen(oom en tante van comminicante Ria), dhr. Herman Ngoranubun, dhr. Frans Jaftoran met zoontje Don, dhr. Teljoarubun, dhr. Marius Farneubun, dhr.
Paul Ferneubun, dhr. Gerrits, dhr. Albert Rahantoknam, dhr. Kewilaa, dhr.
Kelwulan, dhr. George Sedubun, dhr. Unawekla, mevr. Gerrits.

Topografische kaart uit 1959 met de locatie van Op de Loop.

De topografische kaart uit 1959 laat vermoedelijk de plattegrond van het kamp zien direct onder het woord Pannenbakkerij. Het kamp heeft een ongebruikelijke lay out van twee naast elkaar gelegen u-vormen, elk bestaande uit drie barakken en een klein bijgebouwtje. Het kamp was bewoond van 1952 tot en met 1965. Daarna gingen de 10 tot 15 gezinnen verspreid wonen in de bomenbuurt van Echt. Later zouden hier ook bewoners uit het woonoord Montfort bijkomen.

Blik op de locatie van woonoord Op de Loop onder de snelweg.

Zo zie je maar weer dat ondanks de moeilijkheden er toch nog kleine brokjes informatie gevonden kunnen worden. En natuurlijk zullen de oud-bewoners nog vele verhalen kunnen vertellen. Dertien jaar woonoord is een hele kindertijd.

Geleen Graetheide, hoe een naam kan misleiden.

Op een regenachtige dag reden we terug vanuit Zuid-Limburg en deden we onderweg nog enkele woonoorden aan. Het eerste woonoord was Graetheide. Bij die naam had ik me altijd een afgelegen kamp in de vrije natuur voorgesteld. Het duurde inderdaad even voordat we er waren, maar dat was vooral omdat we een verkeerde afslag hadden genomen, iets wat ons zelden overkomt. We waren meteen op een omweg van 10 kilometer aanbeland. Toen we dan eindelijk de plek van Graetheide opdraaide was het uitzicht verre van natuurlijk. We stonden geparkeerd op een groot chemisch industrieterrein beter bekend als Chemelot.

Blik op de locatie van het woonoord Graetheide.

Graetheide was een groot kamp met 25 barakken van hout en steen. Het was eerder gebruikt als onderkomen voor collaborateurs in de Tweede Wereldoorlog. Daarna woonden er de Oost-Europese en Spaanse werknemers van de staatsmijnen. In maart 1951 kwamen 151 Molukse bewoners naar Graetheide. Zij zouden daar tot 1963 blijven wonen.

In augustus 1951 wil men een groep Kei-ezen naar Graetheide verhuizen omdat zij bedreigd worden in Lunetten. In het eerste plan gaat het om de katholieke Kei-ezen, maar omdat men niet het kleine aantal protestanten wil achterlaten verhuizen ook zij (de Tijd). In oktober worden de Kei-ezen verplaatst naar Mill in ruil voor Amboneze gezinnen (Limburgsch Dagblad). Dit naar aanleiding van een mogelijke relatie tussen een Kei-eze jongen en Ambonees meisje, waardoor men problemen verwachtte. Enkele Kei-ezen uit Mill wilde mee met de Ambonezen waar zij altijd goed mee hadden samengewoond. Zij vonden het onterecht om gescheiden te worden vanwege oude problemen in Lunetten (Asser Courant, Twentsch Dagblad, Volkskrant). Opmerkelijk is dat de stichting “Door de Eeuwen Trouw” een telegram stuurt naar de regering waarin zij aangeeft het niet eens te zijn met de politiek van gedwongen verhuizingen. Zij zien dit als intimidatie van de kampbewoners met tot doel hun murw te maken.

Graetheide is al snel een kamp met vele kanten. Enkele mannen van Graetheide vinden snel werk, maar stoppen zodra zij 60% van hun loon moeten inleveren. Daarnaast zijn er veel activiteiten die binnen en buiten het woonoord plaatsvinden: voetbal, dansavonden, kerstviering voor kinderen met kado’s van het rode kruis, een lokaal jubileum van vroedvrouw Lambermon-Vossen meevieren door middel van een bloemstuk, en deelname aan de Brunssumse kunstweken. Dit zijn alleen de activiteiten die de krant haalden dus men kan er vanuit gaan dat er veel meer gebeurde. Opvallend is dat veel activiteiten buiten het kamp plaatsvinden en betrekking hebben op uitwisselingen met de lokale bevolking via sport en muziek. Ook al zal het weinige verbazen dat sport en muziek hoog op de activiteitenlijst van de bewoners van Graetheide stond.

In 1957 wordt door de Republiek der Zuid-Molukken een memorandum opgesteld waarbij onder meer beklag wordt gedaan over de soms erbarmelijke omstandigheden in de woonoorden Graetheide wordt hierin samen met Lunetten en Elzenpas specifiek genoemd vanwege de grote aantallen bewoners en slechte sanitaire voorzieningen (Arnemsche Courant). In Graetheide moeten 6 tot 8 gezinnen 3 toiletten delen. In juni van het volgende jaar stelt kamerlid Stufkens hier zelfs vragen over aan de Minister Klompé van Maatschappelijk Werk (Limburgsch Dagblad, De Maasbode, Het Parool). Het woonoord is overbevolkt, maar mensen willen ook niet graag verhuizen, want dat betekend gescheiden te worden van hun gemeenschap. Het is ook duidelijk dat gemeenten niet graag nieuwe woonoorden binnen hun grenzen hebben. Het is duidelijk dat er op de bewoners wordt neergekeken, volgens het Parool meer vanwege het feit dat ze in kampen wonen dan vanwege hun kleur. Het een lijkt echter met het ander verbonden te zijn als we de discriminerende houding van de autoriteiten bekijken bij het opzetten van de opvang. Ondanks deze problemen zullen een deel van de bewoners nog tot 26 maart 1963 in Graetheide verblijven. De meeste bewoners verhuisden vrijwillig naar de Potterstraat en Borrekuil in Geleen, ongeveer 20 gezinnen werden echter onder dwang verhuisd waarvan een deel naar Farnsum, Doesburg, Souburg en Appingedam omdat zij niet naar een woonwijk wilden. Het betrekken van een huis betekende namelijk het opgeven van het ideaal om naar de Molukken terug te keren.

De locatie van het woonoord op de huidige kaart.

Rijckholt in de Zuid-Limburgse heuvels.

Inleiding

Als student archeologie was ik al eens in Rijckholt geweest. Tijdens de Nederland excursie, waarbij we in een week de belangrijkste vindplaatsen bezochten, konden de vuursteenmijnen uit de prehistorie niet ontbreken. Dat ik ruim 25 jaar later terug zou keren naar Rijckholt voor onderzoek naar hedendaagse archeologie had ik toen niet kunnen bedenken. Van de Molukse woonoorden had ik nog niet gehoord en hedendaagse archeologie bestond niet in Nederland als onderzoeksgebied. In de zomer van 2019 had Servaas Maturbongs ons via deze website al gewezen op woonoorden in kloosters en de aanwezigheid van een herdenkingsplaat in Rijckholt. Na het parkeren van onze auto was meteen duidelijk dat we op de juiste plek waren. In de achteruitkijkspiegel zag ik de herdenkingsplaat al zitten.

De marmeren herdenkingsplaat in 2016 aangebracht.

Het klooster

(historische informatie uit Grueles jg 25 nr 4)

Het klooster is nu een kerk en een Bed en Breakfast waar wij de nacht zouden doorbrengen. William, de eigenaar van de B&B en het nabijgelegen cafe Riekelt, wist ons te vertellen dat het deel waar de Molukse gezinnen gewoond hadden is afgebroken. Het was nadat de Molukse bewoners waren vertrokken helemaal verwaarloosd en de begroeiing kwam door het dak. De kamer waarin wij verbleven leek waarschijnlijk wel op de kamers die toen in gebruik waren wat betreft sfeer van dikke muren met twee ramen en een deur die uitkomt op een lange gang die over de binnenplaats uitkijkt. Wij vonden het er erg koud, terwijl de verwarming aanstond. William vertelde dat ze de verwarming niet te hoog zetten omdat gasten daarover geklaagd hadden. Zo zie je maar weer, nooit is iedereen tevreden. De paters waren in ieder geval blij met de komst van de Molukse bewoners omdat dit betekende dat de voorzieningen onderhouden konden worden. Sinds het vertrek van de Franse Dominicanen in 1932 waren er slechts vier paters overgebleven en werd het klooster deels verhuurd om in het onderhoud te voorzien, zoals aan scheepskinderen en Nederlandse KNIL-militairen en hun gezinnen.

Foto van het klooster met de paters het rechter deel van het klooster op de foto is afgebroken.

Op 11 November 1952 arriveerde 35 gezinnen (136 personen) die verspreid over 56 kamers woonden. Sommige gezinnen kwamen uit kamp Beugelen bij Staphorst. Het lijkt alsof er een goede sfeer hing in het woonoord. Waarbij de grotere kinderen naar scholen in de omliggende plaatsen gingen, de vrouwen verschillende cursussen deden en de mannen veelal werkte bij Sphinx of de Zinkwit. Anders dan in andere woonoorden lijken de meeste mannen snel werk te hebben gevonden. In de jaren werden er 98 kinderen geboren meestal met de hulp van vroedvrouw Christina Titihalawa nu en dan bijgestaan door de lokale dokters. Gelukkig wordt er weinig kindersterfte in het woonoord vermeld. Een trieste uitzondering is Bernardus Maturbongs, die op 10-jarige leeftijd in 1960 verdronk in de Maas. Zijn verzorgde graf ligt voor altijd tegen de muur van het klooster.

Er was een centrale keuken in de achtertuin waar in het begin nog Nederlandse maaltijden werden gekookt. Later gingen de vrouwen zelf koken in deze keuken en had men in de eigen kamer een petroleumstel voor thee en (baby)pap. De vrouwen gingen op vrijdag vaak zelf met de bus naar de markt in Maastricht voor verse groente, fruit en vis, vooral makreel. Die voorkeur voor makreel kan ik me ook nog uit verhalen over andere woonoorden herinneren. De lokale bevolking die in het klooster langskwam konden dat andere eten en de gastvrijheid wel waarderen. En volgens mij werden bezorgingen dan ook het liefst rond etenstijd gedaan.

De muur links is van het klooster. De nieuwe huizen staan op de plek waar de vleugel was met Molukse bewoning.

Conclusie

Volgens het tijdschrift Diakonia worden er in 1966 in Sittard 33 woningen gebouwd voor de laatste gezinnen die nog in het klooster wonen. De woningen bevatten een grote woonkamer met zit- en eethoek, een keuken plus wasruimte met lavet, verder vier slaapkamers en een vliering. De woningen worden opgetrokken in baksteen. Er wordt ook een kerk gebouwd die plaats zal bieden aan 72 personen, met een toren van gewapend beton. Op de begane grond van het hiernaast geprojecteerde jeugdcentrum komen een consistoriekamer, een kamer voor de dominee, een garderobe en sanitaire voorzieningen; op de verdieping komt het jeugdlokaal. In Rijckholt was er een goede verstandhouding met de lokale bevolking, waarbij contacten stand hielden ook na verhuizingen. En volgens William kwamen nog regelmatig oud-bewoners terug om een kijkje te nemen op de plaats waar ze gewoond hadden. Het is dan ook een mooie locatie die sowieso het bezoeken waard is.

Blik in de huidige B&B kamer met karakteristieke ramen en dikke muren die vergelijkbaar zijn met de kamers waar de molukse bewoners in zaten.