Doe mee met het project (video)

Doe mee met het project Wyldemerck. We willen verhalen verzamelen van het Molukse kamp en gaan onderzoek doen om de geschiedenis levend te houden! Ga naar http://www.molukserfgoed.com

Groeten van jobbe en marjolijn en tot dan!

Project van het samenwerkingsverband Moluks Erfgoed http://www.molukserfgoed.com

Samen met:
Moluks Historisch Museum @museummaluku https://museum-maluku.nl/
Staatsbosbeheer http://www.staatsbosbeheer.nl
Fonds voor Cultuurparticipatie http://www.cultuurparticipatie.nl
Rijksdienst vh Cultureel Erfgoed http://www.cultureelerfgoed.nl
Vrienden van BOEi http://www.vriendenvanboei.nl
Gemeente Fryske Marren https://www.defryskemarren.nl/

Eerste sporen van het Kamp Wyldemerck gevonden!

Gisteren gingen marjolijn en jobbe als voorbereiding voor het project op pad om sporen te verzamelen van kamp Wyldemerck. We werden hartelijk ontvangen in Ridderkerk door Soer en Ghani van den Bergh, die ook oud bewoner Achmad Rolobessy had uitgenodigd.

Na heerlijke koffie en thee met gebakjes togen we naar de maquette die Ghani heeft gemaakt. Achmad vertelde bij elke barak waar die voor werd gebruikt en natuurlijk waar hij zelf woonde, in barak B (zie foto).

De eerste sporen en verhalen van het kamp zijn gevonden!

Achmad vertelde ook over waar hij als kind speelde, waar de schoolbarak was en over dat de moeders in het kamp gingen vissen in de vaart achter het kamp. Gevangen voorntjes hingen te drogen in de zon. Daarna kwam Ghani aan met een grote steen. Die steen was door de ontwerper van het monument in Wyldemerck gebruikt als voorbeeld van hoe het echte monument er uit zou zien. Kortom, de eerste sporen en verhalen van het kamp zijn dus gevonden!

Wat we bedoelen met sporen zoeken?

En dat is wel goed om uit te leggen. Mensen vragen ons wel eens: “Sporen zoeken van kamp Wyldmerck? Gaan we dan de hele dag met een schep door het bos sjouwen helemaal in Friesland?” Nee dat zeker niet alleen, al hopen we dat in de zomer wel ook te gaan doen. Het woord ‘sporen’ staat in dit project voor alles wat het kamp te maken heeft. Ook de spulletje die mensen thuis nog hebben – zoals potten en pannen uit de keuken – maar zeker ook de verhalen. Dat Achmed ons zijn verhaal vertelde over vissende moeders bij de vaart, dat is ook een spoor van Kamp Wyldemerck.

We hopen dat heel veel mensen hun verhaal aan ons willen vertellen. Heeft u een verhaal, meldt u dan aan via het formulier op de voorpagina. Wij plaatsen zoveel mogelijk op de website hier en denken na over hoe we het na het project gebundeld aan Staatsbosbeheer kunnen meegeven. Ook bent u van harte welkom op de bijeenkomsten in het Sophiahof en de excursies naar Wyldemerck.

Spoor nr 2: de steen die als voorbeeld diende voor het monument.

Documentaire Nikki Manuputty

Nu het project Wyldemerck in voorbereiding is om te gaan starten, zijn we zoveel mogelijk bronnen over het kamp aan het verzamelen. De documentaire van Nikki Manuputty ‘Waarom niet naar Wyldemerk?’ kan daarbij niet ontbreken. Hoewel Nikki dus zelf eigenlijk niet van Wyldemerck komt, gaat ze er in haar documentair wel een kijkje nemen. Daarom vinden we het leuk de documentaire hier nogmaals te delen. Klik op de afbeelding hieronder.

Meedoen

Zelf meedoen aan het project? Vul dan het onderstaande formulier in of mail naar wyldemerck@gmail.com

Wyldemerck: Samen zoeken naar barakken in de bossen

Het is even stil geweest op deze blog. Nadat er vorig jaar bijna elke week een nieuw woonoord besproken werd dat door velen werd gelezen, is er sinds half november weinig verschenen. Dit is niet omdat we klaar zijn met het onderzoek. We zijn heel druk bezig geweest op de achtergrond met het voorbereiden van een nieuw project, ‘Wyldemerck: Samen zoeken naar barakken in de bossen’. De eigenaar van het terrein, Staatsbosbeheer, heeft ons gevraagd een plan te schrijven om samen met de oud-bewoners en hun familie, en omwonende het verhaal van Wyldemerck meer in beeld te laten komen.

Archeologische resten in het Molukse woonoord Wyldemerck.
Archeologische resten in het woonoord Wyldemerck.

Dit wordt het eerste grote participatieve archeologisch onderzoek naar een Moluks woonoord. Wat houdt dit nu in? In samenwerking met het Moluks Historisch Museum gaan we een flink aantal bijeenkomsten organiseren. Daarbij nodigen we oud-bewoners, kinderen en kleinkinderen, maar ook andere belangstellende uit om samen hedendaags archeologisch onderzoek te doen naar het woonoord Wyldemerck. In dit project willen we niet dat de archeoloog alleen bepaald wat er onderzocht wordt, maar gaan we dat samen met de deelnemers bepalen.

Maar waar moet je nu aan denken bij hedendaags archeologisch onderzoek. De mensen die deze blog volgen hebben hier misschien al een beeld bij. Veel mensen denken echter bij archeologie aan opgraven en dat is zeker een deel van het vak maar het is eigenlijk ondergeschikt aan het uiteindelijke doel. Archeologie bestudeerd de relatie tussen mens en materiële cultuur (dingen en de omgeving). Dit hoeft dus niet over het verre verleden te gaan en betreft de tijd waar mensen nog directe herinneringen aan hebben. En dat laatste is precies waarom het belangrijk is om nu het onderzoek te doen. Want de oud-bewoners hebben nog directe herinneringen en kunnen ons nu nog van alles vertellen.

De bijeenkomsten vinden plaats bij het Moluks Historisch Museum op het Sophiahof in Den Haag en in het woonoord Wyldemerck zelf. Op de bijeenkomsten in Den Haag wordt samen bepaald wat we gaan onderzoeken en hoe, hier vinden voorbereidingen, analyses, uitwerking en presentaties plaats. In Wyldemerck gaan we kijken welke sporen er nog terug te vinden zijn.

Een achtergebleven pan in het Molukse woonoord Wyldemerck.
Een achtergebleven pan in het woonoord Wyldemerck.

Het mooiste is als je alle bijeenkomsten kunt bijwonen, maar we begrijpen het als een deelnemer eens niet kan. We willen dat iedereen die interesse heeft mee kan doen dit geldt ook voor mensen met een fysieke beperking. Voorrang gaat naar de oud-bewoners en hun familie, maar ook andere zoals omwonenden, zijn zeker welkom. We willen ook vooral Molukse jongeren vragen mee te doen. Want we hopen dat het niet bij dit ene woonoord blijft en dat iedereen meekrijgt hoe archeologisch onderzoek kan helpen om de eigen geschiedenis te begrijpen en dat men na het project zelf aan de slag kan.

Op onze startpagina staat meer over het project. Als je interesse hebt om mee te doen laat het ons dan weten via de mail op wyldemerck@gmail.com of reageer onder aan deze blog.


Edit: ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft inmiddels over ons project getweet!

Archeologieproject Moluks Woonoord Wyldemerck van start

Persbericht – Rotterdam – Wageningen 02-02-2022.

Samenwerkingsverband Moluks Erfgoed gaat met haar partner het Moluks Historisch Museum en in samenspraak met oud-bewoners, hun kinderen en kleinkinderen onderzoek doen naar het woonoord Wyldemerck. Daarvoor komen we graag in contact met oud-bewoners en hun nazaten, maar ook met mensen uit de regio die nog actieve herinneringen hebben aan het woonoord. De opzet is om samen op zoek te gaan naar de sporen, de verhalen en de betekenis van het voormalig woonoord in de gemeente Fryske Marren.

Het project beoogt een unieke samenloop te worden van burgerparticipatie, archeologie en cultureel erfgoed van het recente verleden. Deelnemers hoeven geen archeologische kennis te hebben en mensen met fysieke beperkingen kunnen ook meedoen in een voor hen gepaste vorm. U kunt zich nu al aanmelden als geïnteresseerde (zie onder) en krijgt dan per e-mail informatie over de startbijeenkomst.

Samen zoeken naar barakken in de bossen

In een dichtbegroeid bos in de Wyldemerck aan de weg Balk – Koudum ligt bijzonder erfgoed verscholen.  In 1942 werd hier een werkkamp van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) gebouwd en tussen 1954 en 1969 was in dezelfde barakken een Moluks woonoord gevestigd waar enkele honderden Molukkers bijna 15 jaar onder moeilijke omstandigheden verbleven. Het bijzondere aan dit woonoord is dat het speciaal bestemd was voor islamitische Molukkers, waar zij ongehinderd hun godsdienst konden uitoefenen. Na het vertrek van de Molukkers werden de barakken gesloopt en verkocht en nam de natuur het terrein over. Inmiddels is het alleen nog archeologisch aanwezig, maar oud-bewoners en hun familie zijn altijd blijven terugkeren naar de plek.  

Eigenaar Staatsbosbeheer koestert al jaren de wens om meer met de geschiedenis van het terrein te doen. Zij onderhield hierover sporadisch contact met Moluks Erfgoed, een samenwerkingsverband dat sinds 2017 onderzoek doet naar de kwetsbare archeologische sporen van het Moluks verleden in Nederland. Eind 2021 kwam er beweging in de zaak toen in samenspraak met de Stichting Vrienden van BOEi, de Stichting Moluks Historisch Museum, Staatsbosbeheer en het programma Faro van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een mogelijkheid ontstond om een participatief archeologisch project op te zetten.

“In het project komen een aantal zaken bij elkaar zoals dat nog niet veel gebeurt in Nederland.” leggen initiatiefnemers marjolijn kok en Jobbe Wijnen uit.”Op de eerste plaats zitten alle partners op de lijn dat je alleen participatief met dit erfgoed aan de slag kan en dus belangrijke erfgoedgemeenschap voor Wyldemerck moet betrekken, in dit geval de Molukse gemeenschap. Daarom zijn we heel blij dat het Moluks Historisch Museum aangaf mee te willen werken in het project. We beogen vergaande samenwerking op te zetten, waarbij oud-bewoners ruimte krijgen mee te praten en te doen. Ook de lokale bevolking uit de omgeving van Balk is een erfgoedgemeenschap die we van harte uitnodigen mee te doen.”

“Vooral dat laatste – meedoen –  is belangrijk. Sinds de start van het onderzoek van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap naar de invoering van het verdrag van Faro leeft er een duidelijke wens in Nederland om meer participatief archeologisch onderzoek uit te (laten) voeren. Een recente verkenning van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2021 laat echter opnieuw zien dat dit in de praktijk nog nauwelijks gebeurt. In dit project hopen we een stap te zetten. We willen met zoveel mogelijk mensen aan tafel en het project vanuit de gemeenschap vormgeven. Dan gaan we vooronderzoek doen, verhalen verzamelen en dan het veld in om te zien welke sporen er overgebleven zijn. Deelnemers dragen daarmee ook zelf een deel van het onderzoeksresultaat aan, sterker, hun deelname is op zichzelf al een resultaat van het onderzoek. Door alles wat het onderzoek oplevert te bundelen, kan Staatsbosbeheer vervolgens weer handen en voeten geven aan een plan voor het beheer van het terrein.” Het project ‘Wyldemerck, samen zoeken naar barakken in de bossen’ is een samenwerking tussen Moluks Erfgoed, de Stichting Vrienden van BOEi (penvoerder), Staatbosbeheer, het Moluks Historisch Museum, de gemeente Fryske Marre en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het Fonds voor Cultuurparticipatie verstrekte subsidie voor de uitvoering. Het programma wordt geleid door Jobbe Wijnen en marjolijn kok. De bijeenkomsten vinden vanaf het voorjaar plaats bij het Moluks Historisch Museum in Den Haag (Sophiahof) met enkele veldbezoeken in Wyldemerck zelf. Het formele startschot wordt gegeven in april waarna de activiteiten over het grootste deel van 2022 worden uitgespreid. We komen graag in contact met oud-bewoners, hun familie, omwonenden en anderen die een relatie hebben tot het voormalig woonoord Wyldemerck. Herkent u zich in deze beschrijving, neem dan contact op met ons wyldemerck@gmail.com, of kijk op www.molukserfgoed.com

Zie ook de nieuwe landingspagina van het project.

Kerst in de woonoorden

In december 1951 hadden vele Molukkers gedacht dat zij al op de boot naar huis zouden zitten, maar dit zou hun eerste kerst in Nederland worden. Het Rode Kruis zorgde er voor dat in elk woonoord kerstverlichting, versiering voor in de boom, wat pakjes met lekkers en voor kinderen onder de 6 jaar een bol wol (50 gram) werden bezorgd. Van dat laatste zullen de moeders wel iets kleins gemaakt hebben. In de beginjaren waren er meer verenigingen die pakketten naar de families in de woonoorden stuurden of specifiek naar de langdurige zieken in ziekenhuizen en sanatoriums. Gemiddeld waren er wel 200 zieken per jaar die op deze manier iets ontvingen met kerst.
Wat kerst echter speciaal maakte was niet zozeer de kado’s van buiten, ook al waren die welkom, maar wat men er zelf van maakte.
Ik heb nu aardig wat gelezen over woonoorden en als mensen gevraagd worden naar hun beste herinneringen wordt na het buiten spelen, kerst veelvuldig genoemd. Het was een tijd van lekkernijen die men met elkaar deelde en vaak ook van kerstspelen, naast natuurlijk de gezamenlijke kerkdienst. Het is ook de tijd van foto’s nemen iets wat in die tijd meestal bij speciale gelegenheden werd gedaan. Hieronder een selectie van foto’s die ik tegenkwam op de website van het Moluks Historisch Museum.

Laat ik beginnen met mijn favoriet, kerstspel door de kinderen in woonoord Voorst te Teuge. Alle emoties die met zo’n gebeurtenis samenvallen zijn op de gezichtjes te zien. Sommige kijken beduusd door alle aandacht, andere staan zelfverzekerd en weten wat ze gaan doen, een ander heeft zijn aandacht bij iets heel anders of kijkt aandachtig naar het brandende kaarsje dat ze vast mogen houden. Je ziet ze niet op de foto, maar je kunt je voorstellen dat de moeders in de zaal trots kijken naar de kinderen in de pakjes die ze zelf genaaid hebben.

Kerstspel in woonoord Voorst te Teuge 20 December 1956 (MHM F 90.0957).
Kerstspel in woonoord Voorst te Teuge 20 December 1956 (MHM: F 90.0957).

Kerstspelen vonden in vele woonoorden plaats en varieerden van eenvoudige kostuums tot complete decors, kleine groepjes tot enorme casts. De aandacht voor het spel is er echter altijd en het duidelijke plezier waarmee men speelt.

Kerstspel in woonoord De Kemp in 1954 (MHM FF 15001).
Kerstspel in woonoord De Kemp in 1954 (MHM: FF 15001).

Ook Drie Koningen werd niet overgeslagen zoals hier in Klein Baal waar men meerdere uitgebreide decors hadden.

Drie Koningen spel uitgevoerd op 5 januari 1958 in woonoord Klein Baal (MHM: F95.2846).
Drie Koningen spel uitgevoerd op 5 januari 1958 in woonoord Klein Baal (MHM: F95.2846).

Kerst is de tijd van de familie en er zijn dan ook menige familie foto te vinden.

De familie Hehanussa samen met de kinderen van de familie Izaack in woonoord Maashaven begin jaren 50 (MHM: FF13360).
De familie Hehanussa samen met de kinderen van de familie Izaack in woonoord Maashaven begin jaren 50 (MHM: FF13360).

Mijn zwak gaat uit naar het kleine boompje in de volgende foto. Het gaat om het idee niet om de grootte.

Mevr. Jo Unaola en Lena Hallatu in Barak 9 in het woonoord Voorst te Teuge (MHM: F 93.1174).
Mevr. Jo Unaola en Lena Hallatu in Barak 9 in het woonoord Voorst te Teuge (MHM: F 93.1174).

Soms straalt de trots af van de persoon voor de boom. Er staat één vrouw op de foto, maar de glazen op tafel duiden op een groter gezelschap. Men is klaar voor een gezellige tijd.

Kerst in woonoord Kruiningen 1 (MHM: FF 12060).
Kerst in woonoord Kruiningen 1 (MHM: FF 12060).

En natuurlijk kan samen zingen niet ontbreken met kerst.

Kerstkoor in woonoord Vossenbosch in 1958 (MHM: FPE 0089).
Kerstkoor in woonoord Vossenbosch in 1958 (MHM: FPE 0089).

Kerst in de woonoorden moet een bijzonder moment zijn geweest. De eerste echte kou trekt in de barakken, maar samen proberen ze het beste er van te maken in de donkerste dagen van het jaar. Het verschil in daglicht met de aankomst moet voor velen een nieuwe ervaring zijn geweest die je juist rond kerst het meeste voelt. Door de goede herinneringen die men samen maakte werd kerst voor velen echter een mooi moment in het woonoord.

Boekbespreking: Verbroken Belofte.

Van mijn buurman kreeg ik van het weekend het boek Verbroken Belofte geschreven door Ditta op den Dries te leen. Mijn vakantie is net begonnen dus meteen maar lezen. Het is een mooi verzorgd boek met persoonlijke portretten. Door de korte hoofdstukjes is het makkelijk te lezen.

Kaft van het boek Verbroken Beloftes geschreven door Ditta op den Dries met een schilderij van Dominique Latoel.
Kaft van het boek Verbroken Beloftes met een schilderij van Dominique Latoel.

Het boek gaat over de zeven Molukse woonwijken in Overijssel te weten: Almelo, Deventer, Nijverdal, Rijssen, Staphorst, Wierden en Zwolle. Na een algemene inleiding over de geschiedenis van de Molukkers en hun verblijf in Nederland door Wim Manuhutu worden de wijken opeenvolgend besproken. Er is een omschrijving van wanneer de wijk ontstaan is en welke straten er bij horen. Ook wordt uitgelegd welke verenigingen er actief zijn en welke gebouwen van belang zijn, zoals de kerk en het buurthuis. Daarna volgen er enkele interviews met (oud-)bewoners. Per wijk komen verschillende generaties aan het woord. Sommigen wonen nog in de wijk en andere zijn vertrokken naar andere woonplaatsen, maar voelen nog steeds een verbondenheid.
De persoonlijke verhalen geven een goed beeld van hoe het was om van de woonoorden naar de woonwijken te verhuizen. Voor de meesten was deze overgang ook een overgang naar een nauwer contact met de Nederlandse samenleving. Ook al ging het in het begin soms stroef met de relatie met de witte Nederlanders en was er sprake van discriminatie, over het algemeen zijn de Molukse bewoners nu onderdeel van de bredere gemeenschap. De activiteiten van de buurthuizen bereiken nu allerlei mensen in de omgeving. Het belang van het behoud van de Molukse wijken wordt echter door de meeste Molukkers onderschreven. Ook degene die vertrokken zijn omdat ze meer vrijheid wilden of zich anders wilden ontplooien, hechten nog steeds waarde aan het bestaan van de Molukse wijk als een plek om naar terug te keren en je thuis te voelen.

Dat thuis is echter niet alleen in de wijk, maar ook op de Molukken zelf. Veel van de geïnterviewde zijn op de Molukken geweest en gaan daar nog regelmatig heen. Ook al wil men er niet perse wonen om verschillende redenen, de Molukken zijn toch na aan het hart. Daarnaast wordt er ook echt een band gevoeld met de mensen in de Molukken wat tot uiting komt in allerlei initiatieven, zoals de hulp na de aardbevingen in september 2019. Op dit soort momenten blijkt ook dat men de meelevendheid uit de Nederlandse samenleving mist. Het gebrek aan kennis en verbondenheid met de geschiedenis van de Molukkers bij de overige Nederlanders wordt als een gemis gezien. Niet zozeer de individuele Nederlander, maar het onderwijssysteem dat hier geen aandacht aan geeft, krijgt hier de schuld van. Het onderwijs over het koloniale verleden en de gevolgen daarvan voor de huidige samenleving zijn inderdaad nogal onderbelicht in het onderwijs. Zeker mensen van mijn generatie (jaren 70) hebben daar bijna geen onderwijs over gehad.

Het is mooi om te lezen hoe tradities binnen de Molukse gemeenschap in stand worden gehouden. De één doet aan dans, de ander kleed zich traditioneel en nog iemand anders verwerkt zijn roots in hedendaagse kunst en designwerk. Eten blijkt ook een belangrijk deel van de cultuur. Dat er altijd genoeg is voor iedereen die langskomt geeft blijk van een grote gastvrijheid. Opa’s en oma’s (de eerste generatie) waren een belangrijk verzamelpunt voor families in de wijken. Ondertussen zijn er nieuwe opa’s en oma’s die eenzelfde taak vervullen. Het laat zien dat de wijken nog steeds een belangrijke rol spelen.

Kaart met de woonwijken in Overijssel, in blauw staan de belangrijkste herkomstgroepen.
Kaart met de woonwijken in Overijssel, in blauw staan de belangrijkste herkomstgroepen.

Het boek laat ook zien dat de Molukse gemeenschap divers is met verschillende wijken voor verschillende groepen. Achter in het boek in het supplement is een kaart met de wijken en hun belangrijkste bewonersgroep. In dit deel staan ook lijsten met alle familienamen van de eerste bewoners. Voor de toekomst ziet men een jongere generatie die deels zijn wortelen heeft in de wijk en tegelijkertijd midden in de Nederlandse maatschappij staat. Al met al een fijn boek, dat alle aspecten van het wijkleven laat zien aan de hand van sympathieke portretten van de bewoners.

Woonoord op stand: Tiel Elzenpasch

Het ene woonoord is het andere niet en weinigen zagen er zo chique uit als Elzenpasch. Een landhuis in een parkomgeving in Tiel. Het klinkt echter mooier dan het is. Ook al zag het er aan de buitenkant nog statig uit, tegen de tijd dat de Molukse bewoners kwamen was de villa al verwaarloosd. In 1930 was de laatste bewoonster Anna Meijer overleden en kwam de villa leeg te staan.

Villa Elzenpasch met een barak ernaast (foto: MHM FF10663). Moluks woonoord te Tiel
Villa Elzenpasch met een barak ernaast (foto: MHM FF-10663).

De Molukse bewoners kwamen in mei 1951 en zouden er tot september 1961 blijven. In een interview voor de nieuwsbrief van het Moluks Historisch Museum in 2017 verteld Sara de Weerd-Walakutty hoe zij als kind met haar familie in de villa woonde. Ze kwamen met het gezin uit Graetheide bij Geleen. Het was een klein kamp qua aantal inwoners, met veertien gezinnen. Vier gezinnen woonde in een barak achter de villa. De beheerder Lohmüller woonde in een andere barak. Het gezin van Sara woonde achter in de villa. Hier moeten we ons geen luxe bij voorstellen want ze woonden in een kleine kamer, waarbij de kinderen bij de ouders in bed sliepen. Alleen de oudste dochter had een eigen bed. De gezinnen deelde drie toiletten en twee douches. En de keukens waren in een barak er werd dus niet in het landhuis gekookt. In totaal woonden er 10 gezinnen in de villa. Daarnaast werd de ruimte achter de woonbarak gebruikt om groente te verbouwen en kippen te houden. Ondanks de armoedige omstandigheden binnen konden de kinderen heerlijk buiten spelen. Ze hadden een parkachtige omgeving met een vijver, waar in de winter op geschaatst kon worden. Er kwamen wel kinderen uit de buurt spelen maar over het algemeen kwamen er weinig Nederlanders op het landgoed, behalve de bakker. Hans Vink (volgens de website van Een vergeten dorp Drumpt) die in de buurt opgroeide kon zich nog herinneren dat er Molukse kinderen op de kleuterschool zaten en hij af en toe op Elzenpasch buiten speelde.

Villa Elzenpasch met een barak op de achtergrond met een speech van de heer Walakutty. (foto: website Het vergeten dorp Drumpt).
Villa Elzenpasch met een barak op de achtergrond met een speech van de heer Walakutty. (foto: website Het vergeten dorp Drumpt).

In 1967 brandde de villa af. Een deel van het parklandschap met de vijver is echter nog steeds aanwezig. Het bij de plek staande bordje levert weinig informatie op, de legenda zegt over de plaats van de villa: kort gras. Dat hadden we zelf ook al gezien. Het park ligt achter de hoek van de Burgemeester Meslaan en de Groenendaallaan.

De lokatie van de villa Elzenpasch zoals die er in de zomer van 2021 uitziet. Moluks woonoord te Tiel.
De lokatie van de villa Elzenpasch zoals die er in de zomer van 2021 uitziet.

Ondertussen is er een duidelijk herinneringsbord geplaatst aan de Burgemeester Meslaan bij het weggetje naar het park. Hier wordt wel kort de geschiedenis van de Molukse bewoning verteld. In Tiel wordt de herinnering aan het woonoord warm gehouden.

Overbroek kamp onder de betuwelijn.

Op de grens van de dorpen Ochten en Kesteren ligt kamp Overbroek. Nu loopt daar de Betuwelijn die via het spoor goederen uit de haven van Rotterdam naar Duitsland vervoert. Ten tijde van de bewoning van het kamp was de A15 nog in aanbouw en stopte vlak voor het kamp. In het begin lag het kamp dus in landelijk gebied wat steeds meer ingebed kwam te liggen tussen de nieuwe infrastructuur van Nederland.

Lokatie van Moluks woonoord Overbroek te Ochten net boven de nog aan te leggen A15.
Lokatie van Moluks woonoord Overbroek te Ochten net boven de nog aan te leggen A15.

Het kamp is in Tweede Wereldoorlog (1942) door de Duitsers gebouwd voor werklozen die de Grebbelinie af moesten breken. Er was plaats voor 192 werkers en er hebben in ieder geval ook enkele weken Joodse mannen gezeten die daarna afgevoerd zijn naar Westerbork. Daarna werd het gebruikt voor de gedwongen arbeidsdienst. Na de oorlog werden er gezinnen geplaatst die hun huis waren kwijtgeraakt. In 1947 werden de barakken omgebouwd tot 22 woningen met een keuken, slaapkamer en woonkamer hier woonden arbeiders die hielpen bij de wederopbouw van Ochten. Het kamp had dus al een diverse geschiedenis voordat in 1951 de Molukse bewoners kwamen. Het betrof 22 gezinnen die dus allemaal een eigen woondeel hadden. De washokken, toiletten en douches waren wel gezamenlijk. Onderstaande foto laat zien dat de Molukse jongeren meer in hun mars hadden dan vaak werd aangenomen door de CAZ die vooral inzette op fabriekswerk.

Molukse leerling John Tupamahu uit Overbroek tijdens zijn opleiding tot analist in Arnhem (MHM 95-2018).
Molukse leerling John Tupamahu uit Overbroek tijdens zijn opleiding tot analist in Arnhem (MHM 95-2018).

Als ik de weinige krantenartikelen die zijn verschenen over Overbroek bekijk, komt er een beeld naar voren van een kamp waar men politiek bewust was en men een eigen lijn trok die soms in tegengestelde richting bewoog. In april 1952 wordt de heer Wenno met acht anderen in Den Haag verkozen tot vertegenwoordiger van de Molukse bewoners uit alle kampen. Men hoopte zo een eenheid te creëren en de uitroeping van de Republiek Zuid Molukken te herdenken en ondersteunen. Toen in 1956 de zelfzorg-regels werden ingesteld, werd er in Overbroek niet gestaakt omdat men CRAMS-leden waren die het eens waren met het regeringsbeleid. Dat de Molukse bewoners het echter niet altijd eens waren met het regeringsbeleid blijkt echter enkele jaren later. In 1969 moeten vier mannen voor de rechter verschijnen omdat zij sinds 1960 geen huur hebben betaald voor de barakken waarin zij wonen. Het idee dat men huur moest betalen voor die barakken is natuurlijk ook wel heel zuur. Men vindt dat de regering hun beloftes niet is nagekomen en dat zij daarom nog steeds een zorgplicht hebben. De advocaat van de staat vindt dit echter niet. En om de starre houding van de staat nog eens te benadrukken wordt er gesteld dat men in 1951 ook had kunnen afvloeien binnen Indonesië en dat men nu de moeilijkheden met West Irian voorbij zijn ook gerepatrieerd kan worden naar Indonesië. Dit moet volgens mij voor de gedaagden een klap in het gezicht zijn geweest omdat dergelijke uitspraken ten eerste het gedwongen karakter van de aankomst in Nederland verhullen en Indonesië beschouwd als het land van terugkeer in plaats van een vrije Molukse staat. De Molukse bewoners verliezen het proces en moeten ook voor de kosten opdraaien. Zij moeten hun woningen in Overbroek verlaten. Niet veel later wordt het kamp gesloten en in 1970 wordt het gesloopt.

Lokatie van Moluks woonoord Overbroek te Ochten met de Betuwelijn die door het kamp raast.
Lokatie van Moluks woonoord Overbroek te Ochten met de Betuwelijn die door het kamp raast.

Veel van de bewoners uit Overbroek zijn naar het nabijgelegen Opheusden verhuisd waar ook bewoners uit Lingebrug en De Haar waren gaan wonen.