Lingebrug een klein kamp in Opheusden.

De lokatie van een kamp kan duidelijk zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat de aanduiding eenvoudig is. Lingebrug ligt volgens de woonoordenlijst in Kesteren, maar je moet niet in Kesteren gaan zoeken. Want Lingebrug ligt in het dorp Opheusden, wat tegenwoordig weer behoort tot de gemeente Neder-Betuwe. Als je googled op Lingebrug en Ambonezen (de term voor Molukkers ten tijde van de woonoorden) krijg je 17 verwijzingen. De meeste ervan verwijzen naar de algemene lijst met woonoorden en één naar een foto van het Moluks Historisch Museum. In het krantenarchief Delpher levert deze zoekcombinatie niets op, maar krijg ik wel enkele artikelen te zien als ik Lingebrug vervang door Opheusden.

De lokatie van Moluks woonoord Lingebrug te Opheusden in de blauwe ovaal op de topografische kaart.
De lokatie van Moluks woonoord Lingebrug te Opheusden in de blauwe ovaal op de topografische kaart.

Het kamp is in ieder geval van 1953 tot en met 1967 in gebruik. De einddatum is niet geheel duidelijk. De heer Schonewille had mij enige tijd geleden een plattegrond van het kamp gestuurd, zodat de indeling van het kamp duidelijker is dan op de bovenstaande kaart, Daar zijn de zwarte balkjes waarschijnlijk de barakken en de rode tekens de nissenhutten.

De plattegrond van kamp Lingebrug uit het boek  In Betuwse Ballingschschap. Het verhaal van drie Molukse woonoorden (2002) van Victor Laurentius.
De plattegrond van kamp Lingebrug uit het boek  In Betuwse Ballingschschap. Het verhaal van drie Molukse woonoorden (2002) van Victor Laurentius.

De indeling van de plattegrond is als volgt. 1: Toegangsweg met hoog houten hek, 2, 3, en 4: Houten barak met respectievelijk de beheerderswoning, de centrale keuken, de ziekenboeg en kraamkamer, 5 De nissenhutten met ieder 10 wooneenheden, 6: Keukenblokken uit 1956, 7, 8 en 9: Barak met respectievelijk een opslagruimte, de kerk en de kantine. Op onderstaande foto zijn de verschillende onderdelen behalve de keukenblokken te onderscheiden.

Moluks woonoord Lingebrug met de gebouwen van de plattegrond aangegeven.
Moluks woonoord Lingebrug met de gebouwen van de plattegrond aangegeven (MHM F99_9214).

De bewoners van kamp Lingebrug waren vooral aanhangers van de CRAMS en in 1956 gingen zij dan ook niet staken net als de bewoners in het nabijgelegen kamp De Haar. Zoals de plattegrond beschrijft zijn er in 1956 twee algemene keukenblokken gebouwd waar de bewoners zelf konden koken. Wat we ook weten is dat er een grote geluksvogel in het kamp woonde in 1965. In april wint de heer E. Tallane honderdduizend gulden in de voetbaltoto. Naar eigen zeggen weet hij weinig van voetbal en heeft hij op goed geluk dertien kruisjes gezet. Het vele geld zet hij op de bank en hij wil gewoon blijven werken. Duidelijk wordt dat de heer Tallani na veertien jaar in Nederland gewoond te hebben nog altijd liever terug wil naar Ambon. Door de toenmalige situatie lijkt het er echter niet op dat hij ook echt gaat. Je zou kunnen zeggen dat hij berust in zijn lot, alleen had hij voor deze ene keer een lot uit de lotterij.

De locatie van woonoord Lingebrug is nu een woonerfje in Opheusden.
De lokatie van woonoord Lingebrug is nu een woonerfje in Opheusden.

Van het oorspronkelijke kamp is niets meer over. Het lijkt erop dat de straat op de originele ingang ligt, maar dat is niet het geval. De lokatie is al meerdere keren opnieuw ingedeeld en alle perceelgrenzen zijn verschoven. Alleen de Linge en de Dalwagenseweg vormen nog steeds de karakteristieke hoek van het kamp. Het is nu alleen moeilijk in te beelden dat hier ooit de barakken en nissenhutten stonden.

Laarbrug: van kamp tot camping.

Op een zonnige namiddag kwamen wij aan bij voormalig woonoord Laarbrug, nu een camping. Wij werden hartelijke door de eigenaresse van de camping ontvangen, we mochten rondkijken, maar ze moest even egeltjes voeren. De camping blijkt ook een officiële egeltjes opvang te zijn. De titel van deze blog verwijst naar het boek van Kamp tot Kamping. Het boek over kamp Laarbrug is jammer genoeg uitverkocht, maar ik mocht het exemplaar van de eigenaresse van de camping inkijken. De kaart in het boek hielp ons met oriënteren. In het programma over 70 jaar Molukkers in Nederland was Laarbrug langs gekomen dus we wisten dat er nog wel iets te vinden was. Bij de entree zijn nog drie barakken en we hadden even het gevoel een stap in een echt woonoord te zetten.

De eerste barak bij de ingang van 
 Moluks kamp Laarbrug met de originele trap.
De eerste barak bij de ingang van kamp Laarbrug met de originele trap.

De barakken zijn door de tijd heen wel aangepast maar de karakteristieke schuine daken geven een goede indruk. Het meeste hout is vervangen door steen of kunststof platen. De barak op de foto is barak 18 waarin zich de ziekenafdeling en kraamkamer bevond ook was hier een woondeel. Het gebouw is nu een kantine met aangebouwde veranda.

Plattegrond van kamp Laarbrug met in blauw de nog bestaande barakken en in rood de gesloopte barakken geplaatst over de huidige camping indeling.
Plattegrond van kamp Laarbrug met in blauw de nog bestaande barakken en in rood de gesloopte barakken geplaatst over de huidige camping indeling.

Zoals de kaart laat zien zijn de meeste barakken gesloopt, maar is het middenveld nog bewaard gebleven als open ruimte. Hier bevind zich de zandbak die ook ten tijden van het woonoord in gebruik was en een klimrek dat op oude foto’s met Molukse kinderen is te zien.

Zicht op de drie barakken die bij elkaar staan in kamp Laarbrug. De dichtbij zijnde is barak zestien, met toen de douches, het kolenhok en de watervoorziening.
Zicht op de drie barakken die bij elkaar staan in kamp Laarbrug. De dichtbij zijnde is barak zestien, met toen de douches, het kolenhok en de watervoorziening.

Op de bovenstaande foto zijn de drie barakken te zien met nr 16, 22, en 18 aan de originele steenkopjes-weg. Barak 16 is de eerste barak op de foto, hier zat de watervoorziening, douches, en het kolenhok in. Een deel van de watervoorziening is nog aanwezig, maar deze is grotendeels vervangen door een moderne installatie. Het kolenhok is nog aanwezig, maar dient nu voor opslag. Het originele trapje en de kachelpijp zijn er nog. De buitenkant is deels vervangen door stenen en kunststof panelen. Binnenin zijn echter nog vele originele details aanwezig. Barak 22 met het grote witte kozijn was vroeger de kerk en werd later het kleuterschooltje. Achterin zie je nog net het randje van barak 18.

De originele ramen in barak 16 van kamp Laarbrug verstopt achter een nieuwe muur.
De originele ramen in barak 16 van kamp Laarbrug verstopt achter een nieuwe muur.

De eigenaresse van de camping was zo aardig om ons rond te leiden binnen gebouw 16. Hier zitten nog de meeste originele onderdelen, zoals de ramen verstopt achter een nieuwe muur. Deze waren zichtbaar in het deel met de trap naar de kolenkelder. Zoals je ziet wordt de ruimte nu gebruikt om materiaal op te slaan. Hierbinnen was ook de dakconstructie goed te zien en werd duidelijk dat dit een eenvoudigere bouw was dan de mooie gebogen dakspanten in kamp Baarschot. De waterinstallatie was gemoderniseerd, maar niet alle oude elementen waaronder de flotterruimte en de waterkelder waren verwijderd. Het is duidelijk dat de eigenaresse waar mogelijk zoveel mogelijk de dingen bewaard. Zij is zich bewust van de historische waarden en zal niet zomaar iets verwijderen. Zelf is ze erg blij dat de weg met steenkopjes niet is verdwenen. Het geeft een karakteristiek gevoel aan de camping en zorgt er meteen voor dat er niet te hard gereden wordt. Zij vertelde dat Molukse oud-bewoners veel waarde hechte aan de bomen op het terrein die er al ten tijden van het woonoord stonden. Overal op de camping zijn nog overblijfselen te vinden: een rijtje stenen in de grond die een barak begrensde, oude steenpoortjes, stukjes weg en op verschillende plaatsen stonden de oude ronde wasbakken. Barak 10 is omgebouwd tot sanitair met een verblijfsgedeelte en ligt nog aan oude tegelpaadjes en trapjes. Het heuvelige terrein geeft mij een vakantiegevoel omdat ik uit het platte westen kom. Maar ik kan mij voorstellen dat de bewoners dit ook een fijne plek vonden, ondanks het ontbreken van enige luxe.

Monument voor het Molukse kamp Laarbrug geplaatst in 2012.
Monument voor het Molukse kamp Laarbrug geplaatst in 2012.

Bij de ingang van het kamp is een monument geplaatst ter herinnering aan de Molukse bewoners die hier van 1951 tot en met 1966 verbleven. Op het bordje valt te lezen dat in het kamp vooral mensen van de eilanden Kei, Tanimbar en Aru woonden. Het is een mooi beeld dat rust uitstraalt en goed past in de bosrijke omgeving. In de toekomst zou het goed zijn om de resten in Laarbrug beter in beeld te brengen. Vooral omdat de huidige eigenaresse zo gastvrij is en het belang van deze overblijfselen op waarde schat.

Een voetbalveld in Randwijk: de Haar.

Na het bezoek aan Klein Baal namen we de snelweg richting Rotterdam, onderweg naar huis zouden we nog 5 Molukse woonoorden tegenkomen. Dat in deze streek veel Molukse woonoorden waren en er ook nog veel Molukse bewoners in de buurt zijn blijven wonen, bleek wel uit de graffiti die we zagen langs de snelweg. Het Molukse rood, groen wit en blauw straalde ons tegemoet op meerdere plaatsen.

Graffiti van de RMS-vlag langs de snelweg richting woonoord Randwijk de Haar.
Graffiti van de RMS-vlag langs de snelweg richting woonoord Randwijk de Haar.

Randwijk is een klein dorp aan de Rijn. Het kamp lag buiten het dorp aan de Bredeweg. Het was een klein kamp. Op de kaart uit 1958 zijn zes barakken in een rechthoek om een open terrein te zien. Er zijn nog her en der wat kleinere gebouwtjes aanwezig, mogelijk opslag. De Haar begon als een DUW-kamp en is van mei 1954 tot december 1967 door Molukkers bewoond. Het is dus een vrij laat kamp, maar heeft wel 13 jaar dienst gedaan. In 1955 wint het Molukse mannenkoor uit het kamp een zangwedstrijd in Linschoten. Ze verslaan daarbij andere gerenommeerde Nederlandse koren.

Het woonoord De Haar te Randwijk liggend in de weilanden ten zuidoosten van het dorp.
Het woonoord De Haar te Randwijk liggend in de weilanden ten zuidoosten van het dorp (foto MHM D0041).

De bewoners van De Haar behoren tot de CRAMS en anders dan in Klein Baal gaan de mannen in 1956 niet staken als de zelfzorgmaatregelen worden ingevoerd. Zij steunen het beleid van de regering. Zo zie je maar weer dat kampen die hemelsbreed 15 kilometer uit elkaar liggen een hele andere samenstelling en houding kunnen hebben. Twee jaar later zal het gereformeerde barmhartigheids committee Rhenen een kleding inzameling houden voor enkele kampen waaronder De Haar vanwege de armoedige omstandigheden. De zelfzorgmaatregelen werken dus niet geheel.

In juni 1959 vindt er in het kamp een incident plaats dat breed uitgemeten wordt in de pers. De heer H. had de kampoudste de heer P. aangevallen met een klewang terwijl hij hem om bemiddeling had willen vragen maar zich bedreigd voelde door stenen die gegooid werden. Wat er precies op dat moment gebeurde is niet duidelijk, maar hij raakt P. niet en geeft het snel op. Het omliggende verhaal geeft een kijkje in de invloed van Molukse inheemse spirituele denkbeelden die nog sterk aanwezig zijn in de kampen. H. denkt namelijk dat zijn vrouw onder invloed is van goena goena magie doordat ene I. persoonlijke eigendommen van haar heeft waaronder een haarlok en een foto. De vrouw wil echter niets meer met I. te maken hebben en H. wil dan ook de spullen terug. I. twijfelt daar nog over en daarom was H. naar P. gegaan, waarbij H. in drift uitbarstte. Uiteindelijk liep het allemaal goed af en kreeg de vrouw haar spullen terug. De verdediging voerde aan dat H. handelde door zijn geloof in goena goena en dacht in de macht van I. te zijn. Daarnaast was de klewang hem door de staat gegeven ten tijden van de KNIL. De officier van justitie eiste echter 8 maanden cel waarvan de helft voorwaardelijk. Uiteindelijk kreeg de man alleen voorwaardelijke straf.

In april 1963 komt dr Sjarif als eerste vertegenwoordiger van Indonesië naar Nederland. Bewoners uit de vier woonoorden Golflinks, Wiel, Vaassen en De Haar ontmoeten hem en geven aan terug te willen naar Indonesië. Sjarif belooft niets, maar zegt zijn best te doen. In april van het volgend jaar zouden daadwerkelijk enkele gezinnen uit Randwijk terugkeren naar Indonesië.

De lokatie van woonoord de Haar te Randwijk is nu een voetbalveld
De lokatie van woonoord de Haar te Randwijk is nu een voetbalveld

Van het woonoord zelf is weinig over, alleen de naam De Haar prijkt nog bij het voetbalveld. Het voetbalveld geeft wel de maat van het kamp aan want het perceel is bijna niet veranderd door de tijd heen. De huizen op de achtergrond zijn van na het kamp. Een klein herinneringsbordje bij het veld zou niet misstaan.

Klein Baal te Haalderen.

Niet vaak rij ik naar het eind van een snelweg. In mijn gedachten zijn snelwegen eindeloos maar bij Bemmel stopt de snelweg. Via kleine landweggetjes kom je bij een grote S-bocht nabij Haalderen. Hier lag kamp Klein Baal, nu een braakliggend terrein waar lange tijd kassen hadden gestaan. Klein Baal doet zijn eer aan en is een klein kamp dat in 1952 in gebruik wordt genomen. Veel info in deze blog komt uit een door Joop Verburg geschreven artikel in het Kringblad jaargang 13 nr. 1 van de Historische Kring Bemmel. Oorspronkelijk was het een DUW-kamp voor de wederopbouw van na de oorlog. De vloeren waren van beton en de opbouw kwam in onderdelen uit Zwitserland. De houten muren waren dubbelwandig met isolatiemateriaal, maar de daken waren niet geïsoleerd.

Luchtfoto van het Moluks woonoord Klein Baal te Haalderen (fotograaf onbekend).
Luchtfoto van het Moluks woonoord Klein Baal te Haalderen (fotograaf onbekend).

Bij de ingang van het kamp was de beheerderswoning met daarachter de centrale keuken en een kolenhok. De twee kleinere gebouwtjes daarachter zijn de wasruimtes waar douches in zaten. In de rechterbarakken woonden 2 gezinnen per gebouw. in de linkerbarakken een gezin en alleenstaanden. De woningen hadden een keukentje, toilet woonkamer en twee slaapkamers. Het lijkt erop dat men dus iets meer eigen ruimte had. De temperatuur binnen was echter moeilijk te regelen vanwege het dunne houten dak. Helemaal achter in het kamp was de kantine die ook dienst deed als kerk.

Een deel van de bewoners had eerst in andere kampen gezeten en waren vanwege drukte overgeplaatst naar Klein Baal. Er was ook een groep die pas laat naar Nederland waren gekomen. Zij hadden met Westerling gevochten en hadden als straf eerst in strafkamp Onrust bij Jakarta gezeten en daarna in Nieuw-Guinea voordat zij met een vliegtuig naar Nederland werden overgeplaatst.

Appel bij de RMS vlag in kamp Kleine Baal (foto: MHM F95-4206).
Appel bij de RMS vlag in kamp Klein Baal (foto: MHM F95-4206).

Veel van de mannen in het kamp werkte bij de Nederlandse Staalindustrie. Het was zwaar werk in ploegendienst waarbij het niet eenvoudig was om overdag te slapen in de barakken met kinderen en dunne tussenwandjes. Als in 1956 de zelfzorgmaatregel wordt aangekondigd gaan 60 tot 70 mannen uit het kamp staken. Dit nieuws haalt vele regionale en landelijke kranten na twee dagen keren zij weer terug aan naar het werk. De hoeveelheid mannen die staakte laat zien dat waarschijnlijk de meeste mannen op dat moment al buiten het kamp werkten.

Haalderen is een katholiek dorp en in het kamp was maar één katholiek gezin. Dit gezin ging in het dorp naar de kerk en school. De andere bewoners waren protestant en de kinderen werden per bus naar school gebracht in Bemmel.

Grada Hendriks verteld in het Kringblad dat zij als jong meisje van 14 regelmatig in het kamp kwam en daar de 13 jaar oudere Pieter Wattilete ontmoette. Zij was toen nog jong maar door de jaren bleven ze elkaar zien en toen in 1963 woningen voor de Molukse bewoners kwamen in Bemmel, trouwden zij. Grada was niet de enige Nederlandse vrouw die met een Molukse man trouwde. Ook Mientje Indenbosch ontmoette in Nijmegen op een muziekavond de muzikant Julianus Molle. Deze relatie had wat meer voeten in de aarde omdat Mientje katholiek was en Julianus protestants. De ouders van Mientje waren dan ook niet blij, maar zij zette door en trouwden in het kamp, waar zij ook gingen wonen.

De lokatie van het Molukse woonoord Kleine Baal te Haalderen in de zomer van 2021.
De lokatie van het Molukse woonoord Kleine Baal te Haalderen in de zomer van 2021.

In drie straten in Bemmel werden huizen voor de bewoners uit Klein Baal gebouwd. De meeste bewoners verhuisden hierna en in 1964 is het kamp gesloten. Op het moment van ons bezoek was Klein Baal een braak liggend terrein, waar net de sloopwerkzaamheden, van de kassen die daar enkele jaren hadden gestaan, afgerond waren. Zo te zien was er grondig opgeruimd en het leek dan ook niet dat er nog enige sporen van het oude kamp zichtbaar waren. Het kamp is verdwenen, maar de oud-bewoners zijn niet ver weg.

Blog nr 100: Snodenhoek te Elst

Dit is alweer blog nummer honderd op de website Moluks Erfgoed. We zijn blij dat onze blog zo gegroeid is in de jaren en dat vele lezers ons weten te vinden en de website verrijken met hun commentaar en vragen. Dit keer gaat het over een plek die nu een milieupark is. Vroeger was dit kamp Snodenhoek in Elst.

Man met kinderen in een tuin in woonoord Snodenhoek te Elst.
Man met kinderen in een tuin in woonoord Snodenhoek te Elst.

Het kamp was eerst als werkkamp en voor gerepatrieerde Indische mensen gebruikt. In 1951 kwamen hier 13 Molukse gezinnen wonen. Het kamp was voor hen ruim met 10 houten barakken. Later zouden er nog 11 gezinnen bijkomen en 27 alleenstaanden. De eerste berichten in verschillende kranten komen in september 1951. Er is dan van hogere hand besloten dat de mensen in de kampen zelf in de centrale keuken moeten gaan koken. De kok en een dienstmeisje worden ontslagen. De bewoners van Snodenhoek zijn het niet eens met de nieuwe regel. Zij willen best per gezin zelf koken, maar weigeren verplicht in de centrale keuken te werken. Zij voeren daar het mooie argument voor aan dat zij als Nederlandse burgers niet zomaar aangewezen kunnen worden voor gezamenlijk werk. Er wordt door de kampraad met de burgemeester gesproken die hun meedeelt dat zij zich aan de regels moeten houden en anders zelf de consequenties moeten dragen. Waarom men per se in de centrale keuken gezamenlijke maaltijden moet bereiden wordt niet duidelijk. Daarover schrijft men dat het om economische of andere redenen kan gaan. Kort gezegd, het is niet duidelijk waarom. Er wordt nog eens benadrukt dat de Molukse bewoners geen onbehoorlijk gedrag wordt toegeschreven. Toch wordt er één gezin gedwongen verhuisd. Men legt zich er bij neer. Dit moet een moeilijk moment zijn geweest omdat nu heel duidelijk is gemaakt dat men eigenlijk geen zeggenschap heeft over het eigen leven en hoe dit wordt ingericht.

De ingang van het woonoord Snodenhoek te Elst (foto: MHM FF0106).
De ingang van het woonoord Snodenhoek te Elst (foto: MHM FF0106).

In november 1953 komt de heer Manusama van de Molukse regering in ballingschap met enkele gediende naar Snodenhoek voor een bezoek. De RMS-vlag wappert. De bewoners wordt gevraagd als strijdmiddel vooral het gebed te gebruiken en zich voor de rest als een nette gast te gedragen zodat men respect verdient. Op deze manier hopen ze dat de Nederlandse regering hun bijstaat in de strijd voor een vrij Molukken. Er is een kerkdienst, dansvoorstelling en natuurlijk een feestelijk maal. De afvaardiging gaat daarna nog naar het nabijgelegen kamp Kleine Baal.

Over het algemeen is het rustig in kamp Snodenhoek, maar dat wil niet zeggen dat men alles maar over zich heen laat komen. Men is bereid actie te voeren als men dat nodig vindt. In 1956 als de zelfzorgregeling wordt ingevoerd, waarbij men verplicht een deel van het loon moet afstaan en men niet automatisch meer door de staat wordt onderhouden, wordt er dan ook door de mannen die in Arnhem werken gestaakt. Ook dit verzet zal niets opleveren. Het tijdelijk verblijf wordt steeds meer omgevormd tot een permanent verblijf en in november 1958 worden de 400 bewoners van Snodenhoek ingeschreven in de burgelijke stand van Elst. Administratief vallen zij nu onder de gemeentelijke bewoners. Het verlangen naar een eigen onafhankelijk Maluku blijft bestaan en in april van 1959 viert men dan ook grootst de proclamatie dag van een vrije Molukken.

Molukse kinderen in het woonoord Snodenhoek te Elst(foto: MHM F95-4415)
Molukse kinderen in het woonoord Snodenhoek te Elst(foto: MHM F95-4415)

In 1960 verlaat de beheerder Kalfsbeek en zijn vrouw het woonoord. Er vindt een ontroerend afscheid plaats waarbij duidelijk wordt dat de relatie tussen de bewoners en de beheerde in dit kamp zeer goed was. Het krantenbericht laat wel duidelijk zien hoe de verhoudingen gezien worden want de beheerder wordt omschreven als een vader die goed voor zijn kinderen heeft gezorgd. Men kan dit als een beleefdheidsvorm zien, maar ik vindt dat toch wat vreemd als men bedenkt dat de bewoners volwassen ex-KNIL militairen zijn met hun gezinnen. De koloniale paternalistische houding van de Nederlanders komt hier wel heel letterlijk naar voren. Tijdens het afscheid wordt er al melding gemaakt van de bouw van dertig woningen voor Molukse gezinnen in Elst. In 1963 zal men werkelijk beginnen met het verhuizen naar deze Molukse wijk in Elst. Het kamp lijkt dan leeg te zijn, maar in 1970 staat er toch nog een bericht in de krant die doet vermoeden dat het kamp dan nog steeds in gebruik is. Het politiebureau in Elst wordt in brand gestoken en getuigen hebben bruine mensen zien weglopen. De politie zegt echter altijd een goede verstandhouding te hebben gehad met de bewoners en gelooft niet dat zij dit gedaan hebben. Op het moment van de brand was er wel een Molukse bruiloft gaande in Snodenhoek waarbij 400 gasten ook van buiten Elst aanwezig waren. Blijkbaar werd het kamp dus nog gebruikt. Wie de brand gesticht heeft wordt niet duidelijk.

De huidige lokatie van woonoord Snodenhoek te Elst, waar nu gemeentewerf is.
De huidige lokatie van woonoord Snodenhoek te Elst, waar nu een gemeentewerf is.

Zo als in veel gevallen is het einde van het kamp dus niet zo duidelijk. Wat wel duidelijk is is dat er nu niets meer van over is. In de regen, achter gesloten hekken was het een beetje trieste plek. En dan te bedenken dat hier vele jaren mensen hebben gewoond en dat hier eens grote feesten hebben plaatsgevonden.

De barak in het Nederlands Openlucht Museum te Arnhem

Al heel lang had ik de wens om naar het openluchtmuseum in Arnhem te gaan. Ik was altijd al nieuwsgierig naar het museum op zich en aangezien daar een Molukse barak staat, kon een bezoek niet uitblijven. Dat het er echt van moest komen werd alleen maar duidelijker nadat we in Lage Mierde waren geweest waar de barak oorspronkelijk vandaan komt. We waren aan het kamperen in de buurt en hadden niet veel tijd in het museum dus liepen we rechtstreeks naar de barak. De rest zou later wel komen.

De Molukse barak uit Lage Mierde in het Nederlands Openlucht Museum.
De Molukse barak uit Lage Mierde in het Nederlands Openlucht Museum.

Tussen alle met riet bedekte boerderijen springt de barak er uit. Strak in de lak alsof de barak net nieuw is. Dit doet meteen een beetje af aan de sfeer, terwijl de boerderijen waar we langs liepen nog een rommelige indruk maken, lijken we hier wel in een aangeharkt parkje te stappen. Een zonnige opgeruimde plek met bloemetjes rondom. Ik kan de verhalen in mijn hoofd van tochtige slecht onderhouden barakken in de woonoorden niet goed rijmen met de glimmende barak waar ik naar sta te kijken.

De stapelpannen (rantang) waarmee men het eten uit de centrale keukens haalde in het woonoord.
De stapelpannen (rantang) waarmee men het eten uit de centrale keukens haalde in het woonoord.

Bij de ingang stonden enkele rantangs waar men in de woonoorden het eten voor de familie ophaalde uit de centrale keuken. Als je de barak instap sta je ook gelijk in die centrale keuken. Deze is ingericht met kasten en planken waarop de potten en pannen staan. Daarnaast staan er twee grote fornuizen. De barak is zo ingedeeld dat de bezoeker eigenlijk meteen uit de keuken geleid wordt naar een halletje waar een pop staat schoon te maken. Wat voor ruimte dit is, is niet echt duidelijk al heb je het idee dat het een douche of wc ruimte is. De plattegrond geeft geen uitsluitsel over de drie deuren die er zijn en blijkbaar nergens naar leiden. Het is ons eerste museumbezoek sinds corona en in de smalle gangetjes zijn veel bezoekers waardoor ik niet de neiging heb om lang te blijven staan. Vervolgens komen we bij de ruimte waar een Molukse woonruimte is nagemaakt.

De wooneenheid voor een Moluks gezin.
De wooneenheid voor een Moluks gezin.

Deze is vrij groot omdat er geen onderverdeling is gemaakt en deze daarom over de gehele breedte van de barak loopt. De deur naar buiten geeft de indruk dat iedereen een losse woonruimte had in plaats van kamers langs een centrale hal, zoals in veel barakken. Ook het ontbreken van een gezin met 6 kinderen geeft de ruimte iets kaals en afstandelijks. Naast de ruimte worden wel scenes nagespeeld door een Molukse toneelgroep (waarvan ik de naam jammer genoeg niet genoteerd heb) zodat je je voor kunt stellen hoe het was. Dit geeft het iets meer levendigheid, maar de schermpjes zijn klein en zwart wit. Het verbaasd me dat ze geen origineel beeldmateriaal hebben gebruikt. Dat moet toch te vinden zijn als je denkt aan een project als ‘Verloren Banden‘. We liepen door naar een klein filmzaaltje waar het verhaal van de treinkaping uit de doeken werd gedaan. Het was mij opgevallen dat het bordje bij de ingang hier ook al een opmerking over heeft. Nu is de treinkaping onderdeel van de Molukse geschiedenis en in dit blog schrijven wij daar ook over, maar ik vond het hier de aandacht wegnemen van de woonoorden zelf. Er is al niet veel ruimte om het Molukse verhaal te vertellen en ik vind dat terwijl we in een barak uit een woonoord staan dat verhaal eigenlijk niet goed naar voren komt.

We lopen verder terug door de keuken. Een vrouw zit sambal te maken in een vijzel, maar ook hier is het druk dus we lopen snel door. Aan de zijkant van een gangetje is een kelder met voorraad. Dat had ik niet gedacht, dat er kelders in de centrale barakken waren. Zo leer je toch nog wat. Het laatste deel is de beheerderswoning met het kantoor. Hier heet een sprekende pop, die de vrouw van de beheerder voorstelt, ons welkom. Het is een nette kamer, en het ziet er uit als een kamer van de middenklasse. Even later staan we weer buiten en lopen om de barak heen.

De Molukse barak met het naambord van kamp Lage Mierde.
De Molukse barak met het naambord van kamp Lage Mierde.

Zoals wel blijkt uit de tekst was ik een beetje teleurgesteld. De barak is te netjes en goed onderhouden. Daarnaast is de indeling zo anders dan ik opgemaakt heb uit de teksten die ik gelezen heb. Een collega die weet dat ik onderzoek doe naar de Molukse woonoorden en toevallig ook net het museum had bezocht, vroeg aan mij of de beheerder altijd in dezelfde barak als de Molukse bewoners gehuisvest was en dat de grootte van de Molukse woonruimte haar meeviel. Het publiek krijgt dus een verkeerde indruk van hoe het was. Daarnaast vind ik de nadruk op de treinkaping niet gepast. Men mist hier de kans om het onbekende verhaal van de woonoorden meer naar voren te brengen. Het is goed dat ik het gezien heb, maar ik had op een betere ervaring gehoopt.

Woonoord Onderlangs te Arnhem

Over sommige woonoorden is meer te vinden dan anderen. Onderlangs is er zo één waar je weinig van vindt. Online zoeken op het woord Onderlangs is bijna onmogelijk omdat er veel onderlangs gaat in het heuvelige Arnhem. Het kamp is ook maar kort in gebruik geweest voor Molukse bewoning. Tussen mei en september 1955 woonden hier vrijgezellen mannen. De lokatie is echter duidelijk omdat er wel foto’s zijn van het kamp. Herman Schonewille had mij er enkele gestuurd. De onderstaande foto is uit 1947 en laat het kamp goed zien.

Het kamp onderlangs in 1947 (foto via Herman Schonewille).
Het kamp onderlangs in 1947 (foto via Herman Schonewille).

Het gebouw rechtsboven staat er nog steeds, tijdens de Tweede Wereldoorlog zat daar de gevreesde Sicherheits Dienst. De bomen zijn echter flink gegroeid en alleen het puntje van de karakteristieke gevel is te zien. Het kamp heeft gediend als werkkamp van de DUW, voor gerepatrieerde mensen uit voormalig Nederlands Indië en Italiaanse gastarbeiders. In onze vorige blog over kamp Voorst, maakte we melding van studenten die daar woonde. Sommige van hen studeerden op de kunstacademie van Arnhem (toen op een andere lokatie) maar blijkbaar werd het kamp Onderlangs niet geschikt geacht voor deze studenten. Misschien dacht men dat de nabijheid van gezinnen hun beter zou helpen bij het houden van een geordend leven.

De lokatie van woonoord Onderlangs, nu kunstacademieArtez, met deels ondergrondse gebouwen
De lokatie van woonoord Onderlangs, nu kunstacademieArtez, met deels ondergrondse gebouwen

Wat de plek bijzonder maakt in Nederland is dat het onderaan een stuwwal ligt met de rivier de Rijn aan de andere kant. Het is de overgang van het ‘vlakke’ land naar de heuvels van de Veluwe. Op de lokatie van het woonoord staan nu de nieuwe gebouwen van de kunstacademie Artez die deels ondergronds gebouwd zijn. Zo zie je maar weer soms is de lokatie van een woonoord heel duidelijk ook al zijn er verder geen archeologische sporen, maar ontbreekt het aan aanvullende gegevens over het dagelijks leven in het kamp. Nu maar hopen dat de lezers van alles te vertellen hebben.

Er is al een eerste aanvulling gekomen door mevrouw Ellen Hitipeuw-Palyama. Zij heeft zelf als kind in Onderlangs gewoond met haar familie. Naast vrijgezellen woonden hier dus ook families.

Een Kamp in camouflage, Voorst te Teuge.

Inleiding

Na enkele weken pauze in de blog zijn we weer terug. In deze weken is er wel van alles gedaan en zijn er verschillende kampen in Gelderland bezocht. Nu is het weer tijd om verslag te doen. Kamp Voorst is een uniek kamp wat betreft huisvesting. De bebouwing lijkt op rustieke boerderijen, maar zijn eigenlijk bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. We konden jammer genoeg het terrein niet betreden. Een bordje met de naam Ambonstraat is nog een herinnering uit de tijd van het woonoord.

Het gebouw dat op een boerderij lijkt met de kantine en het ketelhuis in kamp Voorts te Teuge.
Het gebouw dat op een boerderij lijkt met de kantine en het ketelhuis in kamp Voorts te Teuge.

Het kamp

In 2003 verscheen er in de Kroniek van de Oudheidkundige Kring Voorst een artikel over de Molukse bewoning geschreven door H. Kleinjan, waarop een deel van dit artikel is gebaseerd. Op 10 mei 1951 kwamen er ongeveer 400 Molukkers aan in Teuge. Een deel van het complex was nog in gebruik door het Nederlandse leger, waardoor er nog de bekende sfeer van een kazerne hing. Het was dan ook een ordelijk kamp. Het kamp lag aan twee kanten van de Rijksstraatweg. De bewoning was aan de kant van de bunkerboerderijen er waren 11 barakken die om en nabij een voetbalveldje lagen. Aan de overkant langs de Fokkerstraat lagen het schooltje, de centrale keuken, de kliniek en in 1958 werd hier ook een kerk gebouwd. In de eerste jaren werden de kerkdiensten in het schooltje gehouden. De kerk was niet aangesloten op de verwarming en had enkele potkacheltjes. Langs de Fokkerstraat was nu een bouwterrein voor enkele huizen. De weg zal destijds minder druk zijn geweest, want nu moest je flink oppassen bij het oversteken. De paden op het kamp waren verhard en omringt door bomen. Er was sowieso veel groen in het kamp met struiken en fruitbomen, waarschijnlijk camouflage om de militaire activiteiten te verhullen.

Een bijeenkomst in het kamp Voorst. Achter de mevrouw rechts is duidelijk te zien hoe dik de muren van de hoofdgebouwen waren die als bunker ontworpen waren.
Een bijeenkomst in het kamp Voorst. Achter de mevrouw rechts is duidelijk te zien hoe dik de muren van de hoofdgebouwen waren die als bunker ontworpen waren (MHM F95-5078).

De barakken hadden twee verdiepingen en om iedereen te huisvesten werden ook delen van de tweede verdieping gebruikt. Deze waren echter niet geïsoleerd en daarom zeer koud s’winters. De meeste barakken hadden ingangen in de korte zijde en dan een lange gang met kamers aan weerszijde waar de gezinnen woonden. De kamers waren klein en hadden vaak dunne scheidingswandjes. In sommige barakken had men eigen toiletten, maar gewoonlijk ging het om gedeelde toiletten. De gemeenschappelijke wasruimte had alleen koud water. Er was een badgebouw met warm water, maar dat was alleen op donderdag en vrijdag open. Er was aan de buitenkant van dit gebouw wel een kraantje waar men warm water kon tappen. In het kamp was een centrale verwarming die vanuit het ketelhuis via ondergrondse buizen de rest van het kamp verwarmde. De beheerder woonde in een ruime woning met meerdere slaapkamers, warm water en een terras. Alles in het kamp werd door het Commissariaat AmbonezenZorg georganiseerd; wat er werd gegeten, wie er mocht werken of een cursus volgen, waar men kleren mocht kopen door middel van bonnen etc. en dit werd van alle bewoners bijgehouden. Er was dus grote controle waarbij veel dingen voor de Molukse bewoners bepaald werd. Men kreeg wel toestemming om kleine tuintjes aan te leggen om groente te verbouwen en kippen te houden.

Het straat bordje Ambonstraat bij de ingang van het kamp. De enige directe herinnering aan de Molukse bewoning.
Het straat bordje Ambonstraat bij de ingang van het kamp. De enige directe herinnering aan de Molukse bewoning.

Er werd veel gesport op het voetbalveldje en al snel ging men voetballen bij SC Teuge. Omdat men geen geld had, hoefde men geen contributie te betalen en deelde men schoenen die door het CAZ ter beschikking werden gesteld. In het eerste jaar dat de Molukse bewoners meevoetbalde werd SC Teuge meteen kampioen dat leidde tot verbroedering met de lokale bevolking. Daarnaast werd er veel kien gespeeld in het kamp met zelfgemaakte kaarten en steentjes of hoopjes zand om de nummers te bedekken. De nummers werden op muzikale en humoristische wijze afgeroepen wat voor veel hilariteit zorgde. De kinderen werden streng opgevoed met een militair karakter. Daarnaast hadden ze echter ook veel vrijheid en een groot terrein om te spelen. Ook al mocht het eigenlijk niet toch ging de kinderen vaak buiten het kamp de omgeving verkennen. Vanaf de derde klas lagere school ging men voor school naar Teuge waar men naar een openbare of christelijke school kon. De meeste kinderen gingen naar de christelijke school. De meeste kinderen kregen laag advies voor de middelbare school waarbij de meeste naar de huishoudschool of de Lagere Technische School gingen. De jongens eindigde veelal in de metaalindustrie en de meisjes werden ponstypisten bij de belastingdienst of Philips. Sommige lukte het echter om een hogere opleiding te voltooien en er woonde zelfs 11 studenten uit andere kampen die in de omgeving studeerden.

Het kamp bleef tot de begin jaren zeventig bewoond en de bewoners hadden gehoopt in Teuge te kunnen blijven. De meeste zouden echter naar Twello verhuizen. De bunkerboerderijen worden nu bewoond door de stichting Earth Awareness.

Woonoord op de grens: St Joseph te Glanerbrug.

Twee weken geleden reden wij naar de oostgrens voor het woonoord wat het meeste aan de rand van Nederland ligt: St Joseph te Glanerbrug. Het ligt niet het meest oostelijke dat is voorbehouden aan kamp Carel Coenraadpolder te Groningen dat ook nog eens het meest noordelijk ligt. De hoofdweg naar het woonoord St Joseph was opgebroken zodat we via een doolhof van kleine weggetjes achter bij het kamp belandden. Van het kamp is niets meer over. Enkele jaren geleden is het klooster volledig afgebroken. Nu ligt er een park met een vijver vol vis.

De lokatie van het woonoord St. Joseph te Glanerbrug. De bomen rechts staan op de grens met Duitsland.
De lokatie van het woonoord St. Joseph te Glanerbrug. De bomen rechts staan op de grens met Duitsland.

Het woonoord bestond uit het retraitehuis van een Redemptoristenklooster dat de laatste jaren dienst had gedaan als bejaardentehuis. 21 of 22 april 1951 kwamen er 66 Molukse gezinnen (300 personen) die met de Castel Bianco naar Nederland waren gebracht. Volgens het Twentsch Dagblad wordt voor hun komst door zeven lokale vrouwen het drie verdiepingen tellende gebouw schoongemaakt omdat het verwaarloosd was. Er wordt gesteld dat de vrouwen extra hard werkte omdat zij begrepen dat de nieuwe bewoners verdreven waren uit hun vaderland. Elk gezin krijgt een kamer met biezenmatten, gezellige gordijnen, simpel meubilair en een kamerscherm. Per verdieping zijn er vier douches en ‘genoeg’ toiletten, daarnaast is er een kliniek en kraamkamer. Kokkie Soplamit verzorgt de maaltijden waarbij er twee keer per week Nederlands wordt gegeten. De heer Bouwer wordt beheerder en komt er ook met zijn gezin te wonen. Vanwege hun protestantse achtergrond wordt verwacht dat de Molukkers makkelijk in de gemeenschap zullen aarden. Een week na hun aankomst is het koninginnedag en komt het de Enschedese politie muziekvereniging speciaal naar Glanerbrug om voor de Molukse bewoners te spelen vanwege hun trouw aan de koningin. In de avond was er een feestavond bij de christelijke Oranjevereniging waar een groot aantal Molukkers welkom werd geheten. Begin mei zouden de bewoners van St Joseph echter geïsoleerd worden van de overige bevolking omdat er bij een kind paratyphus was ontdekt en enkele mogelijk besmet waren. Dit zou echter niet lang duren en al snel werd er gevoetbald met de marechaussee en werden er muziekavonden en cabaretavonden georganiseerd. De kinderen kregen na enkele weken les binnen het woonoord. Volgens het gereformeerd gezinsblad werd deze gemoedelijkheid tussen de lokale gereformeerde en de Molukse bewoners echter van hogerhand tegengewerkt en in juni mocht men van hogerhand niet samen zingen. De schrijver van het stuk is het hier duidelijk niet mee eens en het blijkt ook niet stand te houden. Ds Vogel blijft diensten met Molukkers houden. De niet-christelijke uitwisselingen gaan ook door met dans en zang op vele feestelijke gelegenheden.

Molukse bewoners in Glanerbrug. (Moluks Historisch Museum F95_5083)
Molukse bewoners in Glanerbrug. (Moluks Historisch Museum F95_5083)

In oktober 1953 willen de Redemptoristen hun gebouw weer zelf gaan gebruiken, de Molukse bewoners moeten dan weg. De lokale textielindustrie wil liever niet dat de Molukse bewoners vertrekken omdat zij ondertussen rond de 80 mensen in dienst hebben. Het CAZ ziet echter geen mogelijkheid om de Molukse bewoners in de nabije omgeving te huisvesten. Het lijkt erop dat een deel in ieder geval naar kamp Conrad in Rouveen is verhuist in 1954. Dat moet een flinke overgang geweest zijn, van een stenen gebouw naar oude barakken en van een welkome omgeving naar het in zichzelf gekeerde Rouveen. Waar de andere heen gegaan zijn is niet duidelijk terug te vinden. Nu is er in ieder geval niets meer dat herinnert aan de Molukse bewoning in St Joseph te Glanerbrug. Er is alleen een monumentje voor de Redemptoristen.

Boekbespreking: De herinnering blijft….

Vanwege de herdenking van 70 jaar Molukkers in Nederland zijn er dit jaar vele initiatieven en evenementen. In zo’n jubileumjaar wordt vaak teruggekeken en vindt men het tijd voor het vastleggen van die herinneringen in boekvorm. Één van die boeken is ‘De herinnering blijft…. 70 jaar Molukkers in Woerden. Verhalen over het kampleven in Woerden.” Het boek is rijk geïllustreerd en samengesteld door de Projectgroep 70 jaar Molukkers in Woerden. Woerden telde drie woonoorden: De Singel, De Kazerne en De Utrechtsestraatweg.

Voorkant van het boek De herinnering blijft 70 jaar Molukkers in Woerden. Verhalen over het kampleven in Woerden.
Voorkant van het boek De herinnering blijft.

Op de voorkant van het boek staat een deel van het monument dat onlangs op 19 juni is geplaatst bij de Kazerne in Woerden. Dit is weer een reden om nog eens terug te gaan, want toen wij de Kazerne bezochten was er weinig dat direct herinnerde aan de Molukse bewoning.

De sfeer van het boek wordt meteen neergezet in een het openingsgedicht. Het boek is bedoeld als eerbetoon aan de eerste generatie en tegelijkertijd een inspiratie voor de volgende generaties om de cultuur levendig te houden. Het boek is overzichtelijk opgezet met eerst een meer feitelijke beschouwing gevolgd door persoonlijke verhalen. In het feitelijke deel zijn teksten uit krantenartikelen verwerkt. Wat opvalt is het ouderwetse taalgebruik wat zelfs in de best bedoelde artikelen een flinke koloniale overtoon heeft. Zo worden de KNIL-militairen omschreven als stoere vechters met kinderlijke harten die na hun aankomst wijzer zijn geworden. Daarnaast wordt ook de politieke kant van de zaak en het RMS-ideaal van vrije Molukken beschreven, met onder andere het vlagincident aan de Utrechtsestraatweg.

De drie verschillende kampen worden alle kort beschreven met plattegronden van de bebouwing en waar mogelijk de namen van de families in de verschillende vertrekken. Voor ons als archeologen is dit natuurlijk hele waardevolle informatie. In totaal woonden er 114 gezinnen in Woerden. In het boek is een lijst opgenomen van alle babies die in 1951 zijn geboren. Het gaat om 86 kinderen, waarvan 1 tweeling en 9 kinderen overleden. Opvallend is dat de meeste kinderen in de zomer zijn geboren wat er op wijst dat de moeders zwanger de overtocht hebben moeten doormaken. De eerste drie maanden van het jaar zijn niet meegerekend omdat men toen nog niet in Woerden verbleef. Het zou dus zo maar kunnen dat bijna elk gezin een jonge baby had in het eerste jaar van de kampen.

Inkijkje in het boek De herinnering blijft 70 jaar Molukkers in Woerden. Verhalen over het kampleven in Woerden. met de plattegrond en foto's van De Kazerne.
Inkijkje in het boek met de plattegrond en foto’s van De Kazerne.

Het volgende deel van het boek zijn de persoonlijke verhalen. Hier gaat het boek echt leven. Wat knap is is dat de makers van het boek vele verschillende perspectieven bij elkaar hebben kunnen plaatsen. Zo staan er verhalen in van Molukse bewoners van de kampen, waarvan er één teruggekeerd is naar Indonesië en de verhalen van Nederlandse Woerdenaren die met de Molukse bewoners contact hadden. De verhalen zijn als doorlopende tekst opgetekend, maar aan de terugkerende structuur is te herleiden dat men wel gestructureerde interviews heeft gebruikt. Dit leidt soms tot herhaling, maar laat ook mooi zien hoe verschillende mensen de dingen verschillend beleven en herinneren. Ook komt hierdoor naar voren dat de mensen de kampen ervaren hebben als een plek van saamhorigheid en steun. De omstandigheden waren erbarmelijk en sommige details maken het nog erger omdat deze puur op zuinigheid berust zijn en niet op noodzaak, zoals het afsluiten van het al beperkte aantal douches zodat er alleen op bepaalde momenten gedoucht kon worden en het afsluiten van de elektriciteit overdag op de Utrechtsestraatweg. Over het algemeen woonde men in veel te kleine vochtige ruimtes.

Over 1 ding zijn de oud-bewoners het allemaal eens: December was de beste maand met Sinterklaas, Kerst en Nieuwjaar en vele lekkernijen die al weken van te voren door de moeders gemaakt werden. Ook werd er door de kinderen veel buiten gespeeld en was er altijd wel wat te beleven. Bij de meeste werd thuis niet gesproken over het KNIL-verleden, maar kregen zij wel het onvertelde verdriet van de ouders mee. Sommige ouders hadden ook een slechte gezondheid vanwege dit verleden en overleden jong of waren veel weg in het ziekenhuis. Er werd vooral gezwegen zodat de kinderen onbezorgd konden leven. Omdat de meeste kinderen in Woerden naar school gingen was er vanzelfsprekend meer contact met de lokale bevolking door vriendjes en vriendinnetjes. Woerden heeft geen speciale Molukse wijk waardoor er later meer gemengde huwelijken plaatsvonden. Vele bleven na de kamptijd in Woerden wonen en een deel ging naar het nabijgelegen Breukelen. Vanuit de Nederlandse verhalen komt vooral naar voren dat men in de kampen zeer gastvrij ontvangen werden wat contrasteerde met de wat killere Nederlandse gewoonte en dat men de Molukse jongeren er veel modieuzer uitzagen dan de lokale Woerdenaren.

Het boek sluit af met enkele pagina’s vol foto’s en verhalen over de herdenking nu. Jammer genoeg staan er in het hele boek bijna geen onderschriften bij de foto’s. Misschien is dit gedaan vanwege de vormgeving of omdat men niet alle informatie had. Ook voor de volgende generaties die op zoek zijn naar hun roots had dit handig kunnen zijn. Je kan het zien als een gemiste kans, maar het boek kan hierdoor ook de reden zijn dat de verschillende generaties in gesprek gaan, waarbij de foto’s aanleidingen kunnen zijn voor vragen en het ophalen van herinneringen. Al met al is het een prettig boek om te lezen dat een gevarieerde inkijk geeft in het kampleven in Woerden. De projectgroep heeft iets gemaakt om trots op te zijn.