Bovensmilde en de Punt revisited

Afgelopen 10 mei was ik (Jobbe) te gast bij de Rijksuniversiteit Groningen voor een gastcollege over de Molukse Acties en Erfgoed bij de opleiding Minorities and Multilingualism. Het was de tweede keer dat we dit college gaven. Hoewel we de laatste tijd (en dan vooral marjolijn) in ons project veel meer focussen op de sporen van de woonoorden en hoe daar op dit moment mee wordt omgegaan, gaat ook het werk over de Acties op een lager pitje door.

We denken als onderzoekers een beetje te weten hoe het zit: voor Molukkers zijn de Acties uit de jaren 70 een belangrijk deel van de geschiedenis, maar tegelijk liggen ze ook gevoelig. De media springen er altijd maar weer bovenop, alsof er niks anders te melden is over het Molukse leven in Nederland. Dat doet zeer. Toch blijft ook dit werk in ons idee nodig, want er zijn steeds meer mensen die dit lastige deel van de geschiedenis helemaal niet kennen. Als ik wel eens spreek over de treinkapingen, zijn mensen soms al verrast dat het er twee waren. Het verhaal van de school is bij mensen jonger dan 45 vaak helemaal niet bekend.

Voor het gastcollege gaven we eerst een lezing bij de universiteit in Groningen om wat te vertellen over de achtergrond van de acties en de vraag te introduceren of de plekken van de kapingen nu erfgoed zijn of niet. Daarna bezoeken we de locatie van de trein bij de Punt, maar dit jaar hadden we het genoegen dat onderweg Geert Kruit ook  iets wilde vertellen over zijn ervaringen als gegijzeld kind in 1977 in Bovensmilde. Vorig jaar was hij er ook al bij, maar dat was toen min of meer toevallig dat hij ons zag staan toen we met de studenten in het parkje bij de voormalige school De Meent stonden. Dit keer hadden we hem vooraf gevraagd en tot onze vreugde vond hij het prima naar Haren te komen om wat te vertellen.

Als Geert gaat praten wordt pas duidelijk hoe voorzichtig je als onderzoeker moet zijn iets te vertellen over zo’n geschiedenis. Mijn verhaal valt als het ware in het niet als je naast iemand staat die het heeft meegemaakt. Daarom is het ook zo belangrijk dat de studenten dat meekrijgen, dat ‘erfgoed’ niet iets is waar je afstandelijk, vanuit enkel een wetenschappelijke kijk op de zaak beslissingen over neemt.

Geert is overigens zelf heel duidelijk over zijn beweegredenen wel te spreken over die tijd: dat heeft te maken met dat hij verzoening tussen Molukkers en Nederlanders als de enige mogelijke oplossing ziet. Het gaat niet over de vraag wie er schuld heeft, het gaat over hoe je samen verder kan met respect voor elkaar. Daarom spreekt Geert met andere kinderen van toen uit de school en ook een van de Molukse gijzelnemers vaak op 23 mei om op die plek waar de school stond een herdenking te organiseren. 23 mei is dag dat de gijzeling in 1977 begon.

Na het gesprek met Geert fietsten de studenten door naar de Punt. Daar praten we over de beëindiging van de kaping en of die plek nu ook – net als Bovensmilde – een plaats van herdenking zou moeten zijn. En of de overheid juist wel, of niet daarin een rol zou moeten hebben. Ook vertellen we hoe ons project hierover een brief naar de minister schreef en wat dit voor gevolgen had. Dit zet de studenten meestal wel aan het denken. Ook dit jaar was er één student die daarna aangaf een vervolgstudie te willen doen naar dit onderwerp. Dat is natuurlijk alleen maar mooi.

Misschien wil ze daarna ook iets voor onze weblog schrijven en dan zullen we daar hier uiteraard verder over berichten.

IMG_20190510_143345.jpg
Studenten bij de Punt, op weg naar de locatie van de trein.

 

Artikel in Marinjo

Eindelijk is het dan verschenen, ons artikel over archeologie van de woonoorden in de Marinjo, door Wim Manuhutu. We zijn er erg blij mee. Zelf waren Marjolijn en ik even in het buitenland, dus we vroegen ons al af waarom we ineens zoveel mail hadden! 😉
We vragen in dit artikel aan mensen recente foto’s van hun voormalige woonoord toe te sturen. En een paar mensen hebben dat ook direct gedaan en daar zijn we erg blij mee!

 

P1060797

Gesprek bij de Rijksdienst – verslag

Met vier ondertekenaars van de brief aanwezig (Nanneke Wigard, marjolijn kok, Riemer Knoop en Jobbe Wijnen) hebben we 2 mei overleg gevoerd met Monique Eerden en Ben de Vries van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De verkenning herinneringserfgoed is immers gestart.

Onze insteek is om de locatie De Punt beschermd rijksmonument te maken, zodat de plek en de sporen van het verleden behouden blijven en een rol kunnen spelen bij de herinnering, of de maatschappelijke discussie over een lastig verleden.

De insteek van de rijksdienst is op dit moment nog anders, omdat het voor de verkenning er vooral om gaat te onderscheiden wat voor soorten herinneringserfgoed er zijn en hoe daar mee kan worden omgegaan. Eventueel aanwijzen komt later pas. Het gesprek bestond uit een openhartig uitwisselen van visies en dat was inspirerend. Vooral het gesprek over dat herinneringserfgoed en monumenten soms meer een platform vormen voor maatschappelijk debat dan dat het objecten zijn met eeuwigheidswaarde leverde een geanimeerd gesprek op. Wij gaan er als ondertekenaars voor staan dat dit onderwerp en de bescherming van De Punt als rijksmonument op de agenda blijft.

Verkenning bij de RCE is gestart

Goed nieuws! De monumentaanvraag voor de Punt die we vorig jaar hebben ingediend bij de minister krijgt nu opvolging bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
De contactpersoon heeft laten weten dat de verkenning ‘herdenkingserfgoed’ is gestart en we hebben een uitnodiging voor een gesprek in Amersfoort ontvangen. We gaan er heen samen met Museum Maluku, dat een van de mede-ondertekenaars was.
Dit is een begin. De uitkomst is er dan nog lang niet, maar we zullen de voortgang zeker hier vermelden.

Woonoord Serooskerke

Kamp Serooskerke ligt aan de Oostkapelseweg in Serooskerke, gemeente Veere en was één van de voormalige DUW kampen die in 1951 in Moluks gebruik kwam. Het kamp is al decennia een vakantiepark, nu onder de naam Stee aan Zee. De eigenaresse was zo vriendelijk ons toegang tot het terrein te verlenen. Ze vertelde dat er nog regelmatig Molukse families komen kijken naar hun oude woonoord.

P1050376_klAl snel blijkt uit het onderzoek twee dingen. Enerzijds zijn de originele barakken niet meer aanwezig. Anderzijds lijkt de opzet van kamp wel behouden. Het vakantiepark lijkt nog steeds in vorm op een woonoord, als lijkt het er op dat niet op alle plaatsen gebouwen terug gekomen zijn. Het zou kunnen dan voor een deel van de gebouwen die er nu staan de oude fundamenten zijn hergebruikt. Aan de noordzijde van de appelplaats – nu speeltuin en grasveld – staat een duidelijk oudere basis voor een vlaggenmast. Zou deze nog origineel kunnen zijn? De eigenaresse gaf aan dat toen zij op deze plek het vakantiepark overnamen, het al een vakantiepark was en er toen al geen originele barakken meer waren.

Van het woonoord hebben we een 360 tour gemaakt. Die kan je vinden onder deze link: https://roundme.com/tour/252373/view/744121

Serooskerke_Topotijdreis 1968
Kamp Serooskerke in 1968 (topotijdreis.nl)

P1050377_kl

Koudekerke

Op 27 januari bezocht het woonoorden team voormalig woonoord Koudekerke (1951-1962+). We willen  allereerst de eigenaresse hartelijk danken voor haar tijd en toestemming om foto’s te maken.

Eerste indrukken

Het voormalig woonoord Koudekerke is gelegen in de hoek van de Vlissingsestraat en de Koksweg, op 100 m afstand van de huidige bebouwingsgrens van het dorp. Op dit moment  zit er vakantiehuisjespark Broedershoek (Koksweg 1). De parkeerplaats van dit park is aan de westzijde, pal naast een aantal zeer nieuw uitziende vakantiehuisjes. De nieuwigheid spat er zo vanaf dat even de verwachting op kwam dat er van het woonoord nog weinig origineel was.

Koudekerke_Plattegrond
Woonoord Koudekerke, Google Earth 2018.

Maar bij het betreden van het oorspronkelijke woonoord verdween die gedachte direct. Snel is duidelijk dat van de 8 gebouwen rond een speeltuintje een groot deel wel origineel is. De barakken bestaan uit wanden van betonnen pijlers waar tussen betonplaten zijn geschoven met daarop een zadeldak bekleed met dakleer. Van de twee barakken in de noordwestelijke hoek (1 & 2) zijn de gevels gedeeltelijk recent betimmerd met planken afwerking, maar daaronder zit nog de originele betonnen wand. Barak nummer 3 lijkt zelfs geheel origineel met mogelijk originele klinkerbestrating er voor.

Daar tegenover aan de andere kant van de speeltuin staat een wat groter gemetseld bouwwerk (5). De barak aan de oostzijde , tegen de Vlissingsestraat, is niet meer aanwezig. Er staat een nieuw gebouw (4). Een blik door het raam van de beheerderswoning laat zien dat daar een kachel staat die zo uit de jaren 50 zou kunnen stammen. Dit geeft het vermoeden dat deze barak ook aan de binnenzijde nog deel in de toestand van 1951-1960 kan zijn.

Gesprek met de eigenaresse

Na een druk op de bel van de receptie komt de (vermoedelijke) eigenaresse van de Broedershoek naar ons toe en is zeer bereid uitleg te geven. Ze kent het woonoord al vanaf haar jeugd, omdat haar familie al drie generaties eigenaar is van het perceel, dus al lang voor dat de Molukkers arriveerden. “Zoals je het nu ziet, zie je het niet weer”, merkt ze op, “want dit jaar gaan we ook de laatste barak renoveren.” Mevrouw wijst daarbij op de barak 4 die volgens haar de voormalige woning van de beheerder was. De grotere gemetselde barak diende als kerkbarak. Mevrouw laat graag ook een van de huisjes in barak 1 zien, de langste barak op het terrein. “Het interieur is vernieuwd en er zijn wat muren weggebroken. Wat nu de badkamer is, was vroeger het keukentje. Dat zat er origineel niet in.” Mevrouw doelt op de keukentjes die bij de invoering van de zelfzorg aan de barakken zijn gebouwd. Mevrouw gaf aan het woonoord in haar jeugd goed te kennen en ook wel te komen, maar er niet bijzonder veel te spelen. Wel had ze Molukse kinderen op school en kent ze ook veel Molukkers nu nog. Er komen nog altijd mensen langs, of huren een huisje die haar vertellen dat het “hier in Nederland voor hen begonnen is”.  We vragen of we ook in de Kerkbarak kunnen kijken, maar dit gaat niet omdat deze die dag is verhuurd.

Verdere gedachten

Koudekerke_Topotijdreis_1963
Plattegrond op kaart van 1963

In bronnen is te vinden dat het kamp oorspronkelijk een kamp was van de Dienst Uitvoering Werken (DUW) kort na de Tweede Wereldoorlog aangelegd ten behoeve van de drooglegging van Walcheren. In 1951 kwamen de Molukse gezinnen.¹  Tien gezinnen weigerden in de jaren 60 nog lang te verhuizen naar Molukse wijken. Dit zou de reden zijn dat de Molukse wijk in Koudekerke een van de kleinste van Nederland is, omdat alleen die laatste tien gezinnen daar naar toe zijn verhuisd.² Afgaande op de keukentjes achter barak 1 en 2  rijst het vermoeden dat deze en de gesloopte barak 5 de bewoonde barakken waren. Barak 6 was de kerk en de functie van de huisjes 6 en 7 is dan niet duidelijk. Op de historische topografische kaart zijn in 1963 nog twee lange – vermoedelijk houten – barakken te zien. Deze zijn niet meer aanwezig. Na het vertrek van de Molukkers in 1962 en daarna, begon de eigenaar het vakantiepark Broedershoek. De laatste tien Molukse gezinnen verhuisden naar de Cittershillsingel in Koudekerke. De wijk kent nog steeds een actieve Molukse wijkraad.

Conclusie

Het kamp Koudekerke is nog zeer authentiek en heeft nog steeds de beleving van een woonoord. Wel gaat deze uitstraling op korte termijn weer veranderen omdat de nog zeer origineel ogende beheerderswoning dit jaar wordt gerenoveerd.

360-graden foto’s

Zien hoe het woonoord Koudekerke er uit zag in 2018? Kijk dan de 360-tour. (klik op de link)

screenshot-2018-1-31-home.jpg
Website ‘Broedershoek’ met luchtfoto. Op de achtergrond nog net het oorspronkelijke woonoord met barak 1. De huisjes op de voorgrond zijn recent.

 

Het veldbezoek vond plaats op 27 januari 2018
Met dank aan Marjolijn Kok en Ivar Schute voor het verzamelen van de historische data in deze tekst.

Voetnoten

¹ ‘Tijdelijk verblijf’ Smeets en Manuhutu, 1991
² https://www.koudekerke-dishoek.nl/organisatie/werk-groep-molukse-wijkraad-koudekerke/95/

Congres bij de UvA

Vorige week mocht ik het project presenteren op het congres ‘Materiality of Postcolonial Memory‘ bij de Universiteit van Amsterdam. Een congres dat primair ging over wat we aanmoeten met het erfgoed van ons koloniale verleden. De sporen van Molukkers in Nederland zou je in dit licht kunnen zien.

Het was spannend ons project in een wetenschappelijke setting te presenteren, je weet van tevoren niet hoe het gaat vallen. Gelukkig bleek de zaal zeer enthousiast. “Ga hier hoe dan ook mee door!”, was de kern van de opmerkingen. Dat ook andere presentaties op dit congres de Molukse geschiedenis aanhaalden, geeft aan dat het onderwerp absoluut aan belang wint in academische kringen.

Wat viel me verder op? Nou, vooral dat ik me daar een archeoloog omringd door antropologen voelde. Je zou zeggen ‘wetenschap is wetenschap’, maar toch zijn er echt grote verschillen in aanpak. De meest opvallende is dat antropologen op dit congres weliswaar over materialiteit spreken – oftewel ‘materiële dingen’ –  maar vervolgens hoofdzakelijk praten over de ‘betekenis’ van dat ding, kortom taal. Het besproken object kwam soms nauwelijks nog  in beeld. Als archeoloog doe je dat andersom, je begint altijd met uitvoerig stil te staan bij het object – in ons geval bijvoorbeeld de sporen van de woonoorden – en dan komt de betekenis. Een wezenlijk verschil, waar archeologen en antropologen elkaar al decennia over in de haren vliegen (zie Hamilakis, 2011).

Wat betreft die woonoorden: in januari hebben we met een clubje mensen afgesproken om wat woonoorden te gaan bekijken. Het resultaat wordt op deze site vermeld!

Oja, en de monumentenaanvraag? We hebben net bericht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed dat ze het een en ander in januari echt in gang gaan zetten.

Voor nu goede feestdagen.

 

 

Y. Hamilakis, 2011. Archaeological Ethnography: A Multitemporal Meeting Ground for Archaeology and Anthropology. Annu. Rev. Anthropol. 2011. 40:399–414