Woonoord Serooskerke

Kamp Serooskerke ligt aan de Oostkapelseweg in Serooskerke, gemeente Veere en was één van de voormalige DUW kampen die in 1951 in Moluks gebruik kwam. Het kamp is al decennia een vakantiepark, nu onder de naam Stee aan Zee. De eigenaresse was zo vriendelijk ons toegang tot het terrein te verlenen. Ze vertelde dat er nog regelmatig Molukse families komen kijken naar hun oude woonoord.

P1050376_klAl snel blijkt uit het onderzoek twee dingen. Enerzijds zijn de originele barakken niet meer aanwezig. Anderzijds lijkt de opzet van kamp wel behouden. Het vakantiepark lijkt nog steeds in vorm op een woonoord, als lijkt het er op dat niet op alle plaatsen gebouwen terug gekomen zijn. Het zou kunnen dan voor een deel van de gebouwen die er nu staan de oude fundamenten zijn hergebruikt. Aan de noordzijde van de appelplaats – nu speeltuin en grasveld – staat een duidelijk oudere basis voor een vlaggenmast. Zou deze nog origineel kunnen zijn? De eigenaresse gaf aan dat toen zij op deze plek het vakantiepark overnamen, het al een vakantiepark was en er toen al geen originele barakken meer waren.

Van het woonoord hebben we een 360 tour gemaakt. Die kan je vinden onder deze link: https://roundme.com/tour/252373/view/744121

Serooskerke_Topotijdreis 1968
Kamp Serooskerke in 1968 (topotijdreis.nl)

P1050377_kl

Koudekerke

Op 27 januari bezocht het woonoorden team voormalig woonoord Koudekerke (1951-1962+). We willen  allereerst de eigenaresse hartelijk danken voor haar tijd en toestemming om foto’s te maken.

Eerste indrukken

Het voormalig woonoord Koudekerke is gelegen in de hoek van de Vlissingsestraat en de Koksweg, op 100 m afstand van de huidige bebouwingsgrens van het dorp. Op dit moment  zit er vakantiehuisjespark Broedershoek (Koksweg 1). De parkeerplaats van dit park is aan de westzijde, pal naast een aantal zeer nieuw uitziende vakantiehuisjes. De nieuwigheid spat er zo vanaf dat even de verwachting op kwam dat er van het woonoord nog weinig origineel was.

Koudekerke_Plattegrond
Woonoord Koudekerke, Google Earth 2018.

Maar bij het betreden van het oorspronkelijke woonoord verdween die gedachte direct. Snel is duidelijk dat van de 8 gebouwen rond een speeltuintje een groot deel wel origineel is. De barakken bestaan uit wanden van betonnen pijlers waar tussen betonplaten zijn geschoven met daarop een zadeldak bekleed met dakleer. Van de twee barakken in de noordwestelijke hoek (1 & 2) zijn de gevels gedeeltelijk recent betimmerd met planken afwerking, maar daaronder zit nog de originele betonnen wand. Barak nummer 3 lijkt zelfs geheel origineel met mogelijk originele klinkerbestrating er voor.

Daar tegenover aan de andere kant van de speeltuin staat een wat groter gemetseld bouwwerk (5). De barak aan de oostzijde , tegen de Vlissingsestraat, is niet meer aanwezig. Er staat een nieuw gebouw (4). Een blik door het raam van de beheerderswoning laat zien dat daar een kachel staat die zo uit de jaren 50 zou kunnen stammen. Dit geeft het vermoeden dat deze barak ook aan de binnenzijde nog deel in de toestand van 1951-1960 kan zijn.

Gesprek met de eigenaresse

Na een druk op de bel van de receptie komt de (vermoedelijke) eigenaresse van de Broedershoek naar ons toe en is zeer bereid uitleg te geven. Ze kent het woonoord al vanaf haar jeugd, omdat haar familie al drie generaties eigenaar is van het perceel, dus al lang voor dat de Molukkers arriveerden. “Zoals je het nu ziet, zie je het niet weer”, merkt ze op, “want dit jaar gaan we ook de laatste barak renoveren.” Mevrouw wijst daarbij op de barak 4 die volgens haar de voormalige woning van de beheerder was. De grotere gemetselde barak diende als kerkbarak. Mevrouw laat graag ook een van de huisjes in barak 1 zien, de langste barak op het terrein. “Het interieur is vernieuwd en er zijn wat muren weggebroken. Wat nu de badkamer is, was vroeger het keukentje. Dat zat er origineel niet in.” Mevrouw doelt op de keukentjes die bij de invoering van de zelfzorg aan de barakken zijn gebouwd. Mevrouw gaf aan het woonoord in haar jeugd goed te kennen en ook wel te komen, maar er niet bijzonder veel te spelen. Wel had ze Molukse kinderen op school en kent ze ook veel Molukkers nu nog. Er komen nog altijd mensen langs, of huren een huisje die haar vertellen dat het “hier in Nederland voor hen begonnen is”.  We vragen of we ook in de Kerkbarak kunnen kijken, maar dit gaat niet omdat deze die dag is verhuurd.

Verdere gedachten

Koudekerke_Topotijdreis_1963
Plattegrond op kaart van 1963

In bronnen is te vinden dat het kamp oorspronkelijk een kamp was van de Dienst Uitvoering Werken (DUW) kort na de Tweede Wereldoorlog aangelegd ten behoeve van de drooglegging van Walcheren. In 1951 kwamen de Molukse gezinnen.¹  Tien gezinnen weigerden in de jaren 60 nog lang te verhuizen naar Molukse wijken. Dit zou de reden zijn dat de Molukse wijk in Koudekerke een van de kleinste van Nederland is, omdat alleen die laatste tien gezinnen daar naar toe zijn verhuisd.² Afgaande op de keukentjes achter barak 1 en 2  rijst het vermoeden dat deze en de gesloopte barak 5 de bewoonde barakken waren. Barak 6 was de kerk en de functie van de huisjes 6 en 7 is dan niet duidelijk. Op de historische topografische kaart zijn in 1963 nog twee lange – vermoedelijk houten – barakken te zien. Deze zijn niet meer aanwezig. Na het vertrek van de Molukkers in 1962 en daarna, begon de eigenaar het vakantiepark Broedershoek. De laatste tien Molukse gezinnen verhuisden naar de Cittershillsingel in Koudekerke. De wijk kent nog steeds een actieve Molukse wijkraad.

Conclusie

Het kamp Koudekerke is nog zeer authentiek en heeft nog steeds de beleving van een woonoord. Wel gaat deze uitstraling op korte termijn weer veranderen omdat de nog zeer origineel ogende beheerderswoning dit jaar wordt gerenoveerd.

360-graden foto’s

Zien hoe het woonoord Koudekerke er uit zag in 2018? Kijk dan de 360-tour. (klik op de link)

screenshot-2018-1-31-home.jpg
Website ‘Broedershoek’ met luchtfoto. Op de achtergrond nog net het oorspronkelijke woonoord met barak 1. De huisjes op de voorgrond zijn recent.

 

Het veldbezoek vond plaats op 27 januari 2018
Met dank aan Marjolijn Kok en Ivar Schute voor het verzamelen van de historische data in deze tekst.

Voetnoten

¹ ‘Tijdelijk verblijf’ Smeets en Manuhutu, 1991
² https://www.koudekerke-dishoek.nl/organisatie/werk-groep-molukse-wijkraad-koudekerke/95/

Congres bij de UvA

Vorige week mocht ik het project presenteren op het congres ‘Materiality of Postcolonial Memory‘ bij de Universiteit van Amsterdam. Een congres dat primair ging over wat we aanmoeten met het erfgoed van ons koloniale verleden. De sporen van Molukkers in Nederland zou je in dit licht kunnen zien.

Het was spannend ons project in een wetenschappelijke setting te presenteren, je weet van tevoren niet hoe het gaat vallen. Gelukkig bleek de zaal zeer enthousiast. “Ga hier hoe dan ook mee door!”, was de kern van de opmerkingen. Dat ook andere presentaties op dit congres de Molukse geschiedenis aanhaalden, geeft aan dat het onderwerp absoluut aan belang wint in academische kringen.

Wat viel me verder op? Nou, vooral dat ik me daar een archeoloog omringd door antropologen voelde. Je zou zeggen ‘wetenschap is wetenschap’, maar toch zijn er echt grote verschillen in aanpak. De meest opvallende is dat antropologen op dit congres weliswaar over materialiteit spreken – oftewel ‘materiële dingen’ –  maar vervolgens hoofdzakelijk praten over de ‘betekenis’ van dat ding, kortom taal. Het besproken object kwam soms nauwelijks nog  in beeld. Als archeoloog doe je dat andersom, je begint altijd met uitvoerig stil te staan bij het object – in ons geval bijvoorbeeld de sporen van de woonoorden – en dan komt de betekenis. Een wezenlijk verschil, waar archeologen en antropologen elkaar al decennia over in de haren vliegen (zie Hamilakis, 2011).

Wat betreft die woonoorden: in januari hebben we met een clubje mensen afgesproken om wat woonoorden te gaan bekijken. Het resultaat wordt op deze site vermeld!

Oja, en de monumentenaanvraag? We hebben net bericht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed dat ze het een en ander in januari echt in gang gaan zetten.

Voor nu goede feestdagen.

 

 

Y. Hamilakis, 2011. Archaeological Ethnography: A Multitemporal Meeting Ground for Archaeology and Anthropology. Annu. Rev. Anthropol. 2011. 40:399–414

Woonoord Donzel

Langzaam maar zeker groeit het project. Steeds vaker krijgen we / krijg ik bericht van mensen die zich betrokken voelen, of samen op pad willen. In het najaar willen we met een stel archeologen de overblijfselen van voormalige woonoorden in Zeeland bekijken en ook afgelopen zaterdag gingen we op pad. Woonoord Lunetten (Vught) en Donzel (Nistelrode) stonden op het programma. Lunetten is natuurlijk nu een nog steeds bewoonde Molukse wijk, maar van Donzel zou niets meer te zien zijn. Het is vandaag de dag een golfbaan.

P1040651_crop
Een foto van woonoord Donzel met de haag in 1960.

Toch bleek dat niet geheel correct. Er was niet veel tijd voor nodig om te ontdekken dat er nog zeker één spoor van het voormalig woonoord aanwezig is, tenminste als onze informatie klopt: aan de westelijke rand van het golfterrein staat nog een beukenhaag waarachter eens de kerkbarak gestaan zou hebben. Direct daarachter staat nog één verloren betonnen paaltje van een oude nutsleiding. Het woonoord Donzel is dus niet helemaal weg! Wie er oog voor heeft kan het vinden!

Met dit bezoek aan Donzel lijkt het project Moluks Erfgoed een nieuwe richting in te slaan. Als conflictarcheoloog is mijn eerste focus de acties geweest, desondanks stond al vast dat deze alleen te begrijpen zijn in het licht van de hele Molukse geschiedenis in Nederland en dat dus ook de gehele materiële cultuur, van schip, naar woonoord, naar wijken, een rol speelt. Mede geïnspireerd door de titel van de lezing van Fridus Steijlen op de bijeenkomst vandaag van het Moluks Historisch Museum ‘Geluk, lot en vooral veerkracht‘  (Bronbeek – de week van het koloniale verleden – ik ga er zo naar toe) vraag ik me af voor WIE het erfgoed eigenlijk de grootste betekenis heeft? Het zijn misschien wel de ‘witte Hollanders’ voor wie het erfgoed van de acties het grootste belang heeft, want ‘wij’ als Nederlanders schieten generiek te kort de achtergrond van de acties de juiste betekenis toe te kennen, en te onderkennen dat eerdere keuzes van de Nederlandse overheid in directe relatie staan tot de gebeurtenissen van de jaren 70. Maar de Molukkers zelf? Welk archeologisch erfgoed is voor hen van belang? Tijd om dat eens te gaan vragen!

P1040662
Een laatste zichtbaar spoor van woonoord Donzel?
donzel_1960
Woonoord Donzel (midden in de afbeelding) op de topografische kaart van 1960.

Barakken en woonoorden

Openluchtmuseum, familie-uitje, vlak voor sluiting: opa en oma wilden met de neefjes liever nog even naar de papiermolen, dus opsplitsen was nodig als ik toch nog even een bezoek wilde brengen aan de Molukse Barak. Deze barak staat daar sinds 2003 en ik heb hem één keer eerder bezocht. Daarvan kan ik me echter niet meer herinneren dan de pop van die dame aan de ‘blanke zijde’ van het gebouw. Ik schaam me een beetje…als ik toen meer voorkennis had gehad, had ik het dan beter begrepen?

Opvallend vond ik nu de tekst voor de ingang. De bewoordingen, waar ik me zelf nogal zorgen over maakte rondom de aanvraag van de monumentstatus van de Punt, staan hier gewoon vermeld: “De regering […] breekt die belofte. Dat leidt tot grote woede bij de tweede generatie. En die woede mondt uit in de gewelddadige treinkapingen en de schoolgijzeling in de jaren ’70.” Bam! En zo is het. Als het causale verband tussen die gebeurtenissen in 2003 al op een bordje kon, waarover maakte ik me dan zorgen vorige maand? Of zijn de tijden veranderd door het nu lopende, soms zeer ongenuanceerde, debat over immigratie en terrorisme?

Prachtig vond ik een filmpje van theatergroep Delta. De Molukse vader aan de eettafel, autoritair, hoofd van het gezin, maar ook gekrenkt en verstard door de verloren status en de verbroken belofte van de Nederlandse regering: de setting  was me nu wél in één seconde duidelijk. Het vermeende tijdelijke verblijf in Nederland wordt indringend verbeeld door de stapelbedden en de klaarstaande koffers in de museale opstelling daarnaast (zie foto).

20170717_163244

Dat de barak in 2005 de European Museum Award won, lijkt me zeer terecht. Musea worden vaak gezien als een product van het (koloniaal) imperialisme en liggen daarom vanuit de kritische wetenschap altijd sterk onder een ethisch vergrootglas. Als tegenreactie zijn musea op hun beurt nu vaak het braafste jongetje van de klas….maar daar is niks mis mee. Er is echter één probleem, waar het museum zelf weinig aan kan doen: de barak hoort hier niet. Zij is verplaatst vanuit het Brabantse Lage Mierde. De originele plek van het woonoord is nu de gemeentewerf. Vooruit, er staat sinds 2012 een klein monument, maar verder is er niets meer.

Afgezien van Vught, dat altijd bewoond is gebleven, is er van de oorspronkelijke woonoorden weinig meer over. De kampen Amersfoort en Westerbork, en overigens ook Vught, zijn nationaal monument. Niet omdat de Molukkers er zaten, maar vanwege de Tweede Wereldoorlog. Wel wordt op deze plekken aandacht besteed aan de Molukse kwestie. Maar hoe zit het met de andere woonoorden? Volgens het boek van Smeets en Steijlen waren er 90 in Nederland. Als archeoloog vertaal ik dat als 90 mogelijke vindplaatsen van archeologische sporen en 90 plaatsen van herinnering.

 

Woonoorden_002

Bron: ‘In Nederland gebleven’ pagina 86.

20170717_163113

Aanvraag verzonden!

Vooraf lijkt het zo gedaan: even goed nadenken over een aanvraag en persbericht en hup, klaar. Maar in de praktijk kwam er dit weekend al met al ineens heel veel bij elkaar in een grote inspanning met heel veel uurtjes werk. De tekst van de aanvraag werd minstens twee keer uitvoerig geredigeerd -zeg maar gerust herschreven- en net toen ik dacht ‘nu is het wel goed’ kwamen er vanuit de Reinwardt Academie nog een paar zeer relevante aanvullingen. Op zaterdag kwam ook het persbericht uit en begon de telefoon te rammelen. Maar het is gelukt! De media coverage was overweldigend. NRC, AD, NOS, Erfgoedstem en een groot deel van de RTV’s en regionale bladen hebben ruimte besteed aan de aanvraag!

Hartelijk dank aan iedereen die er tijd in heeft gestoken, ook achter de schermen! Deze weblog heeft nog de sfeer van een eenmansproject, maar mag het nu zeker niet meer heten. Ik ben ontzettend blij te kunnen melden dat de aanvraag is mede is ondertekend door de Stichting Moluks Historisch Museum, Dr. Riemer Knoop (Erfgoedlector  Reinwardt), historicus Dr. Martijn Eickhoff en contemporain archeoloog Dr. Marjolijn Kok. Samen bepleiten we behoud van de locatie De Punt als rijksmonument, omdat deze van groot belang is voor het doorgaande gesprek over de historische, actuele en toekomstige verhouding tussen Nederland en de erfgenamen van zijn koloniale verleden: erfgoed als platform.