Vorige week gaf ik een rondleiding aan studenten van de Rijksuniversiteit Groningen voor de bacheloropleiding Minorities & Multilingualism, met als onderwerp erfgoedbemiddeling. De docent – Sjoerd-Jeroen Moenandar – had ons benaderd, omdat hij het onderwerp Molukse geschiedenis zeer belangrijk vindt voor deze cursus. En terecht, natuurlijk.

Met de studenten bezochten we De Punt en Bovensmilde. De voorkennis van de studenten was redelijk, zeker gezien hun grotendeels internationale afkomst. De Nederlandse studenten, allemaal onder de 25 jaar oud, hadden overwegend wel enige kennis van de kapingen. Dat er niet één, maar twee treinkapingen zijn geweest wisten de meesten zelfs ook nog wel. Een van de studenten bleek familie van een gegijzelde man te zijn. En zo kwam wat voor deze jonge mensen al het verre verleden is, toch al een beetje dichterbij.

De reactie van de studenten bij De Punt was zoals verwacht: ‘Is het echt hier gebeurd? Er is hier helemaal niets te zien!?’ Zoals uitvoerig aangehaald in ons project  is dit precies de kwestie. De Punt, zo’n een belangrijke plek, lijkt leeg en het belangrijkste spoor is te gevaarlijk om te bezoeken. Andere archeologische sporen zijn nog niet geïnventariseerd. We zijn de spoorbaan ook zeker niet overgestoken met de studenten om de paal met kogelgaten te bekijken: veel te gevaarlijk. Een paar studenten stelden terechte vragen over deze sporen en de nasleep van het Nederlandse koloniale verleden. “Moet je het los zien van de gebeurtenissen in 1977, of is dat één ding?”

De reactie in Bovensmilde – waar een klein  deel van de groep na twee uur fietsen totaal verkleumd aankwam – was opvallender. Toen ik zelf de plek voor het eerst bezocht was ik al bekend met de voorgeschiedenis. Voor mij was (en is) Bovensmilde daarmee al bij aanvang een litteken van een pijnlijk verleden, dat ik vrij fysiek kon voelen, of op zijn minst inbeelden. De studenten hadden die achtergrond niet en gingen eerst maar eens uitgebreid en gezellig lunchen aan het parktafeltje. Dat zou ik zelf in 2015 nauwelijks hebben overwogen! De reactie daarna was ‘Oh, staan er monumenten dan hier? Ik zie alleen een gekleurde parkbank verderop. Is dat hem?’, wijzend op het mozaïekmonument in het midden. Deze reactie had ik hier niet had verwacht, en daarmee wezen de studenten me op iets nieuws: dit is inderdaad een plek van lokale herinnering! In Bovensmilde heeft een werkgroep – aanvankelijk onder protest van omwonenden – vanaf 2007-2008 gezorgd voor een herinrichting van de lege plek van de school. Er moest aandacht voor het pijnlijke verleden komen dat in Bovensmilde al 30 jaar lang werd verzwegen, maar wel met de blik op de toekomst. Voor de omwonenden vraagt de plek geen enkele toelichting. Een argeloze toerist fietst er echter ongemerkt voorbij.

“Voor mij is er één groot probleem met ons bezoek”, vertelde ik de studenten. “We staan hier op een plaats van groot verdriet voor de mensen die hier wonen. Dit is hun achtertuin, met hun monument voor hun pijn, maar ze weten nu niet eens dat we hier nu zijn. Ethisch vind ik dat een lastige kwestie. Wat vinden jullie?” Er werd geknikt door de studenten, maar echt tijd voor een discussie was er niet, want een man die iets verderop al even had staan kijken kwam dichterbij: “Ik ben een van de gegijzelde kinderen uit 1977 en ik ben heel blij dat ik jullie hier zie!’ Als ‘excursieleider’ kun je het proberen goed te doen, maar na dat moment waren de studenten twee keer zo wakker. Het verhaal dat volgde was het meest waardevolle deel van de excursie. Veel dank Geert en Martine!

Nu was ik zelf gelukkig niet helemaal onbeslagen ten ijs gekomen. Vóór de excursie had ik contact kunnen leggen met Laura Gerards, zelf ook gegijzeld in 1977 en in 2008 mede-initiatiefnemer voor het monument. Haar vraag aan de studenten – die ik zou overbrengen – was of de inrichting van de plek nu recht doet aan wat er in 1977 is gebeurd. Dat vind ik ook een belangrijke vraag, die ik graag aanvul met ‘recht doet in wiens perspectief?’ Doet de plek recht aan het drama van 1977 voor de slachtoffers, voor de Molukkers, de Bovensmildenaren, Nederlanders in het algemeen of passerende toeristen en moet de plek al die doelgroepen wel allemaal bedienen? Door de komst van Geert en Martine is die vraag niet meer gesteld, maar via deze blog zal ik het de studenten alsnog voorleggen.

Jobbe Wijnen

mini-P1050812.JPG

2 gedachten over “Excursie met studenten uit Groningen

  1. Jobbe en studenten, Fijn dat we wat voor jullie hebben kunnen betekenen. Die vraag van Laura Gerards is zeker een interessante! Opzet was destijds om de plek weer terug te geven aan de kinderen. Het was decennia een ‘lege plek”, waar niemand kwam. Erg goed om te horen, dat je hiermee bezig bent, Jobbe, ik zie het nut er zeker van in, aangezien ik én uit Bovensmilde kom, mijn man Geert Kruit een ex-gegijzeld kind is (9 jaar in 1977) en ikzelf ook nog eens archeoloog ben en nu in het welzijnswerk zit. Als je geinteresseerd bent in nog meer sporen in Bovensmilde, laten we dan een keertje afspreken. Hartelijke groeten, Martine Hopman

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s