Blog nr 100: Snodenhoek te Elst

Dit is alweer blog nummer honderd op de website Moluks Erfgoed. We zijn blij dat onze blog zo gegroeid is in de jaren en dat vele lezers ons weten te vinden en de website verrijken met hun commentaar en vragen. Dit keer gaat het over een plek die nu een milieupark is. Vroeger was dit kamp Snodenhoek in Elst.

Man met kinderen in een tuin in woonoord Snodenhoek te Elst.
Man met kinderen in een tuin in woonoord Snodenhoek te Elst.

Het kamp was eerst als werkkamp en voor gerepatrieerde Indische mensen gebruikt. In 1951 kwamen hier 13 Molukse gezinnen wonen. Het kamp was voor hen ruim met 10 houten barakken. Later zouden er nog 11 gezinnen bijkomen en 27 alleenstaanden. De eerste berichten in verschillende kranten komen in september 1951. Er is dan van hogere hand besloten dat de mensen in de kampen zelf in de centrale keuken moeten gaan koken. De kok en een dienstmeisje worden ontslagen. De bewoners van Snodenhoek zijn het niet eens met de nieuwe regel. Zij willen best per gezin zelf koken, maar weigeren verplicht in de centrale keuken te werken. Zij voeren daar het mooie argument voor aan dat zij als Nederlandse burgers niet zomaar aangewezen kunnen worden voor gezamenlijk werk. Er wordt door de kampraad met de burgemeester gesproken die hun meedeelt dat zij zich aan de regels moeten houden en anders zelf de consequenties moeten dragen. Waarom men per se in de centrale keuken gezamenlijke maaltijden moet bereiden wordt niet duidelijk. Daarover schrijft men dat het om economische of andere redenen kan gaan. Kort gezegd, het is niet duidelijk waarom. Er wordt nog eens benadrukt dat de Molukse bewoners geen onbehoorlijk gedrag wordt toegeschreven. Toch wordt er één gezin gedwongen verhuisd. Men legt zich er bij neer. Dit moet een moeilijk moment zijn geweest omdat nu heel duidelijk is gemaakt dat men eigenlijk geen zeggenschap heeft over het eigen leven en hoe dit wordt ingericht.

De ingang van het woonoord Snodenhoek te Elst (foto: MHM FF0106).
De ingang van het woonoord Snodenhoek te Elst (foto: MHM FF0106).

In november 1953 komt de heer Manusama van de Molukse regering in ballingschap met enkele gediende naar Snodenhoek voor een bezoek. De RMS-vlag wappert. De bewoners wordt gevraagd als strijdmiddel vooral het gebed te gebruiken en zich voor de rest als een nette gast te gedragen zodat men respect verdient. Op deze manier hopen ze dat de Nederlandse regering hun bijstaat in de strijd voor een vrij Molukken. Er is een kerkdienst, dansvoorstelling en natuurlijk een feestelijk maal. De afvaardiging gaat daarna nog naar het nabijgelegen kamp Kleine Baal.

Over het algemeen is het rustig in kamp Snodenhoek, maar dat wil niet zeggen dat men alles maar over zich heen laat komen. Men is bereid actie te voeren als men dat nodig vindt. In 1956 als de zelfzorgregeling wordt ingevoerd, waarbij men verplicht een deel van het loon moet afstaan en men niet automatisch meer door de staat wordt onderhouden, wordt er dan ook door de mannen die in Arnhem werken gestaakt. Ook dit verzet zal niets opleveren. Het tijdelijk verblijf wordt steeds meer omgevormd tot een permanent verblijf en in november 1958 worden de 400 bewoners van Snodenhoek ingeschreven in de burgelijke stand van Elst. Administratief vallen zij nu onder de gemeentelijke bewoners. Het verlangen naar een eigen onafhankelijk Maluku blijft bestaan en in april van 1959 viert men dan ook grootst de proclamatie dag van een vrije Molukken.

Molukse kinderen in het woonoord Snodenhoek te Elst(foto: MHM F95-4415)
Molukse kinderen in het woonoord Snodenhoek te Elst(foto: MHM F95-4415)

In 1960 verlaat de beheerder Kalfsbeek en zijn vrouw het woonoord. Er vindt een ontroerend afscheid plaats waarbij duidelijk wordt dat de relatie tussen de bewoners en de beheerde in dit kamp zeer goed was. Het krantenbericht laat wel duidelijk zien hoe de verhoudingen gezien worden want de beheerder wordt omschreven als een vader die goed voor zijn kinderen heeft gezorgd. Men kan dit als een beleefdheidsvorm zien, maar ik vindt dat toch wat vreemd als men bedenkt dat de bewoners volwassen ex-KNIL militairen zijn met hun gezinnen. De koloniale paternalistische houding van de Nederlanders komt hier wel heel letterlijk naar voren. Tijdens het afscheid wordt er al melding gemaakt van de bouw van dertig woningen voor Molukse gezinnen in Elst. In 1963 zal men werkelijk beginnen met het verhuizen naar deze Molukse wijk in Elst. Het kamp lijkt dan leeg te zijn, maar in 1970 staat er toch nog een bericht in de krant die doet vermoeden dat het kamp dan nog steeds in gebruik is. Het politiebureau in Elst wordt in brand gestoken en getuigen hebben bruine mensen zien weglopen. De politie zegt echter altijd een goede verstandhouding te hebben gehad met de bewoners en gelooft niet dat zij dit gedaan hebben. Op het moment van de brand was er wel een Molukse bruiloft gaande in Snodenhoek waarbij 400 gasten ook van buiten Elst aanwezig waren. Blijkbaar werd het kamp dus nog gebruikt. Wie de brand gesticht heeft wordt niet duidelijk.

De huidige lokatie van woonoord Snodenhoek te Elst, waar nu gemeentewerf is.
De huidige lokatie van woonoord Snodenhoek te Elst, waar nu een gemeentewerf is.

Zo als in veel gevallen is het einde van het kamp dus niet zo duidelijk. Wat wel duidelijk is is dat er nu niets meer van over is. In de regen, achter gesloten hekken was het een beetje trieste plek. En dan te bedenken dat hier vele jaren mensen hebben gewoond en dat hier eens grote feesten hebben plaatsgevonden.