Kamp Beugelen te Staphorst

Afgelopen weekend gingen we voor een onderzoek naar de geschiedenis van ons huis naar het waterloopkundig bos bij Marknesse waar het Noordereiland in Rotterdam is nagemaakt op schaal. Nu we toch al onderweg waren konden we ook wel even doorrijden naar de woonoorden Beugelen en Conrad. Hier het verslag van het bezoek aan kamp Beugelen. Kamp Conrad komt een volgende keer aan de beurt.

Kamp Beugelen op de topografische kaart van 1958.

Kamp Beugelen ligt ten noordoosten van Staphorst ter hoogte van de Gemeenteweg 383. Naast de weg staat een klein bordje met als enige informatie: Hier was Kamp Beugelen. Het is nu een klein woonerfje met 30 huizen. Van het oorspronkelijke woonoord is weinig terug te vinden. Het lijkt erop dat de perseelgrenzen niet zijn veranderd. Daarnaast is er nog steeds een driehoekige open ruimte waar vroeger de blusvijver lag. Dit is nu een speelveldje met wat bomen.

Het huidige speelveldje in kamp Beugelen.

Op woensdag 25 april 1951 kwamen er 21 gezinnen naar Staphorst die enkele dagen later door nog eens 63 gezinnen gevolgd werden. In totaal woonden er 400 mensen in het woonoord dat bestond uit zeven groen geschilderde barakken en twee plaatijzeren loodsen van het Amerikaanse leger (canon van Nederland). Vier maanden later speelt men al een vriendschappelijke voetbalwedstrijd met de lokale bevolking.

Het is een tijdje rustig in het kamp maar er ontstaan toch wrijvingen en vechtpartijtjes tussen de BPRMS (de meerderheid) en de CRAMS in oktober 1952. De meest vijf invloedrijke CRAMS mannen zouden per bus overgeplaatst worden naar Woerden en Heythuizen, maar toen wilde 30 anderen CRAMS families ook mee. De overige mannen stapten in de bus die voor de vijf gezinnen was bedoeld en weigerde uit te stappen. Zij bleven ruim 10 dagen in de bus terwijl de vrouwen regelmatig eten en waswater kwamen brengen. Ondertussen was er een flinke politiemacht aangetreden om de boel te controleren en vond er overleg plaats tussen de gemeente, de kampleiding en een vertegenwoordiger uit Den Haag. Op zich bleef het verder rustig in het kamp en het conflict escaleerde niet. Uiteindelijk wordt de groep na bijna twee weken protest naar een ander kamp verhuisd. Servaas Maturbongs heeft aangegeven dat de families (inclusief zijn eigen familie) naar Rijckholt zijn verhuisd. De rust keerde terug, maar als 9 maanden later een nieuwe inwoner (J. Kajadoe) verdacht wordt van anti-BPRMS sympathieën moet hij het ontgelden en wordt met steekwonden opgenomen in het ziekenhuis. Gelukkig vallen de verwondingen mee. De dader J.P. wordt later tot een week gevangenisstraf veroordeeld. De dader gaat zijn straf willig ten onder met de woorden dat het slachtoffer bij terugkomst in een vrij Ambon zal boeten voor zijn onvaderlandslievend gedrag. Dit laat zien hoe men er nog vanuit ging dat men naar een vrije Molukse staat zou terugkeren. Het slachtoffer is na het incident naar een ander kamp verhuisd.

De bus bij kamp Beugelen met protesterende CRAMS leden (foto uit Trouw).

In oktober 1954 vind er een tragedie plaats in Beugelen. Terwijl enkele kinderen spelen op het zware ijzeren toegangshek tot het kamp breekt een scharnier af en het hek valt op de kinderen. Een vijf- en zevenjarig kind overlijden aan hun verwondingen, terwijl een derde kind zwaargewond raakt. Vele kranten doen verslag van dit treurige ongeval.

Kamp Beugelen komt vaak negatief in het nieuws en in september 1957 wordt een man uit het kamp aangehouden nadat hij 1200 gulden heeft gestolen uit een afgelegen boerderij. Voor die tijd was dat zeer veel geld. Enkele jaren later zou de kantine van het kamp zelf slachtoffer worden van een inbraak waarbij 300 gulden en eten en drinken wordt buitgemaakt.

Kamp Beugelen op een mooie lentedag, foto Moluks Historisch Museum F95_1873.

Gelukkig gebeuren er ook mooie dingen zoals in 1960 het huwelijk tussen Petrus Tuasaum en Augustina Sahepaty dat ook in de krant verschijnt. Hun namen kunnen ook verkeerd geschreven zijn in de krant, mogelijk heten zij Petrus Tuasuun en Augustinus Sahetapy (met dank aan Ellen Hitipeuw-Palyama)

Ergens tussen 1963 en 1965 moeten de Molukse bewoners het kamp hebben verlaten want in 1965 is het kamp in gebruik als vakantieoord voor West-Duitse kinderen en hebben er in totaal 14.000 overnachtingen plaatsgevonden. Na de sluiting van het vakantieoord wordt het kamp afgebroken..

Boekpresentatie: Banda

Inleiding

Deze week kwam het boek ‘Banda. De genocide van Jan Pieterszoon Coen’ geschreven door Marjolein van Pagee uit bij uitgeverij Omniboek. Ter ere hiervan zijn er artikelen verschenen en was er dinsdag een discussieavond bij Pakhuis de Zwijger. Ik heb het boek nog niet gelezen, maar de aandacht eromheen geeft al genoeg stof tot nadenken. Er komen twee aspecten aan beurt die interessant zijn: hoe Nederland omgaat met de koloniale geschiedenis en hoe het boek in samenwerking met Molukse vertellers deze geschiednis op zijn kop zet.

De kaft van het boek.

Feesten voor de VOC

Feesten voor de VOC is de ironische titel van het artikel dat van Pagee schreef voor Historiek. In dit artikel legt van Pagee uit hoe bij het maken van een nationaal zelfbeeld in de negentiende eeuw de koloniën van belang waren om de ‘grootsheid’ van Nederland vorm te geven. In die tijd waren er al protesten te horen, vooral door het Boek Max Havelaar van Multatuli. Maar juist die protesten kunnen de noodzaak voor uiterlijk vertoon hebben versterkt. In 1876 in Batavia en 1893 in Hoorn werden standbeelden van J.P. Coen geplaatst. En door de jaren heen zou zijn afbeelding op vele gebouwen in vooral Amsterdam prijken zoals bij de Beurs van Berlage. Van Pagee laat ook zien hoe de koninklijke familie meehielp aan de verering. Bij de opening van de Beurs van Berlage prijsde Wilhelmina hoe Coen goederen uit de koloniën naar Nederland verscheepte. Vervolgens opende ze nog de Coenhaven. En Juliana opende in 1966 de Coentunnel.

Daarnaast werd de geboortedag van Coen meermalen gevierd zoals in 1987 (400 jaar). En in 2002 werd er nog vanuit de Tweede Kamer een stichting opgericht voor de Viering van 400 jaar VOC. Na protesten van Molukkers en Indonesiërs veranderde viering in een herdenking. Maar het evenement werd toch feestelijk gevierd met talloze ministers, ambassadeurs en leden van de koninklijke familie. Alleen de Indonesische minister Kwik Kian Gie sprak een kritische noot. Die in een volgende toespraak werd geminimaliseerd door te zeggen dat er altijd wel protest was, maar dat je daar blijkbaar niet naar hoeft te luisteren. En dat er niet geluisterd werd, blijkt uit de inmiddels beruchte uitspraak van premier Balkende in 2006 over het omarmen van de VOC-mentaliteit. Nu klonk er al meer weerspraak. Maar zoals van Pagee aantoont, duidt dit op de witte onschuld die veel Nederlanders voelen waarbij de gedachte overheerst dat we toch niet echt fout geweest hebben kunnen zijn. Aan dit beeld van witte onschuld wordt steeds meer van alle kanten afgeknabbeld, maar we zijn er nog lang niet.

Emancipating Histories

Dat wil niet zeggen dat we hopeloos moeten worden. De serie gesprekken Emancipating Histories van Pakhuis de Zwijger in Amsterdam laat het tegenwoord zien ten opzichte van de dominante geschiedschrijving. Ik denk dat de jongere generatie zich steeds meer bewust wordt van de eigen geschiedenis en zich niet zomaar meer laten wegzetten. Dit besef steunt wel op de protesten en het verzet van oudere generaties. Het laten zien van de continuïteit van de emancipatie geeft een dieper en waardevol beeld.

Het gesprek begon dan ook met de oude generatie, de 95-jarige mevrouw Francisca Pattipilohy las een verkorte versie van het door haar geschreven voorwoord voor het boek Banda. Zij bracht haar persoonlijke familie verhaal in verband met de grotere geschiedenis. Alleen dit voorwoord nodigt al uit tot nieuwsgierigheid. Daarna vertelde Marjolein van Pagee over hoe zij aan dit boek was begonnen. Wat haar het meeste had verbaasd in haar onderzoek was het soort koloniale leugen dat al eeuwen verteld werd. Daarbij ging het niet om de leugen dat het allemaal wel meeviel en dat we veel goeds brachten, maar om de leugen dat er niets was voor wij kwamen. Ook al was Banda ver weg voor de Europeanen, Banda was zeker geen afgelegen eiland. Het was onderdeel van een goed werkend uitgebreid handelsnetwerk. De VOC had gewoon op normale wijze mee kunnen doen aan dit handelsnetwerk, maar koos ervoor dat het niet de daar geldende regels wilde volgen. Waarop men met extreem geweld en genocide op Banda een handelsmonopolie op nootmuskaat en foelie afdwong. Het was dus toen der tijd niet normaal om met geweld goederen toe te eigenen, alleen kozen de Europese kolonisten het op die manier te doen. En de mensen op Banda waren dus geen wilden of onontwikkelde mensen, maar waren onderdeel van een uitgebreid handelsnetwerk.

Vervolgens kwamen er drie Molukse mannen (Lukas Eleuwarin, Marcel Matulessy en Ridhwan Ohorella) aan het woord, die als nazaten van Banda de geschiedenis niet meer willen overlaten aan de koloniale overheersers. Zij spraken over hoe hun geschiedenis altijd teniet wordt gedaan terwijl er ook geschreven bronnen en liederen zijn binnen de vijf families die de grondleggers waren van Banda. Zij willen deze verhalen binnen de eigen gemeenschap maar ook aan een breder publiek vertellen. En dat doen ze waar ze kunnen, van podcast tot huiskamergesprek. In dit alles plegen ze ook overleg met de huidige mensen op Banda zelf. Voor hen zelf is het ook een zoektocht naar hun roots. Ridhwan vertelde heel mooi hoe iedereen zijn eigen tempo moet vinden bij het zoeken naar roots of de eigen geschiedenis en dat de snelheid waarmee je dat doet niet van belang is, zolang je maar onderweg bent.

Vooral dat laatste geeft een mooi beeld. Niet iedereen is even ver in het dekoloniseren van de geschiedenis, maar we zijn samen onderweg.

Kamp Duinoord in Zeeuws-Vlaanderen

Al weer bijna twee jaar geleden was ik op de reünie van de vier kampen in Zeeuws-Vlaanderen. De dag voor de reünie had ik deze vier kampen bezocht. Daar had ik echter nog geen verslag van gedaan, dus nu ga ik daar eens aan beginnen. Kamp Duinoord ligt in Groede aan de Woordweg en is tegenwoordig een grootgraanhandel.

De lokatie van Duinoord aan de Woordweg in Groede nu.

Twee jaar geleden stond op Google maps nog de oude schuren, maar toen ik er was waren deze al verdwenen. Ik sprak met de eigenaar van het bedrijf. Hij vertelde mij dat ze ongeveer een jaar daarvoor de laatste oude muren hadden afgebroken en dat er geen resten van het oude kamp meer zichtbaar waren in de nieuwe muren. Ik dacht nog wat sporen te ontwaren in de oude vloeren buiten, maar dit waren ontluchtingskanalen van de graanschuren die daar gestaan hadden. De eigenaar had als klein kind naast het kamp gewoond, maar wist weinig van die tijd te vertellen, omdat hij een peuter was. Hij wist echter wel dat er na de sluiting van het kamp nog een Moluks gezin enige jaren in Groede was blijven wonen. Zij huurde een huisje ter hoogte van waar nu ongeveer Groede B&B op de luchtfoto staat. Het Moluks Historisch Museum heeft enkele mooie oude foto’s waarop nog te zien is hoe de oude barakken vroeger in de schuren van het bedrijf opgenomen waren.

Oude barak opgenomen in de schuur van de graangroothandel, MHM FF10941.

Groede was een DUW-kamp voor de Molukkers kwamen. In de jaren dertig was het echter een vakantieoord geweest. Dit is niet verwonderlijk als je bedenkt dat het net 2 kilometer van het strand af ligt. Het kamp had aan de wegkant een barak voor de beheerder, haaks daarop stonden twee rijen nissenhutten en de ruimte werd afgesloten met een kantinebarak. Op het rechthoekige binnenterrein stond een vlaggenmast. Volgens het boek Molukkers in Zeeland werd het kamp in mei 1954 in gebruik genomen om de bewoners uit andere Zeeuwse kampen die opgeheven werden, te huisvesten. Men wilde in Zeeland blijven en sommige zaten op de machinisten-opleiding van de zeevaartschool in Vlissingen. Met het pontje van Breskens is Vlissingen goed te bereiken. Het kamp moet echter al enkele jaren eerder in gebruik zijn genomen want in de Provinciaalse Zeeuwse Courant van 25 september 1952 wordt Duinoord al als Ambonezenkamp benoemd. Een man bevindt zich illegaal in het kamp en wordt door de beheerder verzocht te vertrekken. Dit weigert hij en de politie moet er bij komen, de man krijgt een boete of celstraf. Jammer genoeg staat er in het artikel niet wie die man is en of hij ook Moluks is. En in februari 1953 bij de watersnoodramp helpen 22 Molukkers uit Groede bij de dijkwerkzaamheden in Breskens. Daarna is er weinig berichtgeving. Het kamp komt pas weer in het nieuws als alle vier de woonoorden in Zeeuws-Vlaanderen worden opgeheven in 1958 in verband met een gebrek aan werkgelegenheid. In December 1958 vertrekken de laatste bewoners.

Het woonoord is nu een graanopslag.

Burghsluis, rebels woonoord aan de zee.

In verschillende nationale en regionale kranten werd bericht dat op 11 november 1955, 9 gezinnen (57 personen) overgebracht worden naar het nieuwe woonoord Burghsluis na verzet tegen de bouw van eigen keukens. Alle gezinnen zijn lid van de Partai Nasional Maluku Selatan (PNMS) Zij protesteren tegen de zelfzorg-maatregels en saboteerde de aanbouw van de keukens in woonoord Havendorp te Vlissingen. De andere bewoners van Havendorp hadden de overheid gevraagd op te treden tegen de onrust stokers. De gedwongen verhuizing verliep zonder incidenten. Om dezelfde reden waren er ook al PNMS aanhangers uit Middelburg naar Burghsluis verhuisd. Het woonoord bestond uit 1 barak en er zitten ongeveer 20 gezinnen in Burghsluis.

De lokatie van woonoord Burghsluis is nu een parkeerterrein.

In het boek ‘Molukkers in Zeeland 1951-2009’ vertelt Emile Hitijahubessy, die er als kind woonde, dat men bij eb mosselen en zeekraal verzamelde als aanvulling op het weinige voedsel. Men was net begonnen aan de Deltawerken dus Burghsluis lag toen nog aan zee. Ook fietste men naar de visafslag bij Brouwershaven voor gratis vis (horsmakreel). Men reed ook mee met de vuilniswagen om te kijken of er nog iets bruikbaars was op de vuilnisbelt. Duidelijk is dat de mensen op allerlei manieren hun bestaan wilde verbeteren. Opmerkelijk is dat hij vertelt dat men niet naar school hoefde, dat was zeker niet de gewoonte in andere woonoorden.

In augustus 1956 is er onrust in Burghsluis, ditmaal halen de vrouwen en kinderen aardappelen en groente van de velden van omringende boeren. Dit is niet verwonderlijk als we het verhaal van Emile beschouwen. De politie grijpt in en het eten moet worden terug gegeven. Er wordt een avondklok ingesteld en de politie blijft aanwezig bij het kamp. Volgens het Algemeen Dagblad is er weinig waardering voor de mannen van het kamp omdat deze vinden dat de vrouwen maar voor het eten moeten zorgen en hun dus eigenlijk tot roof aanzetten terwijl zij zelf in het kamp bleven. Dit kunnen we ook lezen als het niet mee willen werken met de politie want uit het verhaal van Emile komt naar voren dat niet alleen de vrouwen voor aanvullingen op het eten zorgden. De krant beschrijft de mannelijke bewoners als de ‘ergste belhamels’. Oud-militairen als belhamels karakteriseren heeft een denigrerende kant. Men wordt zo niet als volwassen mannen neergezet. De politieke kant van de zaak wordt op deze manier totaal over het hoofd gezien. Enkele dagen later worden enkele gezinnen die als hoofdaanstichters worden gezien naar het strafkamp Oude Zeug in de kop van Noord-Holland en Heythuizen in Limburg verplaatst. Enkele maanden later in november wordt het woonoord Burghsluis opgeheven.

Woonoord Burghsluis is nu een kale vlakte. Aan de daken kun je zien hoe hoog het ligt ten opzichte van de omgeving.

Van het Molukse woonoord zijn geen sporen terug te vinden. Het is een kale vlakte die enkele meters hoger ligt dan de omgeving. Ongeveer ten hoogte van het linker dak bevind zich onderstaande foto. Dit lijken de resten van de infrastructuur van de vlakte en geeft de impressie dat er mogelijk onder de grond nog installaties zijn. De functie van deze structuren is minder duidelijk, mogelijk zijn ze deel van een watervoorziening.

Wat mysterieuze objecten, een betonnen plaat met een uitstekend pijpje en een u-buis met kraan die aan beide kanten de grond ingaat.

Ondanks de vele informatiebordjes aan de havenkant wordt er nergens verwezen naar het Molukse woonoord. Dit deel van de geschiedenis wil men zich blijkbaar niet herinneren.

Noordwelle, een klein woonoord in een klein dorp.

Vaak heb ik al geschreven over hoe moeilijk het is om de exacte lokatie van woonoorden te bepalen vanwege een tekort aan informatie. Soms heb je ook teveel informatie en lijkt het alsof men over verschillende plekken praat. Dit is het geval met het woonoord Noordwelle. In het boek Molukkers in Zeeland werd vermeld dat het woonoord achter de boerderij van de familie Moermond aan de Dorpsring lag. Op een andere plaats had ik gelezen dat het kamp nu een speeltuintje is en Mevr. Annemarie Priemis had het over de Smidseweg. Via online zoeken kwam ik de zoon van de familie Moermond tegen en ik besloot hem op te bellen. Gelukkig kon hij het goed uitleggen en wat bleek alle drie de aanwijzingen waren juist. Het weiland achter de boerderij liep namelijk door tot de Smidseweg en het is later een speeltuintje geworden.

De rode cirkel is de lokatie van het woonoord, linksboven is de boerderij van Moermond te zien.

Meneer Moermond was zelf nog een klein kind toen het kamp in gebruik was, maar zijn wat oudere zus zat met Molukse kinderen in de klas. Zij had ook een Moluks vriendinnetje: Mientje. Zij bleven enige tijd contact houden nadat het kamp werd opgeheven. Noordwelle was een klein kamp en de bewoners waren met de Goya naar Nederland gekomen. Er stonden drie barakken in een U-vorm. Dit kamp was maar kort in gebruik van juni 1951 tot september 1952. Voor de kinderen was dit toch een heel schooljaar. De bewoners hadden graag willen blijven, maar de Dienst Uitvoerende Werken wilde het kamp terug. De meeste zagen op tegen de verhuizing naar het veel grootschaliger Schattenberg. Daarnaast lag Schattenberg ver buiten de bewoonde wereld terwijl men hier bij de dorpskern had gewoond. Wat men niet had kunnen voorzien was dat het kamp in Noordwelle een paar maanden later bij de watersnoodramp vernietigd zou worden. Dus een geluk bij een ongeluk dat men verhuisd was.

Het speeltuintje op de lokatie van het woonoord.

Het dorp Noordwelle is pittoreske met oude huisjes rond een kerk en er zijn vele bordjes die informatie geven over de bezienswaardigheden. Ik geef toe het speeltuintje is niet een echte bezienswaardigheid, maar een klein bordje om te herinneren aan de Molukse geschiedenis zou wat mij betreft hier op zijn plaats zijn.

70 jaar Molukkers in Nederland

Afgelopen weekend (21 maart) was het precies 70 jaar geleden dat de Kota Inten in Rotterdam aanlag en de eerste groep Molukkers naar Nederland bracht. Er zouden nog elf vaarten volgen en uiteindelijk werden er in totaal 12.500 mensen hierheen vervoerd en ondergebracht in woonoorden. Met ons onderzoek naar woonoorden kunnen wij natuurlijk niet voorbijgaan aan deze speciale dag, die veel emoties los maakt. Vanwege de Corona maatregelen heb ik de gebeurtenissen vanuit mijn stoel gevolgd. En er was heel wat te kijken.

Verleden Tijd

Sreenshot van Verleden Tijd.

Donderdag 18 maart begon het al bij Tijd voor Max, daar was een voorbespreking van de korte documentaire serie Verleden Tijd. De maakster Nira Kakerissa en deelnemer Rocky Tuhuteru werden geïnterviewd. De documentaire gaat over de zoektocht van Nira naar haar eigen verleden via het verhaal van haar opa en vader. Er werd in het gezin altijd gezwegen over het verleden en dat wil zij doorbreken nu zij zelf een kind krijgt. In de voorbeschouwing werd meteen duidelijk dat dit een verhaal is, waarvan de makers zelf geëmotioneerder raakte dan verwacht. Ik keek de eerste aflevering via Limburg1 waar de documentaire reeks ook wordt uitgezonden. Gelukkig hebben ze het emotionele aspect er ingelaten en hierdoor wordt het een mooi persoonlijk verhaal dat een inkijk geeft in een breder gedragen gevoel. Ik wist al van de maak van dit programma omdat Nira via deze website naar de exacte locatie van kamp Mantinge vroeg waar haar familie kort verbleef. Zo laat het weer zien dat de exacte plek van woonoorden onze aandacht verdient. Ik kijk uit naar deel 2 en 3.

Aan de andere kant: Buitenspel

De hoofdrolspelers uit Buitenspel

Zaterdag keek ik naar Aan de Andere Kant: Buitenspel gespeeld door ADAK-theater op RTVDrenthe. Dit is deel twee in een triologie. Deel 1, een tijdelijk verblijf had ik in de Schouwburg in Rotterdam gezien. Het is heel knap theater waarbij we een familie volgen die de gevolgen van oorlogstrauma’s en verraad proberen te verwerken. Door het gebruik van muziek en humor weten ze ook het tweede deel lucht te geven. Dit deel gaat over de woonwijken en de Molukse acties in de jaren zeventig. De spanning tussen een generatieconflict en trouw aan de ouders wordt getoond, terwijl er op doeken nagespeelde demonstraties worden geprojecteerd. Interessant aan de invalshoek is dat het vrouwelijke perspectief een belangrijke plaats krijgt zodat duidelijk wordt hoe zij de gezinnen zoveel mogelijk bijeen hielden en de brug tussen de generaties waren. Ik hoop dat ik deel 3 in Schattenberg live kan zien.

Brief van de burgemeesters

Op zaterdag werd ook bekend dat de burgemeesters van 11 gemeenten met een grootte Molukse bevolking de regering vragen om eindelijk het leed van de Molukkers te erkennen. De ontvangst en opvang in Nederland was onwaardig. Daarnaast willen ze dat er geïnvesteerd wordt in de huidige Molukse gemeenschap omdat de gevolgen nog steeds gevoeld worden. Het bleek dat dit voorstel veel bijval krijgt van burgemeesters uit andere gemeenten waar ook veel Molukkers wonen. Het is ook niet helemaal duidelijk waarom deze niet gevraagd zijn de brief ook te ondertekenen. Typerend vind ik dat het de burgemeesters zijn die dit verzoek doen en dat er niet vanuit de landelijke overheid wordt nagedacht hierover. Keer op keer blijken de lokale bestuurders de Molukse bevolking bij te staan en worden zij door het Rijk opzij geschoven.

Beta Disini, Livestream Moluks Historisch Museum

Herdenking op de Lloydkade in Rotterdam

Zondag was er een liveprogramma van ruim anderhalf uur georganiseerd door het Moluks Historisch Museum met medewerking uit het hele land en ruim 3400 kijkers. Na de openingswoorden van de directeur Henry Timisela, gingen we meteen naar de Lloydkade in Rotterdam waar het 70 jaar geleden allemaal is begonnen. Via een estafette loop brachten bewoners uit de lokale Molukse wijken een voorwerp mee die in een reiskist werden gedaan. Hiermee wilden men tegelijk aandacht vragen voor een landelijk Moluks monument op deze plaats. Natuurlijk was er ook muziek. Rocky Hehakaija en Jeftha Pattikawa presenteerde de rest van het programma. Staatssecretaris Paul Blokhuis gaf een korte toespraak waarin hij de kille ontvangst betreurde, maar waarin hij nog steeds koele beleidsmatige taal gebruikte. Daarna schakelde we over naar kamp Vught waar drie meiden weer wat vuur brachten door krachtig te trommelen op de Tifa. Daarna volgde een gesprek in het museum met drie jonge Molukkers: Milko Hitijahubessy, Jazzy Taihutu, en Joaniek Vreeswijk die elk vertelde hoe zij de Molukse cultuur en geschiedenis levend proberen te houden, via actievoeren, educatie en onderzoek. Er was een muzikaal intermezzo met een gelegenheidsband. Jammer genoeg kon ik de namen van de muzikanten niet goed horen. Henry ging over op een live gesprek met Jacky Manuputty, een vredesactivist in Ambon. Daarna volgde een spoken word video vanuit Ambon door Echo Saputra-Posuratu (ik hoop dat ik zijn naam goed typ). Ik hou van poëzie en dit was ook nog eens vanuit de mooie natuur. En er moet ook gegeten worden, anders is het geen Moluks event. Dicky Wattimena had voor de presentatoren papeda gekookt, wat op traditionele wijze gegeten werd. Henry wist ons nog te vertellen dat zijn moeder aangaf dat daardoor Molukkers zo goed kunnen zoenen. Er werd vanuit het land een Tjakalele dans opgevoerd die spannend in beeld werd gebracht. We gingen vervolgens naar Laarbrug waar oud bewoners vertelde over hun ervaring. Een woonoord dat wij nog moeten bezoeken. Daarna was Ridderkerk aan de buurt waar naast kamp Q ook een gemengde Molukse gemeenschap leeft met islamitische en christelijke achtergrond. Daar is ook de Coosje Ayalstraat, vernoemd naar een vrouwelijke Molukse verzetsstrijder, haar kleindochter kwam ook aan het woord. We vervolgde met een bezoek aan Vaassen waar stil gestaan werd bij de gewelddadige ontruiming van het woonoord op 14 oktober 1976, maar waar ook naar de toekomst werd gekeken. En natuurlijk weer muziek, gevolgd door een item over de Moluccan Moods avonden in Paradiso. We gingen terug naar het Museum waar een gesprek plaats vond met Tamara Soukotta, die het belang van het helen van de wonden van het verleden benadrukten zonder deze wonden te vergeten. Er werd afgesloten met een heel bijzonder moment. Er werd bekend gemaakt dat de graven van oud-KNIL-militairen in Tiel een historisch beschermde status krijgen. En ik denk dat de meeste kijkers even een traantje moesten wegpinken toen oma Tien Leatemia een krans legde. Zij was als zestienjarige naar Nederland gekomen. Al met al een hele bijzonder middag waarbij het verleden herdacht werd, maar er zeker ook naar de toekomst gekeken werd wat benadrukt werd door de vele jonge deelnemers.

Ikat, een online expostie.

Een screenshot van de online tentoonstelling IKAT.

In het Moluks Historisch Museum is vanaf dit weekend ook een online tentoonstelling te zien. In totaal zullen 21 kunstenaars in 7 blokken te zien zijn. De aftrap wordt gegeven door Ed Leatemia die 70 succesvolle Molukkers heeft geportretteerd. Het verhaal van Ed zelf is ook indrukwekkend. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het nog moeilijk vind om door de tentoonstelling heen te navigeren, maar het is zeker de moeite waard om door te zetten. En je kunt een beetje smokkelen door op exposities te klikken, waar je naar elk individueel kunstwerk kunt gaan. Door op portretten te klikken krijg je een uitvergroting en meer informatie over de persoon. En het zijn heel verschillende mensen van antropoloog tot voetballer. Dit laat de breedte van de Molukse gemeenschap zien. Er is ook een boek uitgekomen dat we ongetwijfeld in de museumshop kunnen kopen als de corona-maatregelen dat weer toelaten anders kun je het online bestellen. Het is onder deze omstandigheden in ieder geval een mooi alternatief om toch het werk van kunstenaars te kunnen laten zien.

Conclusie

Al met al is het een enerverend weekend geweest, waarbij mooie en traumatische herinneringen in balans langskwamen. Wat het vooral liet zien is dat de Molukse gemeenschap veerkrachtig is en er een jonge generatie opstaat die meer wil weten over hun verleden om een betere toekomst te maken.

Brijdorpe, woonoord langs de trambaan.

Brijdorpe is zo’n typisch Schouwens woonoord in Zeeland. Kort in gebruik en niks van terug te vinden. Het kamp was van juni 1951 tot en met september 1952 bewoond. De bewoners waren acht gezinnen die met de Goya naar Nederland waren gekomen. Na hun vertrek werd het kamp direct afgebroken.

Topografische kaart met woonoord Brijdorpe ten noordoosten van het dorp bij de trambaan.

Bijzonder is dat langs dit kamp een stoomtramlijn liep. Deze tramlijn was in 1915 geopend en liep tussen Burgh en Brouwershaven. De tramlijn was door de Rotterdamsche Tram Maatschappij aangelegd om Zeeland en Rotterdam te ontsluiten. Tussen de eindhaltes vaarden pontjes om het water te overbruggen. Door de inundatie (bewust onder water zetten van land als verdediging) tijdens de Tweede Wereldoorlog had de tramlijn het zwaar te verduren gehad, maar het lijntje werd na de oorlog weer in gebruik genomen. De watersnoodramp van 1953 zorgde voor de nekslag. De Molukse bewoners waren toen gelukkig al vertrokken. De heer Schonewille stuurde mij een foto van Molukse bewoners in de sneeuw bij station Brijdorpe die ik u niet wil onthouden.

Station Brijdorpe met Molukse kampbewoners (foto via de heer Schonewille).

Veel informatie over het woonoord kon ik niet vinden. Er was wel een krantenbericht uit 1952 in de Provinciaalse Zeeuwse Courant. Op 4 juni was er bij het landgoed Heesterlust in Schuddebeurs een zendingsdag waar de kampleider van Brijdorpe de heer G.M. de Bouville een toespraak hield. Hij was daar samen met andere bewoners van het woonoord die speciaal welkom werden geheten. De Molukse bewoners brachten ook enkele liederen ten gehore. We weten ook dat de koks van het kamp de heren Pattinasarany en Sapuletej waren. Het kamp werd tegen de wil van de lokale bevolking en de kampbewoners opgeheven in 1952. Bij het afscheid kregen de Molukse bewoners van de burgemeester een lepeltje met het wapen van Duivendijke, de gemeente waaronder Brijdorpe viel. De Zeeuwen die bekend waren met gedwongen verhuizingen door de inundatie, waren meevoelend met de gedwongen verhuizingen van de Molukse bewoners.

Panoramafoto van Brijdorpe nu, een groot landbouw gebied. De onderstaande foto is hier aan de rechtkant.

Op de locatie van het kamp is echt helemaal niets overgebleven. Zelfs de trambaan is totaal uit het beeld verdwenen door ingrijpende ruilverkaveling. Waarbij het hele landschap aangepast is, inclusief sloten. Als archeoloog ben je gewend in slootkanten te kijken omdat daar het iets diepere landschap nog zichtbaar is. Vaak zie je nog oude lagen of verstoringen die samenhangen met oude wegen of bewoning. Ook zijn geploegde akkers favoriet omdat deze verborgen vondsten omhoog halen. Hier was dat niet het geval. De omzet van het land is totaal geweest. Geen spoor te zien in deze geploegde vlakte. Geen scherf te bekennen. Alleen aan de rand bij een oprit lag wat materiaal, maar dit was duidelijk uit de originele context gehaald en kan overal vandaan komen.

Wat puin bij de oprit naar het land, maar dit kan overal vandaan komen.

Kerkwerve, een kort maar warm welkom.

Op een mooie vrijdag reden wij naar Kerkwerve. Hier had een klein kamp aan de Zandweg gelegen, vlak bij de hoek met de kerkstraat. De lokatie staat op een foto uit 1953. De foto is genomen net na de watersnoodramp. De Molukse bewoners waren al lang vertrokken, maar hun barak komt nog net boven het water uit. De barak zou de watersnoodramp echter niet overleven. En de resten van het kamp werden verwijderd. Kerkwerve was zwaar getroffen door de watersnoodramp en de meeste van de huidige bebouwing vlak bij het woonoord is van na 1953.

De barak steekt nog net boven het water uit bij de rode pijl.

In juli 1951 werd Kerkwerve door een kleine groep Molukkers bewoond, die met de tweede Kota Inten op 21 juni in Rotterdam waren aangekomen. Het kamp is maar kort in gebruik genomen want de DUW (Dienst Uitvoerende Werken) wilde het kamp terug. En juist die korte bewoning laat iets moois zien. Er was direct contact met de lokale bevolking. Op 20 juli helpt een vertegenwoordiger uit het Moluks kamp met de voorbereiding van de grootse ontvangst van de Commissaris der Koningin van Zeeland in Kerkwerve (Zierikzeesche Nieuwsbode). De Molukse bewoners zijn dan pas hooguit enkele weken in Kerkwerve en nog geen maand in Nederland. Die goede band zorgt ervoor dat de Molukse bewoners en de lokale gemeente niet wilde dat het woonoord weg moest. De burgemeester had bij verschillende instanties waaronder het ministerie van Binnenlandse Zaken gepleit voor behoud van het woonoord voor de Molukkers. De communicatie met de bevoegde instanties liep rommelig. En de bewoners werden met tegenzin in november 1951 naar Barneveld verhuisd. Voor hun vertrek werd er een afscheidsavond georganiseerd met toespraken, zang en koffie. Volgens de lokale Assistent kampleider van Wijk bleef er nog lang na de verhuizing contact tussen de mensen uit Kerkwerve en Barneveld.

Van het kamp is nu weinig meer over. Het kamp bestond uit twee woonbarakken met haaks daarop een kantinegebouw dat ook dienst deed als kerk. Alleen de resten van de kantinevloer liggen nog achter transport bedrijf Gebr. Hendrikse. Jammer genoeg was er niemand aanwezig bij het transportbedrijf zodat we hier geen vragen over konden stellen.

Restanten van de betonnen vloerplaat van de kantine.

Het is fijn om te merken dat op sommige plekken de lokale bevolking en de Molukse bewoners zo’n goede relatie hadden. Het laat ook zien dat de gedwongen verhuizingen deze goede banden onder druk zetten. Van een vriendelijk paar dat net in Kerkwerve was komen wonen mochten we vanuit de achtertuin foto’s nemen van de lokatie van het woonoord. De Zeeuwse gastvrijheid duurt hier voort.

De lokatie van kamp Kerkwerve, de kantine stond direct achter het gebouw met het grote dak. De woonbarakken lagen in het (gras)veld (samengestelde foto).

Veel van de informatie voor deze blog komt uit het boek “Molukkers in Zeeland: 1951-2009” van Henk Smeets en Corzas Nanuruw uit 2009.

Medemblik: kamp van de terugkeer.

Een doorsnee jaren zestig woonwijkje ligt nu op de plek van woonoord Medemblik. Dit wijkje is direct na het verlaten van het woonoord gebouwd. Er is niets terug te vinden van het oorspronkelijke kamp en er is ook geen gedenkteken voor de Molukse bewoning. Maar dat is misschien niet zo vreemd als we de geschiedenis van het kamp bekijken.

De locatie van het woonoord Medemblik in December 2020, hoek Koggenlaan, Wijmersplantsoen.

Medemblik was eerst een DUW kamp. Vervolgens kwamen er Molukse bewoners. Uit die eerste periode van de bewoning door Molukkers is weinig bekend. Na hun vertrek kwamen er Hongaarse arbeiders wonen die later weer vervangen werden door repatrierende Nederlanders. In 1958 wordt er in de krant (het Algemeen Dagblad) bericht over de spartaanse toestanden in het woonoord. En vooral hoe de overheid weigert deze omstandigheden te verbeteren en zelfs hulp vanuit Medemblik verbiedt. Dit terwijl er op dat moment gerepatrieerde Nederlanders uit Indonesië wonen die extra zorg nodig hebben.

In 1959 komen er weer Molukkers wonen in Medemblik, waaronder gezinnen uit kamp de Beenderribben. In 1959 is de overheid al in gesprek met de gemeente Wormerveer om daar een Molukse wijk te bouwen met 50 woningen en een kerkje omdat het kamp in Medemblik opgeheven gaat worden. Wormerveer wordt als een industrie-gemeente omschreven en men verwacht dat de Molukkers daar aan werk kunnen komen (Volkskrant). Het is duidelijk dat men de Molukkers als arbeiders beschouwt en zij eigenlijk alleen voor de laag niveau banen in aanmerking komen. Het is niet duidelijk hoeveel Molukkers uit Medemblik daadwerkelijk in Wormerveer zijn gaan wonen.

Woonoord Medemblik, foto van het MHM (F95-2046).

Medemblik is namelijk vooral het kamp van de Molukkers die terug willen keren. Eind 1959 heeft de vereniging “Gabungan Organisasi Suku Maluku” in Medemblik een strijdprogramma gepresenteerd waarbij haar leden terug willen naar Indonesië als volledige burgers en zij willen strijden voor de inlijving van West-Papoea (Algemeen Dagblad, Volkskrant). De organisatie zou ongeveer 1100 leden hebben, dat is iets meer dan 5 procent van de toenmalige Molukse bevolking in Nederland. In september 1960 biedt Indonesië aan dat men op kosten van de republiek terug kan komen om onder leiding van Soekarno te werken aan de wederopbouw van het land. De Usdek (waar drie verenigingen in zijn opgegaan waaronder Gabungan) reageert positief. De meeste leden van deze vereniging wonen in Medemblik en Arnhem en worden apart gehouden van de overige Molukkers die niet terugwillen zonder een vrije Molukse staat. In oktober vliegt S. Siwalette uit woonoord Medemblik op goed geluk naar Rome en ontmoet daar president Soekarno om over terugkeer te praten. Ook al zijn de verhoudingen tussen Indonesië en Nederland niet goed, men is in Nederland bereid de terugreis te betalen (De Tijd). En uiteindelijk betaald Nederland daadwerkelijk de kosten van de reis en de eerste twee maanden van verblijf. Op 11 mei vertrekt dan eindelijk de eerste groep via Genua. De groep bestaat uit 6 gezinnen en 1 alleenstaande uit Medemblik, in totaal 41 personen. De heer Siwalette reist niet mee met deze groep omdat hij er voor wil zorgen dat iedereen die wil terug kan keren naar Indonesië. In september weet men dat er in ieder geval 3 gezinnen doorgereisd zijn naar Ambon en dat een deel van de groep vrijwillig in Jakarta blijft. Ondanks de magere berichtgeving gaan de terugkeer reizen door en in februari 1962 zijn er in totaal ruim 600 Molukkers teruggekeerd. Het woonoord Medemblik is dan al enkele maanden opgeheven (september 1961).

De heer Siwalette met gezin in woonoord Medemblik (Beeldbank Nationaal Archief).

Als je na gaat dat de meeste Molukse bewoners van het woonoord terug zijn gekeerd naar Indonesië is het natuurlijk ook niet zo verwonderlijk dat er geen gedenkteken of herinneringsmonument is. Dit soort monumenten worden meestal gedragen door de betrokkenen. In de kranten wordt ook alleen bericht over de wens tot het teruggaan. Waarom zou je een gedenkteken inrichten voor een plek waar je alleen weg van wilt zijn.

Op de Loop verplaatst.

Het fijne aan een blog in plaats van een boek is dat mensen heel direct kunnen reageren. En gelukkig gebeurd dit ook veelvuldig. Je kunt op twee manieren reageren. Als je op een specifieke blog klikt kun je onderaan de pagina direct een openbare reactie geven. Soms moeten wij die goedkeuren, wat wij meestal doen, behalve als er persoonlijke adresgegevens of telefoonnummers in staan. Die gegevens halen wij eruit. Een andere manier is om via de knop ‘contact’ een bericht naar ons te sturen. Deze berichten zijn niet openbaar en die beantwoorden we per mail. De informatie uit deze berichten worden wel gebruikt in ons onderzoek en in deze blog.

Samen weten we meer dan alleen zo wordt de informatie op onze website steeds beter. Zoals ook na de post over woonoord Op de Loop. Bij het onderzoek naar dit woonoord was ik al opgelopen tegen allerlei moeilijkheden door gebrek aan informatie. Dan ga je af op wat je tegenkomt, zoals de naam De Loop op een kaart. Wij werden er echter op gewezen dat ik waarschijnlijk een foute inschatting heb gemaakt van de locatie. Herman Schonewille had in het verleden contact gehad met mevr A. Lasomer. Mevr. Lasomer had hem kunnen vertellen dat het woonoord achter de huidige Gamma lag. In de buurt van de Palmburgweg en de Trambaan. Natuurlijk zou ik meteen in de auto willen springen, maar Echt is echt ver van Rotterdam dus dat moet nog even wachten.

Lokatie van het woonoord Op de Loop boven de bocht in de weg naar aanleiding van de informatie van Mevr. Lasomer

Online is ook van alles te onderzoeken en nu ik beter wist waar te kijken, ben ik erover verbaasd dat ik dit niet eerder gezien heb. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat op de kaart het kamp er uit ziet als wat schuren bij stenen huizen. De zwarte gebouwen zouden barakken zijn, hier kom ik later nog op terug. Mevr. Lasomer had daarnaast verteld wat voor gebouwen er hadden gestaan. Het ging om: een grote barak voor de gezinnen, een vrijgezellen barak, een barak voor de beheerder en de protestante kerk, een barak voor de kantine die ook dienst deed als katholieke kerk, en een centrale keuken. Opvallend is dat er voor zo’n klein kamp twee kerken waren. Vooral omdat de CAZ in Limburg in het begin vaak gezinnen verhuisden om te zorgen voor meer gelijkgezinde samenstelling van de kampen.

De plek in het huidige landschap wordt er niet beter op. Ik dacht dat de snelweg al iets treurigs had, maar als ik via Street view naar de locatie van het kamp kijk wordt ik niet echt blijer. Wat ik zie is een bedrijfspand of beter gezegd, de achterkant van een bedrijfspand.

Google streetview van de locatie van woonoord Op de Loop

Dan blijft er nog het mysterie van de kaart. Want als ik op de topografische kaart naar 1967 ga, twee jaar na de sluiting van het kamp, dan is daar opeens een helder afgebakende locatie met duidelijke barakkken. Op onderstaande afbeelding staat 1970, dit is de kaart die al in 1967 bestaat. Het kan zijn dat die late aanwezigheid van het woonoord komt door de vertraging bij het maken van de kaarten. Dat is een veel voorkomend probleem bij het gebruik van kaarten. Of gaat het hier (ook) om een later gebruik? Als het mogelijk wordt om meer archiefwerk te doen, wordt dit misschien nog duidelijk. Als U als lezer het antwoord weet horen we dat ook graag.

De Topografisch kaart uit 1967, het kamp Op de Loop is dan al twee jaar niet bewoond.