Rijckholt in de Zuid-Limburgse heuvels.

Inleiding

Als student archeologie was ik al eens in Rijckholt geweest. Tijdens de Nederland excursie, waarbij we in een week de belangrijkste vindplaatsen bezochten, konden de vuursteenmijnen uit de prehistorie niet ontbreken. Dat ik ruim 25 jaar later terug zou keren naar Rijckholt voor onderzoek naar hedendaagse archeologie had ik toen niet kunnen bedenken. Van de Molukse woonoorden had ik nog niet gehoord en hedendaagse archeologie bestond niet in Nederland als onderzoeksgebied. In de zomer van 2019 had Servaas Maturbongs ons via deze website al gewezen op woonoorden in kloosters en de aanwezigheid van een herdenkingsplaat in Rijckholt. Na het parkeren van onze auto was meteen duidelijk dat we op de juiste plek waren. In de achteruitkijkspiegel zag ik de herdenkingsplaat al zitten.

De marmeren herdenkingsplaat in 2016 aangebracht.

Het klooster

(historische informatie uit Grueles jg 25 nr 4)

Het klooster is nu een kerk en een Bed en Breakfast waar wij de nacht zouden doorbrengen. William, de eigenaar van de B&B en het nabijgelegen cafe Riekelt, wist ons te vertellen dat het deel waar de Molukse gezinnen gewoond hadden is afgebroken. Het was nadat de Molukse bewoners waren vertrokken helemaal verwaarloosd en de begroeiing kwam door het dak. De kamer waarin wij verbleven leek waarschijnlijk wel op de kamers die toen in gebruik waren wat betreft sfeer van dikke muren met twee ramen en een deur die uitkomt op een lange gang die over de binnenplaats uitkijkt. Wij vonden het er erg koud, terwijl de verwarming aanstond. William vertelde dat ze de verwarming niet te hoog zetten omdat gasten daarover geklaagd hadden. Zo zie je maar weer, nooit is iedereen tevreden. De paters waren in ieder geval blij met de komst van de Molukse bewoners omdat dit betekende dat de voorzieningen onderhouden konden worden. Sinds het vertrek van de Franse Dominicanen in 1932 waren er slechts vier paters overgebleven en werd het klooster deels verhuurd om in het onderhoud te voorzien, zoals aan scheepskinderen en Nederlandse KNIL-militairen en hun gezinnen.

Foto van het klooster met de paters het rechter deel van het klooster op de foto is afgebroken.

Op 11 November 1952 arriveerde 35 gezinnen (136 personen) die verspreid over 56 kamers woonden. Sommige gezinnen kwamen uit kamp Beugelen bij Staphorst. Het lijkt alsof er een goede sfeer hing in het woonoord. Waarbij de grotere kinderen naar scholen in de omliggende plaatsen gingen, de vrouwen verschillende cursussen deden en de mannen veelal werkte bij Sphinx of de Zinkwit. Anders dan in andere woonoorden lijken de meeste mannen snel werk te hebben gevonden. In de jaren werden er 98 kinderen geboren meestal met de hulp van vroedvrouw Christina Titihalawa nu en dan bijgestaan door de lokale dokters. Gelukkig wordt er weinig kindersterfte in het woonoord vermeld. Een trieste uitzondering is Bernardus Maturbongs, die op 10-jarige leeftijd in 1960 verdronk in de Maas. Zijn verzorgde graf ligt voor altijd tegen de muur van het klooster.

Er was een centrale keuken in de achtertuin waar in het begin nog Nederlandse maaltijden werden gekookt. Later gingen de vrouwen zelf koken in deze keuken en had men in de eigen kamer een petroleumstel voor thee en (baby)pap. De vrouwen gingen op vrijdag vaak zelf met de bus naar de markt in Maastricht voor verse groente, fruit en vis, vooral makreel. Die voorkeur voor makreel kan ik me ook nog uit verhalen over andere woonoorden herinneren. De lokale bevolking die in het klooster langskwam konden dat andere eten en de gastvrijheid wel waarderen. En volgens mij werden bezorgingen dan ook het liefst rond etenstijd gedaan.

De muur links is van het klooster. De nieuwe huizen staan op de plek waar de vleugel was met Molukse bewoning.

Conclusie

Volgens het tijdschrift Diakonia worden er in 1966 in Sittard 33 woningen gebouwd voor de laatste gezinnen die nog in het klooster wonen. De woningen bevatten een grote woonkamer met zit- en eethoek, een keuken plus wasruimte met lavet, verder vier slaapkamers en een vliering. De woningen worden opgetrokken in baksteen. Er wordt ook een kerk gebouwd die plaats zal bieden aan 72 personen, met een toren van gewapend beton. Op de begane grond van het hiernaast geprojecteerde jeugdcentrum komen een consistoriekamer, een kamer voor de dominee, een garderobe en sanitaire voorzieningen; op de verdieping komt het jeugdlokaal. In Rijckholt was er een goede verstandhouding met de lokale bevolking, waarbij contacten stand hielden ook na verhuizingen. En volgens William kwamen nog regelmatig oud-bewoners terug om een kijkje te nemen op de plaats waar ze gewoond hadden. Het is dan ook een mooie locatie die sowieso het bezoeken waard is.

Blik in de huidige B&B kamer met karakteristieke ramen en dikke muren die vergelijkbaar zijn met de kamers waar de molukse bewoners in zaten.

Koudekerke: zoek de verschillen

Enkele weken geleden schreef Jobbe een blog over onze presentatie op de Reuvensdagen (een congres voor Nederlandse archeologie). Wij benadrukten de urgentie van het onderzoek naar Molukse woonoorden, omdat de overblijfselen voor onze ogen verdwijnen. Nu was ik toevallig van de week op google earth aan het kijken omdat we wilden uitproberen hoe je een interactieve map kunt maken met je eigen locaties. En dan ga je naar de plaatsen die je het makkelijkst herkent omdat er nog duidelijke sporen zijn. Dus hup naar Koudekerke op de kaart. Tot mijn verbazing zag ik onderstaande.

Boven Koudekerke zoals het was toen we het bezochten, beneden Koudekerke nu.

De barak rechtsboven is met de grond gelijkgemaakt. Gelukkig waren we bij ons eerste veldwerk al in Koudekerke geweest. Toen sprak degene die ons rondleidde nog van renovatie en dachten wij dat, net als bij de andere barakken, de bestaande structuur zou blijven bestaan. Er is duidelijk gekozen voor een meer rigoreuze aanpak. We kunnen natuurlijk boos naar de eigenaar kijken, maar dat is niet eerlijk. Zij hebben de gebouwen al jaren in bezit en hebben het recht om te moderniseren. Zolang de overblijfselen van woonoorden geen status krijgen, kan de eigenaar er mee doen wat hij of zij wilt.

Ik denk niet dat we alles moeten willen bewaren, want we moeten nu ook leven. Maar het zou goed zijn als er in ieder geval een plicht tot documentatie komt. Het hoeft hier niet om dure opgravingen te gaan, een bouwhistorisch onderzoek is vaak genoeg. De resten kunnen fotografisch vastgelegd worden. De geschiedenis van de woonoorden is fragmentarisch vastgelegd en beschreven. Er komen steeds meer boeken uit met de herinneringen of fictieve verhalen over de Molukse woonoorden. De fysieke overblijfselen krijgen minder aandacht. Terwijl het juist nu lijkt dat er een hernieuwde belangstelling is voor deze geschiedenis. Volgend jaar is het zeventig jaar geleden dat de eerste Molukse woonoorden bewoond werden. Het is dan ook zonde als de laatste tastbare stukjes zonder documentatie zomaar verdwijnen.

Het meest zuidelijke kamp Eijsden Capucijnenklooster.

Inleiding

De dag voor de harde lockdown gingen wij naar zuid Limburg. De reis was al langer gepland en we hadden nu vrije dagen. We verbleven in Rijckholt (daar een volgende keer meer over) en wandelden op een zeer aangename middag naar Eijsden. De omgeving is een rare mix van natuurschoon, industrie, en snelweg. Via de Capucijnenstraat kwamen we Eijsden binnen en liepen we naar de straat die nu Bellefleur heet.

De straat Bellefleur met om de hoek de straat Loenen waar vroeger het Capucijnenklooster stond.

De plek van het klooster

Op deze plek stond vroeger het klooster, dat ongeveer in de achtertuinen zal hebben gelegen. De geschiedenis van het klooster en haar verbouwingen is lang en omvat een kasteel als voorloper. De plek moet echter niet verward worden met Huis Breust wat meer ten westen lag. Eind negentiende eeuw werd het gebouw een Capucijnenklooster. In april 1951 kwamen de Molukse bewoners in het klooster wonen. Terwijl zij daar zaten werd het klooster in 1955 overgenomen door het missiehuis Mariannhill zij zouden het grote gebouw niet gebruiken. De Molukse bewoners zouden er echter tot 1962 blijven wonen. Waarna in 1968 het gebouw werd verkocht en later gesloopt. Het enige fysieke overblijfsel van het klooster is een muurkruis dat enkele jaren geleden werd gerestaureerd en op de Loenen is neergezet, recht tegenover de locatie van het oude klooster.

Het muurkruis van het Capucijnenklooster geplaatst aan de Loenen.

Het kruis verwijst alleen naar de kerkelijke historie. Er is geen herdenkingsplaat of tekst voor de Molukse bewoning.

In verschillende bronnen is wel iets te vinden over de Molukse bewoners. Opvallend is hoe vaak Eijsden genoemd wordt voor hulpacties in het Gereformeerd Gezinsblad. Naast kleren en speelgoed wordt er ook geld ingezameld voor bijbels (sommige in Maleis) en andere godsdienstige literatuur en later zelfs muziekinstrumenten. Er is ook een uitwisseling tussen de mensen in het woonoord en de protestantse gemeente in Maastricht, waarbij men elkaar bezoekt. Sowieso gaat de berichtgeving vooral over de interacties met de lokale gemeenschap. Zo zijn de Molukse bewoners aanwezig bij herdenkingen in het dorp en helpt men bij de fruitpluk.

Die goede berichten lijken over een te komen met de herinneringen van mevrouw Hennie Nikijuluw die in een interview voor Zicht op Maastricht aangeeft dat schoolkinderen en vrienden van buiten graag naar het klooster komen om te spelen. Ook had men wat meer ruimte. De familie van mevr. Nikijuluw had in het klooster drie slaapkamers, een zitkamer en een keukentje. Men had in het begin eten gekregen via de centrale keuken in het klooster, maar kookte later zelf. De kinderen werden met de bus naar de Suringarschool gebracht net als de kinderen uit Rijckholt.

In 1962 verlaten de Molukse bewoners het klooster en gaan verspreid over Zuid-Limburg wonen. Vaak in speciaal daarvoor aangelegde straten. Enkele gezinnen gingen in ieder geval in de wijk Heer in Maastricht wonen.

Conclusie

Het contrast tussen dit woonoord in Eijsden en het vorige onderzochte woonoord Oude Zeug kan niet veel groter zijn. Dit laat zien dat er niet één verhaal te vertellen is over de Molukse woonoorden. Elk verhaal voegt iets toe aan ons beeld. Zo vlak voor de lockdown op een mooie decembermiddag was het in ieder geval een plezier om naar Eijsden te komen, ook al is het woonoord verdwenen.

Oude Zeug Strafkamp in de kop van Noord-Holland

Inleiding

Op een grijze gure dag, begin december bevonden wij ons in de kop van Noord-Holland vlak bij het IJsselmeer. De dijk blokkeerde het zicht terwijl alle andere kanten de kleivelden zich oneindig uitstrekte. Wij waren hier uit vrije wil op deze niet uitnodigende plek, dat kan niet gezegd worden van de Molukse bewoners van kamp Oude Zeug die hier voor straf geplaatst werden.

Kamp Oude Zeug ten noorden van de Zeugweg.

In januari 1955 werden drie gezinnen uit kamp de Beenderribben gedwongen verhuisd naar Oude Zeug na onenigheden over de uitkering van zakgeld en kledingbonnen. Zij waren onderdeel van een kleine politieke groepering de P.N.M.S. (Partai Nasional Maluku Selatan) onder leiding van de heer Siwaletti (Overijsels Dagblad). Twee ander gezinnen werden naar Heythuizen gestuurd. In oktober van datzelfde jaar werden drie gezinnen uit Middelburg ook naar Oude Zeug gestuurd, wederom in verband met het niet uitbetalen van zakgeld. Ook hier werden twee andere gezinnen naar Heythuizen gestuurd (De Maasbode en De Tijd). Deze mensen waren tevens lid van de P.N.M.S.. Dat het kamp Oude Zeug als een straf werd ervaren blijkt uit hetgeen dat volgde.

Een paar maanden later lieten de mensen die uit Middelburg kwamen al van zich horen. Volgens de website van Noordkop Centraal en de Telegraaf vond het volgende plaats: Enkele Ambonezen vonden het verblijf aldaar zo mensonwaardig dat ze besloten een brief te schrijven naar de burgemeester van Wieringermeer en de koningin. Ze schreven ”Wij verkiezen de dood boven de verkrachting van het recht en de tirannie van het Commissariaat Ambonezenzorg”. Ze verzochten samen met hun gezinnen gefusilleerd (doodgeschoten) te worden.

In augustus 1956 werde nog eens negen gezinnen van P.N.M.S. gedwongen naar Oude zeug te verhuizen. Zij kwamen uit Beenderribben (Latoepeirissa, Amapunja en Siwalletta), Middelburg en Burgsluis (Algemeen Handelsblad, Trouw). Een ander deel van de P.N.M.S. werd wederom naar Heythuizen gestuurd. Het blijft echter onrustig en in oktober worden de heren Amanopunja en Mariva (en Siwalette uit Westkapelle) naar de gevangenis in Den Haag gestuurd als ongewenste vreemdelingen omdat zij blijven protesteren tegen de zelfvoorzieningsregeling (Het Vaderland en Trouw). Het moeilijke bij deze berichten in de krant is dat de spelling van de namen steeds veranderd en het niet duidelijk is of bv Amapunja, Amapoenja en Amanopunja dezelfde persoon zijn. Het lijkt alsof men de namen fonetisch opschreef.

Kamp Oude Zeug met Nissenwoningen, foto: MHM F93_1114

Rustig bleef het niet in Oude Zeug want twee dagen later moest ene J.L. voor de politierechter verschijnen omdat hij de opperwachtmeester een smeerlap had genoemd en de Nederlandse regering vies. Hij zou ook andere aanzetten tot opstandig gedrag. Er werd een zware straf van vier maanden gevangenis geëist. Hier wordt nog eens duidelijk hoe hard er tegen de Molukse bewoners opgetreden werd, als zij ook maar het lef hadden om zich uit te spreken tegen de autoriteiten of zich weigerde neer te leggen bij de situatie.

Uit lezersbrieven van Het Vaderland twee weken later blijkt echter dat niet iedereen het eens is met de behandeling van de Molukkers. Vooral het bestempelen van hen als ongewenste vreemdelingen en de hardere aanpak in vergelijking met Nederlanders wordt bekritiseerd. Dit verhindert echter niet dat in december mensen uit de kampen Oude Zeug, Westkapelle en Beenderribben naar het voormalige rijksopvoedingsgesticht De Kruisberg te Doetinchem worden gebracht waar zij niet uit weg kunnen omdat zij wederom als vreemdelingen worden bestempeld.

Het verzet in de P.N.M.S. kampen gaat door, kinderen zijn al maanden niet naar school geweest en er is weinig eten. In februari worden er opnieuw 5 mensen uit Oude Zeug geïnterneerd in de gevangenis van Scheveningen. In maart 1957 geeft vanuit de gevangenis de leider Siwaletta per brief het advies om de strijd op te geven en zich neer te leggen bij de nieuwe regeling. Het verzet breekt en de gevangenen worden vrijgelaten en teruggestuurd naar hun eigen kampen. Men weigert echter te gaan werken omdat men het geld toch gedeeltelijk moet inleveren. De kinderen krijgen fietsen om naar school te gaan. In 1961 zal een deel van de bewoners als onderdeel van een grotere groep van ongeveer 250 mensen terug gaan naar Indonesië met als einddoel Ambon (Volkskrant) .

Oude Zeug nu.

Kamp Oude Zeug is nu een opslagterrein, de wal stamt nog uit de tijd van het kamp.

Een grijze dag is misschien wel de beste dag om een kamp als Oude Zeug te bezoeken. De wal om het terrein is nog over en biedt bescherming tegen de snerpende wind. Aan de achterkant is de wal deels verdwenen. Het terrein zelf is afgesloten met een hek en bevat enkele half ommuurde plaatsen die voor de opslag van materiaal dienen. Er is geen herinneringsbordje, maar dat verwacht je ook niet bij een strafkamp. Dit is wel een laatste restant uit een roerige tijd waar verzet tegen de Nederlandse regering tot uiting kwam. Misschien niet een plek van goede herinneringen, maar zeker een plek om niet te vergeten.

Binnenterrein van kamp Oude Zeug nu.

Kamp Q blijkt om de hoek te liggen

Enkele weken geleden schreef ik over Kamp Q in Slikkerveer en de moeilijkheden die ik had om dit kamp te vinden. Nu blijkt dat ik op de verkeerde plek ben geweest. Wederom met de hulp van Herman Schonewille heb ik nu de juiste locatie gevonden. Hij had een folder van een wandelroute door Ridderkerk gevonden waar de lokatie met coördinaten stond aangegeven. Tevens blijkt er een bordje te staan. Kamp Q wordt in deze wandeling echter het Polenkamp genoemd.

Locatie van Kamp Q en het informatiebordje met rode pijl (GoogleMaps).

We (Jobbe en ik) moesten nog een filmpje maken voor de Reuvensdagen. Dit is het jaarlijkse congres voor Nederlandse archeologie waar wij een pleidooi houden voor aandacht voor de Molukse sporen in de archeologie. Dus op naar Slikkerveer om nu de juiste plek vast te leggen. Vergelijk je echter onderstaande foto en kaart met bovenstaande foto dan is het meteen duidelijk dat op deze plek ook niets is overgebleven van kamp Q.

Blauwe pijl: locatie van kamp Q, gele pijl: verkeerde locatie.

Op de kaart is duidelijk te zien hoe de vergissing tot stand kan zijn gekomen. Bij de gele pijl was vroeger een grote loods aanwezig. Bij de blauwe pijl staan echter meerdere lange gebouwen wat beter met de foto overeenkomt. Het brede rode vlak is waarschijnlijk de loods links op de foto en het wat smallere rode vlak de woningen.

Bord bij Kamp Q, hier het Polenkamp genoemd.

Als we het bord bij kamp Q lezen worden we echter weinig wijzer van de Molukse politiemannen die hier gezeten hebben. Hun aparte verhaal als verstekelingen is weggelaten. Doordat zij geplaatst zijn in een rijtje van Poolse en Spaanse gastarbeiders, lijkt het wel alsof zij hier alleen maar kwamen omdat zij werk zochten. Verder worden zij aangeduid als Ambonezen. Deze benaming stamt uit de tijd ver voordat dit bord geplaatst is. Ik vraag mij af, en misschien kunnen de lezers mij hierbij helpen, hoe de huidige generaties over de omschrijving Ambonezen in plaats van Molukkers denkt. Volgens mij wordt door het gebruik van de term Ambonezen de link met de huidige Molukse bevolking moeilijker gelegd. Bovendien laat het zien hoe weinig de Nederlanders aandacht hebben voor de geografie van het gebied, waarbij één eiland voor het groter geheel van de vele eilanden staat. De diversiteit binnen de Molukse gemeenschap wordt zo geminimaliseerd.

Panoramafoto van kamp Q, het witte stipje bij de verkeersdrempel is het informatiebord.

Eindelijk Ruinen Stuifzand.

Inleiding

In enkele vorige blogs heb je kunnen lezen hoe moeilijk het soms is om de juiste locatie bij het juiste kamp te vinden. Vooral als twee kampen vroeger in dezelfde gemeente lagen zoals in Ruinen. Het bleek dat het kamp dat ik als Ruinen Stuifzand had omschreven eigenlijk Ruinen is. En met behulp van de heer Schonewille is de juiste locatie van Stuifzand teruggevonden. Op de terugweg vanuit de Carel Coenraad Polder was het dan ook tijd om eindelijk eens de locatie van kamp Stuifzand te bezoeken, dat nu onder de gemeente Hoogeveen valt.

De locatie van kamp Stuifzand op de overgang van de Wijsterseweg naar de Vamweg.

Stuifzand

Stuifzand is niet het gene waar je direct aan denkt als je er staat. Het mais stond tot boven onze hoofden. En dat zegt ongeveer meteen wat er van het kamp nog te zien is. Niets, maar dan ook helemaal niets. Geen bordje wat herinnert aan de geschiedenis van de plek. Gewoon een maisveld langs een klein weggetje met op de achtergrond de VAMberg. De afvalstortplaats bestond al ten tijde van het kamp, maar op oude kaarten lijkt de omvang pas eind jaren zestig begin jaren zeventig echt tot wasdom te komen. De bewoners van het kamp kwamen in Nederland aan op 29 april 1951 met de New Australië, via Amsterdam. In de Trouw staat dat in november van dat jaar er enkele gezinnen (CRAMS) bijkomen uit Barneveld de Biezen en/of de Schaffelaar. Zij zijn voor straf verhuisd voor het intimideren van een medebewoner en de daarop volgende onlusten. Wat de invloed was van hun komst in zo’n klein kamp is niet in de krant terecht gekomen. Er woonden in totaal zo’n veertig mensen in het kamp Stuifzand dat vrij klein is, met twee woonbarakken, een keuken, wasruimte, beheerderswoning, kantine en pompstation voor water. Het woonoord is in ieder geval tot 1962 bewoond geweest.

De topografische kaart uit 1951 laat zien dat het kamp in de open ruimte ligt.

Conclusie

Het woonoord is een voormalig DUW-kamp en in de oorlog is het ook gebruikt als Joods werkkamp. Verder is er weinig informatie te vinden over het kamp. Dit wordt bemoeilijkt door de naam Stuifzand, die bij digitale zoekopdrachten allerlei stuifzanden geeft behalve wat je zoekt. Dit is typisch een klein kamp dat in de vergetelheid dreigt te geraken. Maar het is toch minstens tien jaar het thuis geweest van een kleine groep Molukse bewoners.

Kamp stuifzand zoals het nu is.

Carel Coenraad polder, een kamp aan de rand van Nederland

Inleiding

Begin oktober gingen we dan eindelijk een paar dagen op vakantie. En dan ga je lekker ver weg in eigen land. Dit keer zouden we in een trekkershut aan de rand van Groningen slapen, nog voorbij Hongerige Wolf, direct naast de dijk met uitzicht over de kwelders van de Dollard. De natuur is mooi met vele soorten vogels die langs je huisje vliegen, maar de eigenlijke aantrekkingskracht van de plek is natuurlijk het naastgelegen Ambonezen bosje oftewel kamp Carel Coenraad polder. Nog nooit heb ik zo dicht bij een Moluks woonoord geslapen. Dit zou een mooie vakantie worden.

Kamp Carel Coenraad Polder, nu een bosje naast de dijk.

Het woonoord

Het woonoord ligt in een particulier bosje dat niet vrij toegankelijk in het broedseizoen. Het is een mooi stukje natuur geworden, met vele dieren en vogels. Het is dan ook het enige bosje in de wijde omtrek en de bomen bestonden nog niet ten tijden van het woonoord. Er werd alleen een houtsingel aangelegd die natuurlijk niet meteen volgroeid was. En wijds is het hier. Dit is wel één van de meest afgelegen kampen die we tot nu toe bezocht hebben. Grote boerderijen ver van elkaar gelegen en een tussendijk geven je het gevoel helemaal afgesloten te zijn van de gewone wereld. Ideaal voor vakantie, minder ideaal lijkt me als je hier moet wonen. De oudere kinderen moesten met een speciale bus naar school en de winkels kwamen met bezorgwagens langs. Maar misschien vonden de bewoners deze afstand juist fijn omdat zij niet wilde assimileren in de Nederlandse samenleving maar terugkeren naar een vrij RMS. In september 1953 kwamen er 59 gezinnen en 18 alleenstaanden (311 mensen) in het kamp, voornamelijk uit Schattenberg en allen leden van de CRAMS Commissie Rechtspositie Ambonese Militairen en Schepelingen (info uit Noorderbreedte 97/5).

De borden bij de ingang van het Ambonezen bosje. Met rechts de plattegrond van het kamp.

Ik kon vooral de verhalen van ouderen vinden die terugkijken op een onbezorgde jeugd in het woonoord waar men vrij kon spelen in de omgeving. Hoe de volwassenen het kamp beleefden is minder goed terug te vinden. Het is in ieder geval duidelijk dat een groot deel van de bewoners er wilde blijven toen besloten werd het woonoord op te heffen in december 1961. Een deel was al naar Appingedam verhuisd maar 100 mensen verzetten zich hevig tegen de verhuizing. Dit leidde tot een uitzonderlijk protest van de vrouwen om nog in ieder geval een telegram naar de koningin te mogen versturen. De reden om te willen blijven was in de eerste plaats niet het woonoord zelf, maar de angst dat als men eenmaal in huizen woonde de terugkeer naar een vrij RMS wel vergeten kon worden. Ze wilden ook geen huur of belasting betalen. De bewoners hadden zich verschanst in de kerk. De huisraad werd al verhuisd terwijl de mensen nog in de kerk zaten. Uiteindelijk moesten tussen de 30 en de 50 man politie gewapend met sabel en karabijnen er aan te pas komen om het kamp te ontruimen. Met bussen werden de bewoners zonder verdere ongeregeldheden naar Foxhol verhuisd. Een deel van hen zou later naar de Indonesië terugkeren, door omstandigheden zou niet iedereen het tot de Molukken brengen.

Een blik in het kamp Carel Coenraadpolder.

Het Ambonezen bosje zelf geeft geen sporen vrij van het woonoord dat hier geweest is. Ook al wordt er in bronnen vermeld dat de funderingen van de barakken aanwezig moeten zijn. Ik kon niets terugvinden door alleen maar te kijken. Nergens zag ik een steen of een stuk beton uit de grond steken. De herinnering aan het kamp is echter levend vanwege de naam van het bosje en het bord bij de ingang. Op een wandeling langs de dijk richting Duitsland kwamen we ook andere toeristische borden tegen die verwijzen naar het Ambonezen bosje. Het bosje is ook een blikvanger dat tot in de wijde omgeving te zien is. De verwijzing naar het overige verleden van deze plek als DUW-kamp, Duitse geschutstelling Dollard Süd tijdens WWII en gevangenis voor NSB-ers erna, wordt af en toe aangehaald maar krijgt niet dezelfde aandacht.

Conclusie

Woonoord Carel Coenraadpolder is nu een prettige plek om te ontspannen in een mooie omgeving met veel natuur. Ook al zijn er weinig fysieke herinneringen uit de tijd van het kamp, de herinnering aan het woonoord wordt levendig gehouden. De bewoners waren zo lijkt het redelijk tevreden, maar er moet ook verdriet zijn geweest. Vooral als je bedenkt dat op het kerkhof van Finsterwolde negen Molukse kinderen (de meeste gestorven bij de geboorte) en één volwassene liggen begraven. Deze graven zijn in 2014 door lokale vrijwilligers opgeknapt. Ik ben altijd geroerd door de verhalen van de vele Molukse kindergraven in de buurt van woonoorden. Er zou nog eens onderzoek gedaan moeten worden naar hoe de verhouding lag qua kindersterfte in de toenmalige Nederlandse bevolking. Dit persoonlijk verdriet moet toch diepe sporen nagelaten hebben, vooral als je na een dergelijk verlies gedwongen wordt te verhuizen ver weg van het graf van je kind, broer, zus of ander familieleden en vrienden.

Kamp Q

Inleiding

Het is een tijd stil geweest op deze site. Soms neemt het werk waar je voor betaald krijgt meer tijd in dan anders. Daarnaast kwamen er ook nog reisbeperkingen door het coronavirus. Een paar weken geleden gingen we voor het eerst weer eens wat verder van huis. Nog wel op wandelafstand, maar de terugreis kon met de waterbus. Op een mooie maar niet al te warme dag in augustus gingen wij (ik en mijn vrouw) op weg naar kamp Q. Wandelend langs de Nieuwe Maas is het kamp net meer dan twaalf kilometer van ons huis gelegen. En zoals met de meeste dingen die dichtbij zijn, waren we er nog niet aan toe gekomen om eens langs te gaan.

Kaart zoals gestuurd door Herman Schonewille.

Kamp Q, de locatie.

De plek van kamp Q was mij lange tijd niet geheel duidelijk tot Meneer Schonewille mij de bovenstaande kaart stuurde. Kamp Q ligt in Slikkerveer aan de Emmastraat, onderdeel van Ridderkerk. Die kaart was ook echt nodig want op de plek zelf is weinig tot niets te zien. De wijk is flink verbouwd en er is dan ook geen makkelijk herkenningspunt. Niets aan de omgeving laat zien dat hier ooit een kamp is geweest. Dit komt deels door het bijzondere karakter van dit kamp. Kamp Q is uniek in dat hier geen oud KNIL militairen met hun gezinnen woonden maar politiemannen die als verstekelingen mee aan boord waren gekomen. Geholpen door luitenant Veltman werd deze groep mannen bij elkaar gehouden. Velen van hen vonden werk in de scheepswerven die aan de andere kant van de dijk lagen. Het kamp werd vanaf januari 1952 tot en met september 1958 door de Molukse mannen bewoond. Zover als ik kan nagaan waren er geen speciale barakken, maar woonde men in al bestaande gebouwen in een klein straatje.

Een blik vanaf de dijk op de Emmastraat in 2020.

Als we dit vergelijken met een oude foto wordt het duidelijk dat er weinig terug te vinden is van de oude structuren.

Kamp Q, foto van facebookpagina Oud Ridderkerk.

De grote schuur en het rijtje huizen is verdwenen. En het hek is ook niet meer terug te vinden. Aan het eind van het straatje lijkt nog een poort te staan waar ook geen resten van zijn. Ik heb nog gekeken naar wat oude schuren die rechts op de foto van nu staan, want misschien is de locatie iets verschoven, maar daar kwamen de raampartijen niet overeen met de oude foto’s.

Conclusie

De plek is een anoniem straatje geworden waar het verhaal van de Molukse geschiedenis niet naar voren komt. Dit terwijl er wel een grote gemeenschap Molukse bewoners in Ridderkerk is te vinden. Deze komen deels uit kamp Q en zij hebben een christelijke achtergrond en zijn vaak gemengd met de lokale bevolking of zij zijn later naar Nederland gekomen. Het andere deel zijn Molukkers met een Islamitische achtergrond uit kamp Wyldemerck in Friesland.

Theatervoorstelling ‘Ons Wereldrijk’ van Hotel Modern

Inleiding

Afgelopen zaterdag ging ik in de schouwburg van Rotterdam naar de voorstelling Ons Wereldrijk van theatergroep Hotel Modern. Naar aanleiding van de familiegeschiedenis van een van de spelers, Herman Helle, wiens ouders in Nederlands Indië waren geboren, werd het verhaal van de vroege kolonisatie verteld.

De voorstelling

Het bijzondere aan deze voorstelling is echter niet alleen het onderwerp maar ook de manier waarop het getoond wordt, namelijk door ingenieus poppentheater. Waarbij taferelen gespeeld worden en via een grote filmprojectie wordt deze aan het publiek getoond. Je ziet dus op het toneel de mensen met de poppen spelen terwijl je op het scherm de gedetailleerde beelden ziet.

IMG_5802
Scene die de kruidnagelhandel op Ambon verbeeld.

Er waren drie grote tafels of meer stellages die de eilanden Ambon, Banda en Java verbeelden.  Het verhaal begon bij de kruidnagel handel op Ambon. Hoe eerst met de Nederlanders een bondgenootschap werd gesloten om de Portugezen te verdrijven. Maar later bleek dat de Nederlandsers net zo erg waren. Toen men in opstand kwam, werd deze bloedig neergeslagen en grepen de Nederlanders de macht. Jammer genoeg ging er technisch iets mis met de titels van de verschillende scenes en kon ik niet lezen hoe de opstand heette.

Vervolgens gingen we naar het eiland Banda waar de nootmuskaat vandaan komt. Eigenlijk speelde hier zich eenzelfde soort verhaal af wat eindigde in de destructie van de lokale dorpen en een overheersing door de Nederlanders die een monopolie afdwongen en vele mensen tot slaven maakte. In de voorstelling wordt geweld niet geschuwd en ik was blij dat het met poppenspel werd uitgebeeld. Zo konden de gruwelijkheden worden verteld zonder dat je maag ging draaien.  De taferelen van de destructie zijn mooi gemaakt en als archeoloog waardeer ik de detaillering van de miniatuur decorstukken.

IMG_5793
Banda na de verwoesting door de Nederlanders, De mensfiguren zijn ongeveer 10 cm hoog.

Daarna gingen we naar Java waar getoond werd hoe de Nederlanders het systeem van de oude vorsten in stand hielden om de bevolking te onderdrukken. Waarbij men er voor zorgde dat de vorst zoveel schuld bij de Nederlanders kreeg na het helpen in de strijd tegen rivalen, zodat zij in feiten de macht over Java kregen en Batavia stad  konden voltooien. Daarnaast werd ook het verhaal van hoe de Indo’s als groep ontstonden uitgebeeld. Men liet duidelijk zien dat de drie verhalen die uitgebeeld werden nog drie eeuwen zouden voortduren. Waarbij vooral de gewone bevolking te lijden had.

IMG_5795
Nederlander wordt naar de lokale vorst gedragen.

 

Ten slotte

Het was een mooie en indrukwekkende voorstelling waarbij de complexiteit en gruwelijkheden van de kolonisatie niet uit de weg werden gegaan. Na afloop mocht het publiek het toneel opkomen om de decorstukken van dichtbij te bekijken. Er mochten foto’s genomen worden en het was goed om te zien dat met eenvoudige materialen als karton beelden gemaakt werden die op de filmprojectie zo mooi waren. Het Molukse perspectief en de gevolgen voor nu kwamen misschien niet direct uit de verf omdat het vanuit een ander perspectief werd verteld, maar omdat de tweederde zich op de Molukken afspelen wilde ik dit toch hier vertellen. Al met al een voorstelling die de moeite waard is om gezien te worden. Voor meer informatie of de speeldata kun je de website van Hotel Modern bezoeken.

 

Schattenberg en Westerbork

Inleiding

Afgelopen zomer op een hete zaterdag gingen we naar woonoord Schattenberg. Maar om daar te komen moet je de bordjes naar kamp Westerbork volgen.  Als je aankomt op de parkeerplaats van Herinneringscentrum Westerbork wijst niets je op de Molukse geschiedenis of het feit dat Westerbork en Schattenberg dezelfde plek betreft alleen in een andere tijdsperiode. Op de website wordt hier wel kort op ingegaan. Na het lezen van het boek Barak 85 kamer 10 is de zin “Voor de kinderen was woonoord Schattenberg een ideale en veilige omgeving.” wel heel wrang. We liepen dus op eigen kennis de drie kilometer door het bos naar de uiteindelijke bestemming.

Het kamp

Als je het bos uitkomt is daar meteen een monument voor joodse slachtoffers en het huis van de kampbewaker  in zijn glazen behuizing. Dit huis viel nu heel erg op, ook omdat Jobbe Wijnen en Ivar Schutte hier archeologisch onderzoek hadden verricht in 2012. Van eerdere bezoeken, vele jaren geleden, kan ik mij niet herinneren dat ik het huis gezien heb. Sowieso was het kamp heel anders dan in mijn herinnering, misschien komt dat omdat ik er op de fiets geweest was en dan kan je ook aan de andere kant van het kamp binnenkomen. De gebogen spoorlijn was in mijn geheugen namelijk veel prominenter aanwezig. Maar ook bij vorige bezoeken wist ik weinig van de Molukse geschiedenis, laat staan dat dit ooit een woonoord was geweest met de naam Schattenberg. Voor de goede opletter is er echter een klein straatnaambordje in de berm.

BAT_Schattenberg_8_IMG_3149
Het naambordje langs de weg, de enige directe aanwijzing naar de naam van het Molukse woonoord.

En dat is maar goed ook want bij de ingang hangt een bord waarop het kamp Westerbork als Europees erfgoed benoemd wordt, maar heeft men niet de naamswisseling vermeld. Het overlappen van deze geschiedenissen op één plek wordt dus zo neergezet dat de oorlogsjaren overheersen. Het andere trauma wordt niet met name bij de ingang genoemd.  Evengoed passeren wij de slagboom het kamp in. Het terrein ligt in de blakende zon en is verre van uitnodigend bij een temperatuur van dertig graden.

BAT_Schattenberg_8_IMG_3152
De slagboom naar Schattenberg.

Eenmaal op het terrein is het vooral leeg met rechthoekige verhogingen die de lokaties van barakken aangeven. Een groep met gids komt naast ons staan en wij luisteren mee. Het gaat alleen over het Joodse verleden. Er wordt verteld hoe het kamp de schijn van goede omstandigheden ophield, zelfs met één van de beste ziekenhuizen voor die tijd. Op deze wijze kwamen de mensen niet of minder in opstand. Het was zwaar maar er werd tenslotte voor ze gezorgd. Niet wetende dat het babytje waarvoor een couveuse was geregeld enkele weken later zonder pardon vergast werd in Duitsland. Iedereen werd uiteindelijk naar Duitsland afgevoerd en maar weinige kwamen terug. Het bleek dat het niet de bedoeling was dat wij met de groep meeliepen omdat het een betaalde rondleiding betrof.

Wij dwaalde wat door het kamp en overal waren luisterpalen waar wat verteld werd. De barakken in Westerbork werden tijdens de oorlog al als troosteloos omgeschreven. Er werd echter geen woord gerept over het feit dat na de oorlog de Molukse bewoners nog bijna twintig jaar in diezelfde troosteloze barakken zouden wonen. We volgde wat van de paadjes met stoeptegels van de belangrijkste weg af en kwamen zo bij het monument voor de Molukse bewoners. Dit was mooi gedaan met een zuil vol kruidnagels een silhouet van een barak en een reiskoffer zoals in vele barakken stond vanwege de hoop op terugkeer.

BAT_Schattenberg_8_IMG_3162
Monument voor Molukse bewoning van Schattenberg.

We liepen nog wat verder, maar het was moeilijk je te oriënteren. Misschien kwam het ook door de hitte, waardoor we routes via schaduwrijke boompjes kozen. De joodse geschiedenis is belangrijk, maar daar waren we niet voor gekomen. Het bezoek was voor ons dan ook niet bevredigend. Dat kwam misschien ook door de klinische uitstraling van de  grasvelden. Ook leek het andere bezoek niet onder de indruk van de plek. Bij de barak die deels was teruggeplaatst waren twee jongetjes agressief aan het spelen met stokken zonder dat iemand hen daar op aansprak. Andere mensen liepen verveeld rond met hun telefoon te spelen.

Ten slotte

We liepen dan ook maar weer door het bos terug. In het herinneringscentrum hadden ze in de boekwinkel welgeteld 1 boek over de Molukse tijd in Schattenberg. Dat heb ik meteen gekocht. Voor twintig jaar bewoning onder traumatische omstandigheden door de Molukkers is wel heel weinig aandacht. Ik snap dat de Joodse geschiedenis hier heel belangrijk is, maar er zou toch ook plaats moeten zijn voor beide verhalen. Nederlanders kunnen zoals het nu is vooral instemmend knikken bij het leed dat door de Duitsers is veroorzaakt, maar vergeten het verdriet dat de Nederlanders de Molukkers hebben aangedaan.