Medemblik: kamp van de terugkeer.

Een doorsnee jaren zestig woonwijkje ligt nu op de plek van woonoord Medemblik. Dit wijkje is direct na het verlaten van het woonoord gebouwd. Er is niets terug te vinden van het oorspronkelijke kamp en er is ook geen gedenkteken voor de Molukse bewoning. Maar dat is misschien niet zo vreemd als we de geschiedenis van het kamp bekijken.

De locatie van het woonoord Medemblik in December 2020, hoek Koggenlaan, Wijmersplantsoen.

Medemblik was eerst een DUW kamp. Vervolgens kwamen er Molukse bewoners. Uit die eerste periode van de bewoning door Molukkers is weinig bekend. Na hun vertrek kwamen er Hongaarse arbeiders wonen die later weer vervangen werden door repatrierende Nederlanders. In 1958 wordt er in de krant (het Algemeen Dagblad) bericht over de spartaanse toestanden in het woonoord. En vooral hoe de overheid weigert deze omstandigheden te verbeteren en zelfs hulp vanuit Medemblik verbiedt. Dit terwijl er op dat moment gerepatrieerde Nederlanders uit Indonesië wonen die extra zorg nodig hebben.

In 1959 komen er weer Molukkers wonen in Medemblik, waaronder gezinnen uit kamp de Beenderribben. In 1959 is de overheid al in gesprek met de gemeente Wormerveer om daar een Molukse wijk te bouwen met 50 woningen en een kerkje omdat het kamp in Medemblik opgeheven gaat worden. Wormerveer wordt als een industrie-gemeente omschreven en men verwacht dat de Molukkers daar aan werk kunnen komen (Volkskrant). Het is duidelijk dat men de Molukkers als arbeiders beschouwt en zij eigenlijk alleen voor de laag niveau banen in aanmerking komen. Het is niet duidelijk hoeveel Molukkers uit Medemblik daadwerkelijk in Wormerveer zijn gaan wonen.

Woonoord Medemblik, foto van het MHM (F95-2046).

Medemblik is namelijk vooral het kamp van de Molukkers die terug willen keren. Eind 1959 heeft de vereniging “Gabungan Organisasi Suku Maluku” in Medemblik een strijdprogramma gepresenteerd waarbij haar leden terug willen naar Indonesië als volledige burgers en zij willen strijden voor de inlijving van West-Papoea (Algemeen Dagblad, Volkskrant). De organisatie zou ongeveer 1100 leden hebben, dat is iets meer dan 5 procent van de toenmalige Molukse bevolking in Nederland. In september 1960 biedt Indonesië aan dat men op kosten van de republiek terug kan komen om onder leiding van Soekarno te werken aan de wederopbouw van het land. De Usdek (waar drie verenigingen in zijn opgegaan waaronder Gabungan) reageert positief. De meeste leden van deze vereniging wonen in Medemblik en Arnhem en worden apart gehouden van de overige Molukkers die niet terugwillen zonder een vrije Molukse staat. In oktober vliegt S. Siwalette uit woonoord Medemblik op goed geluk naar Rome en ontmoet daar president Soekarno om over terugkeer te praten. Ook al zijn de verhoudingen tussen Indonesië en Nederland niet goed, men is in Nederland bereid de terugreis te betalen (De Tijd). En uiteindelijk betaald Nederland daadwerkelijk de kosten van de reis en de eerste twee maanden van verblijf. Op 11 mei vertrekt dan eindelijk de eerste groep via Genua. De groep bestaat uit 6 gezinnen en 1 alleenstaande uit Medemblik, in totaal 41 personen. De heer Siwalette reist niet mee met deze groep omdat hij er voor wil zorgen dat iedereen die wil terug kan keren naar Indonesië. In september weet men dat er in ieder geval 3 gezinnen doorgereisd zijn naar Ambon en dat een deel van de groep vrijwillig in Jakarta blijft. Ondanks de magere berichtgeving gaan de terugkeer reizen door en in februari 1962 zijn er in totaal ruim 600 Molukkers teruggekeerd. Het woonoord Medemblik is dan al enkele maanden opgeheven (september 1961).

De heer Siwalette met gezin in woonoord Medemblik (Beeldbank Nationaal Archief).

Als je na gaat dat de meeste Molukse bewoners van het woonoord terug zijn gekeerd naar Indonesië is het natuurlijk ook niet zo verwonderlijk dat er geen gedenkteken of herinneringsmonument is. Dit soort monumenten worden meestal gedragen door de betrokkenen. In de kranten wordt ook alleen bericht over de wens tot het teruggaan. Waarom zou je een gedenkteken inrichten voor een plek waar je alleen weg van wilt zijn.